Posts tonen met het label Galicië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Galicië. Alle posts tonen

maandag 23 januari 2023

Genomineerd

Het is vrijdagavond. Ik loop door het veel te drukke overdekte winkelcentrum van Ponferrada. Nee, ik ga niet shoppen. Ik ga een filmpje pakken en dat kan alleen hier. Wat zou het toch fijn zijn als er een bioscoop in het stadscentrum zou zijn. Met na afloop lekker wat prikken en drinken in een van de kroegen. Dat kan hier in het winkelcentrum ook, maar dan moet je houden van hamburgers, pizza’s, kebab of taco’s van de bekende fastfoodketens. 

Ik ga naar een film die ik al een tijdje wil zien: As Bestas (Galicisch voor De Beesten). Ana wilde niet mee vanwege het geweld dat erin voorkomt. 
‘Dan wil ik misschien nooit meer naar de bergdorpjes,’ zei ze. 
‘De film laat een uitzondering zien. De meeste mensen zijn echt vredelievend,’ wierp ik tegen.
Maar de film is wel gebaseerd op echte gebeurtenissen. In de jaren negentig begon een Nederlands echtpaar een boerenbedrijfje in een Galicisch gehucht. Dat leverde spanningen op met een lokale familie, wat zo uit de hand liep dat de Nederlandse man vermoord werd. Het indrukwekkende interview met de weduwe, die nog steeds in dat gehucht woont, had ik gelezen in een artikel in El País.

Als ik de zaal binnenkom, zie ik dat het er redelijk vol is. Dat heeft te maken met lokale trots. De film is in El Bierzo opgenomen, in het berggebied dat de grens vormt met Galicië. Ik ga zitten en laat het voorprogramma met de reclames en trailers over me heen komen. De trailer van de film Savage Salvation staat bol van geweldsverheerlijking. Echt niet normaal. Een slecht voorbeeld voor de jeugd. Zoals zo vaak bij voorfilmpjes denk ik bij mezelf: ‘Die hoef ik in elk geval niet te zien.’

De hoofdfilm begint. De regisseur heeft ervoor gekozen van het Nederlandse echtpaar een Frans echtpaar te maken. Misschien omdat hij deze geweldige acteurs kende. Of omdat het Frans zoveel gemakkelijker in het Spaanse gehoor ligt dan dat onmogelijke Nederlands. Want een van de grote voordelen van deze film is dat hij niet nagesynchroniseerd maar ondertiteld is. De Fransen spreken onderling Frans en de Galiciërs spreken onderling Galicisch, zoals het hoort. 

Ik zit achter een groep oudere mensen; paisanos, zou Ana ze noemen. Dorpelingen. Zoals wel vaker bij oudere mensen in het theater of de bioscoop, beschouwen ze dit uitje als een sociale gebeurtenis. Ze leveren tijdens de film volop commentaar. In het begin van de film zegt de man voor me steeds instemmend ‘¡claro!’ als de oudere broer van de Galicische familie weer iets ongepasts zegt tegen de Fransman. Dat maak je niet vaak mee: iemand die het eens is met de slechterik uit de film. Gelukkig houdt hij daarmee op als de situatie echt uit de hand loopt. Het geweld in deze film is realistisch en niet aantrekkelijk. En juist daarom zo angstaanjagend.

Als ik na afloop van de film op weg naar huis langs het busstation loop, voel ik me toch een beetje trots. Een van de scenes van As Bestas speelt zich hier af. De film heeft indruk op me gemaakt. Die gaat vast veel Goya’s* in de wacht slepen. En El Bierzo deelt dan mee in de glorie. Is er eigenlijk een Goya voor het mooiste landschap dat het decor vormt van een film? Dat zou eigenlijk moeten. El Bierzo zou overtuigend winnen. Ik wil nu alvast mijn dank uitspreken aan alle verschuivende aardplaten die dit spectaculaire berglandschap mogelijk hebben gemaakt.

*De Spaanse Oscars



zaterdag 5 februari 2022

Vlees

 Het is woensdagavond. 
‘¿Wat wil je vanavond eten?’, vraag ik aan Ana. Ze kijkt op uit haar boek. 
‘Haal maar iets lekkers’, antwoordt ze. 
Met deze wat vage aanwijzing ga ik op weg naar de supermarkt Gadis. Daar is altijd wel wat lekkers te vinden. Heerlijke wijn en vooral veel producten uit Galicië. 

Even later sta ik twijfelend tussen de schappen. Wordt het salade? Iets met vis? Met schelpdieren? Dat laatste hebben we vanmiddag bij de hoofdmaaltijd al gegeten. Ik loop naar vleeswarenafdeling. Mijn oog valt op een pakketje ham waarop staat: 
‘Ham van vrijlopende Keltische varkens, gevoed met kastanjes, zonder gluten, zonder lactose’. 
Toch maar vlees dan? Kan dat eigenlijk wel?

Want opeens wordt er over vlees volop gedebatteerd in Spanje. Dat heeft te maken met het interview dat de minister van consumptie Alberto Garzón gaf aan The Guardian (HIER). Dit zou waarschijnlijk vrij onopgemerkt voorbij zijn gegaan, als de Partido Popular, de grootste oppositiepartij in het nationale parlement maar regeringspartij in onze deelstaat Castilië-León, het interview niet had gebruikt voor campagnedoeleinden. De deelstaatverkiezingen van Castilië-León staan immers voor de deur.

Garzón werd bijna van landverraad beschuldigd omdat hij in het had gewaagd te opperen dat er in Spanje te veel vlees wordt geconsumeerd en dat er in de megastallen vlees van slechte kwaliteit wordt geproduceerd onder dieronwaardige omstandigheden. Het lijken weinig opzienbarende opmerkingen. Hetzelfde kan immers worden gezegd over bijna alle rijke landen, misschien wel met Nederland voorop. Het resultaat van de kritiek op de uitspraken van de minister is juist wat er niet de bedoeling van was: er is nu een serieuze discussie ontstaan over hoe het vlees wordt geproduceerd en wat daar de gevolgen van zijn voor de leefomgeving en de gezondheid.

Gelukkig hebben we geen megastalen hier in El Bierzo, voor zover ik weet. Maar nog niet zo lang geleden was er een grote varkenshouderij, in de heuvels dicht bij het lieflijke dorpje Molinaseca. Tijdens een van mijn mountainbiketochten had ik eens een verkeerde afslag genomen en was ik daar per ongeluk langs gereden. Het was er afgrijselijk. Het stonk, de grond was vervuild van de varkenspoep en ik voelde me erna de hele dag misselijk. De varkenslapjes uit de intensieve varkenshouderijen verdwenen voorgoed van ons menu.

Als het dan toch varkensvlees moet zijn, kiezen wij voor het vlees van Iberische varkens. Die zijn zwart, lopen vrij rond en eten worden soms op een dieet gezet van eikeltjes van de steeneik, wat een bijzonder smakelijk, maar wel wat prijzig product oplevert. De ham van Keltische varkens uit Galicië die kastanjes eten is een poging om te concurreren met de jamón ibérico van de hoogvlakte. 

Eigenlijk zou dit product hier in El Bierzo ook geproduceerd kunnen worden. Er zijn hier in de omgeving zoveel kastanjebomen dat men van gekkigheid vaak niet weet wat met de kastanjes te doen. Zo worden er in veel dorpen in het najaar magostos gehouden, volksfeesten waarbij op een mooie plek een vuur wordt maakt om daarop de kastanjes te roosteren. Best lekker, maar daarna zijn er nog steeds veel over. Ze als varkensvoer gebruiken kan een kwalitatief hoogwaardig stukje vlees opleveren en dat mag dan, net als de jamón ibérico, best een stuk duurder zijn. Dan eten we wel wat minder vlees. En er hoeven geen regenwouden te worden gekapt om soja voor ons veevoer te verbouwen. Een win-winsituatie. 

Gerustgesteld door al deze gedachten pak ik het pakje glutenloze ham zonder lactose van loslopende Keltische varkens die gevoed zijn met kastanjes uit het schap en laat het met een plofje in mijn winkelwagentje vallen. Daarna wandel ik naar de wijnafdeling. Daar is de keuze sneller gemaakt: een plaatselijke jonge wijn van de mencia-druif.


zondag 22 oktober 2017

Zwarte maandag

Het was nog vroeg toen ik maandag mijn computer aanzette om te zien of ik berichten had ontvangen. Niet veel bijzonders. Dan maar even kijken wat er in de wereld gebeurt. Ik klikte een Engelstalige krant aan. Aan Spaans nieuws met al dat Spaanse en Catalaanse nationalistische gekrakeel had ik zo vroeg op de ochtend even geen behoefte. Ik las een artikel waarin Black Monday van maandag 19 oktober 1987 werd gememoreerd. Dertig jaar geleden; je zou er nostalgisch van worden. Ik zat de dinsdag erna in het college Internationale Economie van Professor Jager van de Universiteit van Amsterdam, waar we uitgebreid discussieerden over die volkomen onverwachte beurscrisis, die, achteraf gezien, de voorbode lijkt te zijn geweest van de grote financiële crisis van deze eeuw.

Tijdens het lezen van het artikel bemerkte ik dat er iets vreemds aan de hand was. Het was buiten nog steeds donker. Hoe laat was het? Ver over negenen. Het had allang licht moeten zijn. Ik liep naar het raam en keek naar buiten. Mijn ergste vermoedens werden bevestigd. De hele stad was gehuld in een deken van rook. De zon kwam er niet doorheen. De straatlantaarns brandden nog.

Dat er diverse bosbranden aan het woeden waren wist ik al. Het weekeinde waren we in Salientes geweest, dat schitterende bergdorp in het noordelijke deel van El Bierzo. Op weg er naar toe zagen we dat sommige bergen in de fik waren gestoken. Volgens mensen uit het dorp was het juist daar waar veel beren leefden. Dat zou volgens hen wel eens geen toeval kunnen zijn, lieten ze er veelbetekenend op volgen. Zondagavond laat zagen we op de televisie dat vooral in Portugal en Galicië de toestand heel ernstig was. Enorme vuurzeeën. Er waren al doden gevallen.

En op maandag had de westenwind de rook van Galicië naar El Bierzo gedreven, hoewel er ook enkele lokale bosbranden gaande waren. Toen ik even later de straat opging om de dagelijkse boodschappen te doen, was het nog steeds donker en erg rokerig. De sfeer was grimmig en mistroostig tegelijk. Her en der stonden mensen in kleine groepjes bijeen om het gebeuren te bespreken. Een buurtgenoot sprak me aan: ‘¡Galicië brandt! ¡De brandbestrijders zelf zijn de daders!’ En met een cynische lach maakte hij met duim en wijsvinger het gebaar van geld verdienen. Zoals zo vaak werd er gedacht aan een samenzwering. De brandbestrijders, de grote bouwbedrijven, de maffia zelfs. Vanzelfsprekend kregen ook de politici de schuld. Die zouden allemaal moeten aftreden. Maar is er beleid te maken dat zo’n immens leeg gebied in tijden van langdurige droogte beschermt tegen brandstichters? En de grote vraag is: wie zijn de daders?

Hier in El Bierzo zijn ondertussen vier daders geïdentificeerd, zover ik weet.
De grote brand van april nabij de beroemde El Valle del Silencio (de vallei der Stilte) was een daad van een lokale veehouder die verse weidegrond wou creëren door het struikgewas af te fikken. Dat liep door de harde wind enorm uit de hand.
Vorige week pakten ze hier hoog in de bergen op de Campo de las Danzas (Het Veld van de Dansen) een zeventigjarige man op die een fikkie stookte. Of dat iemand uit één van de nabijgelegen dorpen was, werd niet vermeld, maar dat vermoed ik wel.
Op maandag zelf pakten ze een veertigjarige inwoner van Ponferrada op die met zijn mountainbike naar El Pajariel was gereden en daar op diverse plekken brand had gesticht. Hij is bezeten om El Pajariel af te branden, vermeldde El Diario de León. Waarschijnlijk was hij dan degene die een paar weken geleden rond het middaguur, toen heel Ponferrada aan de maaltijd zat of zat uit te buiken, recht tegenover ons huis El Pajariel in de fik had gestoken. Het was schrikbarend hoe snel de berg vlam had gevat.  
En dan pakten ze deze week ook nog een 84-jarige dorpeling op die het tuinafval aan het verbranden was, verdacht dicht bij een brandhaard aan de voet van de bergen.

Het profiel van deze daders komt in het geheel niet overeen met wat de mensen in de straat veronderstelden. In plaats van grote bedrijven en de maffia moeten we wellicht onze directe buren wantrouwen. En vooral oudere eigenwijze dorpelingen die een stuk berg affikken voor hun vee of tuinafval verbranden omdat ze dat altijd al gedaan hebben. Ik sluit speculatieve motieven niet uit, vanzelfsprekend. Het is immers altijd zo dat de meest onbenullige daders het eerst tegen de lamp lopen.

Er moet onderzoek worden verricht naar de motieven van de brandstichters en de daders moeten streng worden aangepakt, daar is iedereen het wel over eens. Een verbod op het gebruik van vuur in rurale gebieden lijkt mij noodzakelijk. De langdurige droogte en het absurde warme najaar zijn echter een gevolg van klimaatverandering. Daar kunnen we alleen op de langere termijn wat tegen doen. Als we dat tenminste echt willen.

Ponferrada, maandag 16 oktober 2017, 10 uur 's morgens

El Pajariel staat in de fik.
27 september 2017





dinsdag 22 december 2009

Brieven uit El Bierzo 6

Baiona

Het regent. Zoals zo vaak in Galicië. Toch stappen we uit de auto. Het is in elk geval niet koud. Wel staat er een stevige wind. Wat wil je? Het is december en we zijn aan de kust van de Atlantische Oceaan. We lopen naar het toegangshek. Tot onze verbazing is de camping gewoon open. ´¿Mogen we de camping op?´, vragen we aan de man in het receptiehuisje. Ook hij is verbaasd. ´¿Wat komen jullie doen, dan?´ ´Nou, gewoon even rondkijken.´ Hij knikt ongeïnteresseerd en leest verder in zijn krant.

We herkennen de kantine van de camping. Die is niet veranderd. Het zwembad wel. Daarin staat nu een hele ingewikkelde glijbaan in lelijke kleuren. Zonde eigenlijk. Maar voor kinderen misschien wel leuk. We lopen verder de camping op. ´¿Weet jij nog waar jullie tent stond?´ vraag ik. ´Ik weet het niet precies; ik ben hier verschillende keren geweest. Ook nog na die tijd. ¿En jullie?´ ´Ik herinner me dat we op een veld stonden. Dat moet daar zijn geweest, aan het begin van de camping. Wij zorgden er altijd wel voor dat we dicht bij de voorzieningen stonden.´ Langzaam lopen we verder. De camping is schitterend gelegen. Dat is niet veranderd. Aan drie kanten omgeven door water. Links het strand. Rechts een soort waddengebied. De monding van een rivier. We lopen terug. Nu met wind tegen. De regen wordt daardoor onaangenamer. ´Laten nog even naar het strand kijken´, stel ik voor. We lopen tussen twee bungalows door en zien het langgerekte strand, dat met een wijde bocht eindigt bij de haven van Baiona. Hier ergens moet het geweest zijn. Het kampvuur. Zo lang geleden. De zomer van 1983.

Zo jong nog. Zo onbevangen. We waren op reis met onze Interrailkaarten, mijn vriend Wybe en ik. Een maand lang onbeperkt met de trein door Europa. We waren in Barcelona geweest. Daarna dat ruige feest in Pamplona. Om uiteindelijk hier aan te komen aan de Westkust van Galicië. Een fijne camping. Lekker bijkomen op het strand. Maar na een paar dagen sloop er al onrust in onze jonge lijven. Zo´n interrailkaart moet je natuurlijk wel gebruiken. In het station kochten we twee reserveringen voor de trein naar één of ander vergelegen oord. ´s Avonds aten we nog eenmaal pulpo en gingen vroeg onze slaapzakken in. De trein zou in de vroege morgen vertrekken. Om een uur of twaalf werden we gewekt. Het waren de meiden van de tent verderop. ´We hebben een feestje op het strand. ¿Komen jullie ook?¡ En neem vooral ook je gitaar mee!´ Binnen de kortste keren waren we weer in de kleren. Op het strand was een kampvuur. We raakten in gesprek met wat meisjes. Uit El Bierzo kwamen ze. Nooit van gehoord.

Later die nacht gebeurde het. Ik haalde de twee reserveringen uit mijn portemonnee en zei: ´Wyb, ik gooi de reserveringen nu in het kampvuur, hoor.´ Wybe onderbrak even zijn gitaarspel en antwoordde: ´Een uitstekend idee.´ Het was een nonchalant gebaar vanuit de pols die de twee papiertjes fladderend in de vlammen deed verdwijnen. Een simpele handeling die uiteindelijk meer dan 20 jaar later een onverwachte wending aan mijn leven zou geven. Natuurlijk waren er ook andere bepalende momenten geweest. De beslissing om een gitaar mee te nemen, bijvoorbeeld. Een heel gesleep. Maar zonder gitaar waren we nooit voor het feestje op het strand uitgenodigd. De beslissing om naar Spanje te gaan. Om te gaan kamperen, hier op deze camping, langs deze voor ons zo onbekende kust. De beslissing om … Ana schudt aan mijn mouw. ´¿Blijf je eeuwig zo staren? Laten we gaan; het wordt koud.´ Gearmd onder de paraplu lopen we terug naar de auto.