Het is pinksterzondag. Ik word vroeg wakker in het huis van mijn broer en zijn vrouw. Er is al zoveel licht ’s morgens en helemaal vandaag, nu het zonnetje uitbundig schijnt. Tot drie uur vanmiddag heb ik eigenlijk geen afspraken staan. Weet je wat? Ik ga een mooie fietstocht maken door de stad. Langs alle plaatsen waar ik ooit heb gewoond. Een nostalgische route. En dan kan ik daar wellicht een mooi stuk over schrijven in zowel mijn Nederlandse als mijn Spaanse blog. Want er is een frappant verschil tussen Nederland en Spanje als je het hebt over hoe de mensen wonen. In Spanje zijn er bijna geen sociale huurwoningen. Veel mensen, ook degenen die zichzelf tot de lagere middenklasse rekenen, kopen een huis. Kinderen blijven meestal bij de ouders wonen totdat zij genoeg inkomen hebben om een hypotheek af te sluiten. En als Spanjaarden huren, is het meestal gemeubileerd. Terwijl we in Nederland bij elke verhuizing, ook als we huren, gaan behangen, verven, potteren en boren. Eigenlijk was zo’n verhuizing altijd wel een sociaal evenement; met vrienden en familie een touw met blok en een busje (of een enkele keer een bakfiets) regelen. Na afloop patat met bier. Ik krijg zin in de fietstocht en loop naar buiten.
De eerste stop. De Jacob van Arteveldestraat 7, drie hoog
Wat is het hier toch veranderd. Mijn ouders kwamen hier wonen ergens in de jaren vijftig. Ze waren enorm blij met de woning, maar klein was het wel. We sliepen met drie zonen op één kamer. Maar de huur was betaalbaar en de parkachtige omgeving ideaal voor kleine kinderen. Het was echter wat ze noemen revolutiebouw: snel uit de grond gestampte woningen die al snel aan vervanging toe waren. Ik neem een foto van het nieuwe gebouw, dat hopelijk wat steviger in elkaar steekt. Maar daarboven ergens heb ik mijn jeugd doorgebracht.
De tweede stop. Planciusstraat 10, drie hoog rechts.
Hier woonde ik begin jaren 80 voor het eerst zelfstandig. Een eenkamerwoning met een heerlijk lage huur. Ik betaalde in het begin 80 gulden per maand, dat is omgerekend zo´n 34 euro. Nu zijn de huren een stuk hoger, maar het gebouw is dan ook volkomen gerenoveerd. Het gebouw is overigens een monument, als één van de eerste sociale woningcomplexen van Amsterdam uit de 19e eeuw.
De derde stop, Houtmanstraat 13, 1 hoog.
Het gaat hier om hetzelfde gebouw als de Planciusstraat, maar hier met de ingang aan het mooie, autovrije straatje. Deze woning was voor mijn familie speciaal. Toen mijn opa van moeders kant in crisis van de jaren 30 als schipper failliet ging, was hij gedwongen zijn schip te verkopen om met zijn gezin naar de stad te komen. Ze kwamen uiteindelijk op deze woning terecht. Ongelooflijk dat ze met z’n allen (familie met vier kinderen) hier in deze tweekamerwoning woonden. Mijn Ome Jaap bleef er na de dood van zijn ouders wonen. Toen hij ging verhuizen, regelden we met de woningbouwvereniging dat ik er in kon trekken, hetgeen voor mij een verdubbeling van mijn woonruimte betekende. Ik dacht dat ik er nooit meer zou vertrekken, tot een renovatie mij dwong om elders mijn heil te zoeken. Maar als je huis gerenoveerd wordt, krijg je voorrang op de lange wachtlijsten voor sociale woningen. Ik had zodoende al snel wat gevonden.
De vierde stop, Tuinstraat 142, 2 hoog.
De enige tegenvaller bij de verhuizing was dat het hier ging om misschien wel het enige portaal zonder haak in de nok, zodat touw en blok niet konden worden gebruikt. Alles moest over de trap. Ik heb hier de laatste jaren in Amsterdam, van 2005 tot juni 2009 heerlijk gewoond in De Jordaan, het laatste jaar samen met mijn huidige vrouw. Daarna vertrok ik naar Spanje, eerst voor een jaar om te proberen. Het huis had ik via de woningbouwvereniging onderverhuurd. Ik kreeg vervolgens nog een jaar uitstel voor onderverhuur. Maar daarna moest de knoop worden doorgehakt. De Jordaan of Ponferrada. Het werd, zonder veel twijfel, Ponferrada. Hoewel De Jordaan sindsdien nog veel toeristischer is geworden, blijft het een fijne buurt. Helaas zal het aantal sociale woningen zijn afgenomen. Naar verluid is het steeds moeilijker om in Amsterdam een betaalbare huurwoning te vinden. Ik ben benieuwd hoe lang het systeem van sociale huurwoningen in Amsterdam nog zal bestaan.
Ik neem de foto van mijn laatste huis en besluit dat het nu wel genoeg is met al dat nostalgische gedoe. Tijd voor een pilsje op een zonovergoten terras. Dat wordt mijn oude stamkroeg Café Scharrebier.
Posts tonen met het label woningbouwvereniging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label woningbouwvereniging. Alle posts tonen
zondag 30 juni 2019
donderdag 10 mei 2012
Efficiënt vergaderen
‘¿Gaan we?’ vroeg Ana. Met tegenzin legde ik mijn boek op
de tafel en trok mijn schoenen aan. Aan vergaderen heb ik altijd een bloedhekel
gehad, of het nou schoolvergaderingen betrof of algemene ledenvergaderingen van
de voetbalclub. En deze vergadering zou voor mij wellicht moeilijk te volgen
zijn. Vol technische en financiële details. De vergadering van de comunidad de los vecinos. De
vereniging van eigenaren van onze flat. In Nederland heb ik nog nooit zo´n
vergadering bijgewoond. Ik heb altijd gehuurd bij een woningbouwvereniging. Dat
was eigenlijk best wel praktisch. Weinig gezeur aan je hoofd. Door de overheid
geregelde huurstijgingen. Als er iets echt stuk was dan belde je de technische
dienst. Hier in Spanje is het sociale huren veel zeldzamer. De meeste mensen
kopen een huis. Dat heeft bij het uitbreken van de crisis nog voor heel wat
problemen gezorgd. Zeer veel mensen konden hun hypotheek niet meer betalen en
liepen zo een erg hoge schuld op, terwijl het huis zelf in waarde daalde. Een
huurschuld loopt minder snel op. Wellicht dat de uitgebreide sociale huursector
een uitstekende buffer vormde bij het uitbreken van de kredietcrisis in
Nederland.
‘¿Waar gaan we eigenlijk vergaderen?’ vroeg ik Ana toen
we in de lift stonden. ‘Beneden,’ antwoordde ze. Ze drukte op de de knop met
het minteken en vervolgens op de één. De lift zette zich in beweging. ‘Ik kan
natuurlijk ook alvast wat kopen voor la
cena (avondeten) terwijl jij vergadert, lekker cecina (een soort runderham, een regionale specialiteit)
bijvoorbeeld,’ probeerde ik. Ze trapte er niet in. ‘Daar hebben we na de
vergadering nog best tijd voor.’ We stapten de lift uit en kwamen bij de
parkeergarage onder onze flat uit. Tot mijn verbazing stonden de overige buren
daar al in een kring opgesteld. Zouden we echt in de parkeergarage gaan
vergaderen?
We vergaderden daadwerkelijk in de parkeergarage. Het was
er niet warm. De meesten van ons hadden hun winterjassen aan. Het ging over
onderhoud, schoonmaak, reparaties, de financiën, enfin, de zaken waar je als
eigenaren van gemeenschappelijke ruimtes nu eenmaal over moet vergaderen. Maar
de locatie was echt wat ongelukkig gekozen. Zo af en toe moest de kring van
vergaderaars verbroken worden omdat er een auto de parkeergarage binnen kwam
gereden. Vervolgens moest die persoon onder toeziend oog van de hele
goegemeente in de kleine ruimte de auto parkeren, om daarna met een schuldig
gezicht, vanwege het niet aanwezig zijn bij de vergadering of misschien wel
vanwege de slordige parkeertechniek, zich naar de deur te begeven. Een
vergadering staand in een koude ruimte met onderbrekingen vanwege auto´s die
in- of uitparkeren en af en toe het geluid van stromend water in het
buizenstelsel als één van de buren boven het toilet had bezocht heeft één groot
voordeel: er worden geen onnodige vragen gesteld. ‘Nou, dat viel toch best
mee?’ vroeg Ana toen we even later bij de vleeswarenafdeling van de supermarkt La Familia op onze beurt stonden te
wachten.
Misschien zou de anekdote over deze vergadering nooit de
pagina´s van dit blog gehaald hebben, als we maanden later niet in één of
andere stad, ik geloof Salamanca, met de auto voor een stoplicht hadden gestaan
toen er in het gebouw langs de straat de deur van een parkeergarage openging.
In de parkeergarage stond een groep mensen in een kring met elkaar te praten.
‘Kijk, een vergadering van de comunidad
de los vecinos,’ constateerde Ana. Verbaasd keek ik haar aan. ‘¿Maar vinden
die vergaderingen dan altijd plaats in parkeergarages?’ ‘Ik geloof het wel.’ Ik
was er nog niet eens helemaal van overtuigd dat ik hier iets ´typisch
Spaans´had aangetroffen tot er weer een paar weken later op de televisie een
journaalitem te zien was dat ging over het feit dat comunidades de vecinos vanwege de crisis niet genoeg geld bij de
leden kunnen ophalen, waardoor er veel noodzakelijk onderhoud achterwege
blijft. Terwijl de voice-over deze droevige mededelingen deed, waren er beelden
te zien van een groep mensen die in een parkeergarage stonden te vergaderen. Een voor alle Spanjaarden
herkenbaar beeld, blijkbaar. En zover ik weet ik in Nederland zeer
ongebruikelijk. Maar misschien wel iets om te imiteren. Wil je kort en
efficiënt vergaderen? Doe dat in een parkeergarage!
(het hele journaalitem is HIER te zien op, vanaf minuut 34.50 ongeveer)
Abonneren op:
Posts (Atom)





