Posts tonen met het label El País. Alle posts tonen
Posts tonen met het label El País. Alle posts tonen

vrijdag 15 oktober 2021

Oproep aan alle bareigenaren (M/V) van Ponferrada

Het was altijd zo lekker. Op een zeker moment ‘s ochtends even naar buiten naar een van de vele cafés die Ponferrada rijk is om daar in de krant te bladeren, af en toe een artikel te lezen en dat allemaal onder het genot van een kopje koffie tegen een voor Nederlandse begrippen onmogelijk lage prijs van tussen de € 1,10 en € 1,30. En dat altijd met een stukje cake, een churro of een stukje stokbrood met tortilla erbij. Al voor corona kwam daar een beetje de klad in. Cafés begonnen te bezuinigen op de kranten. El País, de krant die ik het liefst lees, verdween uit de meeste kroegen. De keuze was vaak tussen het gemopper op de linkse regering van El Mundo, het lokale nieuws van El Diario de León en de onvermijdelijke voetbalblaadjes. 

Toen we na de lockdown allemaal weer naar buiten gingen en zelfs op de terrassen van de cafés mochten zitten, dat was in de zomer van 2020, bleken de kranten helemaal uit de cafés verdwenen te zijn. De besmettingen zouden via gedeelde kranten immers overgedragen kunnen worden. Later werd duidelijk dat de besmettingen niet zozeer via de handen, maar vooral toch door de lucht plaatsvonden. Toch kwamen de kranten maar mondjesmaat terug. Ik geloof dat de meeste kroegeigenaren het zo wel mooi vonden. Ze hadden veel inkomsten gederfd tijdens de pandemie en de abonnementen op kranten zijn natuurlijk een kostenpost. Maar mijn eigen gedrag veranderde. Geen krantje? Nou, dan ga ik ook niet in mijn eentje buiten de deur een kop koffie drinken en daarbij op mijn mobiel nieuwsberichten lezen. Doe mij een lol; ik tuur al de hele dag naar een scherm als ik online lesgeef, zit te schrijven of me via de sociale media blootstel aan verderfelijke algoritmes. Dan koop ik liever een krant in een van de weinige overgebleven kiosken en zet ik thuis een bakkie koffie.

Ik ken nu welgeteld twee cafés in Ponferrada met papieren kranten. Nee, ik ga niet zeggen welke dat zijn, want dan gaat iedereen daarheen om lekker te lezen en het is zo al moeilijk genoeg om een krantje te bemachtigen. Beste kroegeigenaren van Ponferrada, leg alsjeblieft een stapeltje kranten op de vensterbank neer. Deze guiri* is in dat geval bereid maar liefst 10 cent meer te betalen voor een kopje koffie met een hapje erbij. 

* Guiri: scheldnaam voor de typische Noord-Europese toerist.

Een café met kranten


dinsdag 12 februari 2019

Begin niet over de oorlog!

Tijdens een Engelse conversatieles hier bij mij thuis vroeg mijn student me of ik in de krant El Mundo het artikel had gelezen over de tentoonstelling van de tachtigjarige oorlog in het Rijksmuseum. Nadat ik dat ontkende, vervolgde hij met: ‘Het schijnt nogal een controversiële tentoonstelling te zijn vol anti-Spaanse propaganda, maar ja, elk land heeft behoefte aan nationale legendes, nietwaar?’ Ik was uitermate verbaasd. Ik had in december op de regionale radio Bierzo SER, waar ik af en toe mijn ‘opiniones de un guiri’ mag komen uitleggen, over de tentoonstelling verteld. Dat was wat gedurfd, ik geef het toe, want ik was er zelf niet geweest. Maar ik had er wel over gehoord en gelezen, onder andere in El País waarin gesteld werd dat Nederland met de tentoonstelling de Zwarte Legende (de protestantse propaganda tegen de Spanjaarden) wou begraven. Ook had ik op Uitzending Gemist de documentairereeks Tachtig Jaar Oorlog gezien, waarin op uitstekende wijze de gebeurtenissen van beide kanten werden belicht en in een brede historische context werden geplaatst.

Na de les mailde mijn student me de link naar het artikel. Met de tentoonstelling werd inderdaad de vloer aangeveegd. ‘De tachtigjarige oorlog en de ontstaansmythe van Nederland’, luidde de kop. De tentoonstelling zou volkomen passen in de sfeer van de Zwarte Legende waaronder de Spanjaarden nu al eeuwen lijden. De schrijfster van het artikel, María Elvira Roca Barea, kende ik. Zij schrijft soms ook in El País, en eigenlijk altijd over de zelfde onderwerpen: de hele wereld is tegen Spanje vanwege de Zwarte Legende, de inquisitie had helemaal niet zoveel mensen terechtgesteld en het Spaanse kolonialisme was lang niet zo erg als dat van andere landen. Toen Puigdemont, de Catalaanse president, naar België uitweek schreef zij in een artikel dat België het middelpunt van de hispanofobie zou zijn. België? Ja, België.(ik schreef hier al eens over in Fouten en Leugens) Ook had ze een artikel geschreven naar aanleiding van de protesten in VS tegen een standbeeld van Columbus als symbool van het kolonialisme (De indiaan Gerónimo sprak Spaans, luidt de kop). De protesten zouden een voortvloeisel zijn van de anti-Spaanse  propaganda (Columbus is min of meer Spaans), waarbij ze zelfs de cowboyfilms als onderdeel van de Zwarte Legende ziet. Het gaat hier, denk ik, om een historica met een missie die af en toe uit de bocht vliegt.

Via de site van het Rijksmuseum schreef ik een email aan de curator van de tentoonstelling om hem te wijzen op het artikel en tot mijn verbazing kreeg ik vrijwel direct antwoord. De man was wat beduusd, zo leek het. Hij had al een Engelse vertaling gevonden en begreep niets van de kritiek. De tentoonstelling was juist bedoeld om het eenzijdige beeld van de oorlog dat in Nederland nog steeds bestond weg te nemen. Ik raadde hem aan een ingezonden artikel te schrijven aan El Mundo om de aantijgingen te weerleggen, maar weet niet of hij dat daadwerkelijk gedaan heeft.

Het is eigenlijk ongelooflijk dat gebeurtenissen van 450 jaar geleden nog steeds tot controverses kunnen leiden. Ik kom al sinds 1981 in Spanje en ben er uiteindelijk gaan wonen. In al die tijd heb ik nooit gedacht of gemerkt dat de tachtigjarige oorlog of welke Zwarte Legende dan ook nog een rol zouden spelen in de relaties tussen Nederlanders en Spanjaarden. Nooit heb ik gedacht: ¡no mencione la guerra! (begin niet over de oorlog) Maar nu nationale identiteiten weer in de mode zijn, is zelfs een oorlog uit zo’n ver verleden een twistpunt geworden.

Volgens mij zou geschiedkunde vooral gebaseerd moeten zijn op nieuwsgierigheid, op het omkijken in verwondering, waarbij met name de fouten en misdaden van het eigen land, volk of de eigen ideologie moeten worden onderzocht en getoond. De Spaanse inquisitie toonde zich bijzonder effectief in het verdrijven van alle niet-katholieke godsdiensten uit Spanje; dat ging echt niet op zachtzinnige wijze. Het Spaanse kolonialisme was weliswaar minder moorddadig dan de brute expansiedrift van de Verenigde Staten, maar heeft vele mensen het leven gekost en bijna een heel continent een vreemde taal, godsdienst en cultuur opgedrongen. En zo moet ook Nederland zich rekenschap geven van de zwarte pagina’s uit het verleden: de slavenhandel, het kolonialisme en, ja, ook van de wandaden die de troepen van Willem van Oranje en vooral de geuzen tijdens de tachtigjarige oorlog hebben begaan. In 2020 komt het Rijksmuseum met een tentoonstelling over de slavenhandel. Ik kan die nu al aanbevelen!

De martelaren van Gorcum


woensdag 25 april 2018

Fouten en leugens

Een tijd geleden ging op zondagochtend eerst langs de kiosk om El País te kopen en vervolgens naar de bakker hier in de straat voor wat croissants. Terwijl hij de verse croissants in een papieren zak stopte keek de bakker naar de krant onder mijn arm en zei: ‘En nu lekker een kop koffie met croissants en een krant ……maar daar staan alleen maar leugens in, hoor.’ Ik keek hem verbaasd aan. Eigenlijk heb ik best vertrouwen in de Spaanse journalistiek. Zowel El Mundo als El País, de twee grootste landelijke kwaliteitskranten, pakken de corruptiezaken hard aan en doen daadwerkelijk aan onderzoeksjournalistiek in deze kwesties. Goed, soms laten ze naar mijn smaak hun politieke voorkeuren iets te veel doorschemeren in hun nieuwsartikelen, vooral als het over de binnenlandse politiek zoals de Catalaanse kwestie gaat. Terwijl ik met de krant en croissants naar huis liep, nam ik me voor om eens een tijdje bij te houden in hoeverre de berichtgeving correct was over een onderwerp waar ik relatief veel verstand heb: Nederland.

Ik beperkte mijn kleine onderzoek tot El País, El Mundo en El Diario de León, omdat ik die kranten nu eenmaal regelmatig lees.
Over El Diario de León kan ik kort zijn: daarin wordt nauwelijks bericht over Nederland.  Die krant lees je voor het lokale nieuws. Eigenlijk was de berichtgeving over Nederland in El Mundo en El País over het algemeen erg correct. Beide kranten beschikken over journalisten ter plaatse die zich goed inlezen. Vergeleken met alle troep die circuleert op Facebook, Twitter en zelfs WhatsApp zijn deze kranten oases van betrouwbare berichtgeving te noemen. Toch volgt hier de top drie van fouten of leugens die ik de afgelopen maanden heb gevonden.

Op nummer drie
Veel fouten worden er gemaakt met de namen van Nederlanders zoals die van Dijsselbloem. Het is te begrijpen. Zelf doe ik dat ook met Spaanse namen. Laatst schreef ik over films en toen ik, zoals te doen gebruikelijk, het stuk voorlas aan mijn vrouw wees ze me er fijntjes op dat ik de namen van de twee belangrijkste Spaanse regisseurs, Amenábar en Almodóvar, lichtelijk verhaspeld had.  Toch vond ik de fout in de column Líderes sin partidos (leiders zonder partijen) in El País vermakelijk. Het stuk gaat over charismatische politici die dankzij hun jeugdige en daadkrachtige uitstraling goede verkiezingsresultaten weten te boeken zoals Jesse Kleber. Tussen Klaver en Kleber zit natuurlijk nogal een verschil. Mijn vermoeden is dat de columniste naar een Engelse zender heeft geluisterd waarop Klaver wellicht als Klever wordt uitgesproken . Mijn tip aan de schrijfster: lees de kladversie hardop voor aan je partner, tenminste, als die verstand van zaken heeft.

Op nummer twee
Veel erger vond ik dit bericht. ‘Nederland rebelleert tegen de wet die het verplicht stelt om organen te doneren’ luidt de kop. Maar liefst twee fouten. Van een rebellie was geen sprake en natuurlijk is het niet verplicht om je organen te doneren. Je kunt het gewoon aangeven als je daar bezwaar tegen hebt, en ook de nabestaanden kunnen een donatie eventueel tegenhouden. Het gekke is dat ik deze kop niet heb weten terug te vinden op internet. Daar luidt de kop: Nederland rebelleert tegen de donorwet.  (voor mensen die het Spaans machtig zijn: de link is HIER)
Het artikel zelf is overigens veel genuanceerder. Daarin staat goed uitgelegd hoe de wet werkt en dat zo’n 30.000 mensen onmiddellijk hebben laten registreren dat ze geen organen ter beschikking stellen na de dood. Misschien dacht de koppenmaker dat 30.000 mensen in zo’n klein landje als Nederland een menigte is. Meer waarschijnlijk is dat hier een persoonlijke mening in de krantenkop doorschemert.


Op Nummer één!!!




Weer in El País. Het artikel waar ik me het meest aan ergerde was Alicia en la Bélgica de las Maravillas, misschien het best te vertalen met Alice in WonderBelgië. (HIER ) Het is geen nieuwsartikel maar een ingezonden opinie van een Europarlementariër van de regerende Partido Popular en een Spaanse historica over de Catalaanse president Puigdemont, die naar België was gevlucht. De subkop luidt: Puigdemont heeft voor steun één van de centra van de traditionele hispanofobie gekozen. Naast Engeland zou dat België moeten zijn. Ik begon dit artikel te lezen waarbij ik vanzelfsprekend nieuwsgierig was waarom België dan wel zo hispanofobisch zou zijn. Het artikel maakt melding van het beleg van Breda tijdens de 80-jarige oorlog. Goed, een foutje, ze denken wellicht dat Breda in België ligt, maar indertijd lagen de grenzen niet zo vast. En even verderop beschrijven ze dat de haat van vooral de Vlamingen tegen de Spanjaarden voort zou komen uit de Spaanse troepen die daar vochten tijdens de tachtigjarige oorlog. Al lezend kreeg ik het vermoeden dat de schrijfsters België met Nederland verwarden, hoewel ik evenmin in Nederland veel hispanofobie ben tegengekomen. Misschien dat in sommige Nederlandse protestantse kringen nog steeds laatdunkend over de Spaanse troepen wordt gesproken, maar in het zo katholieke België toch zeker niet? Het gebeurt overigens wel vaker, merk ik, dat Nederland en België met elkaar verward worden. Ik kan het me best voorstellen. Maar dit artikel is geschreven door een Europarlementariër die waarschijnlijk in België woont, en een historica die gespecialiseerd is in hispanofobie. Vooral die laatste zou beter moeten weten. Zou zij echt een wetenschappelijk onderzoek hebben verricht waaruit bleek dat België hispanofobischer is dan Nederland, Duitsland of Denemarken? Ik vrees van niet. Volgens mij is dit een beroerd artikel dat zich baseert op pseudowetenschappelijke argumenten om Spanje in een slachtofferrol te manoeuvreren. Een welverdiende eerste plaats!


zondag 31 augustus 2014

Sokken

Het is een zonnige zaterdag in augustus. We staan in de rij voor de boot van Cangas de Morrazo naar de Islas Cíes, een kleine groep eilanden voor de Atlantische kust van Galicië. Om de tijd te doden pak ik de zaterdagbijlage van El País getiteld Mode, een magazine dat ik normaalgesproken niet aanraak. Al bladerend krijg ik één van mijn betere ideeën, al zal de uitvoering niet meevallen. ‘Oh, kijk, een artikel over de mode van deze zomer. Luister.’ Ana is één en al oor. Dat ik Mode doorblader is al uitzonderlijk en nu ga ik nog uit een artikel citeren ook. Maar nu komt het moeilijke gedeelte. Ik moet een tekst improviseren in de stijl van het magazine. Ik probeer mijn beste Spaans: ‘De nieuwste trend deze zomer zijn sokken, die op de meest zichtbare manier gedragen worden. Waar voorheen de sok zo veel mogelijk verborgen werd, zien we dit jaar de celebrities met sokken in combinatie met de korte broek en sportschoenen en soms zelfs sandalen. Ja, we kunnen stellen dat de sok met zijn comeback bezig is.’ Na deze woorden kijk ik verwachtingsvol naar mijn vrouw. Ze slaakt een vermoeide zucht en zegt: ‘het is él calcetín (de sok) en niet la calcetín, en ik geloof niet zo in die comeback.’ Even ben ik teleurgesteld, maar troost mij met de gedachte dat een verloren slag nog geen verloren oorlog betekent.

De eerste keer dat ik iets bespeurde van de teloorgang van de sok stamt alweer van een flinke tijd geleden, tijdens een vakantie in Barcelona. Ik wees een vriend van mij op twee pubermeisjes die hun blote voeten in hun gymschoenen leken te hebben gestoken, wat volgens mij tot stinkschoenen en chronische stinkvoeten zou kunnen leiden. Mijn vriend legde mij uit dat deze meisjes wel degelijk sokken droegen, maar dat ze die beslist niet wilden tonen. Sokken waren bij pubermeisjes tot taboe verklaard. Daarom droegen ze hele kleine witte sokjes, waarvan de bovenkanten net tot aan de rand van de schoenen reikten. Verbaasd constateerde ik dat hij gelijk had. Maar goed, pubers halen wel vaker dingen in hun hoofd. Dan verklaren ze bepaalde kledingstukken taboe of juist erg hip, afhankelijk van wat hun pop- of sporthelden dragen.

Met stijgende verbazing heb ik moeten constateren dat het verbergen van de sokken algemene navolging heeft gevonden, zowel in hier in Spanje als in Nederland. Tegenwoordig zie je ook volwassen mensen hun sokken verbergen alsof het een akelige afwijking betreft. Behalve de hele kleine witte sokjes zijn er zelfs speciale doorzichtige sokken in omloop. Mountainbikers dragen geen zichtbare sokken. Hardlopers lijken geen sokken te dragen. Bergwandelaars dragen geen sokken. Ja, zelfs de toeristen dragen geen sokken meer!

En hier in Spanje zijn sokken onlosmakelijk verbonden met het concept: El Guiri, mijn geuzennaam en pseudoniem van mijn Spaanstalige blog. Guiri is de scheldnaam voor de typische toerist: roodverbrand, knokige knieën onder een korte broek, camera hangend aan de nek, rugzakje op, en vooral zichtbare hoge sokken, het liefst in combinatie met sandalen. Dat laatste deed ik vroeger eerlijk gezegd ook. Toen kocht ik het liefst knalrode sokken en die droeg ik in zwarte sandalen. Ach ja, wat gaat de tijd toch snel; dat was nog voordat ik er netjes en aangepast bijliep. Ik heb me leren conformeren. Tegenwoordig draag ik alleen sokken in gesloten schoenen.

Maar verder wil ik echt niet gaan. Ik heb net bij Zara een heel stel sokken gekocht in de meest opzichtige kleuren. Die ga ik duidelijk zichtbaar dragen, ook al heb ik een korte broek aan. Voor sokken hoef je je niet te schamen. Een echte held toont zijn sokken!

zondag 29 april 2012

Hoogmoed voor de val


Emigreren is niet meer wat het geweest is. Dankzij internet kan ik de Nederlandse kranten lezen, televisieprogramma´s zien, de top-2000 beluisteren, videochatten, mailen, kortom, ik ben meestal vrij goed op de hoogte van wat er allemaal in Nederland gebeurt en dat zonder schotel aan de gevel. Maar afgelopen weekeinde was ik even niet online. We waren dat weekeinde met de schoonouders op visite bij de schoonzus in een piepklein dorpje bij Salamanca. Op zondagochtend gingen we met z´n tweetjes naar het stadje Alba de Tormes, waar ooit de beruchte Hertog van Alva (Duque de Alba) leefde. Daar kochten we lekker vers brood en El País. En natuurlijk namen we in een bar een aperitiefje. We zaten heerlijk aan een tafeltje met ons drankje en een hapje en bladerden elk in een katern van de dikke zondagskrant. Ik gaf een klein kreet je van vreugde. Enkele mannen keken even verstoord om van de televisie waar een formule-1-race op werd uitgezonden. ‘¿Heeft Mourinho ontslag genomen?’ vroeg Ana. ‘Beter nog’, antwoordde ik, de Nederlandse regering is gevallen!’ Enthousiast las ik haar de kop van het artikel in El País voor. ‘¿En is dat goed nieuws?’ vroeg ze.

‘Ja, ik heb me geschaamd voor dit kabinet. Een minderheidsregering van christendemocraten en liberalen, gedoogd door populisten. Wie heeft dat bedacht? Best goed hoor, dat de ontevredenheid met de multiculturele samenleving een stem in het parlement heeft, maar om nou helemaal van die ontevredenen afhankelijk te worden lijkt me een minder goed plan. Het ging soms ook wel een beetje ver. Oorlog met de islam, was de maatschappelijke analyse van Wilders. Daar hoor je hem overigens niet meer over. Is die oorlog dan opeens voorbij of was het een lege slogan? Wat ik ook altijd zo gek vind is dat de aanhang van dit soort partijen altijd verbonden worden met ‘ het volk’. Eén van de meest misbruikte woorden uit de geschiedenis. Waarom behoren de redelijke mensen niet het volk? De meerderheid moet toch zeker niets hebben van die extremistische moslimhaat?

Maar ook de zelfingenomenheid die Nederland binnen Europa uitstraalde begon me meer en meer tegen te staan. Dat men dingen zei als: ‘Eindelijk heeft de Griekse regering een groot aantal ambtenaren ontslagen.’ Ik weet dat de Griekse regeringen veel zaken fout hebben gedaan, maar dat is nog geen reden om blij te zijn met het ontslag van mensen die daar niets aan kunnen doen. Het verbaasde me ook niets dat de recessie in Nederland bij vele Europeanen een soort leedvermaak opriep. Opeens bleek het voor het rijke Nederland heel moeilijk om te bezuinigen, terwijl dat eerder van  andere landen op pedante wijze werd geëist.

Laten we hopen dat Nederland een redelijk, sociaaldenkend, pro-Europees, realistisch kabinet krijgt, dat niet alleen wil bezuinigen maar ook hervormen en stimuleren. Want wat er in West-Europa na de tweede wereldoorlog is gebeurd is vrij uniek. Nog nooit is het algemene welstandsniveau ergens zo hoog geweest, en dat zonder dat er vrijheden voor hoefden te worden opgegeven. Het is alles waard om het systeem van beteugeld kapitalisme in stand proberen te houden, al was het alleen maar omdat je vanuit de betrekkelijke welstand ruimte overhoudt om na te denken over de toekomst; het milieu; de eindigheid van de natuurlijke bronnen. Dat doe je echt niet als je niet genoeg te eten hebt. Dat unieke Europese project moet gered worden. Want de radicalen van links en rechts komen al uit hun donkere holen te voorschijn om hun oplossingen te bieden voor de crisis, hetgeen in de geschiedenis altijd heeft geleid tot dictatuur en oorlog.’

Even nam ik een pauze voor een slokje wijn. ‘Ik heb hier het katern met de sportverslagen; zullen we ruilen?´vroeg Ana. Gretig stemde ik in en begon het verslag te lezen van de wedstrijd van Barcelona tegen Real Madrid van de avond ervoor, terwijl op de achtergrond het geraas klonk van de racewagens op de televisie.



Arrogante Hollander bij Kasteel van de Hertog van Alva

donderdag 9 februari 2012

Verschillen en Vooroordelen


In het jaar 1992 werkte ik een zomer lang op de camping Can Banal in de Catalaanse Pyreneeën. Het was (en is nog steeds) een geheel Nederlandse camping, zowel wat betreft het personeel als de klanten. Tijdens de zomervakantie kwamen de Nederlandse gezinnen over naar deze zo mooie, groene en ruim opgezette camping. Gedurende de overige maanden was de camping zo goed als leeg; tot verdriet van de eigenaren prefereerden de Spanjaarden (Catalanen in dit geval) de overvolle campings van hun landgenoten. Maar het laatste weekeinde van augustus gebeurde het: een groep Spanjaarden kwam daadwerkelijk hun tenten opzetten. Vervolgens streken ze neer op het terras en bestelden daar wat drankje, zakken chips en zonnebloempitten, hetgeen ze luid met elkaar pratend consumeerden tot ze besloten tot een korte wandeling in de omgeving. Ze lieten het terras veranderd achter. De lege zakken lagen her en der over de grond verspreid, overal lagen de doppen van de zonnebloempitten, de tafels waren besmeurd met coca cola en resten chips. Wij van het personeel bekeken het rampgebied even beteuterd aan en wilden ons toen zetten tot de grote schoonmaak. ‘Wacht even!’, riep één der Nederlandse gasten. Hij rende naar zijn tent en kwam gewapend met een camera terug. ‘Een herrinnering voor later’ verklaarde hij terwijl hij het foto´s nam van het mishandelde terras.

Waarom kom ik nu opeens met deze anekdote aanzetten? Afgelopen zondag las ik in de kleurenbijlage van El País de column van de Spaanse schrijfster Rosa Montero over de piraterij op internet, waarin ze schreef: ‘Wij zijn het land waar de meeste piraterij plaatsvindt van de hele westerse wereld. Een pijnlijk record dat volgens mij zijn oorzaak vindt in het gebrek aan een sociale en collectieve cultuur in ons land, in de minimale waardering voor het gemeenschappelijke, in ons gebrek aan respect voor de naaste en ons tergend individualisme.´
Als dat allemaal waar zou zijn, dan zou dat mij als buitenlander in Spanje toch moeten opvallen. En zeker, er zijn veel verschillen tussen Nederland en Spanje. Maar er zijn ook veel vooroordelen. In de anekdote over de camping ging het om een groep jongeren en ik zou toch niet graag verantwoordelijk worden gesteld voor het gedrag van Nederlandse jongeren aan de Spaanse costa’s. Maar goed, in dit blog zie ik het vooral als mijn taak de zaken die me opvallen te beschrijven en dat zijn veelal de verschillen, waarbij ik soms een heel klein beetje overdrijf (dat van die Nederlander die zijn camera ging halen heb ik er bijvoorbeeld bij verzonnen voor het dramatisch effect).

Om te kijken wat de verschillen zijn in de ‘sociale en collectieve cultuur´ tussen Nederland en Spanje neem ik de lezer mee naar de openbare gelegenheid bij uitstek: de kroeg. In Spanje is het in het café heel gewoon gebruikte servetten, doppen, prikkers, noem het maar op, op de vloer te gooien, hoewel deze gewoonte langzamerhand minder wordt. Misschien moet de UNESCO zo´n authentieke Spaanse cafévloer maar eens opnemen in de lijst van werelderfgoed. 
Ik zie ook een verschil in de acceptatie ten opzichte van mobiel bellen. Hier is het volkomen normaal om in gezelschap te bellen. Zelfs aan tafels in restaurants zie je mensen rustig een gesprek aannemen omdat die vriend of dat familielid weer zo nodig moest bellen net op het moment dat het eten geserveerd werd. Volgens mij is het in Nederland iets gewoner om in zo´n geval naar buiten te gaan. Nou moet ik zeggen dat er in Nederland er ook een ware terreur van de mobiele telefoons heerst, met name in het openbaar vervoer. De Nederlandse stiltecoupé komt volgens mij in de verre toekomst ook in aanmerking voor de lijst van werelderfgoed van de UNESCO.
Een groot verschil is er tussen beide landen in het accepteren van de antirookwetgeving. In Spanje wordt deze wet volkomen gerespecteerd, terwijl in Nederland in steeds meer kroegen vooral ´s avonds gerookt wordt. Een doelpunt voor de collectieve cultuur van Spanje, dunkt mij. Voor de rest zie ik vooral overeenkomsten. De mensen drinken wat, lezen de krant, zitten gezellig te kletsen en willen gelukkig zijn. Jezus, wat saai! De volgende keer ga ik de verschillen gewoon weer lekker aandikken.

En nu betalen. Ik loop naar de bar om de rekening te vragen en zet, zoals ik in Nederland gewend ben, het lege glas op de toog. De bardame kijkt me aan alsof ik haar haar baan wil afpakken.