Posts tonen met het label werkloosheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werkloosheid. Alle posts tonen

donderdag 15 december 2022

Bericht vanuit het lege Spanje

Nog steeds vol verbazing loop ik de huiskamer in. Ana, die op de bank naar onze favoriete serie Amar es para siempre zit te kijken, kijkt me vragend aan.
‘¿Wie belde er?’
‘Dat vertel ik je straks wel tijdens het reclameblok.’
Want ik wil niets missen van de serie, die we nu al minstens 15 jaar bijna elke werkdag na het middageten kijken. De serie volgt de personages rond een cafeetje in Madrid door de naoorlogse jaren heen. We zijn nu in de vroege jaren tachtig aangeland, de periode dat ik zelf voor het eerst in Madrid was. 

Als de reclame begint, zet ik, zoals gewoonlijk, het geluid uit en geef Ana uitleg.
‘Het was een hbo-school in Alkmaar. Ze vroegen me of ik Intercultureel Engels wilde geven en wel vanaf volgende week.’
'¿Intercultureel Engels?'
‘Ja, ik weet ook niet wat dat is. Ze hadden in mijn cv bij een één of andere vacaturebank gezien dat ik ook Engelse bijles gaf.’
'¿Wat heb je geantwoord?'
‘Dat ik in Spanje woon, maar ja, dat wisten ze natuurlijk al vanwege het telefoonnummer. En dat ik eigenlijk een bevoegde leraar economie ben. En dat ik niet per direct beschikbaar ben, maar eventueel voor een korte periode in de toekomst best wil overkomen voor wat lessen.’
Dan zie ik dat de laatste irritante reclame voorbij is en zet ik het geluid weer aan. De advocate, gespeeld door een geweldige actrice, is ongewenst zwanger geraakt en dat terwijl ze net lijsttrekker is geworden van een politieke partij. Wat is die serie toch spannend!

Later die dag denk ik nog eens na over dat aanbod vanuit Alkmaar. Het bewijst het eens te meer. De arbeidsmarkt is in Nederland volkomen over de toeren. Het personeelsgebrek leidt tot lesuitval in het onderwijs, vertragingen of annuleringen van treinen, enorm lange wachtrijen bij Schiphol, te weinig horecapersoneel en wanhopige telefoontjes naar 64-jarige leraren in verre landen met de verkeerde bevoegdheid.

En dat is lang niet het enige probleem waar Nederland mee kampt. Arbeidsimmigranten zouden veel vacatures kunnen opvullen, maar er zijn te weinig betaalbare woningen. Er mag niet gebouwd worden want er wordt al te veel stikstof uitgestoten door met name de agrarische sector. De wegen staan vol files, de industrie stoot te veel CO2 uit en dan is er het structurele gevaar dat bij stijgend zeewaterniveau ten gevolge van klimaatverandering het hele westen van Nederland onder water zou kunnen lopen. Kort gezegd: Nederland zit aan de grenzen van de economische groei of is daar al overheen.

Het is een groot verschil met de situatie hier in El Bierzo. Deze streek behoort tot het ‘lege Spanje’, of, zoals sommigen zeggen ‘het leeggemaakte Spanje, omdat ze vinden dat de leegloop het gevolg is van verkeerd beleid.

El Bierzo zou een prima vestigingsplek zijn voor bedrijven, Europese instanties, gepensioneerden en online werkende zzp’ers. Het leven is hier veel goedkoper dan in Madrid, Barcelona, Amsterdam of Londen. Een woning vinden is geen probleem en er zijn geen files. Hier is de natuur nog puur. Hier vind je ruimte en rust. En de wijn is enorm lekker. Komt naar El Bierzo!



dinsdag 13 december 2016

Werk

Eén keer per week geef ik Engelse les aan een buurjongen. Huiswerk geef ik hem niet, dat heeft hij al genoeg nu hij in de voorlaatste klas van de middelbare school zit. We doen alle oefeningen gewoon tijdens de les; zelfs de luisteroefeningen. Dan leg ik mijn mobiele telefoon op tafel en speel ik een youtubevideo af waarop zo'n test te horen is. Meestal heeft hij aan één keer luisteren genoeg om de vragen te beantwoorden. Hij is snel en soepel van geest.

Engelse luistertesten gaan, vanzelfsprekend, vaak over aspecten van de Britse samenleving. Nou verschilt die over het algemeen niet veel van de Spaanse, maar een enkele keer zie ik me genoodzaakt een kleine toelichting te geven. Dat gebeurde laatst toen ik hem een klein testje gaf, waarbij de eerste vraag te maken had met werk. (Voor mensen die hun Engels willen oefenen: klik hier) We horen een Engelse moeder haar zoon vertellen dat het leuk en aardig is dat hij met zijn vrienden op vakantie gaat, maar dat hij dan wel beter een baantje voor de weekeinden kan zoeken zodat hij een zakcentje verdient. Mijn buurjongen had geen probleem met het geven van het juiste antwoord, maar ik zette de video stil om een markant verschil tussen Engeland en Spanje aan te stippen. In Spanje,of althans in El Bierzo, zou alleen een bijzonder cynische moeder haar kind aanraden een baantje te zoeken. Die zijn er haast niet.

‘Het is namelijk zo,’ begon ik, ‘dat het in Engeland en ook in Nederland vrij gewoon is dat scholieren ’s middags of in het weekeinde werken.’ Omdat ik zag dat het onderwerp zijn aandacht had zag ik mijn kans schoon om met de normaal wat verlegen jongen een heuse Engelse conversatie te hebben. ‘Het gaat dan om krantenjongens of vakkenvullers in de supermarkt. Heb jij een bijbaantje?’ Hij schudde het hoofd. ‘Zijn er schoolmaatjes van je die bijbaantjes hebben?’ Alweer voldeed het schudden van het hoofd als antwoord; dit onderwerp leende zich blijkbaar niet voor een conversatieles. Ik deed een nog laatste wanhopige poging. ‘Ik heb tientallen verschillende banen gehad; misschien wel honderd,’ vertelde ik hem. Vol ongeloof keek hij me aan.

Maar is het is echt waar, als je de uitzendbanen bij Randstand, Manpower en al die andere uitzendbureaus als verschillende banen ziet. Ik heb in de jaren voor, tijdens en direct na mijn studie gewerkt als winkelbediende, afwasser, papierprikker, inpakker, vrachtwagenlosser, lopendebandmedewerker, directiesecretaresse, hondenbelastingcontroleur,  campingmedewerker, kantoorschoonmaker (één dag, maar toch), typist, receptionist, telefonist, en bij heel veel verschillende bedrijven als administratief medewerker. Zelfs toen mijn carrière in een iets rustiger vaarwater terecht kwam en ik mezelf docent begon te noemen, bleef ik tijdens vakanties bijklussen als administratief medewerker en als meefietsende gids op fiets- en vaarvakanties. Niet iedereen had zoveel baantjes, natuurlijk maar bijna al mijn vrienden en later alle kinderen van mijn vrienden hebben ook regelmatig gewerkt tijdens de studie. Op de HBO’s waar ik werkte was het soms zelfs problematisch dat de studenten meer tijd besteedden aan werk dan aan hun studie.

Hoe anders is dat hier. In Spanje is de werkloosheid zo hoog dat veel jongeren zich voorbereiden op een toekomst in het buitenland. Er is natuurlijk volop discussie over hoe dit probleem aan te pakken. De verlaging van de lonen heeft nauwelijks bedrijvigheid aangetrokken, terwijl het wel de binnenlandse vraag heeft geremd. Veel economen zoeken de oplossing in een verhoging van de arbeidsproductiviteit door middel van innovatie of herstructurering van de economie. Ook zijn er die de problemen aan de inefficiënte overheid wijten, zowel bij de overheidsinvesteringen als bij het innen van de belastingen. Het is moeilijk de vinger op de zere plek te leggen, maar het onderwerp leent zich wel voor interessante conversatielessen. Niet met mijn buurjongen hoor, die bleek daar nog wat te jong voor te zijn. Die middag ging ik al gauw over op voetbal; zijn favoriete club Real Madrid had die avond daarvoor immers in de Champions League gespeeld en daar had hij een uitgesproken mening over. 
Aan het werk als gids

donderdag 24 mei 2012

Corralito


‘¿Zullen we in Spanje een corralito beleven?’ vroeg Ana me nadat we naar verontrustende berichten op het journaal hadden gekeken. Verbaasd keek ik haar aan. Corralito? Nooit van gehoord. Het bleek een bekende term in de Spaanssprekende landen te zijn. Het komt van Argentinië, het jaar 2001, toen de Argentijnse regering de peso loskoppelde van de dollar en alle banktegoeden bevroor om een kapitaalvlucht te voorkomen. We hadden het nu dus over iets dat we tot nu toe niet voor mogelijk hadden gehouden. Dat Spanje uit de euro gaat. Daar zou ik als leraar economie eigenlijk een glashelder beeld van moeten hebben.

Ach ja, de economische wetenschap. Een gedragswetenschap, zo leg ik mijn studenten altijd uit. En zeker geen exacte wetenschap. Want het gedrag van mensen is in wezen onvoorspelbaar. En zeker als je zelf deel uitmaakt van hetgeen je onderzoekt. Het gedrag van konijnen kun je als mens bijvoorbeeld redelijk objectief bestuderen. Maar stel dat een konijn het gedrag van konijnen zou bestuderen. Dan zou dat konijn, als het zelf over veel wortels zou beschikken, al snel concluderen dat het voor de konijnenpopulatie als geheel nu eenmaal het beste is als de zwakkeren het onderspit delven en de sterken overblijven om zich vooral veel voort te planten. Zou het konijn zelf over weinig wortels beschikken dan wordt een theorie van een eerlijker verdeling van de wortels en de voortplanting waarschijnlijker. Mijn studenten reageren meestal verward op dit verhaal. ‘Wat hebben we nou voor een idioot voor de klas staan?’ zie je ze dan denken.

Nee, in de economie bestaan geen absolute waarheden. Al hoor je die wel vaak verkondigd worden. Bijvoorbeeld dat de ‘markt’ altijd gelijk heeft. De grootst mogelijke onzin. Dat blijkt toch wel uit de huidige crisis. En dat bleek al tijdens de tulpenmanie in de 17e eeuw in Holland. Toen werden er kapitale bedragen betaald voor tulpen. Tot die markt uiteenspatte. Net als nu de markt van onroerend goed. De markt laat zien dat veel mensen vaak achter elkaar aan rennen, ook als eigenlijk wel duidelijk is dat het de verkeerde richting is. ‘We zijn in oorlog met de markten,’ is een andere waarheid die ik wel hoor verkondigen. Vreemde zaak. Waarschijnlijk wordt er gedoeld op de grote spelers op de markt. De mensen willen graag iemand de schuld kunnen geven. De bankiers bijvoorbeeld. Of de kredietbeoordelaars. Standard & Poor´s, Moody´s en Fitch behoren nu in Spanje misschien wel tot de meest gehate instituten. Voor een deel lijkt dat onterecht. De boodschapper van het slechte nieuws krijgt de schuld. Je hoeft niet bepaald een geniale econoom te zijn om een land met een werkloosheid van 24% en enorme binnenlandse schulden minder kredietwaardig te achten, zeker als het taboe op het verlaten van de eurozone wordt opgeheven. Maar de kredietbeoordelaars geven niet alleen een beoordeling (waarbij ze in het verleden de nodige blunders hebben gemaakt, overigens), maar doen ook aanbevelingen. En dat doen ze vanuit een bepaalde economische theorie. Die van dat konijn met veel wortels. Er moet bezuinigd worden. Zelfs op onderwijs. Ontslagen. Gesaneerd. Geprivatiseerd. En als de huidige regering dat dan doet en dat niet het gewenste effect heeft, nou, dan verlagen ze de status van Spanje gewoon weer. Want natuurlijk kijken ze niet echt naar het beleid, maar gewoon naar het resultaat: de werkloosheid, de tekorten, de schulden.

Enfin, die avond na het nieuws zaten we dus te bomen over de toekomst. Spanje de euro uit? Terug naar de peseta? Zal het daarna beter gaan? Spanje zal dan goedkoper worden voor het buitenland, maar de koopkracht zal dalen. En Nederland? Euro´s of terug naar de gulden? En wat zou dat allemaal voor ons betekenen? Het werd ons bang te moede.

maandag 23 augustus 2010

Trots

´Het is goed om weer in El Bierzo te zijn,´ zeg ik terwijl ik nog een stukje calamar aan mijn vork rijg. ´Het eten is hier gewoon beter, hoewel de haringen in Nederland dit jaar ook goed waren.´ ¿Hoe eten jullie die haringen?´ ´Nou, gerookt, in het zuur, maar het lekkerst zijn de gezouten, rauwe haringen.´ ´¿Rauw? ¡Gadverdamme!´ We zitten lekker op een terrasje in Ponferrada wat tapaatjes te prikken en te nippen van de heerlijke rode wijn uit El Bierzo. Dan vraagt iemand: ´¿En heb je nu al een baan gevonden hier?´ ´Nee, nog niet, maar wie weet komt er wat aan.´

We raken aan de praat over de economie. In Spanje is de werkloosheid zo´n 20%. Een belachelijk hoog cijfer. ´Ik ben een wat domme emigrant´, vertel ik lachend, ´ik ben gegaan van het land met de laagste werkloosheid naar het land met de hoogste werkloosheid van Europa.´ ´¿Hoe zou dat komen dat er hier zoveel werkloosheid is?´ Ik begin een betoog over arbeidsproductiviteit en internationalisering, zoals het een leraar economie betaamt, ook al behoort die even tot het leger der werklozen. En passant breng ik de corruptie en het clientelisme ter sprake. Overheidsgeld wordt zodoende zeer inefficiënt besteed. Even is het stil. Dan zegt iemand: ´Zoals het Nederlandse team speelde in finale, dat was gewoonweg schandalig.´ Even ben ik van mijn à propos door de plotselinge wisseling van gespreksonderwerp. Maar het moest er natuurlijk van komen. Als je deze zomer met een groep Spanjaarden gaat eten komt de wereldcupfinale onvermijdelijk ter sprake.

En aanvankelijk leek het zo mooi te zijn. Nederland en Spanje in de finale. ´Wat er ook gebeurt, ik heb al gewonnen´, verkondigde ik trots aan wie het maar horen wou. Niets bleek minder waar. De finale zag ik toen ik in Nederland was. In huiselijke kring, met de familie. Het was een schaamteloze vertoning. De karatetrap van Nigel de Jong. De ontstellende hypocrisie van Mark van Bommel. Zelfs de commentator deed mee. Toen Spanje eindelijk het winnende doelpunt had gemaakt, veronderstelde hij buitenspel. ´Werken tegenwoordig bij de publieke omroep gesjeesde kandidaten van Trots Op Nederland?´ vroeg ik mijn familieleden. Die reageerden niet op mijn sarcastische opmerking. Die waren voor Oranje. En buitenspel, waarom niet? Als de verslaggever het zegt! En toen ik bij het klinken van het eindsignaal mijn opluchting uitsprak over het feit dat het voetbal zelf gewonnen had in deze finale, werd mij vooringenomenheid verweten. Mijn goeie ouwe Ome Jaap sprak zelfs, schertsend weliswaar, van heulen met de vijand.

Ook hier op dit terras van Ponferrada betoon ik mij weinig vaderlandslievend. Ik ga door het stof, zou je zelfs kunnen zeggen. Zeker, Nederland verdiende te verliezen. De scheids had allang rode kaarten moeten trekken voor diverse Nederlandse spelers. Ja, Spanje was echt beter. Schitterend combinatiespel. Die Xavi, wat is die geweldig zeg. Die moet voetballer van het jaar worden. Inderdaad, Nederland was zichzelf niet; het heeft de huisstijl verloochend. Gelukkig begint iemand over vakanties. Het is immers juli. Wij vertellen over ons reisje naar Friesland. Met de trein van Amsterdam naar Enkhuizen, daarna de boot naar Stavoren, en vervolgens met de trein naar Hindeloopen.´ Allemaal met het openbaar vervoer. Dat is in vergelijking met Spanje allemaal zo goed geregeld in Nederland´ zeg ik. ´Maar zoals ze speelden in de finale, dat kon echt niet,´ zo word ik teruggefloten.
En ik begrijp dat de Spanjaarden voorlopig even helemaal geen zin hebben om de kritische meningen van een Hollander te moeten aanhoren.