Posts tonen met het label corona. Alle posts tonen
Posts tonen met het label corona. Alle posts tonen

vrijdag 8 juli 2022

De positieve interrailer

Langzaam zie ik op het afleesapparaatje twee rode streepjes verschijnen. Positief. Ik dacht het al. Dat kriebelende hoestje kon nog gewoon een verkoudheidje zijn, maar die pijn in de spieren wees op griep of covid. Waar zou ik het virus hebben opgelopen? Dat moet haast wel in de trein zijn geweest.

Het was een mooie reis! Goed, het is een hele zit in de trein van Ponferrada naar Amsterdam, twee dagen heen en twee dagen terug, twee keer met een overnachting in een pension. Maar je beseft tenminste wel dat je onderweg bent. Bovendien ontwijk je al die veel te drukke luchthavens en is het natuurlijk minder slecht voor het milieu. Net als in de jaren 80 reisde ik met interrail. Nostalgie! Maar veel dingen zijn veranderd. Zo is de interrailkaart nu digitaal. Dus geen stempeltjes meer in een boekje dat je kunt bewaren. Ook kun je tegenwoordig niet meer op de bonnefooi in een stadje aankomen en dan rustig een pensionnetje zoeken. Nee, om problemen te voorkomen moet er van tevoren geboekt worden, wat via dat verfoeilijke booking.com toch vaak het handigst gaat. Wat wel gebleven is: lekker lezen in de trein, af en toe wat doezelen, uit het raam kijken en een wandeling naar de restauratiewagon voor een versnapering.

Tot mijn verbazing bleken in Frankrijk en België de mondkapjes in het openbaar vervoer niet verplicht. Aanvankelijk voelde ik me bijna naakt, maar ja, het deed nog pijn achter mijn oren van de lange reis van Ponferrada naar de grens van de dag ervoor en bovendien: wie ben ik om me anders te gedragen dan de meeste Franse medereizigers? Het mondkapje ging af. Hooguit zette ik hem op als iemand in mijn nabijheid wat al te luid hoestte en in de bomvolle metro van Parijs. Ja, ook dat is gebleven, de overstap in Parijs van de ene gare naar de andere als je reist tussen Noord- en Zuid-Europa.

Enfin, na een zeer aangenaam verblijf in Amsterdam en ruime omstreken, reisde ik weer terug, vaak in treinen vol hoestende en proestende medereizigers. Ik begon me een beetje te ergeren. Waarom gingen die mensen op reis terwijl ze duidelijk niet gezond waren? Da’s niet verantwoord. De meeste van hen gewoon voor een vakantiereisje. Nee, mijn eigen reisje was natuurlijk wél van essentieel belang. Ik had immers een verjaardagsfeest van vrienden te vieren, een voetbaltoernooi te spelen bij mijn oude cluppie, muziek te maken met Flanders Fields en zoveel vrienden en familieleden te zien.

En nu weet ik het dus zeker. Voor het eerst heb ik covid onder de leden. Ik besluit een foto van het testresultaat op de sociale media te zetten. Even later krijg ik een berichtje van de familie in Amsterdam. Een aantal van hen heeft corona of corona gehad. Dan ben ik waarschijnlijk al voor de terugreis besmet geraakt. Dus misschien waren de medereizigers wel niet een gevaar voor mij, maar ik voor hen. 

Ik trek op een denkbeeldige kaart van Europa een lijn van Amsterdam naar Ponferrada en probeer in te schatten hoeveel virussen ik daar heb uitgeademd. Daarna trek ik lijnen vanaf deze hoofdlijn naar plaatsen waar mijn medereizigers heen zouden kunnen zijn gereisd en op hun beurt het virus verspreid hebben. Langzaamaan kleurt de kaart van West-Europa zwart. Het zweet breekt me uit. Maar dat schijnt vrij normaal te zijn, als je corona hebt. 


donderdag 18 november 2021

Het verloren maskertje

Wat deed me zaterdag zo laat in de middag nog El Pajariel beklimmen? Da’s niet moeilijk te beantwoorden. Het mooie weer. De hele ochtend had er een dikke mist boven Ponferrada gehangen, waardoor de temperatuur belachelijk laag bleef. Pas rond het middaguur brak het zonnetje door. Na het middageten, eigenlijk met een iets te volgevreten maag, besloot ik op stap te gaan. 

Het was inderdaad schitterend. Verschillende keren bleef ik staan om foto’s te nemen van het landschap met het contralicht van de laagstaande zon. Met de slechte camera van mijn mobiele telefoon levert dat soms hele mooie effecten op. 
Toen ik op de terugweg al bijna bij de brug over de rivier El Sil was aangekomen, drong het tot me door. Ik was mijn maskertje, la mascarilla zoals ze het hier noemen, verloren. Het was mijn paarse, eigenlijk al afgedankte maskertje, dat ik vaak meeneem als ik ga sporten, voor het geval ik op de terugweg door een drukke straat moet of ik nog iets ga nuttigen bij een bar.

Want mondkapjes zijn in Spanje nooit uit het straatbeeld verdwenen, zelfs niet nadat het niet meer verplicht was ze te dragen in buitenlucht. Ze bleven wel verplicht in winkels en uitgaansgelegenheden. De schrik van de eerste golf zat er goed in en dus besloot de ruime meerderheid van de Spanjaarden de maskertjes in bijna alle omstandigheden te dragen om de verspreiding van het virus zo veel mogelijk te beperken. En met succes, tot nu toe, al moeten we nog afwachten wat er in de winter gebeurt. 

Dat in Nederland het mondkapje niet bepaald populair was, werd ons afgelopen zomer duidelijk toen we bekapt een Amsterdamse supermarkt binnenwandelden en een vriendelijke winkelbediende ons erop wees dat een mondkapje niet meer hoefde. Ook heeft de overheid ze in Nederland nooit verplicht gesteld in de buitenlucht, omdat door het dragen van mondkapjes de mensen minder voorzichtig zouden worden en geen afstand zouden houden. Als dit soort argumenten in Nederland serieus genomen worden, ga ik ze beslist ook gebruiken, bijvoorbeeld als ik ooit in Amsterdam door de politie wordt aangehouden voor het fietsen zonder licht omdat de batterij van het lampje weer eens op is. ‘Maar agent, weet u dan niet dat zo’n lichtje een vals gevoel van veiligheid kan geven. Levensgevaarlijk!’
 
Natuurlijk is zo’n mondkapje een onding. En de brildragende medemens wordt weer eens dubbel gepakt. Het is vaak kiezen tussen niets zien door beslagen glazen of niets zien door oogafwijking -5. En dan is er de vervuiling. De straten en de bergpaden liggen ermee bezaaid. Ik ergerde me vaak aan de nalatigheid van de mensen die dat op hun geweten hadden.

En nu was ik zelf dus zo iemand. Wanneer was dat gebeurd? Dat laatste, wat steile pad omhoog tussen de dennenbomen, waar ik mijn jasje had uitgetrokken. Het maskertje zat om mijn rechterarm en moet bij het uittrekken zijn gevallen. Of misschien was het daarna gebeurd, toen ik het jasje verschillende keren van positie in mijn handen veranderde. Ik zag in gedachten het maskertje daar liggen, eenzaam op dat paadje waar maar weinig mensen kwamen. Het was te laat om terug te gaan. Gelukkig had ik, zoals altijd, een reserve bij me, voor het geval het elastiek zou knappen, zoals me een keer eerder was gebeurd. Maar dit was de eerste keer dat ik er werkelijk een verloor.

Zo besteeg ik op zondagochtend weer El Pajariel. Naarmate ik hoger kwam, werd de mist dikker. Soms brak een bleek zonnetje door. Van dichtbij klonken het geritsel van dieren in het struikgewas. Zelfs de door sommigen zo gehate want uitheemse eucalyptusbomen verkregen in het wazige licht een mysterieuze schoonheid. 
Waar ik mijn jasje de vorige dag had uitgetrokken lag niets. Ik moest wat verderop zoeken, daar waar ik een klein paadje naar beneden had gekozen. En daar lag hij dan, op het natte paadje in het dennenbos, enorm paars te wezen. Gelukkig zou dit mondkapje in de vuilnisbak belanden, zoals het hoort. Tevreden met mezelf wandelde ik terug naar ons warme huis.