Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen

zaterdag 1 oktober 2011

Aan het werk!


Het is een grauwe dinsdagmorgen in Rotterdam. Ik leg aan een groep studenten de wet van toe- en afnemende meeropbrengsten uit. ´Begrijpen jullie wel? Dus hoe meer je produceert hoe efficienter je kan werken, tot je bij een punt komt dat je steeds minder efficient werkt´. Met mijn handen beeld ik het golvende verloop van de curve uit, die achter mij op het bord geprojecteerd staat. De studenten staren me vermoeid aan. Ze lijken niet echt geïnteresseerd in de wet van toe- en afnemende opbrengsten. Terwijl die toch zo belangrijk is voor het verloop van de marginale kostencurve. Blijkbaar hebben ze een zwaar weekeinde gehad. Want stappen, dat doen deze studenten volop. Aan geld ontbreekt het ze niet. Bijna allemaal hebben ze een baantje. Voor de studie houden ze maar weinig tijd over, zo luidt een algemene klacht onder docenten. Eén student steekt zijn hand op. Ha, een vraag. 'U woont toch in Spanje? Is het daar nou echt zo erg met de crisis?' Dat was nou niet bepaald hetgeen ik aan het uitleggen was. Een overduidelijke poging me van de taaie kost af te leiden. Maar goed, interesse moet aangemoedigd worden.

´De werkloosheid is in Spanje erg hoog,´ leg ik uit. ´Maar liefst 20%, en ja, dat merk je bij ons in Ponferrada ook. Bij ons in de straat beneden vindt bijvoorbeeld elke dag een demonstratie plaats van werknemers van een bedrijf in keukenapparatuur, omdat nu al sinds maanden de lonen niet meer uitbetaald worden. En deze mensen krijgen ook geen werkloosheidsuitkering omdat ze niet ontslagen worden.´ Ik merk dat het best wel goed is om eens over concrete economie te praten in plaats van over abstracte modellen en vervolg: ´Ook het aantal bedelaars is toegenomen. En het type bedelaar is veranderd. Nu zie je soms bedelaars van wie je denkt: Hé, die heeft vast vroeger een kantoorbaan gehad.´

´Maar hoe komt het toch dat er in Spanje zoveel werkloosheid is?´ vraagt dezelfde student. De aandacht van de overige studenten verslapt. Sommigen beginnen met elkaar te kletsen. Ik begin een verhaal over de lage rente die in Spanje tot overmatige kredietverstrekking heeft geleid, waardoor er veel te veel gebouwd werd. Totdat de onroerendgoed-luchtbel ontplofte met alle werkloosheid en kapitaalverlies van dien. Ook de vragensteller lijkt niet meer zo geïnteresseerd. Waarschijnlijk had hij gehoopt op een wat sappiger antwoord in de trant van: De Spanjaarden houden nu eenmaal meer van siesta, paella en sangria dan van hard werken. Want op deze manier wordt er nu veelal over Zuid-Europa gepraat. Vooral door de populisten. Deze hebben de moslims allang ingeruild voor de Grieken als de zondebokken van deze crisis. Lui, onbetrouwbaar en corrupt, zo worden ze genoemd. Maar zou Nederland niet gewoon de volgende keer aan de beurt zijn? Misschien moet ik in de nabije toekomst uitleggen: ´Er waren in Nederland nu eenmaal veel te veel mensen die met een fikse uitkering vervroegd met pensioen gingen. Het onderwijs werd meer en meer verwaarloosd. Er was een uitgebreid zwartgeldcircuit dankzij de bloeiende drugshandel, hetgeen een corrumperende uitwerking had op de samenleving. En het zo van de handel afhankelijke Nederland keerde zich steeds meer af van het buitenland.´

Alle studenten zijn nu druk met elkaar in gesprek. Dat verhaal over de Spaanse economie is immers geen examenstof. Ik roep ze tot de orde. Dan laat ik ze de volgende grafiek zien en zeg: ´Kijk, en hier zien we wat het gevolg is van de wet van toe- en afnemende meeropbrengsten op de kostencurves. Wie van jullie ziet bij welke prijs deze monopolist zijn maximale winst behaalt?´ Zwijgend staren de studenten me aan.


maandag 23 augustus 2010

Trots

´Het is goed om weer in El Bierzo te zijn,´ zeg ik terwijl ik nog een stukje calamar aan mijn vork rijg. ´Het eten is hier gewoon beter, hoewel de haringen in Nederland dit jaar ook goed waren.´ ¿Hoe eten jullie die haringen?´ ´Nou, gerookt, in het zuur, maar het lekkerst zijn de gezouten, rauwe haringen.´ ´¿Rauw? ¡Gadverdamme!´ We zitten lekker op een terrasje in Ponferrada wat tapaatjes te prikken en te nippen van de heerlijke rode wijn uit El Bierzo. Dan vraagt iemand: ´¿En heb je nu al een baan gevonden hier?´ ´Nee, nog niet, maar wie weet komt er wat aan.´

We raken aan de praat over de economie. In Spanje is de werkloosheid zo´n 20%. Een belachelijk hoog cijfer. ´Ik ben een wat domme emigrant´, vertel ik lachend, ´ik ben gegaan van het land met de laagste werkloosheid naar het land met de hoogste werkloosheid van Europa.´ ´¿Hoe zou dat komen dat er hier zoveel werkloosheid is?´ Ik begin een betoog over arbeidsproductiviteit en internationalisering, zoals het een leraar economie betaamt, ook al behoort die even tot het leger der werklozen. En passant breng ik de corruptie en het clientelisme ter sprake. Overheidsgeld wordt zodoende zeer inefficiënt besteed. Even is het stil. Dan zegt iemand: ´Zoals het Nederlandse team speelde in finale, dat was gewoonweg schandalig.´ Even ben ik van mijn à propos door de plotselinge wisseling van gespreksonderwerp. Maar het moest er natuurlijk van komen. Als je deze zomer met een groep Spanjaarden gaat eten komt de wereldcupfinale onvermijdelijk ter sprake.

En aanvankelijk leek het zo mooi te zijn. Nederland en Spanje in de finale. ´Wat er ook gebeurt, ik heb al gewonnen´, verkondigde ik trots aan wie het maar horen wou. Niets bleek minder waar. De finale zag ik toen ik in Nederland was. In huiselijke kring, met de familie. Het was een schaamteloze vertoning. De karatetrap van Nigel de Jong. De ontstellende hypocrisie van Mark van Bommel. Zelfs de commentator deed mee. Toen Spanje eindelijk het winnende doelpunt had gemaakt, veronderstelde hij buitenspel. ´Werken tegenwoordig bij de publieke omroep gesjeesde kandidaten van Trots Op Nederland?´ vroeg ik mijn familieleden. Die reageerden niet op mijn sarcastische opmerking. Die waren voor Oranje. En buitenspel, waarom niet? Als de verslaggever het zegt! En toen ik bij het klinken van het eindsignaal mijn opluchting uitsprak over het feit dat het voetbal zelf gewonnen had in deze finale, werd mij vooringenomenheid verweten. Mijn goeie ouwe Ome Jaap sprak zelfs, schertsend weliswaar, van heulen met de vijand.

Ook hier op dit terras van Ponferrada betoon ik mij weinig vaderlandslievend. Ik ga door het stof, zou je zelfs kunnen zeggen. Zeker, Nederland verdiende te verliezen. De scheids had allang rode kaarten moeten trekken voor diverse Nederlandse spelers. Ja, Spanje was echt beter. Schitterend combinatiespel. Die Xavi, wat is die geweldig zeg. Die moet voetballer van het jaar worden. Inderdaad, Nederland was zichzelf niet; het heeft de huisstijl verloochend. Gelukkig begint iemand over vakanties. Het is immers juli. Wij vertellen over ons reisje naar Friesland. Met de trein van Amsterdam naar Enkhuizen, daarna de boot naar Stavoren, en vervolgens met de trein naar Hindeloopen.´ Allemaal met het openbaar vervoer. Dat is in vergelijking met Spanje allemaal zo goed geregeld in Nederland´ zeg ik. ´Maar zoals ze speelden in de finale, dat kon echt niet,´ zo word ik teruggefloten.
En ik begrijp dat de Spanjaarden voorlopig even helemaal geen zin hebben om de kritische meningen van een Hollander te moeten aanhoren.