Posts tonen met het label guiri. Alle posts tonen
Posts tonen met het label guiri. Alle posts tonen

vrijdag 18 oktober 2024

De creatieve kracht van verveling

Ik zit met Ana aan het avondeten, la cena, zoals ze hier zeggen. We doen dat voor Spaanse begrippen vroeg; la cena vóór negen uur ’s avonds kan eigenlijk niet; dat is voor guiris (scheldnaam voor toeristen). 

We raken aan de praat over de serie die we aan het volgen zijn via Filmin, een Spaanse streamingsdienst. 
In de serie zit de politie achter een groep ontvoerders aan. Als er ergens een explosie klinkt, meten ze hoeveel verschil er is tussen het geluid dat zij direct horen en dat zij via de Skype-verbinding horen, en zo weten zij de ontvoerders te lokaliseren.

‘Dat is een sterk verhaal, ¿vind je niet?’ zegt Ana.
‘Wel een beetje, maar ik heb vroeger van mijn vader geleerd om te berekenen hoever een blikseminslag van je verwijderd is met behulp van de snelheid van het geluid.’
‘¿Echt?’
‘Ja, het geluid reist met ongeveer 1 kilometer per 3 seconden, dus als we een bliksemschicht zagen telden we altijd: “éénentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig…” tot we het geluid van de donder hoorden.
‘¿Waarom met twintig?’
‘Als je “een twee drie” telt, is dat te snel. Ik telde op dezelfde manier als ik wiphonkbal speelde.’

Wiphonkbal heb ik in het Nederlands gezegd, maar ook na een poging tot een vertaling (béisbol de balancín) blijft ze me glazig aankijken. Dus heb ik weer eens wat uit te leggen over mijn jeugd.

‘Als kind wilde ik graag tafelvoetbal spelen, maar dat hadden we niet in huis. 
Dus knipte ik uit een oude schoenendoos twee doeltjes. 
Ook knipte ik wat langwerpige stukjes karton en die vouwde ik doormidden in een hoek van ongeveer 90 graden. Dat waren de spelers. 
De bal was een rond stukje karton met een plakbandje eromheen.
Ik zette twee teams op de tafel en twee doelen aan de tegenoverliggende kanten. De speler die het dichtst bij de bal was mocht schieten of passen. Ik noemde het wipvoetbal.

Maar eigenlijk speelde ik in mijn kindertijd liever honkbal. Ik vertelde mijn broer Willem dat het jammer was dat dat met mijn spel niet mogelijk was omdat de kartonnen spelers niet van honk naar honk konden rennen. 
“Dan moet je tellen”, stelde hij voor. 
“Bijvoorbeeld: na een slag moet het veldteam binnen tien seconden de bal in het doel van het eerste honk spelen, anders is het een honkslag.” En zo speelde ik vaak wiphonkbal en telde ik “eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig …”’

‘¿Speelde je helemaal alleen?’ vraagt Ana.
‘Vaak wel. Ik herinner me dat een buurvrouw die op visite was een tijdje naar me stond te kijken hoe ik daar in de weer was met kartonnetjes en de hele tijd “eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig” mompelde. En dat terwijl er helemaal geen onweersbui in de buurt was. Zij vond me maar een merkwaardig ventje. 
Maar later kwam mijn buurjongen Henny wel eens bij me langs om mee te spelen. Hij had zijn eigen team gemaakt. 
Het vreemde was dat mijn spelers in de loop van de tijd een soort karakter kregen. Ik raakte op sommigen gesteld. Het werden mijn kartonnen vriendjes. 

‘Wat een interessant verhaal,’ zegt Ana. ‘Als er toen videospelletjes waren geweest als Playstation had je nooit dat spel gemaakt.’
‘En als het in Nederland altijd mooi weer was geweest, zouden we vaker buiten spelen. Wiphonkbal was het resultaat van de creatieve kracht van verveling.’

Deze brief is ook als video uitgebracht. Klik HIER

zondag 6 augustus 2023

Eindelijk!

Eindelijk ben ik voor een Spanjaard aangezien! Nou was dat niet voor het eerst. Maar die eerste keer telt niet helemaal mee, want dat was in het buitenland, tijdens onze huwelijksreis in Vietnam. Toen een receptioniste van een hotel in Hanoi me vroeg waar ik woonde en ik trots antwoordde met ‘Spain,’ riep ze enthousiast: 
‘You’re Spanish! I love Spain!! I love Cristiano Ronaldo!!!’ 
In elk geval vond zij mij net zo Spaans als Cristiano Ronaldo, met wie ik overigens sowieso vrij veel dingen gemeen heb.

Maar dat ik hier in El Bierzo voor een Spanjaard wordt aangezien, was nooit eerder gebeurd. Hoe herkennen ze toch zo snel de guiri* in me? Een enkele keer vragen mensen me in het voorbijgaan de weg, maar als ik ze dan aankijk, merk ik dat ze er onmiddellijk spijt van hebben daarvoor mij te hebben aangesproken. 

Maar laatst liep ik na een lange wandeling richting centrum door een straatje dat onderdeel vormt van El Camino de Santiago. Een oudere vrouw met een brief in haar hand stond in een deuropening.  
‘¿Meneer, kunt u me helpen? Ik heb deze brief gekregen en ik begrijp er helemaal niets van.’ 
Het was haar maandelijkse rekening van het waterbedrijf, zo te zien, met een hoop cijfers en specificaties. Ik wachtte even tot ze zou inzien dat ze met een buitenlander te maken had, maar nee, ze bleef herhalen dat ze er helemaal niets van begreep. Ik deed een halfslachtige poging een en ander te verduidelijken.
‘Het is de maandelijkse rekening van het water. Kijk, hier staat wat u verbruikt heeft en dat is geloof ik het tarief en verder weet ik het ook niet helemaal.’
Hoofdschuddend luisterde ze naar mijn uitleg en fluisterde:
‘Ik begrijp er niets van.’

Toen kwam het moment van redding. Een jonger echtpaar kwam uit het huis naast het hare. Dat waren haar buren, klaarblijkelijk, want ze groetten haar vriendelijk.
‘Goedemorgen mevrouw Fernández!’
Tot mijn ontzetting zette mevrouw Fernández het gesprek over de waterrekening niet met haar buren voort, maar groette kort terug en wachtte zo te zien ongeduldig tot het tweetal zich had verwijderd om zich daarna weer tot mij te richten:
‘Ik snap niets van deze brief. ¿Weet u wat ik nu moet doen?’

Ik probeerde nog wat duidelijkheid in de informatie te scheppen en wees haar ten slotte op het telefoonnummer dat onderaan de brief stond voor eventuele vragen. Daarna namen we afscheid. Toen ik achteromkeek, zag ik dat ze nog steeds hoofdschuddend met de brief in haar hand voor haar deur stond. Zou ze staan te wachten op een volgende onnozele voorbijganger, gewoon om een beetje aanspraak te hebben? Nee, natuurlijk niet. Ze stond daar al die nuttige informatie die ze van een echte Berciano had gekregen te verwerken. Tevreden liep ik naar huis.

*guiri: de typische buitenlandse toerist, het liefst met een verbrand voorhoofd, een korte broek en knokige knieën.



zaterdag 8 juli 2023

Maar niet in mijn wijngaard!!

‘Ik zoek een lekkere rode wijn, jong en zacht, uit El Bierzo natuurlijk. ¿Welke kun je me aanraden?’
De eigenaar van de onvolprezen wijnwinkel El Salgueral kijkt even aarzelend langs zijn uitgebreide collectie en trekt dan een fles van een plank. Cepall. Een uitstekende keus, weet ik.

Terwijl ik afreken, valt mijn oog op een stapeltje folders dat op een leeg wijnvat ligt. De wijnverkoper ziet dat.
‘Pak er maar een; het is over de megaprojecten van de alternatieve energie die ze in El Bierzo willen uitvoeren. De winkeliersvereniging van het historische centrum verklaart zich daartegen.’ 
Even twijfel ik of ik iets ga zeggen. Ik ben een overtuigd voorstander van de energietransitie. Maar het onderwerp ligt hier gevoelig. Ik pak de bovenste folder van de stapel en zeg:
‘Ik zal het lezen.’ 

Terwijl ik met mijn boodschappentas om mijn schouder van het historische centrum naar mijn eigen wijk afdaal, probeer ik me te bedenken waarom nu juist windturbines en zonnepanelen zoveel weerstand oproepen. Er zijn zelfs mensen die in staat zijn zich te ergeren aan wind- of zonneparken terwijl ze met hun benzineauto met een snelheid van 120 140 km/uur over een vierbaanssnelweg door het landschap razen. Natuurlijk, ze zijn niet mooi, maar dat geldt wel voor meer noodzakelijke installaties. En het belang van de energietransitie is in dit hete en droge jaar met zelfs rookoverlast door bosbranden in Canada eens te meer duidelijk. 

Eenmaal thuis lees ik de folder nog voor ik de boodschappen heb uitgepakt. Ze zijn niet tegen de energietransitie, staat er, maar wel tegen het plan om in het wijngebied grote zonneparken te installeren. En dat om de toeristische waarde van het gebied niet aan te tasten. Daar kan ik me wel in vinden. 

Het staat buiten kijf dat er goed moet worden nagedacht over waar de zonne- en windparken komen. Daar waar de landbouw nu al te veel water aan de omgeving onttrekt zouden zonneparken een welkome aanvulling van het inkomen van boeren kunnen vormen. Hier in El Bierzo zijn er genoeg kale winderige bergruggen waar je prima windturbines zou kunnen plaatsen zonder dat het een al te grote invloed heeft op de landbouw, de natuur en het toerisme. 

Wie aan dat laatste twijfelt, raad ik aan eens een bezoek te brengen aan het mooie dorpje San Facundo, hier in El Bierzo. Daar kun je een fantastische rondwandeling maken langs lommerrijke beekjes en daarna een duik nemen in het ijskoude water van een goed onderhouden rivierstrand. Vervolgens neem je plaats in de tuin van het lokale restaurant. En ondertussen, ergens boven je op de bergrug, produceren windturbines de energie die nodig is voor het koelen van de biertjes en het bereiden van de maaltijd die je gaat bestellen.
'Geniet van San Facundo zonder auto's'
Op de achtergrond op de berg:
drie windturbines




dinsdag 7 februari 2023

Pelgrim voor een dag

Zaterdag 4 februari. Het is schitterend winterweer. ’s Nachts vriest het. Overdag schijnt de zon. Ik ga een etappe van El Camino de Santiago lopen. Gewoon van huis uit naar het mooie dorp Villafranca. Thuis voor de spiegel maak ik nog even een zelfie.
Eigenlijk had ik een andere etappe willen lopen. Met de bus naar Villafranca en daarvandaan lopend, door de sneeuw, naar het hooggelegen O Cebreiro. Daar dan slapen in de pelgrimsherberg. Maar het kan niet. Toen ik gister mijn grote rugzak uit de kelder haalde, liet ik een spoor van vieze zwarte korreltjes achter. Mijn goeie ouwe trouwe rugzak, waarmee ik zoveel avonturen had beleefd, was aan de achterkant aan het vergaan. Ik probeerde het nog te herstellen en schoon te maken. Mijn goeie ouwe trouwe rugzak ligt nu te drogen op balkon. 
In mijn kleine rugzakje past geen slaapzak, handdoek en extra schoenen. Dus dan maar de iets minder spectaculaire etappe lopen van Ponferrada naar Villafranca. En dan met de bus terug. 

Het is niet echt het pelgrimsseizoen. In het begin haal ik een paar zwaarbepakte Amerikanen in. Zij zijn druk aan het praten over financiële markten, zo vang ik op. Maar zodra ik de buitenwijken van Ponferrada verlaat, ben ik volkomen alleen. ‘Buen camino’, zeggen bijna alle Spanjaarden die ik tegenkom.

Wat me opvalt is dat er opeens heel veel koperwieken in El Bierzo zijn. Die heb ik hier nog niet eerder gezien. In Nederland zijn dat wintergasten. Hier dus blijkbaar ook. Voor de mensen die niet weten hoe een koperwiek eruitziet, maak ik een foto van het dier.
In het dorp Cacabelos neem ik een korte pauze op een terras. Ik besluit een tonic met een stuk tortilla te bestellen. Het is een van de beste tortilla’s die ik de laatste tijd heb gegeten. Nog een beetje rauw vanbinnen. Heerlijk. Dat zeg ik ook tegen de vrouw van de bar. ‘Natuurlijk,’ zegt ze met gepaste trots, ‘ik maak ze elke ochtend vers.’
Het is winter maar toch ook lente. De lammetjes staan al in de wei. De temperatuur loopt op. De jas gaat uit.
Ik loop door de wijngaarden. De bodega’s hebben hun naam op borden bij hun velden gezet. Het lijkt soms een beetje alsof de wijnstokken met elkaar dansen, hand in hand in een lange rij.
De route gaat door Valtuille de Arriba. Ondanks dat hier volop wijn wordt geproduceerd, is het dorp half verlaten en vervallen. Maar er zijn toch ook enkele huisjes mooi gerestaureerd. 
Als ik het witte huisje met de drie pijnbomen zie, weet ik dat het niet ver meer is. Herinneringen komen boven. Hier waren Ana en ik ooit bij een hipsterfeest met veel dans en wijn. We sliepen toen op een camping vlakbij.
En daar is Villafranca. La Puerta de Perdón van de Iglesia de Santiago. Hier kunnen pelgrims die door ziekte of blessures Santiago de Compostela niet halen toch al vergeving van hun zonden krijgen. Santiago ga ik niet halen. Mijn voeten doen nu al pijn. Maar veel gezondigd heb ik ook niet de laatste tijd.
Mooi op tijd in Villafranca om de bus van vijf uur te halen en nog even wat te nuttigen op het plein. De pils is dik verdiend en daar eet ik een kom Caldo Berciano bij. De plaatselijke soep met aardappelen en kool. Ik voel me loom en voldaan. Het was een prachtige tocht. 


 


 
 


 



vrijdag 11 november 2022

Prik prik

Terwijl ik dit schrijf, beginnen mijn beide armen pijn te doen. Het is een bekende bijwerking van de vaccinaties. Vandaag kreeg ik mijn vierde covid-prik en, omdat ik nu toch eenmaal op de priklocatie was, een griepprik. 

Bij toeval kwam ik er een paar dagen geleden achter dat ik vandaag gevaccineerd kon worden. Er was weinig ruchtbaarheid gegeven aan deze campagne. Omdat ik hoorde dat in Nederland iedereen al de vierde prik kon krijgen, keek ik eens op de app van de gezondheidszorg hier. En daar stond het, donderdag 10 november van 8 tot 13 uur konden mensen tussen de 60 en 64 jaar oud de herhaalprik komen halen. De locatie was een tent bij het ziekenhuis van El Bierzo, stond er. Ik kon via de app de afspraak plannen tussen 10 en 11 uur.

Gisteren zag ik tot mijn vreugde dat het vandaag mooi weer zou worden. Zo zou ik op de fiets naar het ziekenhuis kunnen gaan, wat aanzienlijk sneller zou gaan dan de bus of lopen. Toen ik dat bij het avondeten aan Ana vertelde, reageerde ze enthousiast. 
‘Dan ga ik je brengen met de auto.’ 
‘Dat hoeft niet hoor, ik ga wel op de fiets of met de bus.’ 
‘Doe niet zo gek, ik haal je om tien uur op en na afloop gaan we gezellig een kopje koffie drinken.’

En zo reden we vanmorgen naar het ziekenhuis. Het was bij het ziekenhuis enorm druk met auto’s. Ze stonden overal geparkeerd. We reden langs het hospitaal in de richting van de priklocatie. Iemand stond het verkeer te regelen. ‘¿Covid?’ vroegen we door het raam. Hij haalde een lint weg en gebaarde dat we daar in moesten rijden. We zigzagden met de auto tussen twee lange linten, net zoals dat gebeurt bij lange rijen op een vliegveld. Het was een drive-in-priklocatie. Een kleine rij met auto’s stond al te wachten. Natuurlijk maakten we foto’s. Dit was uniek. Het verschijnsel ‘drive-in’ was tot nu toe aan mij voorbijgegaan. 
Ik hoefde niet uit te stappen. Het prikken gebeurde door het raam. 
Voor de linkerarm moest ik wel een vreemde beweging maken naar het raam toe, waardoor ik denk dat ik aan die kant wat meer pijn zal krijgen.
Toen we in een bar aan de koffie zaten, vertelde ik Ana dat ik de volgende keer misschien toch op de fiets zou gaan. 
‘¿Waarom? ¿Dit is toch gezellig?’ 
‘Nou, voor de foto. Een Nederlandse guiri op de fiets wachtend in een rij auto’s, dat zou het perfecte plaatje opleveren zijn voor mijn blogs.’
‘Maar dan zou er niemand zijn die die foto van je zou kunnen maken.’
‘Da’s waar.’
Terwijl we onze koffie dronken, praatten we verder over waar we dit weekend zouden gaan wandelen en eten. 

vrijdag 15 oktober 2021

Oproep aan alle bareigenaren (M/V) van Ponferrada

Het was altijd zo lekker. Op een zeker moment ‘s ochtends even naar buiten naar een van de vele cafés die Ponferrada rijk is om daar in de krant te bladeren, af en toe een artikel te lezen en dat allemaal onder het genot van een kopje koffie tegen een voor Nederlandse begrippen onmogelijk lage prijs van tussen de € 1,10 en € 1,30. En dat altijd met een stukje cake, een churro of een stukje stokbrood met tortilla erbij. Al voor corona kwam daar een beetje de klad in. Cafés begonnen te bezuinigen op de kranten. El País, de krant die ik het liefst lees, verdween uit de meeste kroegen. De keuze was vaak tussen het gemopper op de linkse regering van El Mundo, het lokale nieuws van El Diario de León en de onvermijdelijke voetbalblaadjes. 

Toen we na de lockdown allemaal weer naar buiten gingen en zelfs op de terrassen van de cafés mochten zitten, dat was in de zomer van 2020, bleken de kranten helemaal uit de cafés verdwenen te zijn. De besmettingen zouden via gedeelde kranten immers overgedragen kunnen worden. Later werd duidelijk dat de besmettingen niet zozeer via de handen, maar vooral toch door de lucht plaatsvonden. Toch kwamen de kranten maar mondjesmaat terug. Ik geloof dat de meeste kroegeigenaren het zo wel mooi vonden. Ze hadden veel inkomsten gederfd tijdens de pandemie en de abonnementen op kranten zijn natuurlijk een kostenpost. Maar mijn eigen gedrag veranderde. Geen krantje? Nou, dan ga ik ook niet in mijn eentje buiten de deur een kop koffie drinken en daarbij op mijn mobiel nieuwsberichten lezen. Doe mij een lol; ik tuur al de hele dag naar een scherm als ik online lesgeef, zit te schrijven of me via de sociale media blootstel aan verderfelijke algoritmes. Dan koop ik liever een krant in een van de weinige overgebleven kiosken en zet ik thuis een bakkie koffie.

Ik ken nu welgeteld twee cafés in Ponferrada met papieren kranten. Nee, ik ga niet zeggen welke dat zijn, want dan gaat iedereen daarheen om lekker te lezen en het is zo al moeilijk genoeg om een krantje te bemachtigen. Beste kroegeigenaren van Ponferrada, leg alsjeblieft een stapeltje kranten op de vensterbank neer. Deze guiri* is in dat geval bereid maar liefst 10 cent meer te betalen voor een kopje koffie met een hapje erbij. 

* Guiri: scheldnaam voor de typische Noord-Europese toerist.

Een café met kranten


woensdag 13 januari 2021

Jezelf tegenkomen

Het gebeurde afgelopen week op El Pajariel. Tijdens een mooie winterwandeling belandde ik in een dennenbos waarin staartmezen druk kwetterend heen en weer vlogen. Een zwetende hardloper kwam omhoog gerend, wat de staartmezen naar hogere takken deed vluchten. De hardloper was zich daar niet van bewust; het blik op oneindig en het verstand op nul. En toen dacht ik: ‘Wat een idioot!’

Onmiddellijk begon ik deze negatieve gedachtegang met redenen te omkleden. Die gast is blind voor de natuur om zich heen. Hardlopers zijn doodlopers. Maar heel eerlijk gezegd was het nog maar een paar jaar geleden dat ik het zelf hijgend El Pajariel omhoog rende, onderwijl hoofdschuddend nagestaard door bedaarde wandelaars.

Ik wil beslist niet lijken op de afvallige die, eenmaal van zijn godsdienst of ideologie bevrijd, niets anders doet dan afgeven op wat hij zelf zo ijverig beleden heeft. Of zo iemand die na jarenlang roken of het drinken van alcohol opeens verandert in een fundamentalistische predikant van de gezonde levensstijl. Hardlopen kan heerlijk zijn. De fysieke inspanning verdrijft boze gedachten. Op de cadans van de stappen kom je soms tot verhelderende inzichten. En je leert je grenzen kennen. Je bouwt doorzettingsvermogen op. Je komt jezelf tegen. 

Maar ik zal niet meer doen aan trailrunning, zoals hardlopen over bergpaden tegenwoordig heet. En vooral niet rennend afdalen. Hooguit een stukje rennen in het park langs de rivier, zodra de wandelaars weer onbekommerd zonder mondkapje naar buiten kunnen en je je minder schuldig hoeft te voelen als je met onbedekt gelaat hijgend en zwetend tussen hen door slalomt. 

Het was een knieblessure gevolgd door die hele lange periode van gedwongen nietsdoen tijdens de lockdown die mijn carrière als trailrunner tot een einde hebben gebracht. Jammer, want het was misschien wel de enige sport waar ik echt talent voor leek te hebben. Maar er zijn zat andere dingen om te doen. Gelukkig heeft gebrek aan talent me nog nooit ergens van weerhouden.

Dat betekent dat ik in 2019 aan mijn laatste carrera de la montaña, een omloop door de bergen, heb meegedaan. Het was die van het beeldschone dorpje Balboa in Los Ancares, de bergen in het noordwesten van El Bierzo. Het parcours was prachtig. Door bossen, langs beekjes, soms door de modder van zo’n beek. Maar het bleef maar bergop en bergaf gaan. Toen ik uitgeput met een pijnlijke knie bij de voorlaatste stop aankwam, dacht ik dat ik er al bijna was. Maar de mensen wezen me aan hoe ik verder moest. Steil omhoog. Ik dronk wat uit een klaargezet plastic bekertje, dat ijskoude mierzoete Aquarius bleek te bevatten in plaats van water. Zelf denk ik dat dat de oorzaak was van mijn latere misselijkheid. Mijn vrienden houden het erop dat het parcours voor mij iets te zwaar was en dat ik mijn aankomst niet had moeten vieren met wat pilsjes. Toen we met alle andere renners in de rij stonden voor een portie paella die in een enorme paellapan was klaargemaakt, ging ik twee keer achter elkaar over mijn nek. En op de terugweg, terwijl mijn vriend Simon stond te tanken, nog een paar keer bij het benzinestation. Thuis aangekomen ging ik onder de wol en pas nu een paar uurtjes kon ik weer iets eten. En toch was het een fantastische dag! Maar wel de dag dat ik, zonder het te weten, afscheid nam van het rennen in de bergen. Denk ik. 






zondag 20 december 2020

De verleden tijd van komkommer

Het is een paar dagen voor Kerstmis. Ponferrada is deze morgen gehuld in mist, zoals in deze tijd van het jaar zo vaak het geval is. Voor de boodschappen ga ik dit keer niet ver. La Plaza, de supermarkt, hier in de straat. Daar hebben ze van alles en bovendien geweldig personeel dat je je thuis doet voelen. De kassière Eva groet me luidkeels zodra ik een voet binnen zet. ‘¡Hola Rolán!’  ‘¡Hola Eva!’  antwoord ik, waarbij ik letter v niet uitspreek als een b, zoals in het Spaans hoort, maar met een vette Amsterdamse f. Je bent nu eenmaal de buurtguiri of niet.

Ik trek mijn handschoenen aan en ontsmet deze met de gel die aan de muur hangt. Dan zet ik mijn bril op. Die zet ik tegenwoordig namelijk buiten af omdat deze, zeker met dit mistige weer, in combinatie met een mondkapje beslaat. Met een klein handzaam winkelkarretje loop ik naar de groenteafdeling. Pepino holandés, lees ik. Nederlandse komkommer. 

Wat raar. Niemand hier eet die toch zeker? Zijn die hier speciaal voor mij neergelegd? Ik lees op het etiket de herkomst. España. Nou vind ik eerlijk gezegd het type komkommers dat we in Nederland eten lekkerder dan de zo droge Spaanse komkommers. De komkommersalade die we vroeger vaak thuis aten, met fijngesneden uitjes en een beetje azijn, olie en wat peper, is heerlijk. Uit nostalgische overwegingen steek ik de komkommer in het karretje. 

Eenmaal thuis besluit ik nog wat informatie over de Nederlandse komkommers van Spaanse bodem te zoeken. Ik google pepinos holandeses en stuit op diverse artikelen over boerenprotesten in Andalusië tegen de lage prijzen van onder andere de in Spanje gekweekte Nederlandse komkommers, die ze nog niet aan de straatstenen kwijt kunnen. Als om het tegendeel te bewijzen toont een foto  hoe de komkommers door de woedende boeren op straat worden gegooid. 

Eén van de oorzaken van de lage prijzen zijn de ultramoderne kassen in Nederland. Daar worden tegenwoordig het hele jaar door komkommers geproduceerd, waartegen de Andalusische boeren, met hun kassen gemaakt van plastic, onmogelijk kunnen concurreren. De export naar Nederland en Duitsland is stilgevallen. Dat verklaart natuurlijk waarom de komkommers opeens in een buurtsuper in Ponferrada verschijnen. 

Dan begint het me ook een beetje te dagen waarom er in El País zo’n groot artikel had gestaan getiteld: 'Nederland: naar het leiderschap en de wereldwijde verspreiding van de circulaire landbouw', waarin hoog werd opgegeven van de Nederlandse agrarische productiemethodes, waarbij in de Nederlandse kassen een volledig circulaire landbouw wordt bedreven. (HIER een link naar het artikel in het Spaans)


Boven het artikel staat groot: Publicidad. Betaalt de Nederlandse regering een campagne om dit initiatief in Spanje bekendheid te geven? Waarom? Misschien om het imago van Nederland, dat de laatste jaren best wel wat knauwen heeft gekregen, een beetje op te poetsen nu boerenprotesten zich richten tegen de Nederlandse telers? Maar dan hadden ze het woord leiderschap beter kunnen weglaten . Een beetje minder arrogantie, por favor.

Ik besluit de Spaanse schrijver van het publiciteitsartikel te googlen. Ik vind hem op Facebook en stel hem via de chatbox deze vraag:  ¿Waarom wil de Nederlandse overheid dat de lezers van El País weten dat Nederland een hoofdrol gaat spelen bij de innovatie van de landbouw? Tot mijn verbazing reageert hij bijna onmiddellijk. ‘Het gaat om een voorbeeld van hoe men de zaken goed kan aanpakken op dit gebied en internationaal kan samenwerken. Dat is het doel.’ Niet veel wijzer bedank ik hem voor zijn snelle reactie, Ik ga naar de keuken en begin een Nederlandse komkommersalade klaar te maken. Net als vroeger. En ik moet onwillekeurig denken aan dat grappige raadseltje uit mijn jeugd: Wat is de verleden tijd van komkommer?


zondag 2 augustus 2020

De Slapende Vrouw

Ondanks het mannelijke lidwoord ‘El’ in de naam, heb ik de streek El Bierzo altijd geassocieerd met een vrouw. Dat is heus niet alleen omdat mijn vrouw uit de streek komt, al is ze, zoals ze hier zeggen, een Berciana van de pure wijnstok (de pura cepa) 

Dat ik El Bierzo met een vrouw associeer heeft alles te maken met de vorm van de bergketen aan de zuidkant van onze streek. Tijdens een van onze eerste autoritten tussen haar geboortedorp Bembibre en onze woonplaats Ponferrada wees mijn vrouw me erop, zoals haar vader haar als kind er zo vaak op gewezen had. In de silhouetten van de bergen aan de zuidkant van El Bierzo valt een slapende vrouw te herkennen. Aanvankelijk kostte het me moeite, maar toen ik het eenmaal zag, moest ik er elke keer als we daar reden naar kijken: de lange haren achter haar hoofd gedrapeerd, een tot onder haar borsten opgetrokken deken die haar buikje, de benen en de voeten bedekt.


Natuurlijk ben ik een paar keer bij haar op bezoek geweest, daar bovenop de bergen. Van dichtbij blijkt De Slapende Vrouw te bestaan uit ruwe rotspunten en met ongenaakbare stekelige struiken bedekte hellingen. La Guiana heet de berg die haar voeten vormt, haar borsten zijn de grillige rotsen van Las Peñas de Ferradillo, haar gezicht Las Peñas de Voces en haar naar achteren vallend haar is een langgerekte bergpas die bijna reikt tot Las Medulas.

Maar toen we laatst vanuit de Galicische kust naar Ponferrada terugkeerden, zagen we De Slapende Vrouw vanuit een andere hoek. We schrokken een beetje van haar aanblik. Ze leek nu op haar zij te liggen. Met haar gezicht naar de vallei gekeerd staarde ze met holle ogen wezenloos voor zich uit. Het was een zieltogende vrouw.


Waar van een slapende vrouw, zeker voor een ouder wordende guiri, een zekere rust kan uitgaan, is het slecht nieuws als het symbool van El Bierzo op sterven ligt. Economisch en demografisch gezien is dat met El Bierzo het geval. De streek hoort tot wat ze hier La España vacía noemen, het lege Spanje. De agrarische sector genereert niet veel werkgelegenheid, er is hier geen massaal toerisme en de laatste steenkoolmijnen zijn onlangs gesloten. 

Wellicht is het vooral de mijnbouw geweest die De Slapende Vrouw zo uitgeput heeft. Ze baarde het goud voor de Romeinse munten, leisteen voor de daken en steenkool voor de industrialisatie en de kolencentrales. Na deze vaak zware bevallingen bleven er lelijke littekens achter en verdwenen soms hele stukken berg. Ik heb me laten vertellen dat de rivieren, de dorpen en ook de huizen van Ponferrada in de hoogtijdagen van de steenkool zwartgekleurd waren. De mijnen zorgden voor werkgelegenheid en inkomsten, maar maakte de streek volledig afhankelijk van de steenkoolproductie. Las Médulas, waar de Romeinen een berg ondermijnden en wegspoelden om goud te winnen, is nu een van de belangrijkste monumenten uit de streek. Laten we hopen dat al die mijnschachten en zwarte hopen steenkoolafval ook ooit eens voor educatieve of toeristische doeleinden gebruikt kunnen worden.

Er zijn ook zoveel andere mogelijkheden in deze streek. De natuur is hier uitbundig en vol wilde dieren, waaronder zelfs wolven en beren. De nu nog vervallen dorpen en het historische centrum van Ponferrada hebben toeristische potentie. De grond in de vallei is vruchtbaar en er is wil en kennis aanwezig om hoogwaardige landbouwproducten te maken. De Slapende Vrouw verdient het wakker gekust te worden of, indien noodzakelijk, te worden gereanimeerd. Als we haar beloven dit keer niet zo veel littekens achter te laten, zal ze vast ontwaken. 

De slapende vrouw

Ik heb er ook een liedje over gemaakt. Luister HIER

dinsdag 31 maart 2020

Beste Wopke,

Wopke, Wopke, wat heb je nu toch weer gedaan? Je maakt het leven van een Nederlandse guiri in Spanje een stuk moeilijker met je ongepaste opmerkingen bij de onderhandelingen in de EU over steunfondsen en corona-obligaties. Je zult wel zeggen: ‘Maar zo erg was het toch niet? Ik vroeg gewoon om een rapport met de redenen waarom sommige landen wel financiële buffers hebben opgebouwd (zoals Nederland) en sommige niet (zoals Italië en Spanje).’ Maar zoiets vraag je niet als de nood aan de man is. Of ga je aan alle coronapatiënten ook vragen of ze wel gezond geleefd hebben voordat je ze in het ziekenhuis opneemt? Nu in bijna alle landen de gezondheidszorg dreigt om te vallen en de economie is stilgezet, is dit het moment om eensgezind te voorkomen dat deze crisis volkomen uit de hand loopt. De Nederlandse politici hebben zich toch al onpopulair gemaakt met hun arrogante gedrag tijdens diverse topconferenties over het inzetten van het Europese noodfonds en daar kwam jouw opmerking nog eens bovenop.

De woede hier in Spanje is groot. Los países muy bajos, de wel zeer lage landen, is de titel van een commentaar van één van de belangrijkste columnisten bij de krant El País. Bijna iedereen is het er hier en in Italië over eens dat het Nederland volkomen ontbreekt aan solidariteit en inzet voor de Europese samenwerking. Die corona-obligaties zijn eigenlijk best een goed idee: het voorkomt dat er gespeculeerd kan worden tegen de nationale obligaties zoals dat het geval was in de laatste jaren van de vorige crisis. Het is duidelijk dat de Nederlandse regering de hete adem in de nek voelt van de rechtspopulistische partijen met hun anti-Europaretoriek, maar zeker in deze tijden is een hechtere Europese samenwerking noodzakelijk. Het virus kent geen grenzen en dus zitten alle landen straks in hetzelfde schuitje. De Nederlandse regering moet zich diplomatiek en solidair opstellen in deze moeilijke tijden.

Dat rapport over de oorzaken van de grote verschillen tussen financiële reserves van de lidstaten moeten we in de toekomst maar eens gaan schrijven. Want voor het voortbestaan van de EU is het van belang te weten waarom er zoveel verschil is tussen Noord- en Zuid-Europa als het gaat om werkloosheid, nationaal inkomen, nationale schulden, overheidstekorten en zoveel andere economische indicatoren. Maar dan moeten we het plaatje van alle kanten bekijken. Niet alleen kijken naar de tekortkomingen van anderen, Wopke! Ook Nederland als belastingparadijs meenemen; daar moet jij als minister van Financiën toch alles van weten. En de manier waarop met name Griekenland en Italië geconfronteerd worden met de vluchtelingencrisis. Maar da’s voor later. Op de korte termijn is een Europese oplossing ter voorkoming van een economische crisis noodzakelijk.

Veel beterschap met je christendemocratische moraal!


vrijdag 21 februari 2020

Stem op mij!

Toen in 2018 de rechts-populistische partij Vox bij de verkiezingen van de deelstaat Andalusië voor het eerst een flink aantal zetels wist te bemachtigen, werd ik door Radio Bierzo, waar ik af en toe wat Opiniones de un guiri* mag spuien, gevraagd om daar mijn licht over te laten schijnen. Zo droevig is het al gesteld met het imago van Nederland in het buitenland. Zou je vroeger gevraagd worden voor een gesprek over het droogleggen van polders, het gedoogbeleid van softdrugs of de fiets als alternatief vervoersmiddel, tegenwoordig word je als Nederlander gezien als iemand die wel verstand moet hebben van extreemrechtse bewegingen.

In Nederland hebben we inderdaad al wat langer te maken met diverse rechts-populistische partijen, terwijl het in de huidige Spaanse democratie een nieuw verschijnsel is. Maar zie, sinds kort is Vox niet meer weg te denken uit de Spaanse politiek. Het lijkt vooral het Catalaanse separatisme te zijn dat de partij in zo korte tijd populair heeft gemaakt. Het Spanje van de vlaggen, wordt de aanhang van de nationalistische partijen wel genoemd. Ook hier in Ponferrada hangen her en der nog steeds wat verbleekte Spaanse vlaggen uit de ramen, die daar werden opgehangen toen in Catalonië het referendum over de onafhankelijkheid werd georganiseerd.

De rechtspopulisten van Vox hebben programmatisch veel gemeen met de Nederlandse populisten van Wilders en Baudet. Ook hier in Spanje richten zij zich tegen immigratie, een verenigd Europa en ‘de elite’, en beweren ze namens ‘het volk’ te spreken. Maar terwijl de Nederlandse populistische partijen niet religieus zijn, is Vox katholiek te noemen. Zo is de partij erg gekant tegen de vrouwenbewegingen en de LGTB-bewegingen, dit in tegenstelling tot de Nederlandse populisten, die meestal, hoewel misschien knarsetandend, de rechten van de vrouwen en homo’s verdedigen. Zij zien in het oprukkende islamisme immers het grootste gevaar voor de Nederlandse samenleving en kunnen het zich derhalve niet veroorloven over vrouwenemancipatie en homoacceptatie dezelfde meningen te verkondigen als de imams in de moskeeën.

Een voorbeeld van het verschil tussen de rechtspopulisten in beide landen is de laatste rel hier in Spanje. Vox wil in de deelstaten waar de regering afhankelijk is van hun steun een pin parental invoeren: een mogelijkheid voor ouders om hun kinderen de toegang te ontzeggen tot bepaalde lessen waarin homoseksualiteit of vrouwenemancipatie behandeld worden. In Nederland zouden het, behalve enkele streng-christelijke ouders, vooral de belijdende moslims zijn die zo’n ouderpin zouden toejuichen. En dus lijkt het mij sterk dat de Baudet of Wilders er een voorstander van zouden zijn.

Overigens zie ik nog een grappige overeenkomst tussen Wilders en één van de leiders van Vox, Ortega Smith. Aan hun moederszijde lijken zij voorouders te hebben die behoren tot de groepen die zij het meest bestrijden. Wilders staat bekend om zijn blondeerde haren. Zonder deze zou hij er misschien, zoals zijn moeder, licht Indisch uitzien, wat iemand die voortdurend ageert tegen immigratie wellicht minder zou uitkomen. En waarschijnlijk zijn er bij zijn voorvaderen moslims te vinden; Indonesië is immers het land met de meeste moslims ter wereld.

Bij Ortega Smith valt zijn Engelse tweede achternaam op (oftewel die van zijn moeder). En juist hij verzet zich enorm tegen de Engelse aanwezigheid in Gibraltar, waar hij ooit een trotse Spaanse vlag plantte. En wat te denken van de tweet over de Falklandoorlog, waarin hij de Argentijnse militairen helden noemt die zich toen verzetten tegen de Engelse invasie (zie helemaal onderaan). Zou zijn anti-Engelse sentiment iets te maken kunnen hebben met plagerijen op school over zijn achternaam en zijn buitenlandse uiterlijk? Hij ziet er met zijn lange lijf nog meer guiri uit dan ik. Sterker nog, vergeleken met hem ben ik een Andalusische flamencodanser.

Iemand met een Engelse achternaam die zich verzet tegen de Britten, iemand van Indonesische afkomst die zich verzet tegen moslims; ik denk dat ik een partij ga oprichten die zich richt tegen kale oude mannen. De kaste van de kalen is de oorzaak van alle problemen! Stem op mij!

*guiri: typische toerist, het liefst met door de zon verbrand voorhoofd.

De tweet van Mr Ortega Smith
'In de zaal van de helden van de Falklandeilanden (Malvinas) van het wapenmuseum in Buenos Aires. Eer en glorie voor degenen die streden om het vaderland te beschermen tegen de Engelse invasie.'

donderdag 5 december 2019

Tien jaar Facebook en nog steeds niet geradicaliseerd

Toen ik nog bij mijn ouders thuis in de Jacob van Arteveldestraat in Amsterdam-West woonde, hadden we op een gegeven moment een schaakcomputer in huis. Mijn vader zette zich met de witte stukken voor het apparaat en opende met een zet die hij ons altijd ontraden had. Verbaasd keek ik hem aan. ‘Met zo’n onverwachte zet maak je de computer in de war,´ verklaarde hij. Ik kon daar niet over uit. ‘Computers raken niet in de war; mensen raken in de war,’ betoogde ik. Met een trotse glimlach won mijn vader vervolgens op overtuigende wijze de partij, wat ik weet aan het lage niveau van het programma dat slechts twee zetten diep dacht.

Maar nu ik ouder word, ga ik toch steeds meer op mijn vader lijken. Ook ik probeer de rekenkracht van een machine te verslaan met onverwachte zetten. Het gaat om de algoritmes van Facebook, waarvan ik vorige week het heuglijke bericht ontving dat ik al tien jaar bij de club was. Om dat te vieren hadden ze een ongelooflijk lelijk filmpje gemaakt met kinderlijke kleuren en een soort lego-figuurtjes die zich tussen enkele van de door mij in de loop van die tien jaar geplaatste foto’s voortbewogen. Nee, ik heb het filmpje niet gedeeld, maar wel nagedacht over het medium en mijn lidmaatschap heroverwogen. Want Facebook ligt onder vuur. Via de hogere wiskunde worden je voorkeuren geanalyseerd en aan de hand daarvan selecteert Facebook de berichten die je te zien krijgt, zodat je altijd bevestigd wordt in je opinies en vooroordelen. Radicalisering ligt op de loer.

Aanvankelijk deed ik daaraan mee. Mensen die mij al te onwelgevallige berichten deelden, ontvriendde ik terstond. Daarna heb ik een tijdje geprobeerd al te onjuiste berichten en nepnieuws te corrigeren. Een Spaanse Facebookvriend die het bericht deelde dat Moslims de viering van de Paasweek (la Semana Santa) op Nederlandse scholen onmogelijk maakten, legde ik uit dat in Nederland de Paasweek sowieso nauwelijks gevierd wordt en al helemaal niet op openbare scholen. Een andere vriend, die een vreemde scheldkanonnade deelde die geschreven zou zijn door Arturo Perez-Reverte, wees ik er fijntjes op dat het stukje niet bepaald in de stijl van deze bekende schrijver was. Dit laatste was overigens pas nadat ik voor de zekerheid even had geverifieerd of het inderdaad niet van hem afkomstig was; je kan maar nooit weten. Maar waarom doet niet iedereen dat? Gewoon even de bron checken voordat je iets plaatst!

Maar ik ben er ook mee opgehouden dit soort commentaren te plaatsen; je maakt er beslist geen Facebookvrienden mee en bovendien lezen de algoritmes mee. Tegenwoordig laat ik de meest vreemde berichten en slogans rustig tot me komen en lees ik ze zelfs, ter lering en vermaak. Het geeft een mooi inkijkje in de denkwereld van de extremistische medemens en de algoritmes raken van slag. Het succes van deze strategie werd me duidelijk toen YouTube een samenvatting van een wedstrijd van Ajax onderbrak voor een reclamefilmpje, waarin een Duitssprekende personal trainer me uitlegde hoe ik moest afvallen. Ze hebben er dus geen idee van wie ik ben! De mens verslaat de machine!

Ondertussen geloof ik nog steeds in zaken als democratie, consensus, overleg, stapje voor stapje de wereld verbeteren en rustig aan, dan breekt het lijntje niet. Ja beste mensen, tien jaar Facebook en nog steeds niet geradicaliseerd. Dat is toch wel een applausje waard! 👏👏👏


donderdag 14 november 2019

Keuzes

Afgelopen zondag, de dag van de nationale Spaanse verkiezingen, heb ik een verkeerde keuze gemaakt. Ik vergiste me.

Het was toen ik met mijn vrouw Ana op weg was naar het stemlokaal in de school om de hoek van onze straat. El Campo de los Judíos heet die school. Dat is een nogal verwarrende naam voor een guiri (typische buitenlandse toerist, liefst met knokige knieën boven sandalen). Je zou, met een beetje kwade wil, de naam van de school met ‘jodenkamp’ kunnen vertalen, maar in het Spaanse betekent campo behalve kamp ook platteland of landbouwgrond. Onze wijk was ooit, in de Middeleeuwen, de Joodse buurt, el barrio judío, en waar nu de school staat waren de akkers.

Tegenover deze school staan enkele containers voor het scheiden van afval. Een papierbak, een flessenbak en ook één voor olie. Ik droeg een tas met wat lege flessen en een plastic flesje vol gebruikte olie. En toen maakte ik de verkeerde keuze. Afgeleid door ons gesprek over de polletiek, gooide ik mijn flesje olie in de glascontainer. Het duurde even tot de volle omvang van deze milieuramp tot me door begon te dringen. Het had best lang geduurd voor dit flesje, ondanks de beperkte afmetingen, vol gebruikte olie zat. We frituren nu eenmaal niet zo veel en vaak gebruiken we de resterende olie van de blikjes sardientjes of tonijn voor het aanmaken van de salade. Maar met het oog op de milieucrisis zag ik het als mijn plicht de koekenpannen eventueel af te schrapen boven de in het flesje gestoken trechter om maar niets van de bakolie verloren te laten gaan. Maandenlang zorgvuldig afval scheiden was hier met één onbedachtzame handeling teniet gedaan!

Bij de verkiezingen zelf kon ik onmogelijk een verkeerde keuze maken. Ik mag hier alleen stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Misschien was dat wel beter zo. Wie weet welk hokje ik in een tweede moment van onbedachtzaamheid zou hebben ingekleurd. En er waren behoorlijk foute keuzes te maken. De Spaanse politiek wordt op het ogenblik overheerst door nationalistische sentimenten. Als reactie op het Catalaanse nationalisme heeft de rechts-populistische partij Vox hoge ogen gegooid. Behalve de Spaanse nationale eenheid en een meedogenloze anti-immigratiepolitiek wil Vox opkomen voor de Spaanse identiteit: het katholicisme, het stierenvechten, de jacht, het traditionele gezin, het ¡Viva España! Dit deel van hun programma lijkt geschreven te zijn door een bejaarde guiri vol vooroordelen over Spanje. Alleen de tapas en de siësta ontbreken nog. Ik ben hier in El Bierzo eigenlijk over het algemeen moderne mensen tegengekomen die met beide benen in de 21e eeuw staan. Van stierenvechten moeten zij veelal niets hebben. En net zoals in Nederland zijn gebroken gezinnen en niet-huwelijkse relaties eerder norm dan uitzondering.

In het stemlokaal was het overigens zeer rustig. Omdat dit al de vierde verkiezingen in vier jaar waren, was de opkomst laag. Terwijl mijn vrouw stemde, kreeg ik ter troost voor het niet mogen stemmen een chocolaatje aangeboden. Daarna gingen we naar buiten. Na een hele ochtend vol regen brak een voorzichtig zonnetje door de wolken heen. We besloten een wandelingetje door het centrum van de stad te maken. Dat bleek een uitstekende keuze.


maandag 22 juli 2019

De kale kok

De waardering van mijn vrouw Ana voor de Nederlandse keuken bereikte een absoluut dieptepunt toen ik haar afgelopen vrijdag uitlegde wat Tong Picasso was. De aanleiding was onze avondmaaltijd, la cena, waarvan we, ondanks dat het middageten het belangrijkste eetmoment is, toch vaak een klein feestje maken, zeker op de vrijdagavond. Het was nadat we heerlijk diverse schelpdieren hadden gegeten, dat Ana een ananas tevoorschijn toverde om daaruit een toetje te snijden, toen ik op het onzalige idee kwam een beschrijving te geven van Tong Picasso: een gebakken tong, het liefst filet, met een plak ananas en wat ander fruit erop gedrapeerd. ‘¡Qué asco!’ was haar reactie, wat vrij vertaald betekent: Gatverdamme!

Nu moet ik zeggen dat er maar weinig Nederlanders zijn die thuis Tong Picasso klaarmaken. Het is typisch goedkoop restauranteten, net zoals de patat met mayonaise, een salade en naar keus een stukje gebakken vlees of vis. Ik denk eerlijk gezegd dat er maar weinig toeristen voor een culinaire vakantie naar Nederland gaan. Als iemand hier in El Bierzo me vraagt waar je in Nederland lekker kunt eten, beveel ik ze meestal een Indonesisch restaurant aan of, als het visliefhebbers zijn, een haring bij de stal, want dat is best wel speciaal. Maar verder eten Nederlanders alleen thuis typische Nederlandse gerechten, terwijl de eetgelegenheden vooral bestaan uit eetcafés en buitenlandse restaurants.

Mijn eigen kookgewoontes zijn ondertussen best veranderd. Zo heb ik hier geleerd om altijd een pannetje met kokend water op het vuur te hebben staan, waarin de visgraten, botjes, garnalenkoppen en iets te harde stukken van een ui of prei gaan, altijd samen met een laurierblaadje. In die bouillon wordt dan later de rijst en de pasta in gekookt of het sausje van gemaakt. Als ik zo sta te rommelen in de keuken, heb ik soms moeite de macabere dwanggedachte te onderdrukken dat ik, als ik mijn vinger per ongeluk zou afsnijden, deze puur uit gewoonte tussen de vissengraten in de bouillon zou stoppen.

Soms mis ik ze natuurlijk wel, de typisch Nederlandse gerechten. Gelukkig begon ik gedurende de tien jaar dat ik hier woon steeds vaker typisch Nederlandse producten in te vinden. Zo verscheen bij de buurtsuper lof in de schappen. Gretig kocht ik een paar struiken voor de lof-met-ham-en-kaasschotel naar mijn moeders recept. Op de markt en in sommige supermarkten waren in het voorjaar opeens verse witte asperges te krijgen. Een lekkernij, vind ik. Ook de knolselderij en spliterwten, de belangrijkste ingrediënten voor snert, zijn nu verkrijgbaar en zelfs, bij de biologische winkel, zuurkool.  Soms had ik het vreemde vermoeden dat deze zo typisch Nederlandse groenten speciaal voor mij in het assortiment werden opgenomen. Immers, ik heb werkelijk nog nooit een Spanjaard lof, verse witte asperges of iets met knolselderij en spliterwten zien klaarmaken. En zuurkool is al helemaal uit den boze.

Afgelopen zaterdag gingen Ana en ik naar de markt. Wie schetst mijn verbazing toen ik daar bij diverse kramen verse boerenkool zag liggen. Bij sommige kisten boerenkool stond een bordje met daarop Kale geschreven. Ik besloot op quasi-grappige wijze mijn vermoeden uit te spreken dat dit dankzij mijn aanwezigheid in Ponferrada was. ‘¡Kijk dan Ana, nu hebben ze zelfs speciaal voor mij boerenkool in de aanbieding!’ zei ik. ‘¡Doe toch niet zo raar!’ antwoordde ze. ‘Maar die naam dan, Kale, dat kan toch alleen maar voor mij bedoeld zijn? Je weet toch dat ze me regelmatig kale noemden?’  Dat laatste was waar. Vooral tegenstanders op het voetbalveld riepen nogal eens naar elkaar: ‘Dek die kale!’ Geduldig legde Ana me uit dat kale gewoon de Galicische naam was van deze koolsoort , die nu opeens heel populair was geworden omdat er in diverse gezondheidsmagazines lovend over was geschreven. Boerenkool is de nieuwe supergroente! Vandaar het ruime aanbod.

We besloten een flinke hoeveelheid struiken te kopen en daar, ondanks het warme weer, een lekkere stamppot van te maken. En inderdaad, het smaakte supergoed!


zondag 30 juni 2019

Een nostalgische fietstocht langs al mijn huurwoningen in Amsterdam

Het is pinksterzondag. Ik word vroeg wakker in het huis van mijn broer en zijn vrouw. Er is al zoveel licht ’s morgens en helemaal vandaag, nu het zonnetje uitbundig schijnt. Tot drie uur vanmiddag heb ik eigenlijk geen afspraken staan. Weet je wat? Ik ga een mooie fietstocht maken door de stad. Langs alle plaatsen waar ik ooit heb gewoond. Een nostalgische route. En dan kan ik daar wellicht een mooi stuk over schrijven in zowel mijn Nederlandse als mijn Spaanse blog. Want er is een frappant verschil tussen Nederland en Spanje als je het hebt over hoe de mensen wonen. In Spanje zijn er bijna geen sociale huurwoningen. Veel mensen, ook degenen die zichzelf tot de lagere middenklasse rekenen, kopen een huis. Kinderen blijven meestal bij de ouders wonen totdat zij genoeg inkomen hebben om een hypotheek af te sluiten. En als Spanjaarden huren, is het meestal gemeubileerd. Terwijl we in Nederland bij elke verhuizing, ook als we huren, gaan behangen, verven, potteren en boren. Eigenlijk was zo’n verhuizing altijd wel een sociaal evenement; met vrienden en familie een touw met blok en een busje (of een enkele keer een bakfiets) regelen. Na afloop patat met bier. Ik krijg zin in de fietstocht en loop naar buiten.

De eerste stop. De Jacob van Arteveldestraat 7, drie hoog
Wat is het hier toch veranderd. Mijn ouders kwamen hier wonen ergens in de jaren vijftig. Ze waren enorm blij met de woning, maar klein was het wel. We sliepen met drie zonen op één kamer. Maar de huur was betaalbaar en de parkachtige omgeving ideaal voor kleine kinderen. Het was echter wat ze noemen revolutiebouw: snel uit de grond gestampte woningen die al snel aan vervanging toe waren. Ik neem een foto van het nieuwe gebouw, dat hopelijk wat steviger in elkaar steekt. Maar daarboven ergens heb ik mijn jeugd doorgebracht.

De tweede stop. Planciusstraat 10, drie hoog rechts.
Hier woonde ik begin jaren 80 voor het eerst zelfstandig. Een eenkamerwoning met een heerlijk lage huur. Ik betaalde in het begin 80 gulden per maand, dat is omgerekend zo´n 34 euro. Nu zijn de huren een stuk hoger, maar het gebouw is dan ook volkomen gerenoveerd. Het gebouw is overigens een monument, als één van de eerste sociale woningcomplexen van Amsterdam uit de 19e eeuw.

De derde stop, Houtmanstraat 13, 1 hoog.
Het gaat hier om hetzelfde gebouw als de Planciusstraat, maar hier met de ingang aan het mooie, autovrije straatje. Deze woning was voor mijn familie speciaal. Toen mijn opa van moeders kant in crisis van de jaren 30 als schipper failliet ging, was hij gedwongen zijn schip te verkopen om met zijn gezin naar de stad te komen. Ze kwamen uiteindelijk op deze woning terecht. Ongelooflijk dat ze met z’n allen (familie met vier kinderen) hier in deze tweekamerwoning woonden. Mijn Ome Jaap bleef er na de dood van zijn ouders wonen. Toen hij ging verhuizen, regelden we met de woningbouwvereniging dat ik er in kon trekken, hetgeen voor mij een verdubbeling van mijn woonruimte betekende. Ik dacht dat ik er nooit meer zou vertrekken, tot een renovatie mij dwong om elders mijn heil te zoeken. Maar als je huis gerenoveerd wordt, krijg je voorrang op de lange wachtlijsten voor sociale woningen. Ik had zodoende al snel wat gevonden.

De vierde stop, Tuinstraat 142, 2 hoog.
De enige tegenvaller bij de verhuizing was dat het hier ging om misschien wel het enige portaal zonder haak in de nok, zodat touw en blok niet konden worden gebruikt. Alles moest over de trap. Ik heb hier de laatste jaren in Amsterdam, van 2005 tot juni 2009 heerlijk gewoond in De Jordaan, het laatste jaar samen met mijn huidige vrouw. Daarna vertrok ik naar Spanje, eerst voor een jaar om te proberen. Het huis had ik via de woningbouwvereniging onderverhuurd. Ik kreeg vervolgens nog een jaar uitstel voor onderverhuur. Maar daarna moest de knoop worden doorgehakt. De Jordaan of Ponferrada. Het werd, zonder veel twijfel, Ponferrada. Hoewel De Jordaan sindsdien nog veel toeristischer is geworden, blijft het een fijne buurt. Helaas zal het aantal sociale woningen zijn afgenomen. Naar verluid is het steeds moeilijker om in Amsterdam een betaalbare huurwoning te vinden. Ik ben benieuwd hoe lang het systeem van sociale huurwoningen in Amsterdam nog zal bestaan.

Ik neem de foto van mijn laatste huis en besluit dat het nu wel genoeg is met al dat nostalgische gedoe. Tijd voor een pilsje op een zonovergoten terras. Dat wordt mijn oude stamkroeg Café Scharrebier.

zaterdag 13 oktober 2018

Op reis met het kleine zwarte koffertje

Toen we op weg naar onze vakantiebestemming op het busstation van Ponferrada stonden te wachten op de bus naar Madrid, viel mijn oog op ons kleine zwarte koffertje. Het kleine zwarte koffertje dat al zo vaak met ons had meegereisd, meestal als handbagage; het formaat voldeed immers aan de voorschriften, maar soms ook als bagage om te factureren als we ook nog twee rugzakjes mee wouden nemen, zoals dat nu het geval was. Onze grote grijze koffer was duidelijk herkenbaar, een groen lintje en bovendien een label met mijn naam en adres er op. Het kleine zwarte koffertje droeg als herkenningsteken een geel lintje. ‘Laten we het lintje er af halen,’ stelde ik voor. Verbaasd keek Ana me aan. ‘Ik wil voorkomen dat iemand bij de bagagebehandeling in Barajas (het vliegveld van Madrid) uit nijd ons koffertje naar een ver exotisch land stuurt omdat hij denkt dat we Catalaanse separatisten zijn,’ legde ik uit. ¿Maar het is toch niet zo waarschijnlijk dat dat gebeurt?, zei Ana. ‘Je hebt maar één gek nodig,’ antwoordde ik stellig, terwijl ik het lintje al begon los te knopen.

Zo zie je maar weer dat de strijd om de nationale identiteit in Catalonië, die met een voor een buitenstander onbegrijpelijk fanatisme wordt gevoerd, van grote invloed kan zijn op het leven van twee vreedzame inwoners van een middelgrote provinciestad in Noordwest Spanje. Dat lintje had er al jaren gezeten; dat deed echt niemand kwaad.
En nu zijn gele lintjes opeens het symbool bij uitstek voor de strijd tussen de Catalaanse separatisten, die overal in Catalonië de lintjes ophangen, en de tegenstanders van de onafhankelijkheid, die zo veel mogelijk lintjes verwijderen.

Ik moet eigenlijk van al dat nationalisme en dat zoeken naar de nationale identiteit helemaal niets hebben. Aan het oplossen van de grote problemen van deze tijd, zoals de ongelijke verdeling van welvaart en kansen, de klimaatverandering, de armoede en de oorlogen, heeft het nationalisme, zacht gezegd, nooit erg bijgedragen. Enfin, om een ongelofelijk saaie interlandwedstrijd een beetje draaglijk te maken kan een lichte vorm van patriottisme van nut zijn, maar ik ben toch echt niet zo ver gegaan dat ik, om maar een voorbeeld te noemen, indertijd in de finale van 2010 een speler als Mark van Bommel ging toejuichen of mijn lievelingsspeler Xavi Hernández begon af te vallen.

Op zich staan de lintjes niet eens voor de onafhankelijkheid van Catalonië, maar voor de vrijlating van de Catalaanse politici die nu een jaar geleden het ongrondwettelijke referendum organiseerden. Dat is de reden dat bijvoorbeeld de burgemeester van Barcelona, Ada Colau, soms ook een lintje draagt, al is zij niet voor de onafhankelijkheid. Ik kan me best in de eis tot vrijlating vinden; ik zie niet in waarom zij hun proces in de gevangenis moeten afwachten; ze gebruikten geen geweld en hebben zich niet persoonlijk verrijkt. Maar goed, om nu vanwege deze politici ons kleine zwarte koffertje in gevaar te brengen, nee, zo ver reikt mijn solidariteit niet.

Het toeval wilde dat in de week na onze vakantie, die ik in Nederland doorbracht, Puigdemont voor een door De Balie georganiseerde bijeenkomst naar Amsterdam kwam. Ik had nog overwogen een kaartje te kopen. Ik was best benieuwd hoe men in Nederland tegen het Catalaanse probleem aankeek. Maar ik zag er van af toen ik bemerkte hoe vol mijn agenda wel niet aan het raken was. Mijn broer Willem was wel gegaan. ‘Het was zeer rommelig, zei hij, ‘de speech van Puigdemont en het interview werden gehouden in het Catalaans, met alle vertaalproblemen van dien.’ (HIER kan men een videoregistratie zien)

De dag na de bijeenkomst kocht ik op Schiphol een Volkskrant om tijdens mijn vlucht naar Madrid te lezen wat er zoal vermeld stond over Puigdemont. Helemaal niets! De kwestie leeft niet echt in Nederland, blijkbaar. Dus las ik maar het verslag van de wedstrijd van Ajax tegen Bayern München voor de Champions League. Een gelijkspel, da's niet slecht.


donderdag 6 september 2018

El Bierzo Primeur

Het zal niemand verwonderen dat een gespreksonderwerp dat hier in El Bierzo de ronde doet, is: hoe kunnen we de regionale economische activiteit reactiveren? Alle inwoners maken zich zorgen over de hoge werkloosheid, de leegstaande winkels, de jongeren die elders hun heil moeten zoeken; de vervallen monumentale gebouwen in de dorpen en het historische centrum van Ponferrada.
Tijdens mijn Engelse lessen maak ik van de toekomst van El Bierzo, als het om gevorderde studenten gaat, soms het onderwerp van een conversatie, een essay of een monoloog. Er zijn twee tegengestelde meningen, heb ik gemerkt. Er zijn studenten die geloven in de wederopstanding van de steenkoolsector, al dan niet met het afvangen van CO2, en er zijn studenten die pleiten voor een herstructurering van de lokale economie door het stimuleren van andere sectoren, zoals het toerisme, de leisteengroeves, het opwekken van energie uit biomassa, de ecologische landbouw. En velen geloven in de toekomst van de wijnsector van El Bierzo.

Het is waar dat de wijnsector in El Bierzo is gegroeid, zowel in kwantiteit als in kwaliteit. Op veel plekken worden verwaarloosde stukken grond weer in gebruik genomen voor de wijngaarden. Het aantal bodega’s stijgt en de bestaande bodega’s breiden hun productie uit, niet alleen voor de lokale en nationale consumptie maar ook voor de nieuwe markten elders in Europa, in Azië of in Amerika.
Wat betreft de kwaliteit durf ik mezelf een ervaringsdeskundige noemen. Al in de jaren tachtig reisde ik in deze contreien rond en kon ik, als arme student, de verleiding niet weerstaan om kennis te nemen van de zo goedkope lokale wijn. Deze was erg fel rood van kleur en het was zaak niet het onderste uit het glas te drinken omdat daar al het sediment zich had opgehoopt. Tegenwoordig is dat anders. Alle cafés in Ponferrada hebben een paar lokale wijnen van uitstekende kwaliteit onder de kurk en in sommige restaurants buiten El Bierzo wordt Berciaanse wijn geserveerd, hoewel in Nederland, bijvoorbeeld, de wijn uit El Bierzo nog maar mondjesmaat te verkrijgen is.

Hier in huis drinken wij eigenlijk alleen lokale wijn en wel om twee redenen: we stimuleren zodoende de lokale economie en de wijn is uitstekend, zowel de rode wijn van de druif mencía als de witte wijn van de druif godello. Een paar maanden geleden, toen wij in de supermarkt op zoek waren naar een rode wijn voor het avondeten, ging ik bijna automatisch naar de goedkopere rode jonge wijnen van El Bierzo toe. Deze fruitige maar toch stevige wijnen vinden wij het lekkerst: een Luna Berberide, een Peique of een Flavium; alle met een bijzondere gunstige prijs-kwaliteitverhouding. Ik stond daar bij de wijnschappen met een Flavium in mijn hand, toen ik zag dat het etiket wat afweek van normaal. ‘Cosecha’, las ik. Dat betekent oogst. Ik vroeg aan mijn vrouw Ana waarom deze wijn Cosecha heette, terwijl toch alle wijnen geoogst moeten worden. ‘Dat betekent dat het een zeer jonge wijn is,’ legde zij uit, ‘nog van de oogst van dit jaar.' Even stond ik bedachtzaam naar de fles in mijn handen te kijken toen het plotseling tot me doordrong. ‘¡¡Maar, …maar ……dit is een Bierzo Primeur,’ riep ik tot schrik van Ana en diverse andere klanten!!

In de jaren tachtig en negentig was het een grote trend in Nederland, en wie weet in andere landen. En een fraai staaltje marketingstrategie. De Beaujolais Primeur. Volgens mij dronken we in de maand september niets anders, juist vanwege het feit dat de wijn alleen in het seizoen verkrijgbaar was; je had het idee dat je er snel bij moest wezen. Iedereen had een mening over de Beaujolais van dat jaar in vergelijking met vorige jaren. Wanneer deze mode ophield weet ik niet, maar tegenwoordig rept niemand nog van Beaujolais Primeur, voor zover ik weet.

Dus Nederlanders, het wordt tijd voor een totaal nieuwe ervaring. De Bierzo Cosecha is de nieuwe trend. Het is geen lichte wijn, zoals die Beaujolais Primeur van die Fransozen. Het is een wijn met pit en toch fruitig, die uitstekend combineert met de geitenkaas en de worsten uit El Bierzo. En wees er snel bij, want voor je het weet is de El Bierzo Cosecha van dit jaar niet meer verkrijgbaar!


dinsdag 7 augustus 2018

De wandeling van Ponferrada naar Villar de los Barrios

Ik wijs op de kaart van El Bierzo aan wat de plannen zijn voor de middag. ‘Kijk, Henny, we beginnen hier in Ponferrada, we lopen een stukje tegen de richting van de Camino de Santiago in tot hier, en dan gaan we over een landweg in de richting van het dorpje Villar de los Barrios, absoluut een juweeltje. Daarna stijgen gaan we door het dorp Salas de los Barrios naar Lombillo, het dorp met misschien wel het mooiste terras van de hele regio. Daar drinken we een pilsje met Ana die ons komt ophalen met de auto, want openbaar vervoer is er in die dorpen niet.’ ‘En welke vogels gaan we zien?’ vraagt Henny.

Henny is mijn oudste vriend. Als jochies van vier jaar speelden we al samen in de Jacob van Arteveldestraat. Samen begonnen we een speciale interesse te ontwikkelen voor de dierenwereld en de vogels in het bijzonder. We determineerden de vogels die rondvlogen in de parken en tuinen van Amsterdam-West. En nu nog steeds, beiden bijna 60 jaar oud, delen we onze bijzondere waarnemingen, tegenwoordig via WhatsApp berichten.

‘We gaan geen wielewalen zien of horen,’ antwoord ik, ‘want waar we heen gaan is er geen rivier en zijn er geen populieren. Het landschap is een mengeling van akkerbouw, wijngaarden en woeste grond vol struikgewas. Een ideaal gebied voor bijeneters, eerlijk gezegd.’ Gisteren hadden we tijdens de wandeling de rivier El Sil gevolgd in de richting van Toral de Merayo in de hoop wielewalen aan te treffen. We hoorden er slechts één; het zangseizoen lijkt al te zijn afgelopen en dan zijn ze uitermate moeilijk waar te nemen. Wel hoorden we op een gegeven moment het geluid van een groep vliegende vogels boven ons. Bijeneters! Maar we konden ze niet ontwaren.

We wandelen over de landweg in de richting van Villar de los Barrios. We zweten. Vanzelfsprekend. Het is zes uur ‘s middags op deze eerste dag van een hittegolf. Maar Henny, nog veel meer een guiri* dan ik, vindt dat om deze tijd uitgezakt op een bank zitten, zoals heel Ponferrada doet, zonde van de dag is. Een man met een bezorgd gezicht komt uit de toegangspoort van zijn tuin naar ons toe en vraagt met een sterk Berciaans accent: ‘¿Zijn jullie verdwaald?’ Hij denkt dat we pelgrims zijn. ‘Nee, we lopen naar Villar,’ antwoord ik. Hij kijkt me ongelovig aan. ‘Ik woon in Ponferrada,’ zeg ik om hem gerust te stellen.

We zien enkele vogels naar een boom vliegen waar ze in gaan zitten. Allebei pakken we onze verrekijkertjes uit onze zak. Zwijgend kijken we. De vogels zijn te ver om de kleuren te onderscheiden, maar de silhouetten lijken op die van bijeneters. Dan klinkt dat zo kenmerkende geluid. Voor Henny is het de eerste waarneming van bijeneters van zijn leven. Altijd een speciaal moment. Ik heb ze wel vaker gezien; in Castilië en in Andalusië, en ook in Frankrijk en in Italië. Maar nog nooit in El Bierzo. En het zijn er niet weinig, bovendien.

We zijn in Villar de los Barrios. De plaatselijke bar blijkt niet meer te bestaan. ‘Ze sloten een paar jaar geleden,’ legt een oudere dorpeling ons uit. Jammer. Gelukkig is er de dorpspomp om onze dorst te lessen. We worden begroet door Nicolás. Nicolás is vrij beroemd in El Bierzo als organisator van het Festival Villar de los Mundos in dit dorp. Ana en ik zijn al naar verschillende concerten en voorstellingen van dit festival geweest, maar hij herkent me niet. ‘Ik woon in Ponferrada,’ zeg ik alweer, ‘en ik bezoek elk jaar het festival. Volgens mij ken je mijn vrouw.’ We praten. Ik bel Ana om te zeggen dat ze naar Villar de los Barrios moet komen om de flessen wijn op te halen die we nog tegoed hebben omdat we hebben geparticipeerd in de crowdfunding van het festival van vorig jaar.

Als Ana is aangekomen, gaan we naar het huis van Nicolás. We openen één van de flessen. We proosten. Nicolás legt ons uit dat hij het festival organiseert om zijn dorp op de kaart te krijgen. Het is triest dat de bevolking veroudert en dat zoveel schitterende huizen leeg komen te staan en verkrotten. Elk jaar heeft het festival een ander land als thema. Dit jaar (van 24 tot en met 26 augustus) zal dat Portugal zijn. En volgend jaar een Aziatisch land, Japan waarschijnlijk. ‘¿En het jaar daarna wellicht Nederland?’ Terwijl hij dit zegt, kijkt hij me vragend aan. ‘¡Een uitstekend idee!’ zeg ik. Henny schenkt nogmaals de glazen vol. We proosten.

* Guiri: de typische buitenlandse toerist
Klik HIER voor de promotiefilm van het festival van Villar de los Mundos van dit jaar

Henny

dinsdag 22 mei 2018

De hyperactieve anarchist

In eerste instantie dacht ik dat de boodschap aan mij gericht was, de graffiti met de tekst HATE RACISM beneden op het buitenportaal van de flat waarin we wonen. Immers, de slechte naam die Nederland al zou kunnen hebben op het gebied van racisme door de slavenhandel en de Nederlandse origine van het woord apartheid, is alleen maar verslechterd dankzij het optreden van onze rechtspopulisten, die in de Spaanse pers steevast als xenofobisch worden gekenschetst. Ik zie sommige overtuigde antiracisten in staat zo inconsequent te zijn om te concluderen dat dus alle Nederlanders racisten zijn. Maar tot mijn opluchting bemerkte ik dat de hele stad volgeschreven was met teksten van soortgelijke strekking en veelal, zo op het eerste gezicht, in hetzelfde handschrift. Hoewel de communistische hamers en sikkels ook niet ontbreken denk ik dat we hier te maken hebben met een hyperactieve anarchist.

Nou moet gezegd worden dat Ponferrada zich uitstekend leent voor graffiti. Veel gebouwen staan
leeg. Er zijn veel blinde muren. Daar waar in het historische centrum de oude muurtjes van keien in verval waren geraakt, heeft de gemeente gemeend deze te moeten vervangen door geel geverfde cementen muurtjes. Nou, daar wist de hyperactieve anarchist wel raad mee. Van gekkigheid wist hij gewoon niet meer wat hij moest schrijven. Ik ga er voor het gemak van uit dat het hier een man betreft, hoewel teksten ter ondersteuning van de vrouwenstrijd niet ontbreken. Maar in zijn geldingsdrang herken ik vooral een manlijke neiging tot gebiedsafbakening, net zoals bij de honden het de reuen zijn die overal een geurspoor van hun urine achterlaten.
Overigens heb ik niets tegen graffiti als deze aan zekere esthetische criteria voldoet. We hebben wat dat betreft het geluk dat in Ponferrada de artiest Asier actief is, die groot opgezette graffiti schilderingen maakt op blinde muren (HIER is zijn site) Dit soort graffiti siert de stad en wordt al erkend als kunst. Het is soms de gemeente zelf die hem opdrachten geeft. De lege leuzen van de hyperactieve anarchist daarentegen zijn een plaag voor de stad. Ik hoop dat de gemeente hem zijn podia ontneemt door de muurtjes gewoon weer van keien te maken en de leegstaande huizen in het historische centrum te renoveren en in gebruik te nemen. Dan kan de hyperactieve anarchist zijn leuzen spuien op Facebook, waar die thuishoren. En anders moet hij maar stage gaan lopen bij Asier om te leren hoe je een boodschap kunt overbrengen op artistiek verantwoorde wijze. En wie weet, geven we hem dan toestemming een mooie graffiti te maken op onze voorgevel; zoiets als deze: