maandag 31 juli 2017

De snelkookpan

Ik ben er! Bovenop de Pajariel, de berg die uitkijkt over Ponferrada. Zwetend besef ik dat dit mijn eerste fysieke uitdaging in de buitenlucht is sinds weken. Het was gewoon te heet. Ook nu is het niet koud. Er lijkt een nevel te hangen boven Ponferrada. Luchtvervuiling, ook hier, ondanks de lage bevolkingsdichtheid en het gebrek aan industrieën. Maar El Bierzo is omgeven met bergen. De vervuiling blijft er hangen. En de benauwdheid ook. La Olla, noemen ze El Bierzo hier. De kookpan. Ze gebruiken hier vaak het woord microklimaat om de hoge agrarische productie te verklaren. Sinds kort wordt er zelfs Berciaanse olijfolie geproduceerd. Het lijkt elk jaar warmer te worden. Misschien moeten we El Bierzo binnenkort De Snelkookpan gaan noemen: La Olla Express.

De hitte begon vroeg dit jaar. In juni wezen de thermometers al 40 graden aan. Dat was tijdens een korte, heftige hittegolf. Zelf waren we toen in Nederland waar het overigens ook schitterend weer was. Toen we terugkwamen, klaagden al onze Berciaanse vrienden, familieleden en bekenden dat het een lieve lust was: ‘¡Het was verschrikkelijk, die hitte, wat hadden jullie een mazzel dat jullie in Nederland waren!’ Later in juni werd het gewoon weer fris, maar nu, in juli, is het weer warm. Erg warm.

Ik woon hier te kort (hoewel alweer 8 jaar) om uit eigen ervaring te kunnen concluderen dat er sprake is van klimaatverandering in El Bierzo, maar de afgelopen twee jaren waren de zomers ook al zeer heet. De meeste Bercianen zijn er van overtuigd dat het klimaat veranderd is. Vroeger waren de winters kouder en de zomers koeler, zeggen ze. En het regende veel meer. Gedurende de lange wintermaanden was Ponferrada gehuld in een hardnekkige, dikke mist.


In de verte zie ik de schoorsteenpijpen van de kolencentrale bij Cubillos del Sil, dit keer zonder de gebruikelijke rookpluim. Het is bekend: kolencentrales stoten zeer veel CO2 uit. Het energiebedrijf wil per 2020 de centrale gaan sluiten. Niet milieuoverwegingen maar economische belangen spelen daarbij de hoofdrol. Er is veel protest tegen de voorgenomen sluiting. De werkgelegenheid heeft al zo te lijden gehad onder de crisis en door de verminderde steenkoolproductie. De centrale stookt met name geïmporteerde kolen. Veel goedkoper. En ook dat stuit op verzet. Ze zouden lokale steenkool moeten gebruiken, vinden bijna alle lokale partijen, lokale afdelingen van de nationale politieke partijen, de vakbonden en de lokale pers. Want als ze zouden toegeven dat de steenkoolproductie hier op zijn laatste benen loopt, zou dat een flink verlies aan stemmen of leden opleveren.


Spanje is op zich een land dat relatief veel duurzame energie gebruikt, zeker in vergelijking met Nederland. Er zijn bijvoorbeeld veel waterkrachtcentrales. Vlak boven Ponferrada ligt een groot stuwmeer, hier vanaf de Pajariel net te zien. En op de wat gemakkelijker toegankelijke heuvels staan veel windmolens. Eén van mijn meer technische Nederlandse vrienden, die verleden jaar zomer hier op visite kwam, vertelde me dat hij niet begreep dat Spanje niet meer zonne-energie opwekte. ‘In het midden van Spanje is een enorm grote droge vlakte, waarom zetten ze die niet vol met zonnepanelen? Hoe warmer het wordt, hoe meer duurzame energie je opwekt; da’s volgens de mantra van menig vechtsport: gebruik de kracht van je tegenstander om hem te verslaan.’ Ik gaf hem gelijk.

Laatst las ik een overzicht van hoeveel minder CO2-uitstoot het zou opleveren als je zou besluiten iets niet te doen, minder te doen of op een andere manier te doen. Koploper, met ruime afstand, was: het nemen van een kind minder. Opgelucht nam ik nota van dit bericht. Ik hoefde me dus helemaal niet zo schuldig te voelen over mijn regelmatige vliegreizen naar Amsterdam. Al bijna een jaar getrouwd en nog steeds geen kleine guiri onderweg: boeken maar die vlucht! Maar toen zag ik het trieste ervan in: het ergste wat je het milieu aan kunt doen is iemand met hetzelfde consumptiepatroon als jezelf op de wereld zetten.

Na nog een laatste blik over de vallei van El Bierzo, daal ik één van de smalle paadjes af naar de rivier El Sil. Het begint nu echt warm te worden.