Posts tonen met het label crisis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label crisis. Alle posts tonen

zondag 27 september 2020

Todo es mentira, dus don’t belive nothing

 Ik had de leus Todo es mentira, alles is gelogen, al eens gelezen op een viaduct langs de snelweg, toen ik als bijrijder even verveeld mijn ogen had laten dwalen over het landschap. Het lijkt een variant van de klassieke paradoxen: Alle Kretenzers liegen, uitgesproken door de Kretenze filosoof Epimenides, of Deze bewering is niet waar. Ik had de leus in mijn geheugen opgeslagen om eventueel te gebruiken voor een Brief uit El Bierzo, waarbij ik het verschijnsel complottheorie zou aankaarten, maar heb dat uiteindelijk laten varen. Er circuleerden ook toen al veel absurde theorieën, maar die werden in elk geval in mijn directe omgeving niet vaak gedeeld.

Maar laatst, tijdens een korte wandeling door Ponferrada, volledig in het kader van de coronacrisis, dus met mondkapje en iedere passant zoveel mogelijk ontwijkend, stuitten mijn vrouw en ik op deze tekst:

Omdat het leraarschap me in het bloed zit, was mijn eerste neiging om de fouten te verbeteren, maar ik had geen stift bij me. Met mijn telefoon maakte ik een foto van de tekst om er nu wel een Brief aan te wijden, want de tijden zijn veranderd. Er is immers een pandemie gaande, waarbij de gekste dingen beweerd worden over bijvoorbeeld Bill Gates of zendmasten. Ik heb, voor zover ik weet, geen kennissen die dergelijke onwaarschijnlijke theorieën aanhangen, maar wel heb ik vrienden in mijn reële en virtuele omgeving die de problemen rond het virus ontkennen of bagatelliseren. Op zich is dat vreemd genoeg, want de toestanden in de ziekenhuizen van bijvoorbeeld Madrid en Breda in het afgelopen voorjaar logen er bepaald niet om.

De mensen die tot deze groep van ontkenners of bagatelliseerders behoren, zijn niet zo gemakkelijk onder een noemer te brengen. Mijn onderburen van de rechts-populistische partij Vox hebben op het eerste gezicht weinig gemeen met Amsterdamse anarchisten, Berciaanse anti-vaccinisten en onverbeterlijke hedonisten uit zowel El Bierzo als Nederland, behalve misschien een hoge mate van stelligheid dat ze voorgelogen worden door de wetenschap, media en autoriteiten. ¡Todo es mentira! Don't belive nothing!

Dat de wetenschap niet altijd veel duidelijkheid geeft, schijnt de sceptici te sterken in het ontkennen van de problemen. Het al of niet gebruiken van het mondkapje is mooie illustratie van de onzekerheid. Niemand weet precies hoeveel zin het heeft om ze te dragen. In Nederland lijken weinig mensen ze te dragen, terwijl ik in Ponferrada echt niet de straat op kan zonder mijn mond en neus te bedekken. Zie ook deze mededeling die bij ons in het portaal hangt, vooral bestemd voor onze rechts-populistische benedenburen, neem ik aan. 

Informatie voor alle eigenaren:
Om gezondheidsredenen is het gebruik van het mondkapje verplicht
in alle gemeenschappelijke ruimtes.
Denk niet alleen aan jezelf.

Twijfel is de kracht van de wetenschap. Door niets voor zeker aan te nemen en hooguit voorlopige conclusies te trekken kan het inzicht voortschrijden. In dat opzicht is het juist de door zoveel sceptici verguisde wetenschap die niets gelooft, maar er alleen vanuit gaat dat iets waar kan zijn tot het tegendeel bewezen is. Het zijn de ontkenners die stellig blijven geloven in hun eigen gelijk, ook al beginnen de ziekenhuizen weer vol te lopen met COVID-19-patiënten. 

Overigens heb ik zelf, ondanks alle economische en medische problemen die zich voordoen, toch ook een zeker positief gevoel bij alle maatregelen die de Europese overheden treffen. Ik had een jaar geleden nooit gedacht dat men bereid zou zijn zo’n groot economische verlies te accepteren om de levens van kwetsbaren te redden. Het leven gaat boven het geld. Ik zal proberen dat positieve gevoel vast te houden, want het zal allemaal nog wel even duren. 


dinsdag 31 maart 2020

Beste Wopke,

Wopke, Wopke, wat heb je nu toch weer gedaan? Je maakt het leven van een Nederlandse guiri in Spanje een stuk moeilijker met je ongepaste opmerkingen bij de onderhandelingen in de EU over steunfondsen en corona-obligaties. Je zult wel zeggen: ‘Maar zo erg was het toch niet? Ik vroeg gewoon om een rapport met de redenen waarom sommige landen wel financiële buffers hebben opgebouwd (zoals Nederland) en sommige niet (zoals Italië en Spanje).’ Maar zoiets vraag je niet als de nood aan de man is. Of ga je aan alle coronapatiënten ook vragen of ze wel gezond geleefd hebben voordat je ze in het ziekenhuis opneemt? Nu in bijna alle landen de gezondheidszorg dreigt om te vallen en de economie is stilgezet, is dit het moment om eensgezind te voorkomen dat deze crisis volkomen uit de hand loopt. De Nederlandse politici hebben zich toch al onpopulair gemaakt met hun arrogante gedrag tijdens diverse topconferenties over het inzetten van het Europese noodfonds en daar kwam jouw opmerking nog eens bovenop.

De woede hier in Spanje is groot. Los países muy bajos, de wel zeer lage landen, is de titel van een commentaar van één van de belangrijkste columnisten bij de krant El País. Bijna iedereen is het er hier en in Italië over eens dat het Nederland volkomen ontbreekt aan solidariteit en inzet voor de Europese samenwerking. Die corona-obligaties zijn eigenlijk best een goed idee: het voorkomt dat er gespeculeerd kan worden tegen de nationale obligaties zoals dat het geval was in de laatste jaren van de vorige crisis. Het is duidelijk dat de Nederlandse regering de hete adem in de nek voelt van de rechtspopulistische partijen met hun anti-Europaretoriek, maar zeker in deze tijden is een hechtere Europese samenwerking noodzakelijk. Het virus kent geen grenzen en dus zitten alle landen straks in hetzelfde schuitje. De Nederlandse regering moet zich diplomatiek en solidair opstellen in deze moeilijke tijden.

Dat rapport over de oorzaken van de grote verschillen tussen financiële reserves van de lidstaten moeten we in de toekomst maar eens gaan schrijven. Want voor het voortbestaan van de EU is het van belang te weten waarom er zoveel verschil is tussen Noord- en Zuid-Europa als het gaat om werkloosheid, nationaal inkomen, nationale schulden, overheidstekorten en zoveel andere economische indicatoren. Maar dan moeten we het plaatje van alle kanten bekijken. Niet alleen kijken naar de tekortkomingen van anderen, Wopke! Ook Nederland als belastingparadijs meenemen; daar moet jij als minister van Financiën toch alles van weten. En de manier waarop met name Griekenland en Italië geconfronteerd worden met de vluchtelingencrisis. Maar da’s voor later. Op de korte termijn is een Europese oplossing ter voorkoming van een economische crisis noodzakelijk.

Veel beterschap met je christendemocratische moraal!


woensdag 25 maart 2020

Liefde in tijden van covid-19

Ja, wij doen het ook. Elke avond om acht uur gaan we naar het balkon om te applaudisseren. Eén keer hebben we zelfs het nu zo vaak gespeelde lied Resisteré (ik houd vol) gezongen, of beter gezegd: mijn vrouw Ana zong en ik speelde gitaar. Het geeft een goed gevoel dergelijke dingen te doen, als blijk van waardering voor al de nog werkende mensen in de zorg, het transport, de winkels en andere sectoren van vitaal belang. Het geeft ons het gevoel te behoren tot dat grote deel van de bevolking van Ponferrada, El Bierzo, Spanje, Europa en de wereld dat bereid is te doen wat nodig is om de ineenstorting van de gezondheidszorg te voorkomen door vooral thuis te blijven.

We hebben het vaak over het virus, vanzelfsprekend. We zijn, nu mijn vrouw thuis werkt, de gehele dag samen, dus we weten exact wat de ander heeft gedaan, doet of gaat doen. De enige mogelijke wandeling is naar de supermarkt in de straat, maar uitgebreide gesprekken over dat thema hebben we niet, nu we aan de rij wachtende mensen op straat, elk op twee meter afstand van elkaar, gewend zijn geraakt. Zelfs het toiletpapier is geen gespreksonderwerp meer, nu de ergste dagen van het hamsteren achter de rug lijken te zijn.

En dus gaan onze conversaties tijdens het uitgebreide Spaanse middageten en het net iets minder uitgebreide avondeten vaak over wat we gelezen hebben in de digitale kranten en de sociale media. Uit deze crisis blijkt eens te meer hoeveel de mensen in de wereld, ondanks de culturele en politieke verscheidenheid, in wezen op elkaar lijken. Maar niet iedereen is even goed in staat om de politieke onenigheden opzij te zetten in deze tijden van covid-19. Steeds minder wordt het gevaar van het virus gebagatelliseerd, maar er zijn nog zat verontwaardigde medemensen die de behoefte voelen om iemand de schuld te geven, zoals aan de immigranten, de kapitalisten, de feministen1, de neoliberalen, de geheime dienst van China, de geheime dienst van de Verenigde Staten, de huidige linkse regering van Spanje, de laatste rechtse regering van Spanje, de koning van Spanje2, Pablo Iglesias3 of Batman.

De politieke verdeeldheid lijkt hier in Spanje groter dan in Nederland, waar, volgens mij, alleen de rechtse populisten wat stennis maken. Hier vindt er een heuse strijd plaats tussen de gemeente Madrid, in handen van een rechtse coalitie, en de centrale regering, in handen van een linkse coalitie, over de verdeling van medische hulpmiddelen. Ook tekenend was dat tijdens de toespraak van de koning over de crisis in Spanje sommige mensen het balkon opgingen om op pannen te slaan, een heuse cacerolada. Zoiets zou in deze tijden in Nederland toch ondenkbaar zijn.

Met afgunst zie ik alle foto’s en berichten van mijn Nederlandse vrienden voorbijkomen. Daarginder kunnen de mensen gewoon naar buiten voor een wandeling, een fietstochtje of een stukje rennen. Hier is dat absoluut verboden, zelfs al ga je helemaal alleen. Er lopen hier en daar zelfs militairen op straat om dat tegen te gaan. Ik kan alleen maar vanaf mijn balkon verlekkerd kijken naar mijn favoriete berg El Pajariel, waar alle dieren niet zullen weten wat ze overkomt. Er zijn nergens mensen!

Maar de grote vraag is natuurlijk: wat gebeurt er straks na de gezondheidscrisis. Een economische crisis lijkt onvermijdelijk. Ik hoop dat deze dit keer niet vleugels geeft aan allerlei nationalistische bewegingen, want dat is in het verleden niet altijd even goed afgelopen. We moeten de handen ineenslaan in Europa en in de hele wereld, om onze ervaring, onze kennis en onze rijkdom delen. Er is veel werk aan de winkel en dat moeten we doen vol overgave. Met solidariteit. En met liefde. En dan gaan we allemaal heel veel voor elkaar applaudisseren.

1 Vanwege de demonstratie op vrouwendag van 8 maart in Madrid
2 Het klinkt misschien gek maar deze video heeft als titel: de koning heeft de schuld.
3. Pablo Iglesias, de leider van de linkse partij Podemos en huidige Minister van Sociale Zaken. Hij woonde lijflijk een bijeenkomst bij, ondanks dat zijn vrouw positief was bevonden bij covid-19-test.

woensdag 13 april 2016

Vogels in de lucht

We stonden wat te drinken in een kroeg, mijn Engelse collega, een Spaanse advocaat en ik, toen we het op de één of andere manier kregen over de uitdrukking ‘Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.’ De Spanjaarden zeggen: ‘Een vogel in de hand is meer waard dan honderd die vliegen.’ (Más vale un pájaro en la mano que ciento volando). De Engelsen zeggen: ‘Een vogel in de hand is twee vogels in het struikgewas waard.’ (A bird in the hand is worth two in the bush). En wij Nederlanders zitten dus met die tien vogels in de lucht tussen de Spanjaarden en de Engelsen in. ‘Hier moet je over schrijven in je blog,’ zei mijn Engelse collega met een glunderend gezicht. Een verzoeknummer, dus dit keer.

De verschillen in aantallen vogels in dezelfde uitdrukking geeft natuurlijk alle aanleiding tot gespeculeer over de verschillen in volksaard. Maar als er één ding is dat je leert als emigrant is het wel dat zoiets als de Nederlandse of de Spaanse volksaard helemaal niet bestaat. Daarvoor is de diversiteit tussen de inwoners van een land gewoonweg te groot. Gelukkig maar.

Maar vooruit maar met wat zinloze speculaties. Waar de vogels in de lucht en in het struikgewas op lijken te wijzen is een verschil in de manier waarop er met zekerheden en risico’s wordt omgegaan. Een verschil in ondernemerschap, wellicht. De Engelsen lijken dan het meest ondernemend te zijn. Zij hebben maar twee kansen nodig om een zekerheid op te geven. Dan komen de Nederlanders met tien kansen. En het minst ondernemend zouden dan de Spanjaarden moeten zijn die maar liefst meer dan honderd kansen nodig hebben om een zekerheid op te geven. Deze volgorde komt overeen met die van de lijst landen in The Global Entrepreneurship Index (voor de lijst, klik HIER). Daarin staat het Verenigd Koninkrijk op nummer 9, Nederland op nummer 13 en Spanje op de 32e plaats. Ook in het dagelijks leven zie ik hier een Spanje een hang naar zekerheid. Ik ken heel veel mensen die zich voorbereiden voor zogenaamde oposiciones, de staatsexamens die toegang geven tot een felbegeerde baan als ambtenaar. Zelfs voor een paar vacatures voor leraar van een bepaald vak melden zich duizenden kandidaten voor het examen aan om maar de sociale zekerheid van het ambtenaarschap te verkrijgen. Een behoorlijk verschil met Nederland, waar scholen vaak moeite hebben een geschikte kandidaat te vinden.

Toch is er volgens mij niet echt sprake van een mentaliteitsverschil tussen Spanje en Nederland als het gaat om ondernemerschap. Het zijn de omstandigheden die verschillen. De nog steeds voortdurende crisis in Spanje maakt van ondernemen een hachelijke zaak. De wetgeving in Spanje helpt ook niet echt mee om als kleine zelfstandige te beginnen. Er is een overdaad aan regels en de sociale premies die je moet afdragen zijn een vast bedrag, onafhankelijk van je inkomen.

De hoge score van de Scandinavische landen in de eerder genoemde ondernemerschaplijst wijst volgens mij op een positief verband tussen de ontwikkeling van de verzorgingsstaat en ondernemerschap (hoewel de VS nummer één staat en een minder ontwikkelde verzorgingsstaat heeft). Het lijkt logisch. Als je weet dat je altijd terug kunt vallen op een subsidie of uitkering is het gemakkelijker risico’s te nemen. Hier in Spanje bestaan dergelijke voorzieningen nauwelijks. Alleen de werkenden bouwen pensioen op, AOW bestaat niet, bijstand is hooguit € 400 per maand zelfs voor families met kinderen hebt en zoiets als huursubsidie of kinderbijslag bestaat ook al niet.

Zelf ben ik overigens tot nu toe helemaal niet zo’n ondernemer geweest. Ik heb wel plannen gehad, hoor. Warme zuurkool- en boerenkoolmaaltijden verkopen op treinstations (had ik zelf behoefte aan toen ik ver van huis avondlessen gaf), een reisorganisatie voor meerdaagse fietstochten in Nederland (bleek al te bestaan; ben toen maar voor zo’n bedrijf gaan werken als gids); een alternatieve Amsterdamse voetbalbond oprichten voor amateurs omdat we het keer op keer niet eens waren met de KNVB-programmering, en hier in Spanje BAP; El Bierzo a Pie, voor al uw wandeltochten in El Bierzo. Altijd schrok ik terug voor de rompslomp. Maar de Nederlandse sociale zekerheid heeft me wel altijd een gevoel van vrijheid gegeven. Daardoor kon ik Politieke Wetenschappen studeren bij de Universiteit van Amsterdam, terwijl ik wist dat de arbeidsmarkt niet echt zat te wachten op afgestudeerde politicologen. Enkele aanbiedingen voor saaie vaste banen heb ik afgeslagen en ik ben gewoon blijven aanklooien met tijdelijke contracten, afgewisseld met leuke zomerklussen als gids of campingmedewerker. En zelfs ben ik op me ouwe dag nog een ongewis Spaans avontuur aangegaan, in de verwachting dat bij eventuele terugkeer met hangende pootjes de Nederlandse bijstandswet uitkomst zou kunnen bieden. Verzorgingsstaat maakt vrij. En die vrijheid maakt het mogelijk minder waarde te hechten aan dat vogeltje in je hand en achter één van die vogels in de lucht aan te hollen.

woensdag 12 juni 2013

El paseo

Het is een zaterdagmiddag, een uur of zeven. Dit zou toch eigenlijk het moment moeten zijn dat de straten zich vullen met winkelend publiek. Maar nee. De meeste winkels zijn zelfs dicht. Sommige staan leeg. Se vende (te koop) of se alquila (te huur) staat er te lezen op de aanplakbiljetten op de ramen. Bij winkels die al langer dicht zijn heeft deze boodschap gezelschap gekregen van aankondigingen van demonstraties, advertenties voor privélessen en tweedehands artikelen en het onvermijdelijke Compro Oro (ik koop goud). Maar ook de winkels die normaalgesproken open zijn, sluiten tegenwoordig op zaterdagmiddag al de deuren. Te weinig klandizie. De crisis hakt er in. En ook natuurlijk ook dat veel mensen het grote overdekte winkelcentrum verderop prefereren, waar het parkeren zo gemakkelijk is en het dak bescherming biedt tegen het grillige voorjaarsweer.

Met een zekere weemoed herinner ik me hoe in de jaren tachtig de straten In Spanje zich plots konden vullen met flanerende mensen. El Paseo heette dit verschijnsel. Iedereen ging ’s middags tegelijkertijd de straat op, zich zo langzaam mogelijk voortbewegend en zoveel mogelijk mensen begroetend. Het gebeurde werkelijk overal; van Las Ramblas en de omringende winkelstraten in Barcelona tot in de paar straten van een klein bergdorpje. Eén keer verbleef ik in een foeilelijke buitenwijk van Madrid waar absoluut niets te beleven was, tot ook hier ’s middags als bij toverslag alle buurtbewoners de straat op gingen om elkaar te zien en door elkaar gezien te worden. Wij, als jonge interrailers, vonden el paseo geweldig en mengden ons vol enthousiasme tussen al die flanerende mensen. Helaas waren we met onze jonge energieke lichamen niet in staat ons aan het tergend langzame wandeltempo aan te passen, waardoor we binnen de kortste keren de straten waar el paseo plaats vond enkele keren heen en weer hadden gelopen. Al snel vonden we het gemakkelijker om plaats te nemen aan een belendend terras om van daaruit het verschijnsel met een pils in de hand in ogenschouw te nemen en punten te geven voor de uitverkiezing van de beste flaneerder, een competitie die zonder uitzondering gewonnen werd door een bevallig meisje met een donkere oogopslag.

En nu, terwijl ik door de verlaten straten van Ponferrada slenter, mis ik El Paseo. Ja, ik word ouder en dan schijn je dat te krijgen; dat idee dat het vroeger beter of in elk geval gezelliger was. Misschien heb ik nu ook wel de leeftijd dat ik me zonder moeite zou kunnen aanpassen aan het tempo van El Paseo. Even probeer ik het; wat kan het schelen; er is toch niemand die het ziet. Zo langzaam mogelijk loop ik door de uitgestorven winkelstraat. Zo heb je in elk geval wel de gelegenheid uitgebreid de etalages te bekijken en de aanplakbiljetten te lezen. Maar nee, dit houd ik niet vol. Trouwens, er is haast niemand die zich nog zo voorbeweegt. Tegenwoordig is footing in de mode. Laat in de middag zie je in de parken en de wegen rond de stad kleine groepjes mensen, vrouwen meestal, die zich snel wandelend voorbewegen waarbij ze overdreven heftig met de armen zwaaien. Als ik ze zie heb altijd de neiging te denken: ‘hop, hop, hop’. Eens even kijken of footing me meer ligt dan flaneren. Hop, hop hop. Gaat best lekker. Waar zal ik eens heen gaan? Naar het winkelcentrum? Nee, daar zal men toch raar opkijken van een buitenlander die zich op deze manier tussen de winkelende mensen mengt. Weet je wat? Ik ga door het park naar de rivier El Sil en dan de brug over naar de heuvelrug El Pajariel. Zo neem ik nog een mooi stukje natuur mee. Dat is leuk, gratis en gezond. Hop. Hop. Hop.


woensdag 25 juli 2012

Bedrijf de liefde!


Het is opvallend hoe zeg maar de standaardvloek van het Spaans en die van Nederlands wat betreft klank op elkaar lijken. Een Nederlander die zijn vingers brandt aan de koekenpan verzoekt god hem te vervloeken: ‘Godverdomme.’ De Spanjaard roept in zo'n geval de seksuele daad aan: ‘¡Joder!’. Omdat in het Spaans de letter j als een g wordt uitgesproken klinkt het allebei ongeveer hetzelfde en hoef je alleen maar ggggooo, of in het Spaans jjjjooo te zeggen en iedereen weet wat je bedoelt.

Nee, ik ga hier niet een uitgebreide socio-linguïstische verklaring geven voor het feit dat Nederlanders bij ongelukken god aanroepen en Spanjaarden de seksuele daad. De woorden hebben hun originele betekenis verloren, weet ik als iemand zonder enige godsdienstige opvoeding die toch bij tijd en wijle godverdomme roept. Volgens mij is het de schrapende g-klank die de woorden zo geschikt maken voor de vloek.

Ik moest aan de verschillende manieren van vloeken denken toen ik op het tv-journaal zag dat een vertegenwoordiger van de regerende Partido Popular tijdens het bekendmaken van de bezuinigingen op de werkloosheidsuitkeringen in het parlement uitriep: ‘¡Qué se jodan!’(voor filmpje: klik hier) In het Engels zou deze uitdrukking vrij letterlijk te vertalen zijn: ‘Let them fuck themselves!’ In het Nederlands voldoet noch de seksuele daad noch een verzoek aan god om te verdoemen voor de beste vertaling, maar moeten we het, volgens mij, meer zoeken in de richting van het toewensen van een ernstige ziekte: ‘Laat ze de kolere krijgen’.

De vrouw in kwestie, Andrea Fabra, verklaarde de dag na deze beraadslagingen dat haar woorden niet gericht waren aan de werklozen van Spanje, hoewel het daar toch alle schijn van had, maar aan de vertegenwoordigers van de PSOE, de sociaaldemocratische oppositiepartij. Daarmee was de kous af. Overigens is Andrea Fabra de dochter van Carlos Fabra, een Valenciaanse ‘cacique’ van de PP die op het ogenblik door justitie vervolgd wordt vanwege diverse corruptieschandalen. Hij is de man die verantwoordelijk is voor het bouwen van het vliegveld van Castellón in de deelstaat Valencia. Dit vliegveld zonder vliegtuigen is het symbool bij uitstek geworden voor de onzinnige projecten die politici in innige samenwerking met bevriende bouwbedrijven en de cajas de ahorros in handen van diezelfde politici voor het uitbreken van de crisis uitvoerden. Vóór het vliegveld zal zelfs een heel groot standbeeld verrijzen dat deze zelfde Carlos Fabra moet uitbeelden. Alsof hij tegen heel Spanje roep: ‘¡Qué se jodan!’

Met zulke politici is het niet te verwonderen dat de deelstaat Valencia in grote financiële moeilijkheden verkeert. Ook de caja de ahorros van Valencia, opgegaan in de beruchte fusiebank Bankia, is niet bepaald het toppunt van financiële betrouwbaarheid gebleken. De Spaanse centrale overheid moet financiële steun verlenen en het ziet er naar uit dat Europa aan de Spaanse staat financiële steun moet verlenen.

Deze week kreeg ik hier in Ponferrada het bericht dat ik straks in september mag stemmen voor de Nederlandse algemene verkiezingen. Het trieste feit doet zich voor dat ik met mijn stem in Nederland misschien wel meer invloed uit kan oefenen op de financiële situatie in Spanje dan wanneer ik in Spanje zou mogen stemmen. Europa wordt het belangrijkste onderwerp van deze verkiezingen. Zelf zal ik op één van de pro-Europese partijen stemmen. Natuurlijk. Ik vorm de helft van een Europees liefdespaar dat is voortgekomen uit één van de meest geslaagde vormen van Europese samenwerking: Interrail. Ze moeten er volgens mij komen: de noodfondsen, de eurobonds en een ECB die direct ingrijpt op de financiële markten. Natuurlijk moeten er voorwaarden worden gesteld aan de leningen en garanties. Vooral ethische voorwaarden, dunkt mij. Wees niet bang, Duitsers, Nederlanders en Finnen, de meeste Spanjaarden zijn zeer fatsoenlijke mensen die hun corrupte politici meer dan zat zijn. Wanbeheer zoals in Valencia mag niet meer voorkomen. ¡Qué nadie se joda! ¡Qué hagamos el amor! (Neuk niet jezelf; bedrijf de liefde!)



donderdag 24 mei 2012

Corralito


‘¿Zullen we in Spanje een corralito beleven?’ vroeg Ana me nadat we naar verontrustende berichten op het journaal hadden gekeken. Verbaasd keek ik haar aan. Corralito? Nooit van gehoord. Het bleek een bekende term in de Spaanssprekende landen te zijn. Het komt van Argentinië, het jaar 2001, toen de Argentijnse regering de peso loskoppelde van de dollar en alle banktegoeden bevroor om een kapitaalvlucht te voorkomen. We hadden het nu dus over iets dat we tot nu toe niet voor mogelijk hadden gehouden. Dat Spanje uit de euro gaat. Daar zou ik als leraar economie eigenlijk een glashelder beeld van moeten hebben.

Ach ja, de economische wetenschap. Een gedragswetenschap, zo leg ik mijn studenten altijd uit. En zeker geen exacte wetenschap. Want het gedrag van mensen is in wezen onvoorspelbaar. En zeker als je zelf deel uitmaakt van hetgeen je onderzoekt. Het gedrag van konijnen kun je als mens bijvoorbeeld redelijk objectief bestuderen. Maar stel dat een konijn het gedrag van konijnen zou bestuderen. Dan zou dat konijn, als het zelf over veel wortels zou beschikken, al snel concluderen dat het voor de konijnenpopulatie als geheel nu eenmaal het beste is als de zwakkeren het onderspit delven en de sterken overblijven om zich vooral veel voort te planten. Zou het konijn zelf over weinig wortels beschikken dan wordt een theorie van een eerlijker verdeling van de wortels en de voortplanting waarschijnlijker. Mijn studenten reageren meestal verward op dit verhaal. ‘Wat hebben we nou voor een idioot voor de klas staan?’ zie je ze dan denken.

Nee, in de economie bestaan geen absolute waarheden. Al hoor je die wel vaak verkondigd worden. Bijvoorbeeld dat de ‘markt’ altijd gelijk heeft. De grootst mogelijke onzin. Dat blijkt toch wel uit de huidige crisis. En dat bleek al tijdens de tulpenmanie in de 17e eeuw in Holland. Toen werden er kapitale bedragen betaald voor tulpen. Tot die markt uiteenspatte. Net als nu de markt van onroerend goed. De markt laat zien dat veel mensen vaak achter elkaar aan rennen, ook als eigenlijk wel duidelijk is dat het de verkeerde richting is. ‘We zijn in oorlog met de markten,’ is een andere waarheid die ik wel hoor verkondigen. Vreemde zaak. Waarschijnlijk wordt er gedoeld op de grote spelers op de markt. De mensen willen graag iemand de schuld kunnen geven. De bankiers bijvoorbeeld. Of de kredietbeoordelaars. Standard & Poor´s, Moody´s en Fitch behoren nu in Spanje misschien wel tot de meest gehate instituten. Voor een deel lijkt dat onterecht. De boodschapper van het slechte nieuws krijgt de schuld. Je hoeft niet bepaald een geniale econoom te zijn om een land met een werkloosheid van 24% en enorme binnenlandse schulden minder kredietwaardig te achten, zeker als het taboe op het verlaten van de eurozone wordt opgeheven. Maar de kredietbeoordelaars geven niet alleen een beoordeling (waarbij ze in het verleden de nodige blunders hebben gemaakt, overigens), maar doen ook aanbevelingen. En dat doen ze vanuit een bepaalde economische theorie. Die van dat konijn met veel wortels. Er moet bezuinigd worden. Zelfs op onderwijs. Ontslagen. Gesaneerd. Geprivatiseerd. En als de huidige regering dat dan doet en dat niet het gewenste effect heeft, nou, dan verlagen ze de status van Spanje gewoon weer. Want natuurlijk kijken ze niet echt naar het beleid, maar gewoon naar het resultaat: de werkloosheid, de tekorten, de schulden.

Enfin, die avond na het nieuws zaten we dus te bomen over de toekomst. Spanje de euro uit? Terug naar de peseta? Zal het daarna beter gaan? Spanje zal dan goedkoper worden voor het buitenland, maar de koopkracht zal dalen. En Nederland? Euro´s of terug naar de gulden? En wat zou dat allemaal voor ons betekenen? Het werd ons bang te moede.

zondag 29 april 2012

Hoogmoed voor de val


Emigreren is niet meer wat het geweest is. Dankzij internet kan ik de Nederlandse kranten lezen, televisieprogramma´s zien, de top-2000 beluisteren, videochatten, mailen, kortom, ik ben meestal vrij goed op de hoogte van wat er allemaal in Nederland gebeurt en dat zonder schotel aan de gevel. Maar afgelopen weekeinde was ik even niet online. We waren dat weekeinde met de schoonouders op visite bij de schoonzus in een piepklein dorpje bij Salamanca. Op zondagochtend gingen we met z´n tweetjes naar het stadje Alba de Tormes, waar ooit de beruchte Hertog van Alva (Duque de Alba) leefde. Daar kochten we lekker vers brood en El País. En natuurlijk namen we in een bar een aperitiefje. We zaten heerlijk aan een tafeltje met ons drankje en een hapje en bladerden elk in een katern van de dikke zondagskrant. Ik gaf een klein kreet je van vreugde. Enkele mannen keken even verstoord om van de televisie waar een formule-1-race op werd uitgezonden. ‘¿Heeft Mourinho ontslag genomen?’ vroeg Ana. ‘Beter nog’, antwoordde ik, de Nederlandse regering is gevallen!’ Enthousiast las ik haar de kop van het artikel in El País voor. ‘¿En is dat goed nieuws?’ vroeg ze.

‘Ja, ik heb me geschaamd voor dit kabinet. Een minderheidsregering van christendemocraten en liberalen, gedoogd door populisten. Wie heeft dat bedacht? Best goed hoor, dat de ontevredenheid met de multiculturele samenleving een stem in het parlement heeft, maar om nou helemaal van die ontevredenen afhankelijk te worden lijkt me een minder goed plan. Het ging soms ook wel een beetje ver. Oorlog met de islam, was de maatschappelijke analyse van Wilders. Daar hoor je hem overigens niet meer over. Is die oorlog dan opeens voorbij of was het een lege slogan? Wat ik ook altijd zo gek vind is dat de aanhang van dit soort partijen altijd verbonden worden met ‘ het volk’. Eén van de meest misbruikte woorden uit de geschiedenis. Waarom behoren de redelijke mensen niet het volk? De meerderheid moet toch zeker niets hebben van die extremistische moslimhaat?

Maar ook de zelfingenomenheid die Nederland binnen Europa uitstraalde begon me meer en meer tegen te staan. Dat men dingen zei als: ‘Eindelijk heeft de Griekse regering een groot aantal ambtenaren ontslagen.’ Ik weet dat de Griekse regeringen veel zaken fout hebben gedaan, maar dat is nog geen reden om blij te zijn met het ontslag van mensen die daar niets aan kunnen doen. Het verbaasde me ook niets dat de recessie in Nederland bij vele Europeanen een soort leedvermaak opriep. Opeens bleek het voor het rijke Nederland heel moeilijk om te bezuinigen, terwijl dat eerder van  andere landen op pedante wijze werd geëist.

Laten we hopen dat Nederland een redelijk, sociaaldenkend, pro-Europees, realistisch kabinet krijgt, dat niet alleen wil bezuinigen maar ook hervormen en stimuleren. Want wat er in West-Europa na de tweede wereldoorlog is gebeurd is vrij uniek. Nog nooit is het algemene welstandsniveau ergens zo hoog geweest, en dat zonder dat er vrijheden voor hoefden te worden opgegeven. Het is alles waard om het systeem van beteugeld kapitalisme in stand proberen te houden, al was het alleen maar omdat je vanuit de betrekkelijke welstand ruimte overhoudt om na te denken over de toekomst; het milieu; de eindigheid van de natuurlijke bronnen. Dat doe je echt niet als je niet genoeg te eten hebt. Dat unieke Europese project moet gered worden. Want de radicalen van links en rechts komen al uit hun donkere holen te voorschijn om hun oplossingen te bieden voor de crisis, hetgeen in de geschiedenis altijd heeft geleid tot dictatuur en oorlog.’

Even nam ik een pauze voor een slokje wijn. ‘Ik heb hier het katern met de sportverslagen; zullen we ruilen?´vroeg Ana. Gretig stemde ik in en begon het verslag te lezen van de wedstrijd van Barcelona tegen Real Madrid van de avond ervoor, terwijl op de achtergrond het geraas klonk van de racewagens op de televisie.



Arrogante Hollander bij Kasteel van de Hertog van Alva

maandag 30 januari 2012

Het schip van mijn opa


Eindelijk hebben we ze opgehangen: de schilderijen en tekeningen van mijn opa. Vijf kleine, omlijste werken zijn het. En allemaal hebben ze betrekking op het water. Op allemaal is minimaal één boot te zien. Mijn opa was namelijk schipper.

Ik heb mijn opa niet bewust gekend; hij stierf toen ik nog een baby was. Maar natuurlijk ken ik de verhalen. Mijn grootouders hadden een zeilboot: een tjalk om precies te zijn. Daarmee zeilden ze in de jaren 20 en 30 over de Zuiderzee en later het IJsselmeer heen en weer tussen het westen en de het oosten van Nederland. De voornaamste lading die naar de steden in het westen werd gebracht was de turf uit de veenkoloniën. Het hele gezin leefde op de boot: mijn grootouders, mijn moeder,mijn tantes Hennie en Greet en mijn ome Jaap. Een zwaar leven moet dat zijn geweest. De kinderen gingen op school daar waar het schip toevallig lag. Elke keer weer in een andere klas.  Mijn moeder vertelde me hoe bang ze was voor de golven. Als mijn opa op de dijk aan het kijken was of de Zuiderzee wel bevaarbaar was voor een volgeladen tjalk, drong ze bij hem aan: ‘ het waait nog steeds te hard, het waait toch zeker nog steeds veel te hard!’

Eind jaren twintig werd de tjalk verkocht. Mijn opa kocht een motorboot. Een geduchte investering op het slechts denkbare moment. De crisis brak in volle hevigheid uit. Mijn opa ging failliet. Hij werd gedwongen om met het hele gezin op een klein woninkje in Amsterdam te wonen. De meiden zochten werk in de huishouding, terwijl mijn oom als jongste naar school bleef gaan. Mijn opa moest stempelen om zijn karige werkloosheidsuitkering te verkrijgen. En daarna kwamen nog de lange en ellendige jaren van de Duitse bezetting.  Kortom, mijn opa is nooit meer aan het werk geraakt.

Toen ik in Amsterdam mijn woning in De Jordaan betrok, vond mijn oom het tijd dat ik wat schilderijen en tekeningen van zijn vader zou krijgen. Hij liet me een flinke collectie zien. Een deel ervan waren kopieën van 17e eeuwse zeegezichten,  die mijn opa naschilderde van tweedehands boeken die hij kocht op het Waterlooplein. Een ander deel van zijn werk laat een idyllisch Nederland zien door de ogen van een schipper. Ik mocht vijf werken uitkiezen. Ze hingen eerst een aantal jaren in mijn woning in De Jordaan, en zijn nu in volle pracht en glorie te bewonderen in Ponferrada.  Ik vind ze allemaal mooi. De dromerige schets van een roeiboot in het riet met op oever een in de wind drogende palingfuik. De tekening van één van de grote rivieren met tussen de kribben twee bootjes en op de rivier de grote vaart op weg naar Duitsland. De schets van een botter in. De prachtige houtskoolschets van vissersboten in de schemering de haven uitvaren. En volgens mij de mooiste van allemaal: het naïef aandoende schilderij van het schip van mijn opa zelf varend op één van de trekvaarten in Drenthe. Althans, dat stel ik me zo voor. De boot is klein, de vaart is recht en de hemel boven het schip is immens. Enfin, kijk zelf maar.




woensdag 14 december 2011

Kiezen


Tijdens de landelijke verkiezingen van Spanje op 20 november was ik in Nederland om te werken. Als tijdelijke remigrant, zeg maar. Nou heb ik aan die verkiezingen weinig gemist. Ik mocht als buitenlander toch niet stemmen. En bovendien zou het best moeilijk zijn om mijn stem te bepalen. Het was al ver van te voren bekend dat de regerende partij, de PSOE, een grote nederlaag zou lijden. De vraag was alleen of de rechts-conservatieve partij, de PP, een absolute meerderheid zou behalen. Nou, dat is dus wel gebeurd. Voor een buitenstaander lijkt het een vorm van masochisme dat zoveel mensen volkomen vrijwillig op een partij stemmen die in zoveel corruptieschandalen is verwikkeld. Misschien zijn de Spanjaarden cynisch geworden. Het maakt toch niet uit op welke partij je stemt, de corruptie krijg je er gratis bij. Hoewel, gratis? Volgens mij is de belangenverstrengeling van corrupte politici, louche ondernemers en lokale banken in handen van diezelfde politici (de cajas de ahorros) één van de belangrijkste oorzaken van het imploderen van de Spaanse economie.

Nog wel heb ik in Spanje het debat op de televisie gezien tussen de lijsttrekker van de PSOE (Rubalcaba) en de PP (Rajoy). Veel onderwerpen kwamen aan bod: de halfslachtige politiek van de PSOE voor en tijdens de crisis, het gebrek aan programma van de PP.  Maar het woord corruptie of vriendjespolitiek werd niet één keer geuit. En niet zonder reden. Dat zou alleen maar leiden tot wederzijdse verwijten en het opnoemen van alle schandalen waarin beide partijen betrokken zijn. En wellicht dat dan veel mensen zouden denken: verrek, die twee hebben gelijk, ik stem dus maar op een andere partij dan die eeuwige PP en PSOE.

Maar in Spanje telt niet elke stem even zwaar mee. Er bestaat een districtenstelsel. Dat betekent dat de partijen die veel stemmen behalen in een regio naar verhouding meer zetels krijgen dan de kleine partijen. Dit systeem is in het voordeel van enkele grote regionale partijen, zoals de Baskische PNV en Amaiur, en de Catalaanse CiU, en bovendien in het voordeel van de beide grote landelijke partijen. Die zullen daardoor niet snel geneigd zijn dit kiesstelsel te wijzigen. Veel mensen stemmen dan maar op de grote partij die het dichtst bij hun politieke voorkeur staat.

Zo blijft de hegemonie van de twee grote partijen in stand. En blijven ze de overheidsbaantjes verdelen als ze aan de macht zijn. In Spanje zijn zelfs rechters politiek verbonden met één van de partijen. Laatst zaten we lekker te eten in een Parador in la Sierra de Gredos,  toen mij werd verteld dat de Paradores (hotel/restaurants in historische gebouwen in heel Spanje) staatsbezit zijn, en dat nu een studievriend van Zapatero de directeur is van de Paradores. Ik had gelijk geen trek meer. 

En hoe is het in Nederland met de politiek gesteld? Er zijn veel partijen met zeer diverse standpunten: rechts, links, progressief, conservatief, internationaal georiënteerd of protectionistisch. Een uitgebreide keus. Dat is een voordeel. Daardoor duren coalitiebesprekingen soms erg lang. Minimaal drie partijen zijn er nodig voor een meerderheid in het parlement. Er zijn ook wel eigenaardige partijen bij, zoals de Partij van de Dieren. De Partij van de Vrijheid is zelfs één van de grotere partijen. En dat met ideeën zoals het invoeren van een speciale belasting op het dragen van hoofddoekjes en het verbieden van hoofddoekjes in het openbaar vervoer. Dat lijkt toch op het zoveel mogelijk treiteren van een bepaalde bevolkingsgroep. Om je  rot te schamen dat de huidige regeringscoalitie van zo´n partij afhankelijk is. Bijna genoeg reden om het Nederlanderschap op te geven.

Ik heb  een voorstel aan de PSOE of de PP. Als één van deze twee partijen nou eens komt met een daadwerkelijk hervormingsprogramma: een herziening van het kiesrecht zodat iedere stem even veel meetelt, een van de politiek onafhankelijke rechterlijke macht, zerotolerantie ten opzichte van corruptie, clientelisme en vriendjespolitiek, nou, dan laat ik me tot Spanjaard nationaliseren om op die partij te kunnen stemmen. Afgesproken?

zaterdag 1 oktober 2011

Aan het werk!


Het is een grauwe dinsdagmorgen in Rotterdam. Ik leg aan een groep studenten de wet van toe- en afnemende meeropbrengsten uit. ´Begrijpen jullie wel? Dus hoe meer je produceert hoe efficienter je kan werken, tot je bij een punt komt dat je steeds minder efficient werkt´. Met mijn handen beeld ik het golvende verloop van de curve uit, die achter mij op het bord geprojecteerd staat. De studenten staren me vermoeid aan. Ze lijken niet echt geïnteresseerd in de wet van toe- en afnemende opbrengsten. Terwijl die toch zo belangrijk is voor het verloop van de marginale kostencurve. Blijkbaar hebben ze een zwaar weekeinde gehad. Want stappen, dat doen deze studenten volop. Aan geld ontbreekt het ze niet. Bijna allemaal hebben ze een baantje. Voor de studie houden ze maar weinig tijd over, zo luidt een algemene klacht onder docenten. Eén student steekt zijn hand op. Ha, een vraag. 'U woont toch in Spanje? Is het daar nou echt zo erg met de crisis?' Dat was nou niet bepaald hetgeen ik aan het uitleggen was. Een overduidelijke poging me van de taaie kost af te leiden. Maar goed, interesse moet aangemoedigd worden.

´De werkloosheid is in Spanje erg hoog,´ leg ik uit. ´Maar liefst 20%, en ja, dat merk je bij ons in Ponferrada ook. Bij ons in de straat beneden vindt bijvoorbeeld elke dag een demonstratie plaats van werknemers van een bedrijf in keukenapparatuur, omdat nu al sinds maanden de lonen niet meer uitbetaald worden. En deze mensen krijgen ook geen werkloosheidsuitkering omdat ze niet ontslagen worden.´ Ik merk dat het best wel goed is om eens over concrete economie te praten in plaats van over abstracte modellen en vervolg: ´Ook het aantal bedelaars is toegenomen. En het type bedelaar is veranderd. Nu zie je soms bedelaars van wie je denkt: Hé, die heeft vast vroeger een kantoorbaan gehad.´

´Maar hoe komt het toch dat er in Spanje zoveel werkloosheid is?´ vraagt dezelfde student. De aandacht van de overige studenten verslapt. Sommigen beginnen met elkaar te kletsen. Ik begin een verhaal over de lage rente die in Spanje tot overmatige kredietverstrekking heeft geleid, waardoor er veel te veel gebouwd werd. Totdat de onroerendgoed-luchtbel ontplofte met alle werkloosheid en kapitaalverlies van dien. Ook de vragensteller lijkt niet meer zo geïnteresseerd. Waarschijnlijk had hij gehoopt op een wat sappiger antwoord in de trant van: De Spanjaarden houden nu eenmaal meer van siesta, paella en sangria dan van hard werken. Want op deze manier wordt er nu veelal over Zuid-Europa gepraat. Vooral door de populisten. Deze hebben de moslims allang ingeruild voor de Grieken als de zondebokken van deze crisis. Lui, onbetrouwbaar en corrupt, zo worden ze genoemd. Maar zou Nederland niet gewoon de volgende keer aan de beurt zijn? Misschien moet ik in de nabije toekomst uitleggen: ´Er waren in Nederland nu eenmaal veel te veel mensen die met een fikse uitkering vervroegd met pensioen gingen. Het onderwijs werd meer en meer verwaarloosd. Er was een uitgebreid zwartgeldcircuit dankzij de bloeiende drugshandel, hetgeen een corrumperende uitwerking had op de samenleving. En het zo van de handel afhankelijke Nederland keerde zich steeds meer af van het buitenland.´

Alle studenten zijn nu druk met elkaar in gesprek. Dat verhaal over de Spaanse economie is immers geen examenstof. Ik roep ze tot de orde. Dan laat ik ze de volgende grafiek zien en zeg: ´Kijk, en hier zien we wat het gevolg is van de wet van toe- en afnemende meeropbrengsten op de kostencurves. Wie van jullie ziet bij welke prijs deze monopolist zijn maximale winst behaalt?´ Zwijgend staren de studenten me aan.


donderdag 15 september 2011

Moeilijk te krijgen


Bij het zoeken van werk heb ik altijd de strategie gevolgd die in het Engels zo mooi ´playing hard to get´ wordt genoemd. En zo heb ik het, na wat tijdelijke klussen als uitzendkracht, fietsgids en leraar Algemene Economie, toch maar mooi tot een zeer gewaardeerde huisman in Ponferrada geschopt. Toen ik, nu al weer meer dan twee jaar geleden, in El Bierzo ging wonen dacht ik eigenlijk vrij gemakkelijk aan de bak te kunnen komen. Goed, er was crisis. Spanje was het land met het hoogste werkloosheidspercentage van Europa. Maar dan is toch zeker niets nuttiger dan een economieleraar die in perfect steenkoolengels de wet van toe- en afnemende meeropbrengsten kan uitleggen?

Het bleek lastiger dan ik dacht. Tekenend is dat in Ponferrada de uitzendbureaus, in Nederland zo karakteristiek voor het straatbeeld, geheel en al ontbreken. In Nederland had ik mijn onderwijsbanen meestal via advertenties in de kranten gevonden. Dus kocht ik op zondag El País. Helaas. Slechts een paar advertenties met hoge, goedbetaalde managementfuncties in de omgeving van Madrid. Op een één of andere manier had ik het gevoel dat mijn jarenlange ervaring als teammanager van TABA 4, spelend in de 5e reserveklasse onderbond West, wel eens niet zo relevant zou worden bevonden. Ik kocht El Diario de León om het eens wat dichter bij huis te proberen. Vooral veel advertenties voor schoonmakers, persoonlijke verzorgers van bejaarden en een enkele klusjesman. Vertwijfeld keek ik naar mijn twee linkerhanden.

De eerste open sollicitaties gingen de deur uit. Naar scholen, bodegas, hotels, kortom, allerlei bedrijven waarvan ik dacht dat talenkennis wel eens van pas zou kunnen komen. Vrijwel nooit kreeg ik enige reactie terug. Niet eens een standaardmailtje met zoiets als: ´Wij danken u voor de belangstelling die u voor ons bedrijf heeft getoond maar tot onze spijt moeten wij u meedelen dat wij op het ogenblik niet over openstaande vacatures beschikken voor iemand met uw profiel.´ Ik sprak hierover mijn verbazing uit tegenover Ana. Ze antwoordde: ´Je moet ook niet alleen een mail sturen; zo werkt het hier niet; je moet bellen, er naar toe gaan, handen schudden, vrienden maken.´ ´Maar mijn strategie is: ´Playing hard to get,´sputterde ik tegen. ´¡Ach, klets toch geen onzin!´

Wanneer begon het idee voor een eigen bedrijf post te vatten? Geen idee. El Bierzo is een schitterende regio met ongerepte natuur en culturele monumenten. En nog vrijwel onontdekt. Hier zouden toch mogelijkheden moeten liggen. Voor iemand zonder werk is tijd een gratis investering. Ik begon te werken aan een meerdaagse wandelroute. Vanuit Ponferrada. Over smalle bergpaden en langs snelstromende beken. Slapen in casas rurales in rustieke bergdorpjes. Zou daar een markt voor zijn? Via El Consejo del Bierzo volgde ik een cursus: ´Zelf een onderneming beginnen´. Daar hadden we het over marketingstrategieën en marketingmix. Het eigen karakter van het bedrijf benadrukken. De steeds grotere rol die de sociale media daarbij gaan spelen. Facebook, twitter, youtube, blogs. Blogs? Hé, dat kwam dan mooi uit.

Dus. Als een van de lezers eens een mooie meerdaagse wandeltocht wil maken in een onontdekt stukje Spanje met schitterende natuur en cultuur, nou, dan zal ik eens kijken of er hier in de bergen nog wat ruimte is. Maar niet allemaal tegelijk, hoor, want El Bierzo moet natuurlijk wel gewoon El Bierzo blijven.