Posts tonen met het label El Camino de Santiago. Alle posts tonen
Posts tonen met het label El Camino de Santiago. Alle posts tonen

dinsdag 7 februari 2023

Pelgrim voor een dag

Zaterdag 4 februari. Het is schitterend winterweer. ’s Nachts vriest het. Overdag schijnt de zon. Ik ga een etappe van El Camino de Santiago lopen. Gewoon van huis uit naar het mooie dorp Villafranca. Thuis voor de spiegel maak ik nog even een zelfie.
Eigenlijk had ik een andere etappe willen lopen. Met de bus naar Villafranca en daarvandaan lopend, door de sneeuw, naar het hooggelegen O Cebreiro. Daar dan slapen in de pelgrimsherberg. Maar het kan niet. Toen ik gister mijn grote rugzak uit de kelder haalde, liet ik een spoor van vieze zwarte korreltjes achter. Mijn goeie ouwe trouwe rugzak, waarmee ik zoveel avonturen had beleefd, was aan de achterkant aan het vergaan. Ik probeerde het nog te herstellen en schoon te maken. Mijn goeie ouwe trouwe rugzak ligt nu te drogen op balkon. 
In mijn kleine rugzakje past geen slaapzak, handdoek en extra schoenen. Dus dan maar de iets minder spectaculaire etappe lopen van Ponferrada naar Villafranca. En dan met de bus terug. 

Het is niet echt het pelgrimsseizoen. In het begin haal ik een paar zwaarbepakte Amerikanen in. Zij zijn druk aan het praten over financiële markten, zo vang ik op. Maar zodra ik de buitenwijken van Ponferrada verlaat, ben ik volkomen alleen. ‘Buen camino’, zeggen bijna alle Spanjaarden die ik tegenkom.

Wat me opvalt is dat er opeens heel veel koperwieken in El Bierzo zijn. Die heb ik hier nog niet eerder gezien. In Nederland zijn dat wintergasten. Hier dus blijkbaar ook. Voor de mensen die niet weten hoe een koperwiek eruitziet, maak ik een foto van het dier.
In het dorp Cacabelos neem ik een korte pauze op een terras. Ik besluit een tonic met een stuk tortilla te bestellen. Het is een van de beste tortilla’s die ik de laatste tijd heb gegeten. Nog een beetje rauw vanbinnen. Heerlijk. Dat zeg ik ook tegen de vrouw van de bar. ‘Natuurlijk,’ zegt ze met gepaste trots, ‘ik maak ze elke ochtend vers.’
Het is winter maar toch ook lente. De lammetjes staan al in de wei. De temperatuur loopt op. De jas gaat uit.
Ik loop door de wijngaarden. De bodega’s hebben hun naam op borden bij hun velden gezet. Het lijkt soms een beetje alsof de wijnstokken met elkaar dansen, hand in hand in een lange rij.
De route gaat door Valtuille de Arriba. Ondanks dat hier volop wijn wordt geproduceerd, is het dorp half verlaten en vervallen. Maar er zijn toch ook enkele huisjes mooi gerestaureerd. 
Als ik het witte huisje met de drie pijnbomen zie, weet ik dat het niet ver meer is. Herinneringen komen boven. Hier waren Ana en ik ooit bij een hipsterfeest met veel dans en wijn. We sliepen toen op een camping vlakbij.
En daar is Villafranca. La Puerta de Perdón van de Iglesia de Santiago. Hier kunnen pelgrims die door ziekte of blessures Santiago de Compostela niet halen toch al vergeving van hun zonden krijgen. Santiago ga ik niet halen. Mijn voeten doen nu al pijn. Maar veel gezondigd heb ik ook niet de laatste tijd.
Mooi op tijd in Villafranca om de bus van vijf uur te halen en nog even wat te nuttigen op het plein. De pils is dik verdiend en daar eet ik een kom Caldo Berciano bij. De plaatselijke soep met aardappelen en kool. Ik voel me loom en voldaan. Het was een prachtige tocht. 


 


 
 


 



dinsdag 7 augustus 2018

De wandeling van Ponferrada naar Villar de los Barrios

Ik wijs op de kaart van El Bierzo aan wat de plannen zijn voor de middag. ‘Kijk, Henny, we beginnen hier in Ponferrada, we lopen een stukje tegen de richting van de Camino de Santiago in tot hier, en dan gaan we over een landweg in de richting van het dorpje Villar de los Barrios, absoluut een juweeltje. Daarna stijgen gaan we door het dorp Salas de los Barrios naar Lombillo, het dorp met misschien wel het mooiste terras van de hele regio. Daar drinken we een pilsje met Ana die ons komt ophalen met de auto, want openbaar vervoer is er in die dorpen niet.’ ‘En welke vogels gaan we zien?’ vraagt Henny.

Henny is mijn oudste vriend. Als jochies van vier jaar speelden we al samen in de Jacob van Arteveldestraat. Samen begonnen we een speciale interesse te ontwikkelen voor de dierenwereld en de vogels in het bijzonder. We determineerden de vogels die rondvlogen in de parken en tuinen van Amsterdam-West. En nu nog steeds, beiden bijna 60 jaar oud, delen we onze bijzondere waarnemingen, tegenwoordig via WhatsApp berichten.

‘We gaan geen wielewalen zien of horen,’ antwoord ik, ‘want waar we heen gaan is er geen rivier en zijn er geen populieren. Het landschap is een mengeling van akkerbouw, wijngaarden en woeste grond vol struikgewas. Een ideaal gebied voor bijeneters, eerlijk gezegd.’ Gisteren hadden we tijdens de wandeling de rivier El Sil gevolgd in de richting van Toral de Merayo in de hoop wielewalen aan te treffen. We hoorden er slechts één; het zangseizoen lijkt al te zijn afgelopen en dan zijn ze uitermate moeilijk waar te nemen. Wel hoorden we op een gegeven moment het geluid van een groep vliegende vogels boven ons. Bijeneters! Maar we konden ze niet ontwaren.

We wandelen over de landweg in de richting van Villar de los Barrios. We zweten. Vanzelfsprekend. Het is zes uur ‘s middags op deze eerste dag van een hittegolf. Maar Henny, nog veel meer een guiri* dan ik, vindt dat om deze tijd uitgezakt op een bank zitten, zoals heel Ponferrada doet, zonde van de dag is. Een man met een bezorgd gezicht komt uit de toegangspoort van zijn tuin naar ons toe en vraagt met een sterk Berciaans accent: ‘¿Zijn jullie verdwaald?’ Hij denkt dat we pelgrims zijn. ‘Nee, we lopen naar Villar,’ antwoord ik. Hij kijkt me ongelovig aan. ‘Ik woon in Ponferrada,’ zeg ik om hem gerust te stellen.

We zien enkele vogels naar een boom vliegen waar ze in gaan zitten. Allebei pakken we onze verrekijkertjes uit onze zak. Zwijgend kijken we. De vogels zijn te ver om de kleuren te onderscheiden, maar de silhouetten lijken op die van bijeneters. Dan klinkt dat zo kenmerkende geluid. Voor Henny is het de eerste waarneming van bijeneters van zijn leven. Altijd een speciaal moment. Ik heb ze wel vaker gezien; in Castilië en in Andalusië, en ook in Frankrijk en in Italië. Maar nog nooit in El Bierzo. En het zijn er niet weinig, bovendien.

We zijn in Villar de los Barrios. De plaatselijke bar blijkt niet meer te bestaan. ‘Ze sloten een paar jaar geleden,’ legt een oudere dorpeling ons uit. Jammer. Gelukkig is er de dorpspomp om onze dorst te lessen. We worden begroet door Nicolás. Nicolás is vrij beroemd in El Bierzo als organisator van het Festival Villar de los Mundos in dit dorp. Ana en ik zijn al naar verschillende concerten en voorstellingen van dit festival geweest, maar hij herkent me niet. ‘Ik woon in Ponferrada,’ zeg ik alweer, ‘en ik bezoek elk jaar het festival. Volgens mij ken je mijn vrouw.’ We praten. Ik bel Ana om te zeggen dat ze naar Villar de los Barrios moet komen om de flessen wijn op te halen die we nog tegoed hebben omdat we hebben geparticipeerd in de crowdfunding van het festival van vorig jaar.

Als Ana is aangekomen, gaan we naar het huis van Nicolás. We openen één van de flessen. We proosten. Nicolás legt ons uit dat hij het festival organiseert om zijn dorp op de kaart te krijgen. Het is triest dat de bevolking veroudert en dat zoveel schitterende huizen leeg komen te staan en verkrotten. Elk jaar heeft het festival een ander land als thema. Dit jaar (van 24 tot en met 26 augustus) zal dat Portugal zijn. En volgend jaar een Aziatisch land, Japan waarschijnlijk. ‘¿En het jaar daarna wellicht Nederland?’ Terwijl hij dit zegt, kijkt hij me vragend aan. ‘¡Een uitstekend idee!’ zeg ik. Henny schenkt nogmaals de glazen vol. We proosten.

* Guiri: de typische buitenlandse toerist
Klik HIER voor de promotiefilm van het festival van Villar de los Mundos van dit jaar

Henny

dinsdag 31 mei 2016

Komt naar El Bierzo allemaal ....

In maart kondigden de Europese kanaries het in de parken met hun knerpende zang al aan, maar dat bleek voorbarig. April werd een natte, bewolkte maand. Maar ergens begin mei brak de zon door de wolken en mistflarden heen. Er volgden enkele warme dagen, die de natuur deden ontwaken. Bloemen en bloesems namen bezit van de dalen, terwijl op de bergtoppen nog sneeuw lag. Toen ik tijdens een wandeling langs de rivier El Sil net buiten Ponferrada de eerste wielewaal van het jaar hoorde, wist ik het zeker; de winterjas kan opgeborgen worden; het is lente!

Het mooie weer maakt Ponferrrada gelijk gezelliger. Kom je in de winter tijdens een wandeling door het oude centrum soms nauwelijks iemand tegen, nu lopen veel mensen ’s middags een rondje. Buiten worden voor de deuren van de cafés tafels en stoelen bijgezet nu het niet meer alleen de verstokte rokers zijn die daar hun drankje en hapje nuttigen, maar ook families, scholieren en toeristen op de terrassen neerstrijken.

De meeste toeristen die Ponferrada aandoen zijn pelgrims, te voet onderweg naar Santiago de Compostela. Na de oneindige Castiliaanse hoogvlakte en de tocht over de Montes de León moet El Bierzo voor hen een verademing zijn. Ze komen voornamelijk uit Europa en Amerika, maar ook steeds meer uit Azië. De Aziaten lopen meestal met lichte tred, hetgeen je niet van alle westerlingen kunt zeggen. Je ziet de minder getrainde pelgrims soms moeizaam strompelen door de binnenstad, geplaagd door blaren en spierpijn, op zoek naar een restaurant dat eten serveert ver voor de gebruikelijke tijd van de Spaanse avondmaaltijd.

Als ik ze op straat tegenkom, kijken ze me vaak aan alsof ze me zouden moeten kennen. Een buitenlander, net als zij, dat moet wel een medepelgrim zijn. Om de één of andere reden vind ik dat niet prettig. Ik ben nu immers een geïntegreerde immigrant in de Berciaanse samenleving? En ik heb toch zeker een boodschappentas in mijn hand met daarin verse groenten en vis? Ik ga koken, hoor, want ik woon hier! Onwillekeurig ga ik dan een beetje veerkrachtiger lopen, om maar te laten zien dat ik beslist geen last heb stramme ledematen of blaren. Ik heb zelfs wel eens overwogen om een colbert met overhemd en das te gaan dragen om maar niet voor een pelgrim te worden aangezien, maar heb dat plan weer laten varen toen ik besefte dat ik dan verward zou kunnen worden met één van de Amerikaanse mormonen die hier in pak door de stad dwalen op zoek naar mensen die ze kunnen bekeren.

Ik heb niets tegen pelgrims, hoor. Sterker nog, ik ben er zelf één geweest. El Camino de Santiago is vooral een gezellige tocht, die misschien niet altijd door de mooiste stukken natuur heen gaat, maar wel langs de belangrijkste stadjes en dorpen. Onderweg ga je steeds meer deel uitmaken van een wandelend dorp omdat je in elke overnachtingsplaats wel weer mensen tegenkomt die je eerder hebt ontmoet. Toen mijn vriend Freek en ik in Santiago waren aangekomen en we daar enkele dagen verbleven, hadden we de vreemde gewaarwording dat we in die voor ons onbekende stad veel meer bekenden tegenkwamen dan in Amsterdam.

Ik heb niet het idee dat alle pelgrims zich van hun omgeving zeer bewust zijn. Ze lopen lichtelijk gehaast de meest populaire route, El Camino Francés, met slechts oog voor de gele pijlen die de weg wijzen. Sommigen zijn zelfs in staat delen af te snijden door de drukke straatweg te volgen. Sinds enkele jaren is ook de zogenaamde Camino del Invierno bewegwijzerd, maar deze veel mooiere route wordt tot nu toe door de overgrote meerderheid van de pelgrims genegeerd. En zo missen ze best veel. De natuur is uitbundig, de bergdorpjes zijn soms half vervallen en met onverharde straten maar juist daardoor zo authentiek. Er is veel te zien in El Bierzo, voor wie er de tijd voor neemt. Maar volg niet de gele pijlen, volg de wielewaal.