Posts tonen met het label Podemos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Podemos. Alle posts tonen

woensdag 25 maart 2020

Liefde in tijden van covid-19

Ja, wij doen het ook. Elke avond om acht uur gaan we naar het balkon om te applaudisseren. Eén keer hebben we zelfs het nu zo vaak gespeelde lied Resisteré (ik houd vol) gezongen, of beter gezegd: mijn vrouw Ana zong en ik speelde gitaar. Het geeft een goed gevoel dergelijke dingen te doen, als blijk van waardering voor al de nog werkende mensen in de zorg, het transport, de winkels en andere sectoren van vitaal belang. Het geeft ons het gevoel te behoren tot dat grote deel van de bevolking van Ponferrada, El Bierzo, Spanje, Europa en de wereld dat bereid is te doen wat nodig is om de ineenstorting van de gezondheidszorg te voorkomen door vooral thuis te blijven.

We hebben het vaak over het virus, vanzelfsprekend. We zijn, nu mijn vrouw thuis werkt, de gehele dag samen, dus we weten exact wat de ander heeft gedaan, doet of gaat doen. De enige mogelijke wandeling is naar de supermarkt in de straat, maar uitgebreide gesprekken over dat thema hebben we niet, nu we aan de rij wachtende mensen op straat, elk op twee meter afstand van elkaar, gewend zijn geraakt. Zelfs het toiletpapier is geen gespreksonderwerp meer, nu de ergste dagen van het hamsteren achter de rug lijken te zijn.

En dus gaan onze conversaties tijdens het uitgebreide Spaanse middageten en het net iets minder uitgebreide avondeten vaak over wat we gelezen hebben in de digitale kranten en de sociale media. Uit deze crisis blijkt eens te meer hoeveel de mensen in de wereld, ondanks de culturele en politieke verscheidenheid, in wezen op elkaar lijken. Maar niet iedereen is even goed in staat om de politieke onenigheden opzij te zetten in deze tijden van covid-19. Steeds minder wordt het gevaar van het virus gebagatelliseerd, maar er zijn nog zat verontwaardigde medemensen die de behoefte voelen om iemand de schuld te geven, zoals aan de immigranten, de kapitalisten, de feministen1, de neoliberalen, de geheime dienst van China, de geheime dienst van de Verenigde Staten, de huidige linkse regering van Spanje, de laatste rechtse regering van Spanje, de koning van Spanje2, Pablo Iglesias3 of Batman.

De politieke verdeeldheid lijkt hier in Spanje groter dan in Nederland, waar, volgens mij, alleen de rechtse populisten wat stennis maken. Hier vindt er een heuse strijd plaats tussen de gemeente Madrid, in handen van een rechtse coalitie, en de centrale regering, in handen van een linkse coalitie, over de verdeling van medische hulpmiddelen. Ook tekenend was dat tijdens de toespraak van de koning over de crisis in Spanje sommige mensen het balkon opgingen om op pannen te slaan, een heuse cacerolada. Zoiets zou in deze tijden in Nederland toch ondenkbaar zijn.

Met afgunst zie ik alle foto’s en berichten van mijn Nederlandse vrienden voorbijkomen. Daarginder kunnen de mensen gewoon naar buiten voor een wandeling, een fietstochtje of een stukje rennen. Hier is dat absoluut verboden, zelfs al ga je helemaal alleen. Er lopen hier en daar zelfs militairen op straat om dat tegen te gaan. Ik kan alleen maar vanaf mijn balkon verlekkerd kijken naar mijn favoriete berg El Pajariel, waar alle dieren niet zullen weten wat ze overkomt. Er zijn nergens mensen!

Maar de grote vraag is natuurlijk: wat gebeurt er straks na de gezondheidscrisis. Een economische crisis lijkt onvermijdelijk. Ik hoop dat deze dit keer niet vleugels geeft aan allerlei nationalistische bewegingen, want dat is in het verleden niet altijd even goed afgelopen. We moeten de handen ineenslaan in Europa en in de hele wereld, om onze ervaring, onze kennis en onze rijkdom delen. Er is veel werk aan de winkel en dat moeten we doen vol overgave. Met solidariteit. En met liefde. En dan gaan we allemaal heel veel voor elkaar applaudisseren.

1 Vanwege de demonstratie op vrouwendag van 8 maart in Madrid
2 Het klinkt misschien gek maar deze video heeft als titel: de koning heeft de schuld.
3. Pablo Iglesias, de leider van de linkse partij Podemos en huidige Minister van Sociale Zaken. Hij woonde lijflijk een bijeenkomst bij, ondanks dat zijn vrouw positief was bevonden bij covid-19-test.

zaterdag 27 februari 2016

Polderar

Mijn laatste blog post eindigde vrij positief over de toekomst van Spanje. Volgens mij hadden de laatste verkiezingen uitzicht gegeven op een iets betere toekomst. Ach ja, hoe gaat zoiets? Het liep tegen het nieuwe jaar en dan is men vol goede voornemens en hoopvolle verwachtingen over wat de toekomst gaat brengen. Helaas ben ik in het nieuwe jaar uit Nederland teruggekomen met een behoorlijk zware griep onder de leden, hetgeen zeker niet bijdraagt aan een positieve gemoedsstemming. Extra chagrijnig was ik van deze griep omdat ik, voor het eerst van mijn leven, gevaccineerd ben. Dat was in oktober, toen we met schoonmoeder naar de dokter gingen om voor haar een griepprik te halen, waarop de verpleegster zei: ‘Jullie moeten er ook één, hoor, want dat kan besmetting bij haar voorkomen.’ En nu heb ik de zwaarste griep te verduren gekregen die ik me kan heugen, terwijl mijn schoonmoeder zelf deze winter volkomen griepvrij lijkt door te komen.

Ook het weer zat niet mee. Donkere, trieste dagen met enorm veel regen; daar wordt een mens niet vrolijk van. In Nederland was ik weer mensen tegengekomen die uitriepen: ‘Woon je in Spanje? Wat heerlijk!! Altijd mooi weer!’ Zij zijn kennelijk nooit ‘s winters in Noordwest-Spanje geweest. Regelmatig waaien Atlantische depressies de vallei van El Bierzo binnen om hier te blijven hangen tot de allerlaatste druppel regen is gevallen. Zelfs de gemeente Ponferrada lijkt de overvloedige regenval het liefst te ontkennen; veel straten zijn geplaveid met tegels die spekglad worden als het regent. Mediterrane straattegels in een Atlantisch klimaat: geen goed idee.

En nu geven de landelijke politieke ontwikkelingen ook nog weinig uitzicht op een verbetering. Mijn hoop was gevestigd op de nieuwe partijen die redelijk scoorden bij de laatste verkiezingen: Podemos (soort SP van linkse politicologen) en Ciudadanos (soort D’66). Een opluchting na zovele jaren dominantie van de twee grote partijen. Maar nu het moment is aangebroken om een coalitie te gaan vormen lijkt dat niet te lukken. Dat bijna alle partijen de Partido Popular van Rajoy willen uitsluiten van regeringsdeelname kan ik me voorstellen. De ‘casos de corrupción’ waarin de PP betrokken is stapelen zich maar op. Ik werd bevangen door een gevoel van plaatsvervangende schaamte toen President Rajoy in Brussel toestemming ging vragen om in een lager tempo het Spaanse begrotingstekort terug te dringen. Op zich ben ik voor een stimulerend begrotingsbeleid in tijden van economische crisis, maar misschien komt dit idee niet zo overtuigend over als het afkomstig is van de leider van een partij waarvan zovele politici betrokken zijn bij financiële schandalen. De bijdrage van de corruptie aan het overheidstekort is onbecijferbaar, maar het moet om aanzienlijke bedragen gaan; veel zinloze overheidsprojecten worden tegen extra hoge bedragen uitbesteed aan bevriende bouwbedrijven in ruil voor illegale stortingen in de partijkas of op de rekeningen van individuele politici.

Het gekke is dat ook de nieuwe partijen helemaal niet een coalitie lijken te willen aangaan. Podemos en Ciudadanos sluiten elkaar uit. Waarom in godsnaam? Is het de eeuwige polarisatie tussen links en rechts? Je hoort hier bij het ene kamp of het andere, of het nu om voetbal of om politiek gaat. Officieel heeft het linkse Podemos het ‘Deense model’ omhelst en afscheid genomen van hun meer revolutionaire ideeën, al wil de leider Pablo Iglesias nog wel eens met zijn vuist zwaaien. Als ze maar niet denken dat je in Spanje in één regeringsperiode naar het Deense niveau van verzorgingsstaat kunt tillen. Zoiets kost tijd. En moeite. En daarvoor is veel samenwerking vereist.

Het ontbreekt hier in Spanje aan een overlegcultuur. Zelfs iets eenvoudigs als werkoverleg kent men hier nauwelijks. Er wordt van bovenaf bepaald. In de politiek is men gewend dat één partij de regering vormt. Het wordt tijd dat men hier leert polderen. ¡Vamos a polderar!


zaterdag 23 mei 2015

Verkiezingskoorts

De straten hangen vol met posters van de burgermeesterkandidaten en er rijden auto’s rond met luidsprekers waaruit politieke leuzen schallen afgewisseld met lelijk vervormde muziek. De postbus ligt elke dag vol folders van de politieke partijen, zelfs op zaterdag als de post normaal niet bezorgd wordt. Kortom, het is verkiezingstijd. Komende zondag gaat het allemaal plaatsvinden en als trotse inwoner van de stad Ponferrada en de deelstaat Castilla y León ben ik stemgerechtigd voor deze lokale en regionale verkiezingen. Het kunnen belangrijke verkiezingen worden vanwege de opkomst van de nieuwe partijen: Podemos en Ciudadanos. In de meeste polls lijkt het erop dat zij het zogenaamde bipartidismo, de hegemonie van de PP en de PSOE, gaan doorbreken.

Natuurlijk zou mijn stem bij deze verkiezingen vooral moeten afhangen van zaken die spelen op gemeentelijk of deelstaatniveau. De aanleg en het onderhoud van fietspaden bijvoorbeeld, want tegenwoordig beweeg ik me nogal wat met de huurfiets door de stad en dat is niet zonder gevaar, kan ik verzekeren. Fietspaden lopen dood en sluiten niet goed op elkaar aan. Of neem nu dat op het eerste oog onzinnige plan van de gemeente om een dijk aan te leggen ter voorkoming van overstromingen van de rivier El Sil. Van overstromingsgevaar hebben we hier echter nog nooit iets gemerkt. Het project wordt gefinancierd met Europees geld en natuurlijk levert het werkgelegenheid op, hetgeen Ponferrrada goed kan gebruiken. Maar moet Europa niet gewoon controleren of zo’n project wel echt nodig is?

Ik heb besloten mijn stem dit keer te laten afhangen van maar één issue: de corruptie. De nieuwe partijen Podemos en Ciudadanos (een soort D’66) hebben hervorming van de staat en strijd tegen corruptie hoog in het vaandel geschreven. Maar ja, het zijn nieuwe, snelgroeiende partijen zonder enige bestuurlijke ervaring, en voor een grondige selectie van de kandidaten was geen tijd. Het verwachte electorale succes heeft natuurlijk de nodige gelukzoekers en schreeuwlelijken aangetrokken, zeker op regionaal en gemeentelijk niveau. Ik heb daar al de nodige geruchten over gehoord. Een vriend vertelde me, in de kroeg weliswaar, dat hij liever op competente een corrupte politicus stemt dan op iemand die incompetent en eerlijk is. Ik was het niet met hem eens. Corruptie is bijzonder contraproductief. Het leidt tot zinloze projecten die bovendien extra veel geld kosten omdat ze worden uitbesteed aan het bedrijf dat het meeste smeergeld betaalt. Vervolgens verdwijnt veel van dat geld naar bankrekeningen in Andorra (geliefd bij Catalaanse corrupten) en Zwitserland. En natuurlijk heeft dit alles een negatief effect op de bereidheid om belasting te betalen, waardoor het overheidstekort nog meer oploopt. Gelukkig kregen we het later in de kroeg gewoon over voetbal, maar ook over dat onderwerp bleken we het helemaal niet met elkaar eens te zijn.

Bij vorige verkiezingen gaven de Spaanse kiezers er blijk van dat ze hun stemgedrag niet echt lieten afhangen van het ethische gedrag van de politici. De laatste landelijke verkiezingen van 2011 werden gewonnen (met bijna 45% van de stemmen) door de PP, terwijl het zelfs een guiri duidelijk was dat de partij tot op het bot corrupt was.  De vervroegde deelstaatverkiezingen van Andalucía van april dit jaar werden met zo’n 35% van de stemmen gewonnen door de PSOE, terwijl er toch flink was gegraaid uit diverse overheidsfondsen. Dat is allemaal wellicht niet zo hoopgevend, maar de PSOE van Andalusia wordt wel door de nieuwe partijen gedwongen om politici die de politieke verantwoording hadden tijdens de verduistering van fondsen uit de gelederen te verwijderen. Ziehier de louterende werking van de opkomst van nieuwe partijen.


Het moge duidelijk zijn. Ik stem op een nieuwe partij. Gewoon om de boodschap te geven dat de grote partijen te ver zijn gegaan in hun machtsmisbruik. Een heuse proteststem, jawel. Ik weet zeker dat ik komende zondag niet de enige zal zijn.

 Fietspaden lopen dood ..

 of sluiten niet goed op elkaar aan.

maandag 18 mei 2015

Links- of rechtsom

Tijdens mijn privélessen Engels aan huis zie ik het als mijn voornaamste taak de conversatie gaande te houden. De spreekvaardigheid moet immers geoefend worden. Gelukkig hebben de Escuela de Idiomas van Ponferrada, Cambridge University en de middelbare scholen hier zo’n beetje dezelfde voorgeschreven topics voor het onderdeel speaking, waardoor ik langzamerhand een expert ben geworden in het voeren van een geanimeerd Engels gesprek over de thema’s: jezelf voorstellen, vrije tijd, familie, gezondheid, de sociale media, de klimaatverandering, mode, misdaad en vooroordelen Maar zowel de leerlingen als de privéleraar hebben ook wel eens genoeg van deze uitgekauwde onderwerpen; het overmatige gebruik van klimaatverandering als lesthema is volgens mij de belangrijkste oorzaak van het ontkennen van het verschijnsel. Als een leerling een fris onderwerp aandraagt, ga ik daar over het algemeen enthousiast op in.

En dat gebeurde laatst, toen één van mijn leerlingen, een middelbare scholier, tijdens de les over de naderende gemeente- en deelstaatverkiezingen in mei begon. We praatten een tijdje over de opkomst van de nieuwe partijen en toen kwam hij met deze opmerking: ‘Het is opvallend dat in Noord-Europa de populistische partijen extreemrechts zijn, terwijl er in Zuid-Europa vooral nieuwe linkse partijen ontstaan.’ Een scherpe waarneming, hoewel er natuurlijk wat kanttekeningen bij te plaatsen zijn: in Griekenland is er ook een rechts-populistische partij en zelfs een heuse Nazi-partij, en in Italië is de politieke kleur van de vijfsterrenbeweging niet bepaald duidelijk. Maar opmerkelijk is dat het in Spanje ontbreekt aan een eurosceptische anti-immigratie partij van het kaliber PVV, Frente National, Het Vlaams Blok of de UK Indepence Party. De ontevredenheid komt hier van links.

Hoewel de Spanjaarden zich vaak meer vereenzelvigen met de regio of deelstaat dan met de nationale staat, bestaat er ook zoiets als Spaans nationalisme. Dat gaat dan vaak om relatief onschuldige zaken als: ‘Bij ons is het eten is beter’, ‘Onbegrijpelijk dat ze in andere landen de belangrijkste maaltijd niet midden op de dag nuttigen’ en ‘Maar wij zijn veel gelukkiger!’ Ik heb niet veel meegemaakt dat er neerbuigend werd gedaan over buitenlanders. Hooguit over inwoners van Spaanse regio’s, vooral als die zich willen afscheiden en heel goed kunnen voetballen (iets als kutcatalanen zul je hier vaker horen dan kutmarokkanen). De heftigste reacties na de aanslag in Madrid in 2004 waren niet gericht tegen moslims in het algemeen, maar tegen de op dat moment verantwoordelijke Spaanse politici. Misschien heeft dat te maken met een afkeer voor rechtse retoriek na zoveel jaren Franco-dictatuur. Of wellicht speelt het eigen emigratieverleden uit de jaren 50 en 60 een rol.

Maar waarom zijn zoveel Noord-Europeanen zo verzot op rechts-populistische partijen, vaak met politieke leiders die het meest doen denken aan de vervelendste jongetjes van de klas? Het is aantrekkelijk de schuld van de problemen aan anderen te geven en de rechts-populistische partijen kiezen daarvoor de economisch zwakkeren uit: de immigranten en de arme Europese landen. Ook in Spanje zoeken de nieuwe politieke partijen hun zondebokken voor de crisis. Zij richten hun pijlen op Merkel, de banken en de politieke kaste. In plaats van naar beneden te schoppen, zoals de Noord-Europese populisten doen, schoppen ze hier naar boven, hetgeen eerlijk gezegd minder onsympathiek overkomt. Overigens zal al dat schoppen de economische crisis niet doen verdwijnen; dat zal een langzaam en moeizaam proces zijn, maar ja, met zo’n boodschap win je de verkiezingen niet.

Dit alles heb ik tijdens de les allemaal niet gezegd, hoor. Het is immers vooral mijn leerling die moet praten dus ik heb hem gevraagd naar zijn mening over de nieuwe Spaanse partijen, over Griekenland, over de Europese Unie en de Euro, over zijn toekomst op de arbeidsmarkt, net zo lang tot ik in zijn blik iets meende te bespeuren als: ‘Kunnen we het niet gewoon over de sociale media of de  klimaatverandering hebben?’ En zelf gaf ik tijdens deze les mijn mening niet prijs, want voor je het weet word je versleten voor een Noord-Europese betweter, en dat ben ik natuurlijk niet. Toch?


dinsdag 24 maart 2015

De theorie van Keynes toegepast op El Calle Rañadero

De afgelopen maanden liep ik iedere dag wel keer door de Calle Rañadero op weg naar het Hospital de la Reina. Het is het straatje dat vanaf de brug over de rivier El Sil omhoog loopt naar het Plaza Virgen de la Encina in het historische centrum. Het zou één van de meest karakteristieke straatjes van Ponferrada moeten zijn. En in zekere zin is het dat ook wel. Karakteristiek voor het verval van steden en dorpen in de wijde omgeving (zie ook een eerdere brief getiteld Verloren dorpen)

Onvermijdelijk kwamen elke dag dezelfde gedachten bij me op. Hoe is het toch mogelijk dat een in potentie zo mooi straatje zo verwaarloosd wordt? Het begint al beneden bij het ooit redelijk bekende pulpo restaurant Casa Cubelos. Sinds enkele jaren staat het leeg en maakt het verval zich langzaam van het gebouw meester. Verder omhoog komen we slechts een paar neringen tegen die de tand des tijds hebben weten te doorstaan: het alleszins redelijk restaurant El Rañadero, een winkel met horloges en ander zilverwerk, een soort home grow shop, het café El Punto waarvan iedereen behalve de politie weet dat er in drugs gehandeld wordt en, nota bene, een academie voor toeristische opleidingen. De rest van de huizen verkeert in een deplorabele staat. Sommige zijn geheel verdwenen of half afgebrand. Veel deuren zijn opengebroken door daklozen op zoek naar een droge plek.

En zo liep ik vaak tegen een uur of negen ’s morgens het vervallen straatje omhoog , soms in een druilerige regen, soms in de frisse bergkou als de lucht helder en vol beloften voor een heerlijke dag was. Naarmate de lente naderde kwam ik steeds vaker pelgrims op weg naar Santiago de Compostela  tegen; ze groetten me in de overtuiging dat ik één van hen was, al ging ik tegen de richting in. En ik dacht: de Camino de Santiago is toch een uitgelezen kans om Ponferrada bij een groot internationaal publiek bekend te maken? Hoeveel geld is er wel niet uitgegeven aan de Wereldkampioenschappen Wielrennen met hetzelfde doel! Had dat niet beter besteed kunnen worden aan het opknappen van bijvoorbeeld de Calle Rañadero?

Ik moest denken aan mijn economielessen waarin ik de theorie van Keynes behandelde. Tijdens een crisis is het de aan de overheid om met nuttige overheidsinvesteringen de economie weer vlot te trekken. De hoge werkloosheid maakt het gebruik van arbeidskrachten relatief goedkoop; het verschil tussen een uitkering en een loon is nu eenmaal niet zo groot. Grond- en huizenprijzen zijn relatief laag. De rente is normaal gesproken laag. Hét moment om de vervallen huizen aan de Calle Rañadero op te kopen en te restaureren om zo twee vliegen in één klap te vangen: werkgelegenheid creëren en Ponferrada een flinke opknapbeurt geven. Het vroegere pulpo restaurant zou uitstekend een pelgrimsherberg kunnen zijn.  Het straatje zou plaats kunnen bieden aan kleine winkeltjes, restaurantjes en barretjes. ’s Zomers zou er een vrijmarkt kunnen worden gehouden.

Maar wacht even. Eerst de nadelen overwegen natuurlijk. Dat leer ik mijn studenten immers ook. Altijd de voors en tegens tegenover elkaar zetten. Anders heb je geen mening maar een overtuiging. Vanzelfsprekend zitten er behoorlijk wat haken en ogen aan een dergelijk project. Waar haal je het geld vandaan? De schuldenlast in Spanje is al zo groot. En waar zeker voor gewaakt moet worden is dat het geld goed terecht komt. Van gemakkelijk verkregen geld kan een corrumperende werking uitgaan. Voorkomen moet worden dat de aannemers en werknemers toevallig allemaal vriendjes of familie van de verantwoordelijke politici zijn. Of dat een deel van het geld verdwijnt naar de privérekeningen van corrupte politici, ondernemers of vakbondsbestuurders, zoals bijvoorbeeld met subsidies voor de steenkoolmijnen en fondsen voor omscholingscursussen is gebeurd. Maar er gaat in Spanje een andere wind waaien. Nieuwe politieke partijen, zoals Podemos en Ciudadanos, kloppen aan de deur en zullen ook de traditionele partijen dwingen hun corruptie aan te pakken. Er moet toch ergens in Europa een fonds te vinden zijn voor het herstel van historische binnensteden, zeker nu sommige noordelijke landen kunnen lenen met een negatieve rente?

En even zag ik voor me hoe links en rechts in het straatje de luiken geopend werden door vrolijk fluitende winkeliers die me allemaal vriendelijk groetten. De vroegste pelgrims zaten al aan de churros en versgezette koffie. Achter me hoorde ik mensen fluisteren: ‘Kijk, daar gaat el guiri. Dankzij zijn blog is het hier zo mooi opgeknapt.’  Met een glimlach vervolgde ik mijn weg omhoog langs de verpauperde huizen.


dinsdag 24 februari 2015

Montoro en Monedero

Het lijken de namen van twee stripfiguren. De avonturen van Montoro en Monedero. Montoro, de Spaanse minister van financiën lijkt ook fysiek een beetje op een stripfiguur: een licht satanisch uiterlijk en bovendien een soort kwakend stemgeluid. Als test heb ik een keer, toen mijn zesjarige Spaanse nichtje tekenfilms wou zien, een video van een persconferentie van Montoro opgezet. (deze) Nee, ze vond er niets aan, zelfs niet toen ik haar probeerde wijs te maken dat hij elke ochtend 20 zwarte bromvliegen als ontbijt at. En toen ik het daarna probeerde met een video met Monedero riep ze ‘¡Ik geen Montoro Monedero, ik wil Dora Exploradora!’

Voor de wat oudere guiri* die moeite begint te krijgen met Spaanse namen is Montoro als minister van financiën een uitkomst: Montoro - money. Groot was mijn schrik dan ook toen Monedero ten tonele verscheen. Hij is één van de drie oprichters van Podemos, de partij die het politieke gecorrumpeerde establishment uitdaagt. Het instorten van mijn ezelsbruggetje leidde ertoe dat ik veelal Montoro zei terwijl ik Monedero bedoelde of andersom, en soms ook op een naam kwam ergens tussen de twee in als Montodero. Al deze versprekingen maakten de onduidelijkheid omtrent mijn politieke voorkeur bij de mensen om me heen alleen maar groter. Hier in Spanje word je al snel geacht tot een bepaald politiek kamp te horen, net zoals ze zich nauwelijks kunnen voorstellen dat je Madrid-Barcelona kijkt enkel en alleen maar omdat je een mooie pot voetbal wilt zien zonder dat het je veel uitmaakt wie er wint.

Ook Monedero bleek al snel iets met geld te maken te hebben. Over 425.000 euro's aan inkomsten uit 2010 had hij geen belasting betaald, zo werd gelekt vanuit het ministerie van financiën (we zien minister Montoro kwaadaardig lachend achter zijn bureau zitten). Dit geld had hij verdiend door naast zijn vaste aanstelling als universitair docent Politicologie advies te geven aan de regeringen van Bolivia, Ecuador, Nicaragua en Venezuela over een gemeenschappelijke munt. Welke gemeenschappelijke munt? Laten we het maar op houden dat het dankzij zijn adviezen daar nooit van is gekomen. Dat is best een paar honderdduizend euro’s waard; iemand die Monedero heet moet haast wel een specialist zijn op dat gebied. Misschien komt mijn cynisme vooral voort uit jaloezie. Zelf heb ik ook politicologie gestudeerd en het enige wat ik ooit in mijn directe vakgebied heb verdiend is een gratis broodje kaas toen ik als vrijwilliger voor Amnesty International een lange vergadering bijwoonde.

Natuurlijk is het voor een partij die een zeer expansief fiscaal beleid voorstaat moeilijk uit te leggen dat één der oprichters geen belasting betaalt over zo’n aanzienlijk bedrag. Tijdens een politieke bijeenkomst van Podemos koos Monedero voor de aanval als de beste verdediging. Het verschuldigde belastinggeld had hij vlak daarvoor overgemaakt om juridische vervolging te voorkomen, maar dat weerhield hem niet van een felle toespraak gericht tegen Montoro en ook tegen de pers die over de zaak had bericht, vol links jargon en zelfs een gebalde vuist; allemaal bijzonder misplaatst voor iemand die een zeer grote bijverdienste had verzwegen voor de fiscus. (hier een impressie). Het vreemde is dat veel aanhangers van Podemos zijn verklaringen lijken te accepteren onder het motto: de anderen zijn erger; het is allemaal een complot; laten we de gelederen sluiten.

Zouden Montoro en Monedero twee karakters uit een film zijn geweest, dan zouden volgens mij de recensies niet mals zijn: ‘te dik aangezet’,’alleen maar karikaturen’, ‘overacting’ en ‘volkomen ongeloofwaardig.’ Maar helaas, het is de bittere realiteit. De film zou een happy end kunnen hebben met de oprichting van een partij die corruptie of malversatie in de eigen gelederen als een groter kwaad ziet dan wanneer het bij de andere partijen plaats vindt. In de echte wereld zitten we voorlopig nog even met politici als Montoro en Monedero opgescheept.

*scheldnaam voor typische toerist, door sommige immigranten als geuzennaam geadopteerd.

 Montoro

Monedero

vrijdag 7 november 2014

Prisoner's dilemma

Als leraar economie leg ik soms aan mijn studenten een onderdeel van de speltheorie uit, het prisoner’s dilemma geheten. Het gaat om een denkbeeldige situatie waarbij twee criminelen die samen een misdaad hebben gepleegd apart van elkaar door justitie verhoord worden. Als geen van beiden praat, krijgen ze een lage straf. De ander aangeven betekent een aanzienlijke strafvermindering, maar aangegeven worden resulteert weer in een hogere straf. Op het bord leg ik het met een voorbeeld uit:



B praat
B praat niet
A praat
Beiden 5 jaar cel
A vrij; B 10 jaar cel
A praat niet
A 10 jaar cel; B vrij
Beiden 1 jaar cel



Wat is de meest waarschijnlijke uitkomst?


Ofschoon niet praten tot de laagste gezamenlijke straf zou leiden, is dit niet de meest waarschijnlijke uitkomst, vooral als de gevangenen elkaar niet vertrouwen. In de economische wetenschap wordt dit model gebruikt om het gedrag van twee grote bedrijven in een markt (een oligopolie) te beschrijven die in een prijzenoorlog verwikkeld kunnen raken. Volgens mij is de prisoner’s dilemma ook van toepassing op het gedrag van de twee grote partijen in de Spaanse politiek: de rechtse PP (Partido Popular) en de linkse PSOE (Partido Socialista Obrero Español), die tegenwoordig soms gekscherend onder één noemer worden gebracht, de PPSOE.

Heel letterlijk lijkt de situatie van Bárcenas, de ex-penningmeester van de PP, op het prisoner’s dilemma. Hij zit nu alweer een tijdje in de cel, nadat er miljoenen euro’s op zijn bankrekeningen in Zwitserland waren aangetroffen. Ik weet niet of ze hem strafvermindering hebben toegezegd, maar een feit is dat Bárcenas besloten heeft te praten. Veel van zijn partijgenoten zullen onderhand wel spijt hebben dat ze hem niet gesteund hebben toe hij werd gesnapt, maar hem integendeel alle schuld probeerden toe te schuiven.

De onderlinge verhouding tussen de twee belangrijkste partijen lijkt ook op die van de criminelen van het prisoner’s dilemma. Nu de ene na de andere corruptiezaak aan het licht komt, verwijten ze elkaar steeds vaker de corruptste partij te zijn,. Veel politici van de PP en de PSOE vermoeden dat ‘die van de andere partij’ achter de aantijgingen in de pers en de justitiële vervolgingen van hun partijgenoten zitten. En het zou me niets verbazen als ze daarin deels gelijk hadden. In Spanje is de scheiding tussen de politieke en de justitiële macht niet erg groot. Veel rechters zijn verbonden aan één van de twee partijen.

We hadden al el caso Gürtel (PP-politici in Valencia en andere deelstaten ontvingen geld en cadeautjes van een vaag conglomeraat van ondernemingen), el caso de los ERE (in Andalusië roofden PSOE-politici en vakbondsbestuurders uit een fonds voor tijdelijk werklozen), el caso Puyol (Puyol is een Catalaanse ex-politicus met verdacht veel geld op buitenlandse rekeningen) en nog vele zaken meer, maar de afgelopen week kwam hier el caso Púnica bij. Met name in Madrid maar ook bijvoorbeeld hier in de provincie León, kregen lokale politici van vooral de PP, maar net zo gemakkelijk een aantal van de PSOE, geld toegeschoven in ruil voor het toewijzen van openbare projecten aan een groot bouwbedrijf. Niets nieuws onder zon, wellicht, maar dit keer lijkt er iets fundamenteels veranderd te zijn. Bij de laatste algemene verkiezingen verkreeg de PP nog 44,6% van de stemmen (en door een vreemde kronkel in het kiessysteem daardoor de absolute meerderheid in het parlement), ondanks dat de caso Gürtel allang bekend was. Dit keer lijken de Spaanse stemmers de corruptie zat te zijn. Bij een verkiezingsenquête kwam de nieuwe groepering Podemos (we kunnen) als grootste partij uit de bus. Natuurlijk is het maar de vraag of er bij echte verkiezingen ook zoveel stemmen zouden gaan naar deze nieuwe partij die nogal wat radicale veranderingen voorstaat. Nieuwe partijen stijgen en dalen nu eenmaal snel op de golven van de proteststemmen. Maar duidelijk is dat er ruimte is voor nieuwe partijen, zowel aan de rechterkant als de linkerkant van het politieke spectrum. Het zou wel eens afgelopen kunnen zijn met de automatische wisseling van macht tussen de PP en de PSOE. De speltheorie geeft het aan: als de twee partijen alles of niets spelen, is de meest waarschijnlijke uitkomst dat beide partijen verliezen.

Luis Bárcenas