Posts tonen met het label Spaans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spaans. Alle posts tonen

zondag 6 augustus 2023

Eindelijk!

Eindelijk ben ik voor een Spanjaard aangezien! Nou was dat niet voor het eerst. Maar die eerste keer telt niet helemaal mee, want dat was in het buitenland, tijdens onze huwelijksreis in Vietnam. Toen een receptioniste van een hotel in Hanoi me vroeg waar ik woonde en ik trots antwoordde met ‘Spain,’ riep ze enthousiast: 
‘You’re Spanish! I love Spain!! I love Cristiano Ronaldo!!!’ 
In elk geval vond zij mij net zo Spaans als Cristiano Ronaldo, met wie ik overigens sowieso vrij veel dingen gemeen heb.

Maar dat ik hier in El Bierzo voor een Spanjaard wordt aangezien, was nooit eerder gebeurd. Hoe herkennen ze toch zo snel de guiri* in me? Een enkele keer vragen mensen me in het voorbijgaan de weg, maar als ik ze dan aankijk, merk ik dat ze er onmiddellijk spijt van hebben daarvoor mij te hebben aangesproken. 

Maar laatst liep ik na een lange wandeling richting centrum door een straatje dat onderdeel vormt van El Camino de Santiago. Een oudere vrouw met een brief in haar hand stond in een deuropening.  
‘¿Meneer, kunt u me helpen? Ik heb deze brief gekregen en ik begrijp er helemaal niets van.’ 
Het was haar maandelijkse rekening van het waterbedrijf, zo te zien, met een hoop cijfers en specificaties. Ik wachtte even tot ze zou inzien dat ze met een buitenlander te maken had, maar nee, ze bleef herhalen dat ze er helemaal niets van begreep. Ik deed een halfslachtige poging een en ander te verduidelijken.
‘Het is de maandelijkse rekening van het water. Kijk, hier staat wat u verbruikt heeft en dat is geloof ik het tarief en verder weet ik het ook niet helemaal.’
Hoofdschuddend luisterde ze naar mijn uitleg en fluisterde:
‘Ik begrijp er niets van.’

Toen kwam het moment van redding. Een jonger echtpaar kwam uit het huis naast het hare. Dat waren haar buren, klaarblijkelijk, want ze groetten haar vriendelijk.
‘Goedemorgen mevrouw Fernández!’
Tot mijn ontzetting zette mevrouw Fernández het gesprek over de waterrekening niet met haar buren voort, maar groette kort terug en wachtte zo te zien ongeduldig tot het tweetal zich had verwijderd om zich daarna weer tot mij te richten:
‘Ik snap niets van deze brief. ¿Weet u wat ik nu moet doen?’

Ik probeerde nog wat duidelijkheid in de informatie te scheppen en wees haar ten slotte op het telefoonnummer dat onderaan de brief stond voor eventuele vragen. Daarna namen we afscheid. Toen ik achteromkeek, zag ik dat ze nog steeds hoofdschuddend met de brief in haar hand voor haar deur stond. Zou ze staan te wachten op een volgende onnozele voorbijganger, gewoon om een beetje aanspraak te hebben? Nee, natuurlijk niet. Ze stond daar al die nuttige informatie die ze van een echte Berciano had gekregen te verwerken. Tevreden liep ik naar huis.

*guiri: de typische buitenlandse toerist, het liefst met een verbrand voorhoofd, een korte broek en knokige knieën.



vrijdag 25 oktober 2019

In Nederland wordt er nu eenmaal veel gefokt

Langzamerhand word ik steeds meer een online leraar Nederlands (hoort, zegt het voort) in plaats van een leraar Engels aan huis. Best lekker hoor, je eigen taal onderwijzen, al valt het soms niet mee uit te leggen waarom je iets op een bepaalde manier zegt in je moedertaal. Je zegt het nu eenmaal altijd zo.

Tijdens mijn eerste lessen Nederlands, overigens nog niet online, viel me op dat de Nederlandse spellingsregels wel een stuk duidelijker zijn dan de Engelse. Mijn Spaanstalige studenten Nederlands kon ik ten minste gewoon vertellen: ‘De combinatie van de letters oe is als die van jullie letter u: het is de koeoeoe, en dat is ook het geluid dat de koe maakt: boeoeoe.’ Verbaasd keken ze me aan. ‘De koe zegt muuu,’ zeiden ze, maar gelukkig dus wel met dezelfde oe-klank. Meer problemen hadden ze met de klanken ei, ui, eu en au, die niet in het Spaans bestaan, hoewel de kat hier wel degelijk miau zegt, maar daarbij de a en de u apart lijkt uit te spreken. (zie ook mijn uiterst professionele instructievideo over klinkers: HIER)

Waar het Nederlands lastig wordt, is bij de woordvolgorde. ‘Als je de zin niet begint met het onderwerp, komt er meestal eerst het werkwoord en dan de persoonsvorm, zoals in de zin Morgen gaat het regenen,’ zeg ik dan. ‘Het is in het Nederlands net alsof er altijd een vraag gesteld wordt,’ zei iemand me eens. En wat echt vreselijk voor buitenlanders is zijn al die kleine woordjes die nauwelijks vertaald kunnen worden, zoals in de zin: Het is nu eenmaal zo. Hoezo nu? Hoezo eenmaal? Het is bijna altijd nu eenmaal zo!

Als de lessen iets te langdradig dreigen te worden, begin ik over grappige verschijnselen in onze taal, zoals bijvoorbeeld het gebruik van de Engelse leenwoorden downloaden, computeren en racen, waarbij we de Engelse spelling hebben behouden, maar wel de Nederlandse grammaticaregels hanteren. Aan mijn Spaanstalige studenten leg ik uit hoe een conversatie op kantoor in hun taal zou klinken:
- Voy a downloadir el archivo, ahora que estoy computerando.
- No hace falta, ya lo he downloadido.
(Ik ga het bestand downloaden nu ik toch aan het computeren ben. Hoeft niet, ik heb het al gedownload.)
Dat levert meestal wel een klein lachje op en zoals bekend: met een glimlach op de lippen is het gemakkelijker leren.

En als het geworstel met die moeilijke taal met die onmogelijke uitspraak echt te vermoeiend wordt, kom ik met anekdotes over werkwoord fokken op de proppen, altijd goed voor een vrolijke noot. Ik vertel dan dat er veel achternamen gebaseerd zijn op beroepen, zoals Bakker of Molenaar, en dat dus ook veel mensen Fokkema of Fokker heten, omdat er nu eenmaal veel gefokt wordt in Nederland. Natuurlijk vertel ik over onze vliegmaatschappij Fokker, waarvan de naam bij Engelstaligen toch vreemde associaties zou moeten opwekken. Of ik vertel de bekende anekdote, misschien wel nooit gebeurd, over die niet zo goed Engels sprekende Nederlandse boer die naar een landbouwcongres in de VS ging en daar luidkeels verkondigde: ‘Hello everybody, I’m a cow fokker.’

Enfin, straks heb ik weer een online les. Ik wil de verleden tijd van de regelmatige werkwoorden behandelen. Ik denk dat ik toch het fokschaap maar weer van stal haal.



maandag 31 maart 2014

Spaans, een wereldtaal



Op de lijstjes van meest gesproken talen ter wereld wordt de eerste plaats onbetwist ingenomen door het Mandarijn. De heftige strijd om het zilver en brons gaat tussen het Spaans en het Engels, waarbij het Spaans met een opmars bezig is, vooral in één van de bastions van het Engels: de VS. Veel Spanjaarden zullen halsreikend uitkijken naar het  moment dat het Spaans het Engels zal vervangen als meest gebruikte taal op het internet en in de diplomatieke wereld. Kunnen ze eindelijk eens ophouden met die lessen bij al die taalacademies en privédocenten. Sterker nog, als het Spaans het Engels van de troon stoot als belangrijkste internationale taal kan dat zeer gunstige gevolgen hebben voor de Spaanse economie. Spanjaarden zouden overal in de wereld aan de slag kunnen gaan als docent, de Spaanse uitgeverijen zouden hun oplages aan leerboeken aanzienlijk zien stijgen en vanuit de hele wereld zouden nog meer mensen naar Spanje komen om de taal perfect te leren spreken.

Maar is het Spaans ook geschikt om te fungeren als internationale taal? Natuurlijk. Zeker vergeleken met het Engels. Het grote nadeel van het Engels is de spelling. Het is een bekend rijtje: to, two en too. Je zegt hetzelfde, maar toch schrijf je het verschillend. En dan deze drie: tough, though, through. Met geen mogelijkheid is te zeggen hoe je de lettercombinatie ough uit moet spreken. De soms bijna absurde spelling vormt een zinloze barrière voor hetgeen waarvoor de geschreven taal bedoeld is: het uitwisselen van ideeën en gevoelens.

En het Spaans dan? De spelling van het Spaans is volkomen logisch, tenminste, als je de regels eenmaal hebt aanvaard. Die regels zelf zijn natuurlijk nergens op gebaseerd. Zoals deze: als het woord eindigt met een ‘s’, een ‘n’ of een klinker, dan valt het accent op de een-na-laatste lettergreep; in de andere gevallen valt het accent op de laatste lettergreep. Maar, beste Engelstaligen, het is in elk geval een regel waar men zich aan houdt. En als er van wordt afgeweken, nou, dan geven ze met een streepje aan waar het accent dan wel dient te vallen: ¿está claro? Zoiets als het nationale dictee zou in Spanje onmogelijk zijn. Veel te veel mensen zouden nul fouten hebben, tenminste, als de voorlezer duidelijk articuleert. Lees ik de tekst voor, dan zouden zich kleine onduidelijkheidjes voor kunnen doen. (¿Qué? ¿Doce? ¿Dos?).

De spelling van het Spaans wordt bewaakt door de Real Academia Española. Bij de laatste taalhervorming werd onder andere de naam van het land Qatar veranderd in Catar. De regel is nu eenmaal dat een k-klank wordt weergegeven met een ‘c’, behalve als de daaropvolgende letter een ‘e’ of een ‘i’ is, dan wordt de k-klank weergegeven met de combinatie ‘qu’, zoals in het woord queso. Logisch toch? De verandering van Qatar in Catar bracht,  zoals zo vaak bij taalhervormingen,  een storm van kritiek teweeg. Zelfs de door mij zo gewaardeerde schrijver Javier Marías sprak er schande van. Maar dit keer was ik het niet met hem eens. Spelling moet volgens de regels zijn. Niet de ene keer zus en dan weer zo, want anders creëer je spellingsmonsters zoals het Engels of het Nederlands.

Heeft het Spaans dan geen nadelen? Natuurlijk wel. Al die tildes maken het snel typen van een Spaanse tekst lastig, zeker op een computer of een mobiele telefoon.  En verder zijn er wat kleine dingetjes. Waar ze bijvoorbeeld eens mee op zouden moeten houden is van wijn zeggen dat die 14 graden is. De eerste keer dat iemand dat zei was ik echt verbaasd. Hoe weten ze zo precies de temperatuur? Maar nu zeg ik net als de Spanjaarden graden als ik het heb over het alcoholpercentage. Dat is gewoon even wennen.

En het Spaans heeft vaak meer woorden nodig dan het Engels. De taal lijkt bombastischer. Daarom heb ik een voorstel voor de komende taalhervorming. Normaalgesproken worden handelingen die dagelijks worden uitgevoerd weergegeven met korte werkwoorden: eten, drinken en slapen. Dus, beste dames en heren van de Real Academia Española, waarom verzinnen jullie niet een mooi kort werkwoord voor zoiets eenvoudigs als jaknikken? Nu heet dat: mover con la cabeza afirmativamente (het hoofd bevestigend bewegen). Omdat deze handeling zo vaak wordt uitgevoerd, pakken Spaanse teksten langer uit dan Engelse of Nederlandse teksten met een gelijke strekking. Ik ben ervan overtuigd dat alle mensen die geregeld vanuit of naar het Spaans vertalen bij het lezen van deze Brief uit El Bierzo instemmend hun hoofd op een bevestigende manier heen-en-weer bewegen.