Posts tonen met het label jacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jacht. Alle posts tonen

woensdag 3 april 2019

De blaffende ree

Toen ik vanmorgen El Pajariel omhoog liep, vroeg ik het me opnieuw af: zouden de drie reeën nog leven? Voor de winter zag ik ze tijdens mijn ochtendwandelingen bijna altijd op dezelfde plek, daar waar mijn favoriete steile paadje omhoog even wat vlakker wordt. Ze leken nauwelijks schuw. Maar als ze er na lang aarzelen vandoor gingen, was het schitterend te zien met welk gemak zij langs de steile helling renden.

De kou kan ze dit jaar niet fataal zijn geworden. De winter was kort en zeker niet hevig. Het begon eigenlijk al begin februari lente te worden. Een beetje ree zal het hebben doorstaan. Maar El Pajariel ligt dicht bij de stad. Het is gebruiksnatuur. Er wordt gewandeld, gefietst, gejaagd, gemotorcrosst, met auto’s naar boven gereden om op de top met uitzicht over de stad bier te drinken en de liefde te bedrijven en, helaas, af en toe ziet iemand zich genoodzaakt de berg in de fik te steken.

Misschien was de laatste keer dat ik één van mijn reeën zag die mooie donderdagmiddag in november, vlak voor het vallen van de avond. Mijn avondstudent had de les afgezegd en dus maakte ik van de gelegenheid gebruik om nog even snel omhoog te lopen, vanwege het late uur via de gemakkelijk begaanbare onverharde weg. Ik werd ingehaald door landrovers vol baardige, nors kijkende mannen. Jagers, waarschijnlijk. Toen ik boven in het dennenbos was aangekomen, zag ik dat er al meerdere wagen rond het bos geparkeerd stonden. Even zag ik een ree tussen de bomen beneden op de helling. Ik maakte wat meer lawaai dan noodzakelijk zodat het op de vlucht sloeg. ‘Het ga je goed, Bambi,’ dacht ik bij mezelf.

Wat een verschil toch tussen de manier waarop er in Spanje of in Nederland met natuurbeheer wordt omgegaan. Ja, ik heb alles gehoord over de Oostvaardersplassencontroverse en zal daar in de versie van dit verhaal op mijn Spaanstalige blog gretig over vertellen. Hier is de jacht integraal onderdeel van het dorpsleven. En toch zitten de bergen nog vol everzwijnen en reeën. Er lijken altijd weer voldoende beesten te ontkomen om het bestand op peil te houden. Laatst werd naar aanleiding van een juridische procedure van een lokale dierenpartij de jacht stopgezet. Het land was werkelijk te klein. De jacht werd als onderdeel van de Spaanse identiteit gezien. Een middel om de ontvolking van het platteland tegen te gaan. Ondertussen is het jachtseizoen per 1 april gewoon weer van start gegaan.

Na een korte winterstop heb ik mijn wandelingen op El Pajariel weer hervat. Er is altijd veel te zien; de natuur verveelt nooit. Zo waren daar vandaag opeens allemaal witte, op sneeuwklokjes lijkende bloemetjes langs mijn favoriete steile paadje. In het dennenbos meende ik even een zwarte specht te horen. Toen ik daar tussen de bomen doodstil stond te wachten tot ik het beest zou waarnemen, hoorde ik achter me opeens een blurpend geluid. Ik keek om. Een ree keek mij aan. Het blafte naar me. Even dacht ik dat het een groet was. Maar daarna bedacht ik me dat het vloek kon zijn geweest. Voor al die keren dat ik met mijn ochtendlijke dadendrang de rust verstoord had van zijn gezin, waar hij wellicht de enige overlevende van was. Het beest draaide zich om en verdween langzaam tussen de pijnbomen.
Witte bloemetjes op El Pajariel

vrijdag 14 oktober 2016

Onrust op El Pajariel

De laatste jaren lijkt het alsof de zomer zich uitstrekt tot half oktober. Afgelopen weekeinde was het werkelijk heerlijk weer. Het zonnetje scheen zonder dat dat leidde tot de ondraaglijke hitte die we deze zomer beleefden. Dat vroeg natuurlijk om buitenactiviteiten. De zaterdagochtend is traditiegetrouw voor de markt, een terras en uitgebreid koken. Zaterdagmiddag pakte ik de mountainbike en reed een mooie route waarbij ik deze foto maakte:


We kijken vanaf El Pajariel, de kleine bergrug die van de Montes Aquilianes naar Ponferrada loopt, in de zuidwestelijke richting. Onderaan zien we nog net wat huisjes van het dorp Toral de Merayo. Het is volkomen windstil; er heerst een absolute rust. Het ruikt naar bergkruiden en dennen.

De zondagmorgen schreeuwde om meer buitenactiviteiten. Dit keer ging ik te voet. Mijn plan was om te rennen in de richting van Toral de Merayo tot ik zou aankomen bij een klein paadje naar boven, te steil om te rennen, dat via een puinhelling en een jong eikenbos naar de top van El Pajariel leidt. Op zondagmorgen is het druk bij El Pajariel; vooral als het mooi weer is. Overal waren wandelaars, mensen met kinderen op fietsen, renners. Er heerste bijna een campingsfeer. Althans, totdat ik begon te rennen richting Toral de Morayo. Mijn paadje naar boven bleek te zijn afgesloten met een lint waaraan een tekening van een wild zwijn bungelde. Ook alle andere paden omhoog of omlaag naar de rivier waren afgesloten. Overal op het pad stonden auto’s. Er klonk geblaf, geschreeuw en schoten. Ik hoorde een wild zwijn in doodsangst of pijn krijsen. Op dat moment haatte ik de jacht.

Normaal gesproken ben ik niet zo fanatiek. Als ik in een restaurant wild zwijn of hert op het menu zie staan, neem ik het wel eens, juist omdat het uitgesproken scharrelvlees is, en niet, zoals zo vaak, afkomstig van beesten die hun leven lang gemarteld zijn om maar zo snel mogelijk te groeien. Hier in El Bierzo, en eigenlijk overal in Spanje, hoort de jacht bij het normale dorpsleven. Een paar jaar geleden, toen ik regelmatig in het hospitaal op ziektebezoek was, liet een familielid van één de andere patiënten vol trots een foto rondgaan van hemzelf, wat vrienden en wel 20 dode everzwijnen op een rij op de grond. ‘¿Wat gaan jullie doen met al dat vlees?’ vroeg ik toen, waarop hij me wantrouwig aankeek. ‘Daar heb je weer zo’n stadse natuurliefhebber,’ leek hij te denken, terwijl ik eigenlijk alleen maar nieuwsgierig was.

In Spanje gaat men veel gemakkelijker met de dood om, althans als het om dieren gaat. Niet alleen van het doden van een stier wordt een feest gemaakt (hoewel niet hier in El Bierzo), maar zo ook van het slachten van een varken. La matanza, noemen ze dat. Een student van mij vertelde dat hij als klein jochie bij de slacht aanwezig was en dat zijn gezicht met het bloed van het beest besmeurd werd als een soort inwijdingsrite. Hij klonk nog steeds licht getraumatiseerd.

En al rennende over het enige pad dat niet was afgesloten, ging ik door me te ergeren. Is dit allemaal wel legaal? Mogen ze wel zomaar een hele bergrug zo vlak bij de stad aflsuiten? En waarom moet dat op een zondagmorgen als iedereen van de natuur genieten wil? Wat een tegenstelling, die kinderen op een kindermountainbikeje en die woeste mannen met geweren. Waarom doen ze dit niet op een regenachtige maandagmorgen. Kijk ze nou eens staan wachten tot de honden een zwijn hun kant opjagen om dan op hun gemak aan te leggen. Is dat nou sport?

Toen besloot ik rechtsomkeert te maken. De dag was te mooi voor ergernissen. Het was de hoogste tijd voor een aperitiefje op een terras.