woensdag 7 september 2022
Het Duitse voorbeeld 1 Openbaar vervoer
vrijdag 8 juli 2022
De positieve interrailer
vrijdag 28 mei 2021
Reis naar het middelpunt van de wereld
Het is zaterdag 22 mei. Het is druk op perron 1 van station Ponferrada. Normaalgesproken zou ik dat een goed teken vinden. Er wordt tenminste nog wel met de trein gereisd. Maar nu, in deze Covid-19-tijden, is drukte altijd zorgwekkend. Goed, twee weken geleden heb ik mijn eerste vaccinatie gehad. Maar Ana is pas volgende week aan de beurt. Trouwens, één vaccinatie maakt nog geen immuniteit, volgens de deskundigen. Met slechts een paar minuten vertraging rijdt de trein uit Vigo het station binnen en komt piepend tot stilstand. We stappen in.
Het is inderdaad druk in de coupé. Terwijl we onze koffertjes in het bagagerek leggen, komt de trein langzaam op gang. We gaan zitten en kijken uit het raam. We weten uit ervaring dat het eerste stuk erg mooi is. Eerst door de diep uitgesneden vallei van de rivier El Boeza naar Bembibre. Daarna begint de lange klim om uit El Bierzo te komen. Hier moet de trein zelfs een hele cirkel maken om hoogte winnen. Het uitzicht van de steile rivierbedding maakt plaats voor zwarte puinhellingen. Het zijn de littekens die de steenkoolwinning heeft achtergelaten. ‘Als er nu eens geïnvesteerd zou worden in een nieuwe rechte tunnel, zou deze reis een stuk korter duren,’ zeg ik tegen Ana. Met een kort knikje geeft ze me gelijk. Het is immers één van mijn stokpaardjes.
Als we eenmaal op de hoogvlakte zijn aangekomen verliezen de meeste medereizigers hun interesse voor het uitzicht. Maar in de trein ben ik een echte uit-het-raamkijker. En ik vind de immense leegheid van het landschap fascinerend. Hier wordt het Spaanse graan verbouwd, de suikerbieten en andere akkergewassen. Ook ligt er veel land braak. Het gaat in Spanje niet altijd goed met de boeren. Net als in Nederland komen ze soms met hun tractoren naar de steden om te demonstreren tegen de in hun ogen onrechtvaardige prijzen voor hun gewassen. Ze eisen minimumprijzen en behoud van hun subsidies.
In een vorig leven legde ik tijdens mijn economielessen mijn studenten uit dat gegarandeerde prijzen meestal geen goed idee zijn. Ik tekende dan een kruis op het bord die de vraag en het aanbod moesten voorstellen en met een horizontale streep boven het kruispunt gaf ik aan wat het gevolg was van een minimumprijs. Een aanbodoverschot.
Deze tekening moest de Europese melkplas, de boterberg en de olijfplas verklaren. Een verlies-verliessituatie. Zinloze inzet van land en arbeid voor een product dat niet verkocht wordt.
Maar juist hier in deze lege hoogvlakte zijn er mogelijkheden. Verschuif de subsidies van landbouwproducten naar hernieuwbare energie, waar wel vraag naar is. Een groot deel van dit lege land zou kunnen worden aangewend voor zonneparken of windparken. Hier zou bijna niemand er last van hebben, behalve een enkele uit-het-raamkijkende treinreiziger. De natuur zou zelfs rijker kunnen worden als in die nu lege velden zonnepanelen op ruime afstand van elkaar worden geplaatst waardoor er ook grassen, bloemen en struiken kunnen groeien. En als er minder landbouwproducten worden geproduceerd, stijgen vanzelf ook de prijzen daarvan. Een win-winsituatie, mijns inziens.
Als we in Palencia aangekomen zijn, stappen we uit. We blijven hier een nachtje slapen om de diverse fototentoonstellingen te bekijken. Ons blik valt op het bord met de aankomst- en vertrektijden. Vergeleken Ponferrada is dit station het middelpunt van de wereld. Er gaan treinen naar Catalonië, Galicië, Baskenland Asturias, Cantabria en Madrid. ‘Als er een snelle verbinding zou komen tussen Ponferrada en León, zouden wij ook aangesloten zijn op dit netwerk,’ zeg ik tegen Ana. Maar ze hoort me niet. Ze is al op weg naar de uitgang van het station.
dinsdag 23 juni 2020
Ik vond het leuk!
‘¿Wat is de bijzonderste vakantie-ervaring die je ooit hebt meegemaakt?’
Terwijl ik over het antwoord nadenk, kijk ik naar de roodgekleurde lucht boven de bergen. De merel beneden neemt met een lied vol nostalgie afscheid van alweer zo’n mooie dag. Nog steeds niet zeker van mijn antwoord neem ik een slokje van die heerlijke lokale wijn. Eigenlijk zou dit moment zelf in aanmerking komen, maar ik ben niet op vakantie. Ik woon hier.
‘Ik denk dat dat de treinreis was van Barcelona naar Vigo in 1983.’
‘¡Maar dat was zonder mij!’
Ze zegt dit met speelse verontwaardiging.
‘Zonder jou, maar onderweg naar jou. Een paar dagen later zouden we elkaar immers leren kennen, daar op die camping aan de Atlantische kust.’
Wat maakte die treinreis tot een onvergetelijke vakantie-ervaring? We waren samen aan het interrailen, mijn vriend Wybe en ik. Toen onze Catalaanse vrienden ons vertelden dat er een groot feest gaande was in Pamplona en dat we beslist ook naar Galicië moesten gaan, aarzelden we geen moment. We namen de nachttrein van Barcelona naar Pamplona. Het was zeker een gedenkwaardig moment toen wij om zes uur ’s morgens met onze rugzakken het station van Pamplona uitliepen en in een feestvierende menigte terecht kwamen. We hielden het daar vier dagen vol. Toen besloten we om gezondheidsredenen het feestgedruis ter ere van San Fermín te verruilen voor de rust van de Galicische kust.
De trein naar Vigo was best vol en we hadden geen zitplaatsen gereserveerd. Maar de conducteur kwam met een oplossing. In elk station stapten wel weer reizigers uit en in, dus we konden altijd wel ergens zitten, maar steeds op andere plaatsen. En dat was geweldig. We zaten meestal niet naast elkaar waardoor we gedwongen waren om met de paar Spaanse woorden die we kenden te converseren met de passagiers die bij toeval naast of tegenover ons zaten. Dat waren mensen uit alle streken van Noord-Spanje. We werden langzamerhand zelf een toeristische attractie. Bij elk station riep er wel iemand: ‘¡Eens kijken waar die jongens nu weer terecht komen!’ Tijdens die treinreis kwam ik tot drie belangrijke conclusies. Ik zou Spaans gaan leren. Spanje zou voortaan mijn vakantieland worden. En de volgende keer moest ik meer schone T-shirts meenemen op vakantie.
‘¿Je hebt daarna die reis nog een paar keer gemaakt, toch?’
‘Zeker, maar het was nooit meer zo speciaal. Misschien omdat ik voortaan een zitplaats reserveerde. En de tijden veranderden. Ik werd ouder en ook in het noorden van Spanje werd een guiri (bijnaam voor typische toerist uit Noord-Europa) een steeds gewoner verschijnsel. Maar die keer dat mijn gebrekkige Spaans tijdens zo’n reis tot een pijnlijk misverstand leidde, zal ik nooit vergeten.’
‘¡Vertel!’
Dat was een paar jaar later. Ik reisde alleen en nam de nachttrein van Barcelona naar Ponferrada. Toen ik ’s avonds instapte, zat er maar één andere passagier in de coupée, een jongeman van ongeveer mijn leeftijd. We probeerden te converseren. Hij maakte me duidelijk dat hij wel eens in Amsterdam was geweest. Ik knikte hem enthousiast toe. Ik dacht even na over hoe ik hem kon vragen of hij het daar leuk had gevonden. Eén van de problemen van de Spaanse grammatica is dat de vraag Vind je het leuk? vertaald wordt met ¿Te gusta? waarbij het voorwerp dat je leuk vindt het onderwerp van de zin is, een beetje zoals in de zin Het bevalt me. Dat deel van de grammatica had ik inmiddels aardig onder de knie, maar helaas de verleden tijd van die constructie niet helemaal. Ik keek de jongeman aan en vroeg:
‘¿Te gusto?’
Hij werd een beetje zenuwachtig, merkte ik, en zei dat hij me niet begreep. Daarom herhaalde ik de vraag enkele keren waarbij ik langzaam en zo duidelijk mogelijk articulerend sprak.
’¿ T e g u s t o ?'
Het was op dat moment dat de trein stopte bij een station en, tot zichtbare opluchting van mijn medepassagier, een andere reiziger in onze coupée stapte. Later kwam ik erachter dat eigenlijk alleen de klemtoon fout was geweest. ¿Te gustó? zou betekend hebben: Vond je het leuk? ¿Te gusto? betekent: Vind je me leuk? En dat was blijkbaar niet helemaal het geval.
Ana moet hartelijk lachen om mijn anekdote. Ondertussen is het helemaal donker geworden. De stilte is weldadig. We schenken voor de laatste keer onze glazen vol en proosten op alle reizen die we gemaakt hebben en op alle reizen die we samen hopelijk na de coronacrisis nog gaan maken.
dinsdag 21 januari 2020
Toch niet zo Greta
Het is woensdag 11 december 2019. Ik zit in de trein van Ponferrada naar Irún. Het plan is als volgt. In Irún ga ik slapen in een wel heel erg goedkoop pensionnetje en morgen neem ik in Hendaye de TGV naar Parijs om daar over te stappen op de Thalys naar Amsterdam. Een lange reis, wellicht, maar vol romantiek en met weinig CO2-uitstoot. Van alle Nederlandse zestigplussers die in El Bierzo wonen, ben ik zonder enige twijfel het meest Greta!
Op zich vind ik de trein een prettig vervoersmiddel. Je kunt lezen, uit het raam staren, een dutje doen en af en toe de benen strekken voor een wandeling door de trein en als je dan toch in de buurt van de restauratiewagon bent daar een pilsje bestellen. Vooralsnog staar ik uit het raam. Het berggebied van El Bierzo heeft plaats gemaakt voor de Spaanse hoogvlakte. Het licht lijkt op dat van de Nederlandse polders. En het barst hier van de roofvogels. Ik heb al tientallen rode wouwen en buizerds geteld.
De trein heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Omdat mijn ouders geen auto hadden, gingen we met de trein naar Zandvoort of De Veluwe. Daarna kwamen de interrailvakanties met mijn vrienden van de middelbare school. We reisden door Joegoslavië van Amsterdam naar Athene en via Italië weer terug. Daarna volgden de treinreizen door Frankrijk naar Spanje. Op één van deze reizen ontmoette ik in Galicië een jong meisje uit El Bierzo, dat zo’n 30 jaar later mijn vrouw zou worden.
Ook voor mijn werk reisde ik vaak met de trein. Het bleek best efficiënt te zijn om als economieleraar bij een HBO te werken met filialen in diverse steden. Zo kon ik met exact dezelfde lesvoorbereiding en exact dezelfde grappen studenten in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Arnhem bedienen. Ondanks al het geklaag in Nederland over de NS kwam ik zelden te laat voor een les. Een enkele keer konden de lessen geen doorgang vinden door storm of staking.
Het woord staking in deze gedachtegang doet me naar mijn telefoon grijpen. Toch eens kijken hoe het ervoor staat met de Franse treinstaking. Nee, vooralsnog geen melding van problemen.
In Irún
Toen ik in Irún aankwam, kletterde de regen uit de hemel. Snel liep ik met mijn rolkoffer door de lege straten van het stadje op zoek naar het wel heel goedkope pensionnetje. Dankzij de mobiele telefoon loop je eigenlijk nauwelijks meer fout. Da’s minder romantisch maar best handig, vooral als het hoost. Het wel heel goedkope pensionnetje bleek prima in orde. Een bed, een lelijke maar schone kamer en een douche. In een nabijgelegen kroeg at ik een bord pasta terwijl ik naar een voetbalwedstrijd op de in Spaanse cafés altijd aanwezige tv keek. En nu vroeg naar bed.
In de trein van Irún naar Ponferrada
Het is donderdag 12 december. Ik zit weer in de trein, maar in de verkeerde richting. De dag begon zo goed, ondanks de regen. Een Spaans ontbijt in Irún met geroosterd brood en olijfolie, een metrotrein over de brug van de grensrivier naar Hendaye en daarna een korte wandeling naar het treinstation. Maar daar was bijna niemand. Een groot spandoek hing er. Iets met staking, pensioenen en solidariteit. Ik wist natuurlijk dat er problemen konden zijn, maar voor vandaag waren er geen stakingen aangekondigd. Ik belde naar de NS, waar ik mijn ticket van Hendaye naar Amsterdam had gekocht. Ook daar wisten ze niet goed raad. Wel kon ik mijn geld terugkrijgen. Ik zocht nog even zelf naar alternatieven. Een busreis was misschien mogelijk. Maar dan zou ik de hele dag in het zeer regenachtige San Sebastian moeten doorbrengen en daarna een hele nacht en een dag in een overvolle bus moeten zitten. Een beginnende verkoudheid deed zich voelen. Voor de zekerheid keek ik of er een goedkope vlucht van Santiago naar Amsterdam zou gaan. Jawel, op maandag. En dat slechts voor 45 euro’s, de helft van de prijs van mijn treinticket van Irún naar Amsterdam.
En nu zit ik weer in de trein op de terugweg naar Ponferrada. Een weekendje langer thuis. Maandag vliegen. Misschien ben ik toch niet zo Greta als ik dacht.






