Posts tonen met het label El Diario de León. Alle posts tonen
Posts tonen met het label El Diario de León. Alle posts tonen

vrijdag 15 oktober 2021

Oproep aan alle bareigenaren (M/V) van Ponferrada

Het was altijd zo lekker. Op een zeker moment ‘s ochtends even naar buiten naar een van de vele cafés die Ponferrada rijk is om daar in de krant te bladeren, af en toe een artikel te lezen en dat allemaal onder het genot van een kopje koffie tegen een voor Nederlandse begrippen onmogelijk lage prijs van tussen de € 1,10 en € 1,30. En dat altijd met een stukje cake, een churro of een stukje stokbrood met tortilla erbij. Al voor corona kwam daar een beetje de klad in. Cafés begonnen te bezuinigen op de kranten. El País, de krant die ik het liefst lees, verdween uit de meeste kroegen. De keuze was vaak tussen het gemopper op de linkse regering van El Mundo, het lokale nieuws van El Diario de León en de onvermijdelijke voetbalblaadjes. 

Toen we na de lockdown allemaal weer naar buiten gingen en zelfs op de terrassen van de cafés mochten zitten, dat was in de zomer van 2020, bleken de kranten helemaal uit de cafés verdwenen te zijn. De besmettingen zouden via gedeelde kranten immers overgedragen kunnen worden. Later werd duidelijk dat de besmettingen niet zozeer via de handen, maar vooral toch door de lucht plaatsvonden. Toch kwamen de kranten maar mondjesmaat terug. Ik geloof dat de meeste kroegeigenaren het zo wel mooi vonden. Ze hadden veel inkomsten gederfd tijdens de pandemie en de abonnementen op kranten zijn natuurlijk een kostenpost. Maar mijn eigen gedrag veranderde. Geen krantje? Nou, dan ga ik ook niet in mijn eentje buiten de deur een kop koffie drinken en daarbij op mijn mobiel nieuwsberichten lezen. Doe mij een lol; ik tuur al de hele dag naar een scherm als ik online lesgeef, zit te schrijven of me via de sociale media blootstel aan verderfelijke algoritmes. Dan koop ik liever een krant in een van de weinige overgebleven kiosken en zet ik thuis een bakkie koffie.

Ik ken nu welgeteld twee cafés in Ponferrada met papieren kranten. Nee, ik ga niet zeggen welke dat zijn, want dan gaat iedereen daarheen om lekker te lezen en het is zo al moeilijk genoeg om een krantje te bemachtigen. Beste kroegeigenaren van Ponferrada, leg alsjeblieft een stapeltje kranten op de vensterbank neer. Deze guiri* is in dat geval bereid maar liefst 10 cent meer te betalen voor een kopje koffie met een hapje erbij. 

* Guiri: scheldnaam voor de typische Noord-Europese toerist.

Een café met kranten


woensdag 25 april 2018

Fouten en leugens

Een tijd geleden ging op zondagochtend eerst langs de kiosk om El País te kopen en vervolgens naar de bakker hier in de straat voor wat croissants. Terwijl hij de verse croissants in een papieren zak stopte keek de bakker naar de krant onder mijn arm en zei: ‘En nu lekker een kop koffie met croissants en een krant ……maar daar staan alleen maar leugens in, hoor.’ Ik keek hem verbaasd aan. Eigenlijk heb ik best vertrouwen in de Spaanse journalistiek. Zowel El Mundo als El País, de twee grootste landelijke kwaliteitskranten, pakken de corruptiezaken hard aan en doen daadwerkelijk aan onderzoeksjournalistiek in deze kwesties. Goed, soms laten ze naar mijn smaak hun politieke voorkeuren iets te veel doorschemeren in hun nieuwsartikelen, vooral als het over de binnenlandse politiek zoals de Catalaanse kwestie gaat. Terwijl ik met de krant en croissants naar huis liep, nam ik me voor om eens een tijdje bij te houden in hoeverre de berichtgeving correct was over een onderwerp waar ik relatief veel verstand heb: Nederland.

Ik beperkte mijn kleine onderzoek tot El País, El Mundo en El Diario de León, omdat ik die kranten nu eenmaal regelmatig lees.
Over El Diario de León kan ik kort zijn: daarin wordt nauwelijks bericht over Nederland.  Die krant lees je voor het lokale nieuws. Eigenlijk was de berichtgeving over Nederland in El Mundo en El País over het algemeen erg correct. Beide kranten beschikken over journalisten ter plaatse die zich goed inlezen. Vergeleken met alle troep die circuleert op Facebook, Twitter en zelfs WhatsApp zijn deze kranten oases van betrouwbare berichtgeving te noemen. Toch volgt hier de top drie van fouten of leugens die ik de afgelopen maanden heb gevonden.

Op nummer drie
Veel fouten worden er gemaakt met de namen van Nederlanders zoals die van Dijsselbloem. Het is te begrijpen. Zelf doe ik dat ook met Spaanse namen. Laatst schreef ik over films en toen ik, zoals te doen gebruikelijk, het stuk voorlas aan mijn vrouw wees ze me er fijntjes op dat ik de namen van de twee belangrijkste Spaanse regisseurs, Amenábar en Almodóvar, lichtelijk verhaspeld had.  Toch vond ik de fout in de column Líderes sin partidos (leiders zonder partijen) in El País vermakelijk. Het stuk gaat over charismatische politici die dankzij hun jeugdige en daadkrachtige uitstraling goede verkiezingsresultaten weten te boeken zoals Jesse Kleber. Tussen Klaver en Kleber zit natuurlijk nogal een verschil. Mijn vermoeden is dat de columniste naar een Engelse zender heeft geluisterd waarop Klaver wellicht als Klever wordt uitgesproken . Mijn tip aan de schrijfster: lees de kladversie hardop voor aan je partner, tenminste, als die verstand van zaken heeft.

Op nummer twee
Veel erger vond ik dit bericht. ‘Nederland rebelleert tegen de wet die het verplicht stelt om organen te doneren’ luidt de kop. Maar liefst twee fouten. Van een rebellie was geen sprake en natuurlijk is het niet verplicht om je organen te doneren. Je kunt het gewoon aangeven als je daar bezwaar tegen hebt, en ook de nabestaanden kunnen een donatie eventueel tegenhouden. Het gekke is dat ik deze kop niet heb weten terug te vinden op internet. Daar luidt de kop: Nederland rebelleert tegen de donorwet.  (voor mensen die het Spaans machtig zijn: de link is HIER)
Het artikel zelf is overigens veel genuanceerder. Daarin staat goed uitgelegd hoe de wet werkt en dat zo’n 30.000 mensen onmiddellijk hebben laten registreren dat ze geen organen ter beschikking stellen na de dood. Misschien dacht de koppenmaker dat 30.000 mensen in zo’n klein landje als Nederland een menigte is. Meer waarschijnlijk is dat hier een persoonlijke mening in de krantenkop doorschemert.


Op Nummer één!!!




Weer in El País. Het artikel waar ik me het meest aan ergerde was Alicia en la Bélgica de las Maravillas, misschien het best te vertalen met Alice in WonderBelgië. (HIER ) Het is geen nieuwsartikel maar een ingezonden opinie van een Europarlementariër van de regerende Partido Popular en een Spaanse historica over de Catalaanse president Puigdemont, die naar België was gevlucht. De subkop luidt: Puigdemont heeft voor steun één van de centra van de traditionele hispanofobie gekozen. Naast Engeland zou dat België moeten zijn. Ik begon dit artikel te lezen waarbij ik vanzelfsprekend nieuwsgierig was waarom België dan wel zo hispanofobisch zou zijn. Het artikel maakt melding van het beleg van Breda tijdens de 80-jarige oorlog. Goed, een foutje, ze denken wellicht dat Breda in België ligt, maar indertijd lagen de grenzen niet zo vast. En even verderop beschrijven ze dat de haat van vooral de Vlamingen tegen de Spanjaarden voort zou komen uit de Spaanse troepen die daar vochten tijdens de tachtigjarige oorlog. Al lezend kreeg ik het vermoeden dat de schrijfsters België met Nederland verwarden, hoewel ik evenmin in Nederland veel hispanofobie ben tegengekomen. Misschien dat in sommige Nederlandse protestantse kringen nog steeds laatdunkend over de Spaanse troepen wordt gesproken, maar in het zo katholieke België toch zeker niet? Het gebeurt overigens wel vaker, merk ik, dat Nederland en België met elkaar verward worden. Ik kan het me best voorstellen. Maar dit artikel is geschreven door een Europarlementariër die waarschijnlijk in België woont, en een historica die gespecialiseerd is in hispanofobie. Vooral die laatste zou beter moeten weten. Zou zij echt een wetenschappelijk onderzoek hebben verricht waaruit bleek dat België hispanofobischer is dan Nederland, Duitsland of Denemarken? Ik vrees van niet. Volgens mij is dit een beroerd artikel dat zich baseert op pseudowetenschappelijke argumenten om Spanje in een slachtofferrol te manoeuvreren. Een welverdiende eerste plaats!


maandag 25 maart 2013

Het is lente, potjandorie


Het is woensdag 20 maart. De eerste officiële lentedag. Ik kijk uit het raam en zie de ochtendzon op de besneeuwde toppen van de Montes Aquilianos schijnen. Dit is een ideale dag voor een mooie wandeling daar ergens in de bergen. Maar best druk vandaag. Vanmorgen geef ik Engelse les aan huis. Vanmiddag heb ik zoals elke woensdag drie groepen kinderen. Alsof er sprake is van telepathie ontvang ik op dat moment een sms’je van de ochtendcursist. ‘ Ik kan vandaag helaas niet. Maar morgen wel hoor.’ Ergens wel jammer. Nog nooit in mijn lange carrière in het onderwijs heb ik een enthousiastere leerling gehad. Maar zijn afmelding geeft me een vrije ochtend vol mogelijkheden. Ik trek mijn sportschoenen aan, steek mijn verrekijkertje in mijn zak en verlaat het huis.

Omdat de rivier Sil ’s morgens aan de schaduwzijde van de heuvelrug El Pajariel ligt, is het hier niet zo warm als het uitzicht uit het raam vanmorgen beloofd heeft. Het paadje langs de rivier staat deels onder water. Het heeft veel geregend, deze winter. Me vasthoudend aan de wilgentakken zoek ik me sluip-door-kruip-door een weg tussen de steile helling en de snelstromende rivier. Af en toe sta ik stil om te luisteren naar het getwitter en gezang van de vele vogeltjes. Ook zij vieren deze eerste lentedag uitbundig.

Als ik op de terugweg naar huis langs café Gijón loop, kijk ik even naar binnen of het er druk is. Niet dus. Ik duw de deur open, pak El Diario de León van de toog en zet me aan een tafeltje. De bardame komt al snel naar me toe en zet met een glimlach een kopje café con leche neer. Bestellen is hier niet nodig. We kennen elkaar. Op het raam van het café naast de deur hangt nu al maanden onze advertentie: English for All. Af en toe van de koffie nippend begin ik de krant te lezen.

Het is het gebruikelijke nieuws, zo stel ik vast. Economische crisis en corruptiezaken. De heisa rond de nieuwe burgemeester van Ponferrada is al wat weggeëbd. Ik begin te lezen over ‘el caso Bárcenas’. Alle corruptiezaken hebben een eigen naam die begint met het woord caso: de zaak. El caso Noos, el caso Gürtel, el caso de los ERE, het zijn er vele. Bárcenas is de oud-penningmeester van de regerende partij El Partido Popular. De man is nogal in opspraak gekomen vanwege, jawel, el caso Gürtel (vele casos zijn onderling verbonden) en bij het onderzoek hierna werd ontdekt dat hij een geheime bankrekening had in Zwitserland met zo´n slordige €22 miljoen erop. Onlangs werd zijn schaduwboekhouding gelekt aan El País. Het was ontluisterend. Veel belangrijke leden van de PP, waaronder waarschijnlijk Rajoy zelf, ontvingen aan het eind van de maand een goedgevulde envelop als aanvulling op hun salaris. Un sobresueldo wordt dat extraatje in de kranten genoemd. Als er in Spanje aan één ding geen gebrek is, dan is het toch wel aan banken. Een maandelijkse betaling in cash is dus wel heel erg verdacht. Toegegeven: ook ik krijg voor mijn privélessen cash betaald en een enkele keer zelfs in een envelop. Bij het overhandigen daarvan zijn gniffelende toespelingen op de caso Barcenás onvermijdelijk.

Ik lees het artikel half uit en leg de krant dan weg. Genoeg van al die ellende. Het is lente, potjandorie. Voor me uit starend denk ik aan de lessen die ik vanmiddag aan de kinderen moet geven. Het is eigenlijk meer spelen dan lesgeven. Met een glimlach denk ik terug aan de les van de vorige week aan het groepje van 12 -jarigen. We hebben de kinderen wijs gemaakt dat ik geen Spaans spreek om ze te dwingen Engels te praten. Dat gaat natuurlijk bijzonder moeizaam. En dit groepje van vier vlotte meiden probeert mij nu Spaans te leren, zodat de communicatie wat makkelijker gaat. ‘¡Hello is Hola!’, riepen ze vorige week, ‘¡¡Hola!!’ Ik hield me van de domme en zei: ‘Yes, I know, ¡Helado!’, hierbij refererend aan het ijsmerk Ola, maar dat ontging de meiden. ‘No, no, no, not helado. ¡¡Hola!! ¡¡¡Hola!!!’ Tot hun grote wanhoop vertaalde ik steeds weer Hello! met ¡Helado! of varianten daarop zoals ¡Holado! Vandaag zal ik de les gaan beginnen met: ‘¡Helado, chicas!’ Als in een verre toekomst El Bierzo bekend staat als de streek waar ze je begroeten met een woord dat lijkt op helado, dan heb ik hier in elk geval iets blijvends achtergelaten. Met deze fijne positieve gedachte sta ik op, leg een euro op de toog en verlaat het café met een warme groet die in niets lijkt op ijs of welke andere etenswaar dan ook.


maandag 25 februari 2013

We zijn allemaal mensen


Humor is een van oudsher beproefde methode om nare berichten te verwerken. Hier in Spanje circuleren over internet vele filmpjes en foto’s met humoristische onderschriften over de crisis en de corruptie. Eén van mijn favorieten is een foto van de landing op mars met als tekst: Mars – vliegveld van Castellón 1-0. Maar laatst kreeg ik een humoristische filmpje opgestuurd dat me zelfs een beetje choqueerde, iets wat me niet vaak overkomt.

Het gaat hier om een parodie op de heren Rajoy (minister-president) en Montoro (minister van financiën) die op een balkon het volk toeroepen dat ze zo goed het geld weten te verdelen door het te geven aan de rijken en de corrupten. Best aardig. Dan gaan ze zingen. Bijna is het afgelopen als Rajoy wijst naar waar Eurovegas moet komen. Eurovegas is een controversieel project van ene Mr Sheldon Adelson, een puissant rijke Amerikaan. Het zal verrijzen nabij Madrid en er zal volop gelegenheid zijn voor gokken, roken (de Spaanse wetgeving zal in Eurovegas niet van toepassing zijn) en allerlei andere ondeugden. Het is natuurlijk maar de vraag of zo’n megaproject met de nodige steun van de overheid niet op net zo een catastrofe uit gaat lopen als het beroemde vliegveld van Castellón (al is er voor ondeugden altijd wel een markt, weet ik als docent economie). Enfin, in het filmpje roept Rajoy iets als: ‘¡Kijk daar komt Eurovegas!’, en de hele menigte begint te zingen en te dansen: ‘Señor judío, le recibimos con alegría’ (meneer de jood, we heten je van harte welkom). (Voor het fimpje op youtube klik HIER)

Waarom was ik een beetje geschokt? In principe vind ik dat je met iedereen mag spotten, ongeacht ras, godsdienst of seksuele voorkeur. Ten eerste wist ik niet dat die Adelson joods was, dus het verbinden van al die corrupte vuile zaakjes met het jodendom kwam nogal onverwacht. Er zijn nauwelijks joden in Spanje. Maar goed, als ze hadden gezongen: ‘Meneer de amerikaan, welkom in ons midden’ had ik er nauwelijks aandacht aan het geheel besteed. Dat Adelson een Amerikaanse investeerder is, lijkt me weer wel interessante informatie. Maar als het een neger was geweest of een homo, dan had ik een liedje daarover weer wel ontoepasselijk gevonden.

Het kan zijn dat ik wat overgevoelig ben rond het thema antisemitisme; in de jeugd van mijn ouders werden er meer dan honderdduizend joden uit Nederland gedeporteerd en vermoord. In Spanje leeft de Tweede wereldoorlog veel minder, omdat het land officieel neutraal was. De jodenvervolgingen in Spanje vonden plaats in de tijden van de inquisitie, te lang geleden om nu nog gevoelens van schaamte te kunnen oproepen. Zo spreekt men hier tijdens de heilige week (de week voor Pasen) van het doden van een jood, matar a un judío, als men het traditionele nogal sterke drankje limonada drinkt. Ook ben ik hier in Spanje voor het eerst van mijn leven mensen tegengekomen die serieus beweren dat de holocaust nooit heeft plaatsgevonden. Maar gelukkig zijn dat ook in Spanje uitzonderingen. Wat mij ook bijzonder bevreemdde was dat een soldaat die had gevochten bij de División Azul, de fascistische troepen van Franco die Hitler hielpen bij de oorlog in Rusland, hier in El diario de León werd beschreven als ‘een echte Spaanse oorlogsheld.’ . Er waren ook veel Nederlanders daar aan het oostfront, maar die noemen we toch maar liever niet oorlogshelden. (Voor het artikel in El Diario de León klik HIER)

Het vreemde is dat je het antisemitisme niet alleen aantreft bij fascistisch rechts, waar je het kunt verwachten, maar ook bij links. Soms gaat de solidariteit met de Palestijnen zo ver dat de staat Israël verward wordt met joden in het algemeen. Dat is niet helemaal onbegrijpelijk want veel zionisten zien elke kritiek op Israel als een vorm van antisemitisme. Maar voor een Nederlander blijft het verwarrend. Zo vroeg een keer een linkse Spanjaard me plotseling: ‘¿En wat is nu eigenlijk jouw mening over de joden?’ Ik wist me echt geen raad met de vraag en antwoordde: ‘¿De joden? ¿¿Allemaal?? Ik woon nu al meer dan drie jaar in Spanje, en ik heb nog niet eens een mening over alle Spanjaarden.’