Posts tonen met het label Engelse les. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Engelse les. Alle posts tonen

dinsdag 13 december 2016

Werk

Eén keer per week geef ik Engelse les aan een buurjongen. Huiswerk geef ik hem niet, dat heeft hij al genoeg nu hij in de voorlaatste klas van de middelbare school zit. We doen alle oefeningen gewoon tijdens de les; zelfs de luisteroefeningen. Dan leg ik mijn mobiele telefoon op tafel en speel ik een youtubevideo af waarop zo'n test te horen is. Meestal heeft hij aan één keer luisteren genoeg om de vragen te beantwoorden. Hij is snel en soepel van geest.

Engelse luistertesten gaan, vanzelfsprekend, vaak over aspecten van de Britse samenleving. Nou verschilt die over het algemeen niet veel van de Spaanse, maar een enkele keer zie ik me genoodzaakt een kleine toelichting te geven. Dat gebeurde laatst toen ik hem een klein testje gaf, waarbij de eerste vraag te maken had met werk. (Voor mensen die hun Engels willen oefenen: klik hier) We horen een Engelse moeder haar zoon vertellen dat het leuk en aardig is dat hij met zijn vrienden op vakantie gaat, maar dat hij dan wel beter een baantje voor de weekeinden kan zoeken zodat hij een zakcentje verdient. Mijn buurjongen had geen probleem met het geven van het juiste antwoord, maar ik zette de video stil om een markant verschil tussen Engeland en Spanje aan te stippen. In Spanje,of althans in El Bierzo, zou alleen een bijzonder cynische moeder haar kind aanraden een baantje te zoeken. Die zijn er haast niet.

‘Het is namelijk zo,’ begon ik, ‘dat het in Engeland en ook in Nederland vrij gewoon is dat scholieren ’s middags of in het weekeinde werken.’ Omdat ik zag dat het onderwerp zijn aandacht had zag ik mijn kans schoon om met de normaal wat verlegen jongen een heuse Engelse conversatie te hebben. ‘Het gaat dan om krantenjongens of vakkenvullers in de supermarkt. Heb jij een bijbaantje?’ Hij schudde het hoofd. ‘Zijn er schoolmaatjes van je die bijbaantjes hebben?’ Alweer voldeed het schudden van het hoofd als antwoord; dit onderwerp leende zich blijkbaar niet voor een conversatieles. Ik deed een nog laatste wanhopige poging. ‘Ik heb tientallen verschillende banen gehad; misschien wel honderd,’ vertelde ik hem. Vol ongeloof keek hij me aan.

Maar is het is echt waar, als je de uitzendbanen bij Randstand, Manpower en al die andere uitzendbureaus als verschillende banen ziet. Ik heb in de jaren voor, tijdens en direct na mijn studie gewerkt als winkelbediende, afwasser, papierprikker, inpakker, vrachtwagenlosser, lopendebandmedewerker, directiesecretaresse, hondenbelastingcontroleur,  campingmedewerker, kantoorschoonmaker (één dag, maar toch), typist, receptionist, telefonist, en bij heel veel verschillende bedrijven als administratief medewerker. Zelfs toen mijn carrière in een iets rustiger vaarwater terecht kwam en ik mezelf docent begon te noemen, bleef ik tijdens vakanties bijklussen als administratief medewerker en als meefietsende gids op fiets- en vaarvakanties. Niet iedereen had zoveel baantjes, natuurlijk maar bijna al mijn vrienden en later alle kinderen van mijn vrienden hebben ook regelmatig gewerkt tijdens de studie. Op de HBO’s waar ik werkte was het soms zelfs problematisch dat de studenten meer tijd besteedden aan werk dan aan hun studie.

Hoe anders is dat hier. In Spanje is de werkloosheid zo hoog dat veel jongeren zich voorbereiden op een toekomst in het buitenland. Er is natuurlijk volop discussie over hoe dit probleem aan te pakken. De verlaging van de lonen heeft nauwelijks bedrijvigheid aangetrokken, terwijl het wel de binnenlandse vraag heeft geremd. Veel economen zoeken de oplossing in een verhoging van de arbeidsproductiviteit door middel van innovatie of herstructurering van de economie. Ook zijn er die de problemen aan de inefficiënte overheid wijten, zowel bij de overheidsinvesteringen als bij het innen van de belastingen. Het is moeilijk de vinger op de zere plek te leggen, maar het onderwerp leent zich wel voor interessante conversatielessen. Niet met mijn buurjongen hoor, die bleek daar nog wat te jong voor te zijn. Die middag ging ik al gauw over op voetbal; zijn favoriete club Real Madrid had die avond daarvoor immers in de Champions League gespeeld en daar had hij een uitgesproken mening over. 
Aan het werk als gids

maandag 25 maart 2013

Het is lente, potjandorie


Het is woensdag 20 maart. De eerste officiële lentedag. Ik kijk uit het raam en zie de ochtendzon op de besneeuwde toppen van de Montes Aquilianos schijnen. Dit is een ideale dag voor een mooie wandeling daar ergens in de bergen. Maar best druk vandaag. Vanmorgen geef ik Engelse les aan huis. Vanmiddag heb ik zoals elke woensdag drie groepen kinderen. Alsof er sprake is van telepathie ontvang ik op dat moment een sms’je van de ochtendcursist. ‘ Ik kan vandaag helaas niet. Maar morgen wel hoor.’ Ergens wel jammer. Nog nooit in mijn lange carrière in het onderwijs heb ik een enthousiastere leerling gehad. Maar zijn afmelding geeft me een vrije ochtend vol mogelijkheden. Ik trek mijn sportschoenen aan, steek mijn verrekijkertje in mijn zak en verlaat het huis.

Omdat de rivier Sil ’s morgens aan de schaduwzijde van de heuvelrug El Pajariel ligt, is het hier niet zo warm als het uitzicht uit het raam vanmorgen beloofd heeft. Het paadje langs de rivier staat deels onder water. Het heeft veel geregend, deze winter. Me vasthoudend aan de wilgentakken zoek ik me sluip-door-kruip-door een weg tussen de steile helling en de snelstromende rivier. Af en toe sta ik stil om te luisteren naar het getwitter en gezang van de vele vogeltjes. Ook zij vieren deze eerste lentedag uitbundig.

Als ik op de terugweg naar huis langs café Gijón loop, kijk ik even naar binnen of het er druk is. Niet dus. Ik duw de deur open, pak El Diario de León van de toog en zet me aan een tafeltje. De bardame komt al snel naar me toe en zet met een glimlach een kopje café con leche neer. Bestellen is hier niet nodig. We kennen elkaar. Op het raam van het café naast de deur hangt nu al maanden onze advertentie: English for All. Af en toe van de koffie nippend begin ik de krant te lezen.

Het is het gebruikelijke nieuws, zo stel ik vast. Economische crisis en corruptiezaken. De heisa rond de nieuwe burgemeester van Ponferrada is al wat weggeëbd. Ik begin te lezen over ‘el caso Bárcenas’. Alle corruptiezaken hebben een eigen naam die begint met het woord caso: de zaak. El caso Noos, el caso Gürtel, el caso de los ERE, het zijn er vele. Bárcenas is de oud-penningmeester van de regerende partij El Partido Popular. De man is nogal in opspraak gekomen vanwege, jawel, el caso Gürtel (vele casos zijn onderling verbonden) en bij het onderzoek hierna werd ontdekt dat hij een geheime bankrekening had in Zwitserland met zo´n slordige €22 miljoen erop. Onlangs werd zijn schaduwboekhouding gelekt aan El País. Het was ontluisterend. Veel belangrijke leden van de PP, waaronder waarschijnlijk Rajoy zelf, ontvingen aan het eind van de maand een goedgevulde envelop als aanvulling op hun salaris. Un sobresueldo wordt dat extraatje in de kranten genoemd. Als er in Spanje aan één ding geen gebrek is, dan is het toch wel aan banken. Een maandelijkse betaling in cash is dus wel heel erg verdacht. Toegegeven: ook ik krijg voor mijn privélessen cash betaald en een enkele keer zelfs in een envelop. Bij het overhandigen daarvan zijn gniffelende toespelingen op de caso Barcenás onvermijdelijk.

Ik lees het artikel half uit en leg de krant dan weg. Genoeg van al die ellende. Het is lente, potjandorie. Voor me uit starend denk ik aan de lessen die ik vanmiddag aan de kinderen moet geven. Het is eigenlijk meer spelen dan lesgeven. Met een glimlach denk ik terug aan de les van de vorige week aan het groepje van 12 -jarigen. We hebben de kinderen wijs gemaakt dat ik geen Spaans spreek om ze te dwingen Engels te praten. Dat gaat natuurlijk bijzonder moeizaam. En dit groepje van vier vlotte meiden probeert mij nu Spaans te leren, zodat de communicatie wat makkelijker gaat. ‘¡Hello is Hola!’, riepen ze vorige week, ‘¡¡Hola!!’ Ik hield me van de domme en zei: ‘Yes, I know, ¡Helado!’, hierbij refererend aan het ijsmerk Ola, maar dat ontging de meiden. ‘No, no, no, not helado. ¡¡Hola!! ¡¡¡Hola!!!’ Tot hun grote wanhoop vertaalde ik steeds weer Hello! met ¡Helado! of varianten daarop zoals ¡Holado! Vandaag zal ik de les gaan beginnen met: ‘¡Helado, chicas!’ Als in een verre toekomst El Bierzo bekend staat als de streek waar ze je begroeten met een woord dat lijkt op helado, dan heb ik hier in elk geval iets blijvends achtergelaten. Met deze fijne positieve gedachte sta ik op, leg een euro op de toog en verlaat het café met een warme groet die in niets lijkt op ijs of welke andere etenswaar dan ook.


zondag 24 juni 2012

Eerste stappen


De ludotheek
‘Kom binnen en trek je schoenen uit. Hier lopen we altijd op onze sokken.’ Ik ga zitten op een kinderkrukje en begin te peuteren aan mijn veters. Wanneer heb ik eigenlijk voor het laatst schone sokken aangedaan? De eigenaresse van de ludotheek stelt me voor aan het meisje dat blijkbaar ontslag gaat nemen. ‘Hoi, leuk dat je hier wilt komen werken.’ ‘Ik kom even kijken hoe het is,’ zeg ik voor de zekerheid. Ik ga op de volledig met een zachte mat bedekte vloer zitten. Nu weet ik het zeker. Ik had schone sokken aan moeten doen. De eerste kinderen komen binnen. Ze zijn tussen de vijf en zeven jaar oud. Er wordt geknuffeld en gezoend. Dan begint de kinderleidster te roepen. ‘Story! I will tell you a story!’ De kinderen komen naar haar toe. Ze pakt een boek met kleurige plaatjes. ‘Look, a flower! It is yellow! And that is the bee!’ De kinderen raken enthousiast. Een jongetje barst spontaan in tranen uit. Hij wordt door de beide dames getroost met een flinke knuffel. Het ziet er allemaal zeer goed uit. Als ik zelf kinderen had, zou ik ze ook op woensdagmiddag op deze ludotheek doen. Een speelse kennismaking met de Engelse taal. Maar ik besef dat dit als werk niets voor mij is. Mijn besluit staat vast. Wanneer kan ik met goed fatsoen mijn schoenen weer aandoen?

De geboorte van een handelsreiziger
Mijn vroegere lerares Duits Frau Janssen Springman zou me hier eens moeten zien zitten. ‘Knöpchen, was machst du jetzt wieder?’ zou ze zeggen. De Duitse natuursteenimporteur beklopt de leien daktegel die hem net is aangereikt. ‘Das sieht ja gut aus,’ zegt hij. ‘Tiene buena pinta,’ vertaal ik. De twee Bercianen, vader en zoon, knikken enthousiast. ‘Aber die Preise ....’ ‘Pero los precios .....’ zeg ik en probeer net zo´n bedenkelijk gezicht te trekken als de Duitser. Even later staan we buiten. Het dorpje bestaat uit witte huizen, de daken bedekt met leien tegels. Tijdens dit driedaagse handelsreisje door Duitsland heb ik daar oog voor gekregen. ‘Dit was het laatste bezoek. ¿Waar kunnen we je afzetten?’ vraagt de vader. ‘Doe maar in Luxemburg, dan pak ik daar de trein richting Amsterdam en kunnen jullie door naar Spanje.’ We stappen in de auto en rijden door het zachtglooiende landschap in de richting van waar de snelweg zou moeten zijn.

De eerste les
Dit is de ideale leerling. In mijn beste Engels heb ik haar zojuist gevraagd: ‘So tell me, being a tourist in El Bierzo, what shouldn´t I miss?’ en ze vult zonder problemen een tiental minuten met een enthousiaste beschrijving van Las Medulas, waarbij ik slechts af en toe de uitspraak van een woordje verbeter, hoewel dat als non native speaker altijd tricky is. Deze studente civiele techniek weet alles over de kracht van water die de Romeinen gebruikten om het goud aan de berg te onttrekken. Plots stokt haar verhaal. Dan vraagt ze me: ‘¿Qué es una palanca en inglés?’ ‘¿Palanca?’ Ze beweegt haar potlood over haar ringvinger op en neer. Hefboom, begrijp ik. Ik heb werkelijk geen idee. ‘Try something with counterweight,’ raad ik haar aan. Ze kijkt me even twijfelend aan. Dan vervolgt ze haar verhaal, af en toe onderbroken door mijn verbeteringen en sturende vragen. Als ik na de les thuis kom, zoek ik de woorden op die ik haar tijdens de les had willen aanreiken. Hefboom is in het Engels lever, volgens het woordenboek. Nooit van gehoord. Maar een mens is nooit te oud om te leren.