Posts tonen met het label Toral de Merayo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toral de Merayo. Alle posts tonen

dinsdag 7 augustus 2018

De wandeling van Ponferrada naar Villar de los Barrios

Ik wijs op de kaart van El Bierzo aan wat de plannen zijn voor de middag. ‘Kijk, Henny, we beginnen hier in Ponferrada, we lopen een stukje tegen de richting van de Camino de Santiago in tot hier, en dan gaan we over een landweg in de richting van het dorpje Villar de los Barrios, absoluut een juweeltje. Daarna stijgen gaan we door het dorp Salas de los Barrios naar Lombillo, het dorp met misschien wel het mooiste terras van de hele regio. Daar drinken we een pilsje met Ana die ons komt ophalen met de auto, want openbaar vervoer is er in die dorpen niet.’ ‘En welke vogels gaan we zien?’ vraagt Henny.

Henny is mijn oudste vriend. Als jochies van vier jaar speelden we al samen in de Jacob van Arteveldestraat. Samen begonnen we een speciale interesse te ontwikkelen voor de dierenwereld en de vogels in het bijzonder. We determineerden de vogels die rondvlogen in de parken en tuinen van Amsterdam-West. En nu nog steeds, beiden bijna 60 jaar oud, delen we onze bijzondere waarnemingen, tegenwoordig via WhatsApp berichten.

‘We gaan geen wielewalen zien of horen,’ antwoord ik, ‘want waar we heen gaan is er geen rivier en zijn er geen populieren. Het landschap is een mengeling van akkerbouw, wijngaarden en woeste grond vol struikgewas. Een ideaal gebied voor bijeneters, eerlijk gezegd.’ Gisteren hadden we tijdens de wandeling de rivier El Sil gevolgd in de richting van Toral de Merayo in de hoop wielewalen aan te treffen. We hoorden er slechts één; het zangseizoen lijkt al te zijn afgelopen en dan zijn ze uitermate moeilijk waar te nemen. Wel hoorden we op een gegeven moment het geluid van een groep vliegende vogels boven ons. Bijeneters! Maar we konden ze niet ontwaren.

We wandelen over de landweg in de richting van Villar de los Barrios. We zweten. Vanzelfsprekend. Het is zes uur ‘s middags op deze eerste dag van een hittegolf. Maar Henny, nog veel meer een guiri* dan ik, vindt dat om deze tijd uitgezakt op een bank zitten, zoals heel Ponferrada doet, zonde van de dag is. Een man met een bezorgd gezicht komt uit de toegangspoort van zijn tuin naar ons toe en vraagt met een sterk Berciaans accent: ‘¿Zijn jullie verdwaald?’ Hij denkt dat we pelgrims zijn. ‘Nee, we lopen naar Villar,’ antwoord ik. Hij kijkt me ongelovig aan. ‘Ik woon in Ponferrada,’ zeg ik om hem gerust te stellen.

We zien enkele vogels naar een boom vliegen waar ze in gaan zitten. Allebei pakken we onze verrekijkertjes uit onze zak. Zwijgend kijken we. De vogels zijn te ver om de kleuren te onderscheiden, maar de silhouetten lijken op die van bijeneters. Dan klinkt dat zo kenmerkende geluid. Voor Henny is het de eerste waarneming van bijeneters van zijn leven. Altijd een speciaal moment. Ik heb ze wel vaker gezien; in Castilië en in Andalusië, en ook in Frankrijk en in Italië. Maar nog nooit in El Bierzo. En het zijn er niet weinig, bovendien.

We zijn in Villar de los Barrios. De plaatselijke bar blijkt niet meer te bestaan. ‘Ze sloten een paar jaar geleden,’ legt een oudere dorpeling ons uit. Jammer. Gelukkig is er de dorpspomp om onze dorst te lessen. We worden begroet door Nicolás. Nicolás is vrij beroemd in El Bierzo als organisator van het Festival Villar de los Mundos in dit dorp. Ana en ik zijn al naar verschillende concerten en voorstellingen van dit festival geweest, maar hij herkent me niet. ‘Ik woon in Ponferrada,’ zeg ik alweer, ‘en ik bezoek elk jaar het festival. Volgens mij ken je mijn vrouw.’ We praten. Ik bel Ana om te zeggen dat ze naar Villar de los Barrios moet komen om de flessen wijn op te halen die we nog tegoed hebben omdat we hebben geparticipeerd in de crowdfunding van het festival van vorig jaar.

Als Ana is aangekomen, gaan we naar het huis van Nicolás. We openen één van de flessen. We proosten. Nicolás legt ons uit dat hij het festival organiseert om zijn dorp op de kaart te krijgen. Het is triest dat de bevolking veroudert en dat zoveel schitterende huizen leeg komen te staan en verkrotten. Elk jaar heeft het festival een ander land als thema. Dit jaar (van 24 tot en met 26 augustus) zal dat Portugal zijn. En volgend jaar een Aziatisch land, Japan waarschijnlijk. ‘¿En het jaar daarna wellicht Nederland?’ Terwijl hij dit zegt, kijkt hij me vragend aan. ‘¡Een uitstekend idee!’ zeg ik. Henny schenkt nogmaals de glazen vol. We proosten.

* Guiri: de typische buitenlandse toerist
Klik HIER voor de promotiefilm van het festival van Villar de los Mundos van dit jaar

Henny

vrijdag 14 oktober 2016

Onrust op El Pajariel

De laatste jaren lijkt het alsof de zomer zich uitstrekt tot half oktober. Afgelopen weekeinde was het werkelijk heerlijk weer. Het zonnetje scheen zonder dat dat leidde tot de ondraaglijke hitte die we deze zomer beleefden. Dat vroeg natuurlijk om buitenactiviteiten. De zaterdagochtend is traditiegetrouw voor de markt, een terras en uitgebreid koken. Zaterdagmiddag pakte ik de mountainbike en reed een mooie route waarbij ik deze foto maakte:


We kijken vanaf El Pajariel, de kleine bergrug die van de Montes Aquilianes naar Ponferrada loopt, in de zuidwestelijke richting. Onderaan zien we nog net wat huisjes van het dorp Toral de Merayo. Het is volkomen windstil; er heerst een absolute rust. Het ruikt naar bergkruiden en dennen.

De zondagmorgen schreeuwde om meer buitenactiviteiten. Dit keer ging ik te voet. Mijn plan was om te rennen in de richting van Toral de Merayo tot ik zou aankomen bij een klein paadje naar boven, te steil om te rennen, dat via een puinhelling en een jong eikenbos naar de top van El Pajariel leidt. Op zondagmorgen is het druk bij El Pajariel; vooral als het mooi weer is. Overal waren wandelaars, mensen met kinderen op fietsen, renners. Er heerste bijna een campingsfeer. Althans, totdat ik begon te rennen richting Toral de Morayo. Mijn paadje naar boven bleek te zijn afgesloten met een lint waaraan een tekening van een wild zwijn bungelde. Ook alle andere paden omhoog of omlaag naar de rivier waren afgesloten. Overal op het pad stonden auto’s. Er klonk geblaf, geschreeuw en schoten. Ik hoorde een wild zwijn in doodsangst of pijn krijsen. Op dat moment haatte ik de jacht.

Normaal gesproken ben ik niet zo fanatiek. Als ik in een restaurant wild zwijn of hert op het menu zie staan, neem ik het wel eens, juist omdat het uitgesproken scharrelvlees is, en niet, zoals zo vaak, afkomstig van beesten die hun leven lang gemarteld zijn om maar zo snel mogelijk te groeien. Hier in El Bierzo, en eigenlijk overal in Spanje, hoort de jacht bij het normale dorpsleven. Een paar jaar geleden, toen ik regelmatig in het hospitaal op ziektebezoek was, liet een familielid van één de andere patiënten vol trots een foto rondgaan van hemzelf, wat vrienden en wel 20 dode everzwijnen op een rij op de grond. ‘¿Wat gaan jullie doen met al dat vlees?’ vroeg ik toen, waarop hij me wantrouwig aankeek. ‘Daar heb je weer zo’n stadse natuurliefhebber,’ leek hij te denken, terwijl ik eigenlijk alleen maar nieuwsgierig was.

In Spanje gaat men veel gemakkelijker met de dood om, althans als het om dieren gaat. Niet alleen van het doden van een stier wordt een feest gemaakt (hoewel niet hier in El Bierzo), maar zo ook van het slachten van een varken. La matanza, noemen ze dat. Een student van mij vertelde dat hij als klein jochie bij de slacht aanwezig was en dat zijn gezicht met het bloed van het beest besmeurd werd als een soort inwijdingsrite. Hij klonk nog steeds licht getraumatiseerd.

En al rennende over het enige pad dat niet was afgesloten, ging ik door me te ergeren. Is dit allemaal wel legaal? Mogen ze wel zomaar een hele bergrug zo vlak bij de stad aflsuiten? En waarom moet dat op een zondagmorgen als iedereen van de natuur genieten wil? Wat een tegenstelling, die kinderen op een kindermountainbikeje en die woeste mannen met geweren. Waarom doen ze dit niet op een regenachtige maandagmorgen. Kijk ze nou eens staan wachten tot de honden een zwijn hun kant opjagen om dan op hun gemak aan te leggen. Is dat nou sport?

Toen besloot ik rechtsomkeert te maken. De dag was te mooi voor ergernissen. Het was de hoogste tijd voor een aperitiefje op een terras.