Posts tonen met het label las Médulas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label las Médulas. Alle posts tonen

woensdag 7 september 2022

Het Duitse voorbeeld 1 Openbaar vervoer

 De zon scheen. We keken door het raam naar het voorbijglijdende landschap vol prachtige groene bossen en velden. En dat in het dichtbevolkte Ruhrgebied, waar voorheen de mijnbouw en zware industrie de natuur zo hadden doen lijden. Ik raadpleegde nog een keer google.maps in mijn mobiele telefoon. ‘We kunnen straks overstappen op een andere trein, maar ook nog even doorrijden en dan overstappen op een bus die ons dichter bij ons pension brengt.’ Ana keek me glimlachend aan. ‘¡Dit is vrijheid!’ verzuchtte ik hardop. Nu lachte Ana uitbundig. Ze wist precies wat ik bedoelde. Ik had het deze vakantie immers al vaker gezegd.

In Duitsland kon deze zomer iedereen voor negen euro per maand gebruik maken van al het regionale openbaar vervoer. Dat had alles te maken met de oorlog in Oekraïne. Zo zouden immers minder mensen de auto gebruiken en daardoor minder energie gebruiken en bovendien was het een tegemoetkoming aan de huishoudens die financieel zo te lijden hadden onder de inflatie. En dat gaf een gevoel van vrijheid: niet die rompslomp van kaartjes kopen; je niet druk hoeven te maken over de prijs. Heerlijk.

In Spanje is onlangs ook zo’n soort maatregel genomen. De regering geeft grote kortingen op abonnementen op regionale treinen, bussen en metro’s. Op zich lijkt me dat een goed plan.
Maar er is een probleem voor de regio’s die ze hier het lege Spanje (La España vacía) noemen en waartoe El Bierzo ook behoort. Er is bijna geen openbaar vervoer!

Ik was als bewust rijbewijsloze Amsterdammer best geschokt toen ik in El Bierzo kwam wonen en merkte dat er In Ponferrada geen enkele bus rijdt naar de voornaamste toeristische attracties. Zelfs Las Medulas, de topattractie van El Bierzo, is alleen per auto bereikbaar en hetzelfde geldt voor Peñalba de Santiago (dat wel eens wordt genoemd als een van de mooiste dorpen van Spanje), het skigebied Leitariegos en al die prachtige wandelroutes in Alto Sil, het noordelijke berggebied van El Bierzo. Er is een plan om een toeristische stoomtrein te laten rijden door de vallei van de rivier El Sil. Wat mankeert er eigenlijk aan een gewone trein? 
Trouwens, ook voor het woon-werkverkeer wordt er weinig gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. Zelf heb ik een keer een baan in León, de meest nabijgelegen grote stad, aan me voorbij moeten laten gaan omdat het zeer gecompliceerd en tijdrovend was om daar naartoe en vandaan te reizen.

Ach, zo is het nu eenmaal als je emigreert. Soms win je iets, soms verlies je iets. Goed, het openbaar vervoer is in Nederland en Duitsland veel beter dan hier in Spanje, maar toen we op de terugweg naar huis onze eerste Spaanse maaltijd nuttigden in een restaurant, waren we het er al snel over eens. In Spanje is het eten veel beter.





zondag 2 augustus 2020

De Slapende Vrouw

Ondanks het mannelijke lidwoord ‘El’ in de naam, heb ik de streek El Bierzo altijd geassocieerd met een vrouw. Dat is heus niet alleen omdat mijn vrouw uit de streek komt, al is ze, zoals ze hier zeggen, een Berciana van de pure wijnstok (de pura cepa) 

Dat ik El Bierzo met een vrouw associeer heeft alles te maken met de vorm van de bergketen aan de zuidkant van onze streek. Tijdens een van onze eerste autoritten tussen haar geboortedorp Bembibre en onze woonplaats Ponferrada wees mijn vrouw me erop, zoals haar vader haar als kind er zo vaak op gewezen had. In de silhouetten van de bergen aan de zuidkant van El Bierzo valt een slapende vrouw te herkennen. Aanvankelijk kostte het me moeite, maar toen ik het eenmaal zag, moest ik er elke keer als we daar reden naar kijken: de lange haren achter haar hoofd gedrapeerd, een tot onder haar borsten opgetrokken deken die haar buikje, de benen en de voeten bedekt.


Natuurlijk ben ik een paar keer bij haar op bezoek geweest, daar bovenop de bergen. Van dichtbij blijkt De Slapende Vrouw te bestaan uit ruwe rotspunten en met ongenaakbare stekelige struiken bedekte hellingen. La Guiana heet de berg die haar voeten vormt, haar borsten zijn de grillige rotsen van Las Peñas de Ferradillo, haar gezicht Las Peñas de Voces en haar naar achteren vallend haar is een langgerekte bergpas die bijna reikt tot Las Medulas.

Maar toen we laatst vanuit de Galicische kust naar Ponferrada terugkeerden, zagen we De Slapende Vrouw vanuit een andere hoek. We schrokken een beetje van haar aanblik. Ze leek nu op haar zij te liggen. Met haar gezicht naar de vallei gekeerd staarde ze met holle ogen wezenloos voor zich uit. Het was een zieltogende vrouw.


Waar van een slapende vrouw, zeker voor een ouder wordende guiri, een zekere rust kan uitgaan, is het slecht nieuws als het symbool van El Bierzo op sterven ligt. Economisch en demografisch gezien is dat met El Bierzo het geval. De streek hoort tot wat ze hier La España vacía noemen, het lege Spanje. De agrarische sector genereert niet veel werkgelegenheid, er is hier geen massaal toerisme en de laatste steenkoolmijnen zijn onlangs gesloten. 

Wellicht is het vooral de mijnbouw geweest die De Slapende Vrouw zo uitgeput heeft. Ze baarde het goud voor de Romeinse munten, leisteen voor de daken en steenkool voor de industrialisatie en de kolencentrales. Na deze vaak zware bevallingen bleven er lelijke littekens achter en verdwenen soms hele stukken berg. Ik heb me laten vertellen dat de rivieren, de dorpen en ook de huizen van Ponferrada in de hoogtijdagen van de steenkool zwartgekleurd waren. De mijnen zorgden voor werkgelegenheid en inkomsten, maar maakte de streek volledig afhankelijk van de steenkoolproductie. Las Médulas, waar de Romeinen een berg ondermijnden en wegspoelden om goud te winnen, is nu een van de belangrijkste monumenten uit de streek. Laten we hopen dat al die mijnschachten en zwarte hopen steenkoolafval ook ooit eens voor educatieve of toeristische doeleinden gebruikt kunnen worden.

Er zijn ook zoveel andere mogelijkheden in deze streek. De natuur is hier uitbundig en vol wilde dieren, waaronder zelfs wolven en beren. De nu nog vervallen dorpen en het historische centrum van Ponferrada hebben toeristische potentie. De grond in de vallei is vruchtbaar en er is wil en kennis aanwezig om hoogwaardige landbouwproducten te maken. De Slapende Vrouw verdient het wakker gekust te worden of, indien noodzakelijk, te worden gereanimeerd. Als we haar beloven dit keer niet zo veel littekens achter te laten, zal ze vast ontwaken. 

De slapende vrouw

Ik heb er ook een liedje over gemaakt. Luister HIER

maandag 22 april 2013

Drie Berciaanse restaurants


1. Restaurant El Castro in Carucedo
We zitten aan een grote ronde tafel, mijn Catalaanse vrienden en ik. We zijn tevreden. Zojuist hebben we een flinke wandeling gemaakt rondom Las Médulas, één van de mooiste monumenten van El Bierzo. We begonnen met regen, maar uiteindelijk brak de zon door. We bespreken wat we gaan eten. Van alles wat, besluiten we. Diverse voorgerechten, diverse hoofdgerechten. Alles delen, zelfs de Caldo Berciano (stevige soep) en de botillo (varkensmaag gevuld met diverse delen van het varken, rijkelijk gekruid met paprikapoeder), zoals het onder zulke oude vrienden betaamd. Terwijl we alvast een wijntje en wat serranoham als aperitiefje nemen, krijgen we het over de verschillen tussen de Nederlandse en de Spaanse restaurants. Van de Nederlandse restaurants hebben mijn vrienden duidelijk geen hoge pet op. Misschien wel omdat we vroeger altijd de goedkoopste restaurants opzochten met patat met veel mayonaise, salade en een stukje vlees of visfilet naar keus. En vaak de pizzeria of de Chinees. Toch voel ik me opeens genoodzaakt het Nederlandse eten te verdedigen. Want af en toe mis ik de stamppotten, de erwtensoep, de haringen en de versgekookte asperges. ‘Wij Nederlanders eten in restaurants anders dan thuis’, beweer ik. ‘Stamppot maken we zelf wel; als we uit eten gaan willen we Chinees, Thais, Grieks, Ethiopisch; dan zoeken we het avontuur. ¡Het Nederlandse eten is best wel lekker!’ Dan zet de dochter van de eigenaar de eerste voorgerechten op tafel. Dat snoert me voorlopig de mond.

2.  Restaurant El Lagar de Montejos in San Andrés de Montejos.
Het is warm. Zeker een graad of dertig moet het zijn. We hebben zojuist gewandeld van Ponferrada naar San Andrés de Montejos. Dat duurt pakweg een uurtje, tenminste, als je onderweg geen foto’s neemt of vogeltjes wilt determineren. Ik scoor een Iberische tjiftjaf. Niet zeldzaam hier, wel mooi meegenomen. San Andrés de Montejos is uitermate rommelig, zoals zoveel dorpen hier in El Bierzo. Nieuwbouw, ruines, mooi opgeknapte herenhuizen, een kerkje, een scheef kapelletje, stukjes braakliggend terrein, alles door elkaar in een weinig samenhangend geheel. Vaak ben ik op de mountainbike door het dorp heen gefietst, maar nooit is me een restaurant opgevallen. Na wat rondvragen vinden we het. Een mooie ontdekking. Een lagar is de plaats waar vroeger de druiven tot wijn werden geperst. Nog steeds neemt in het interieur een immense pers van kastanjehout een voorname plaats in. We zetten ons aan een tafeltje bij een klein raampje. De warmte van buiten dringt niet door de dikke muren heen. De eigenaar komt naar ons toe en leest de diverse gerechten voor. Als eerste schotels delen we een omelet met zee-egels en een salade. Als tweede gang kiezen we kalfswangen. Het zijn de beste kalfswangen die ik in mijn leven heb gegeten, zo vertel ik de eigenaar bij het afrekenen. Hij maakt een gebaar naar zijn vrouw die de tafels aan het afruimen is. ‘Dat is de kokkin,’ zegt hij trots.

3. Bar-restaurant El Pinar in Ponferrada
We lopen met het hele gezelschap en aanhang terug van het universiteitsgebouw richting centrum. De stemming is uitgelaten. We hebben zojuist een voorleessessie van een theaterstuk gedaan (film). Dat ging best goed, vonden we zelf. En het publiek blijkbaar ook. Na afloop werden we uitgebreid gefeliciteerd en bedankt. Zelf speelde ik een geile Engelse pelgrim. Uitstekende casting. ‘Kom, we gaan naar die bar met de pinchos (hapjes) met paddenstoelen,’ zegt Miquel, de animator van het project. We gaan met het hele gezelschap een bar binnen. Een televisie staat keihard aan. We drinken met zijn allen pils en krijgen daarbij een potage de setas (een stoofpotje met paddenstoelen) als pincho. Heerlijk, vinden we allemaal. Dan nemen we afscheid van elkaar. Het loopt immers tegen tienen. Tijd voor het avondeten. Ana en ik besluiten de barman aan te spreken over de paddestoelen. Hij zoekt ze zelf in de bergen, zegt hij. Zonder de auto, lopend, zoals het hoort. We knikken instemmend. Hij loopt naar een poster aan de muur met alle paddenstoelen van de omgeving en wijst aan welke er in het voorjaar te plukken zijn. ‘¿Heb je nu ook verse paddenstoelen?’, vragen we. ‘¡Zeker!’ We kijken elkaar aan. Even later zitten we aan een tafeltje en eten twee heerlijke exclusieve paddenstoelenschotels, terwijl uit de televisie het geluid van een schreeuwerige quiz schalt. ‘Dit is alleen maar in El Bierzo mogelijk,’ zeg ik tegen Ana.
El Lagar de Montejos

vrijdag 2 maart 2012

Afwassen


De dagelijkse vaat, het is geen pretje. Nee, we hebben geen afwasmachine. Het ontbreekt ons aan ruimte. Bovendien heb  ik het idee dat een afwasmachine pas echt gaat lonen bij een huishouden van meer dan twee personen. Je hebt een flinke hoeveelheid bestek en borden nodig, zodat de machine zich kan vullen voordat je hem aanzet. En dus doe ik de afwas met de hand. Net als in Nederland. Maar toch anders.

In Nederland was ik altijd gewend een sopje te maken. In een afwasteiltje of eigenlijk gewoon in de gootsteen. Eerst even de vuile vaat voorspoelen, daarna een klodder Dubro Citron in de gootsteen, de stop op de afvoer en met heet water het sop laten opbollen. En dan lekker met de afwasborstel te keer gaan. ‘¡Gatverdamme!’ was de reactie van Spaanse vrienden die wel eens bij mij op bezoek waren. ‘¿Al die vaat in hetzelfde vieze sopje? ¿En dan zonder af te spoelen in het afdruiprekje? ¡Dat is niet hygiënisch!’ Verbaasd keek ik hen aan. ‘¿Maar ik heb toch voorgespoeld?’ sputterde ik tegen.

En inderdaad heb ik gemerkt dat er hier op een andere manier wordt afgewassen. Niks geen afwasborstel. Het gaat met een sponsje. Eerst afspoelen, net als in Nederland. Dan met schuursponsje en afwasmiddel de borden goed inzepen. Die zet je in de gootsteen. Dan alles vooral goed afspoelen voordat je het in het afdruiprekje zet. En eerlijk gezegd ben ik er aan gewend geraakt. Het is tegenwoordig zelfs zo dat ik tijdens mijn bezoeken aan Nederland op de Spaanse manier de afwas doe. Maar er is één aspect bij het afwassen, of liever gezegd bij het werken in een Spaanse keuken in het algemeen, waar ik in maar niet aan kan wennen. Sterker nog: als ik ooit teleurgesteld besluit Spanje voorgoed de rug toe te keren, zal dat om deze ene reden zijn: Spaanse aanrechten hebben geen opstaande rand. Wel een opstaande rand heeft de gootsteen. Net daar waar het water heen moet. En dat maakt het integreren in de Spaanse samenleving soms best moeilijk.

Lang heb ik gedacht dat het te maken had met de rijke Nederlandse traditie op waterbouwkundig gebied. De polders, de afsluitdijk, de deltawerken. Geen wonder dat de Nederlanders ook in staat zijn om een aanrecht te maken waarbij het overtollige water daar heen gaat waar het heen hoort te gaan: de gootsteen. Maar ik heb hier waterbouwkundige werken gezien waaraan de Hollanders nog een puntje aan kunnen zuigen. Gigantische stuwdammen die de druk van immense stuwmeren weerstaan. Toen wij in de lage landen nog in de moerassen leefden, werden er hier door de Romeinen honderden kilometers aan kanaaltjes aangelegd om het water van het hooggebergte naar een berg vol goudaders  te leiden. Onder druk van het water hebben zij grote delen van de berg weggespoeld en het goud er uit gefilterd. Daarvan is één van de belangrijkste monumenten van El Bierzo overgebleven: Las Médulas. De roodkleurige resten van de ondermijnde berg vormen het meest spectaculaire uitzicht van de wijde omgeving. Toch kan ik er niet naar kijken zonder dat mijn plezier vergald wordt door de gedachte: als dit mogelijk was in het jaar nul, dan moet een aanrecht met een opstaande rand toch ook tot de mogelijkheden behoren?

Ik schijn er mee te moeten leren leven. Je wast de sla. Je zet het vergiet op het aanrecht. Al het restwater stroomt direct over de rand heen naar de vloer. Of je wast een grote pan af. Te groot voor het afdruiprekje. Je zet de pan op zijn kop op het aanrecht. En ja hoor, een flinke plas op de vloer. Bij het afwassen heb ik al geleerd om van vaatdoeken een afwasdijk tussen de gootsteen en de rand van het aanrecht te construeren, alvorens vol vaderlandse trots de afwasspons ter hand te nemen.