Posts tonen met het label natuurbeheer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuurbeheer. Alle posts tonen

zondag 15 mei 2022

Het seizoen is weer begonnen!

De zomer is dit jaar vroeg begonnen. Het is nog begin mei, maar de temperaturen beginnen op te lopen tot over de 30 graden. Dat belooft wat voor de rest van de zomer. De eerste natuurbrand hebben we al van nabij meegemaakt. Dat was afgelopen dinsdag, toen we van onze lunch werden opgeschrikt door het geluid van een overvliegende helikopter. Een blik uit het raam leerde ons dat de brand dichtbij was, aan de rand van Ponferrada. De helikopter vloog af en aan tussen de rivier El Sil en de rookpluim. Gelukkig wisten ze het vuur vrij snel te blussen. Maar ook dit jaar zullen de hoge temperaturen en periodes van droogte weer gepaard gaan met natuurbranden. 

De brand deed me terugdenken aan de opmerkingen van Trump van een paar jaar geleden. Er waren toen heel veel bosbranden in Californië en Trump, die beslist niets het woord klimaatverandering niet in zijn mond wilde nemen, beweerde toen dat hij van de Finse president had gehoord dat je bosbranden het beste kon voorkomen door regelmatig het bos aan te harken en schoon te maken. (HIER)

Dat veroorzaakte de nodige hilariteit, met name in Finland waar de president ontkende ooit zoiets tegen Trump gezegd te hebben. Finnen plaatsten grappige foto’s op de sociale media waarop ze het bos aan het schoonmaken waren, zoals deze met als tekst: Een gewone dag in het Finse bos.

Maar eerlijk gezegd begon bij mij het vermoeden te rijzen dat Trump niet met een Fin, maar met een Spanjaard had gesproken, want al die Europese landjes, tja, wie kan ze nou uit elkaar houden. Hier in Spanje wordt het schoonhouden van het de bergen wel degelijk gezien als een effectief middel om bosbranden te voorkomen. Ze wijten de bosbranden zelfs ten dele aan de ontvolking van bergdorpen, waardoor het hout niet meer gesprokkeld wordt. Dat dode hout vat makkelijk vlam, vooral als een plaatselijke boer zo onvoorzichtig is een stukje grond af te branden terwijl er teveel wind staat, of als er een één of andere gek vindt dat brandende bergen mooi zijn. Feit is natuurlijk dat de Spaanse bossen een stuk droger zijn dan de Finse, waardoor het verwijderen van dood hout wellicht noodzakelijker is.

Ook voor Nederlanders is het een gek idee dat de natuur moet worden schoongemaakt. In Nederland, voorheen het meest aangeharkte land van heel Europa, hebben we juist geleerd om dode bomen en takken in de bossen te laten liggen zodat schimmels, paddenstoelen en insecten zich tegoed kunnen doen aan het hout. Maar ook in Nederland worden de zomers steeds warmer en droger. Ook daar zal het brandgevaar toenemen.

De dag erna ging ik kijken waar de brand geweest was. Het viel nog wel mee met de hoeveelheid grond die was afgebrand, maar de paniek was er vooral omdat het zo dicht bij de stad was geweest. Het leek te zijn begonnen bij het paadje langs de rivier El Boeza. Aangestoken, volgens mij, om het struikgewas te verwijderen of uit balorigheid. Vol onbegrip over zo’n onzinnige daad liep ik terug naar huis.

PS De eerste foto, die ik wel degelijk vanaf ons balkon heb gemaakt, is eerlijk gezegd van een brand van een paar jaar geleden, toen iemand de Pajariel in de fik had gestoken. Maar afgelopen dinsdag zag het er bijna hetzelfde uit, hoor.

woensdag 3 april 2019

De blaffende ree

Toen ik vanmorgen El Pajariel omhoog liep, vroeg ik het me opnieuw af: zouden de drie reeën nog leven? Voor de winter zag ik ze tijdens mijn ochtendwandelingen bijna altijd op dezelfde plek, daar waar mijn favoriete steile paadje omhoog even wat vlakker wordt. Ze leken nauwelijks schuw. Maar als ze er na lang aarzelen vandoor gingen, was het schitterend te zien met welk gemak zij langs de steile helling renden.

De kou kan ze dit jaar niet fataal zijn geworden. De winter was kort en zeker niet hevig. Het begon eigenlijk al begin februari lente te worden. Een beetje ree zal het hebben doorstaan. Maar El Pajariel ligt dicht bij de stad. Het is gebruiksnatuur. Er wordt gewandeld, gefietst, gejaagd, gemotorcrosst, met auto’s naar boven gereden om op de top met uitzicht over de stad bier te drinken en de liefde te bedrijven en, helaas, af en toe ziet iemand zich genoodzaakt de berg in de fik te steken.

Misschien was de laatste keer dat ik één van mijn reeën zag die mooie donderdagmiddag in november, vlak voor het vallen van de avond. Mijn avondstudent had de les afgezegd en dus maakte ik van de gelegenheid gebruik om nog even snel omhoog te lopen, vanwege het late uur via de gemakkelijk begaanbare onverharde weg. Ik werd ingehaald door landrovers vol baardige, nors kijkende mannen. Jagers, waarschijnlijk. Toen ik boven in het dennenbos was aangekomen, zag ik dat er al meerdere wagen rond het bos geparkeerd stonden. Even zag ik een ree tussen de bomen beneden op de helling. Ik maakte wat meer lawaai dan noodzakelijk zodat het op de vlucht sloeg. ‘Het ga je goed, Bambi,’ dacht ik bij mezelf.

Wat een verschil toch tussen de manier waarop er in Spanje of in Nederland met natuurbeheer wordt omgegaan. Ja, ik heb alles gehoord over de Oostvaardersplassencontroverse en zal daar in de versie van dit verhaal op mijn Spaanstalige blog gretig over vertellen. Hier is de jacht integraal onderdeel van het dorpsleven. En toch zitten de bergen nog vol everzwijnen en reeën. Er lijken altijd weer voldoende beesten te ontkomen om het bestand op peil te houden. Laatst werd naar aanleiding van een juridische procedure van een lokale dierenpartij de jacht stopgezet. Het land was werkelijk te klein. De jacht werd als onderdeel van de Spaanse identiteit gezien. Een middel om de ontvolking van het platteland tegen te gaan. Ondertussen is het jachtseizoen per 1 april gewoon weer van start gegaan.

Na een korte winterstop heb ik mijn wandelingen op El Pajariel weer hervat. Er is altijd veel te zien; de natuur verveelt nooit. Zo waren daar vandaag opeens allemaal witte, op sneeuwklokjes lijkende bloemetjes langs mijn favoriete steile paadje. In het dennenbos meende ik even een zwarte specht te horen. Toen ik daar tussen de bomen doodstil stond te wachten tot ik het beest zou waarnemen, hoorde ik achter me opeens een blurpend geluid. Ik keek om. Een ree keek mij aan. Het blafte naar me. Even dacht ik dat het een groet was. Maar daarna bedacht ik me dat het vloek kon zijn geweest. Voor al die keren dat ik met mijn ochtendlijke dadendrang de rust verstoord had van zijn gezin, waar hij wellicht de enige overlevende van was. Het beest draaide zich om en verdween langzaam tussen de pijnbomen.
Witte bloemetjes op El Pajariel