Posts tonen met het label Duitsland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Duitsland. Alle posts tonen

zondag 25 september 2022

Het Duitse voorbeeld 2: De omgang met het verleden

Het is een warme avond in augustus. We zitten op een terras langs de Rijn in Bonn om met een uitgebreide maaltijd onze laatste avond met onze Duitse vrienden te vieren. We heffen de bierglazen en proosten in drie talen: 
‘Proost!’ ‘Prost!’ ‘¡Salud!’ 

We krijgen het over het imago van onze landen in Europa. Ik vertel dat wij vroeger tijdens onze interrailreizen altijd duidelijk maakten dat we geen Duitsers maar Nederlanders waren, omdat we het idee hadden dat er in Europa nog steeds veel rancune bestond tegen de Duitsers. Maar dat ik tegenwoordig de indruk heb dat Nederlanders veel minder populair zijn, met name in de Zuid-Europese landen. Onze Duitse vrienden vertellen dat ze dat soms ook een zekere vijandigheid gevoeld hebben tijdens bezoeken aan Nederland. Dan zeg ik:
‘Ach ja, sommige Nederlanders gingen tientallen jaren na de oorlog in het verzet, toen het er echt niet meer toe deed en zonder risico was. Maar wat ik in Duitsland indrukwekkend vind, is hoe de misdaden van het naziregime worden erkend en gememoriseerd. Andere landen zouden daar een voorbeeld aan moeten nemen.’ 
Ik voel opeens wat tranen van emotie in mijn ogen wellen. Snel neem ik een slok bier en kijk over de Rijn, waar een schip op het lage water richting Rotterdam ploetert. 

Mijn emoties hadden alles te maken met de treinreis van Düsseldorf naar Bonn van een paar dagen eerder. Ik had ervoor gezorgd dat we met de stoptrein gingen, die er weliswaar een stuk langer over zou doen, maar die langs Neuss zou gaan, de stad waar mijn vader tijdens de oorlog als dwangarbeider te werk was gesteld. Terwijl we daar langs ellenlange fabrieksterreinen vol chemische industrie reden, keek ik uit het raam en dacht aan mijn vader. Hoe zou het toen daar geweest zijn? De hel op aarde, vast en zeker.

Werkelijk overal in Duitsland zijn monumenten en herdenkingsplaten voor de vele slachtoffers van het naziregime. Ook voor de dwangarbeiders. Er zijn maar weinig landen bereid zo de schuld op zich te nemen. 

Neem nu Nederland. Hoeveel moeite heeft het wel niet met de erkenning van de pikzwarte bladzijden uit de geschiedenis. Pas door druk vanuit de nazaten van de slachtoffers komt daar nu verandering in, maar jarenlang werden de wrede en zo lucratieve slavenhandel en de onderdrukking en oorlogssmisdaden in Indonesië verzwegen.

Ook Spanje heeft moeite met het verwerken van het verleden. Er is zelfs een tendens om de koloniale onderdrukking en de repressie door de inquisitie te bagatelliseren door de negatieve verhalen toe te schrijven aan ‘De Zwarte legende’, die door protestante landen is rondgebazuind om Spanje in een kwaad daglicht te stellen. Maar ook de omgang met de Spaanse burgeroorlog en de Franco-dictatuur is pijnlijk. Veel te lang is het Franco-monument El Valle de Los Caídos (de vallei der gevallen) blijven bestaan. Toen de huidige linkse regering het monument wilde ontmantelen, was dat met tegenwerking van de rechtse partijen. In Spanje slaagt men er niet in de verwerking van het dictatoriale verleden los te weken van de huidige politieke tegenstellingen. 
Zowel mijn woonland als mijn geboorteland zouden aan Duitsland een voorbeeld kunnen nemen.

Ondertussen is het in Bonn donker geworden. Na de zware Duitse avondmaaltijd besluiten we nog een laatste wandeling te maken langs de oever van de Rijn. Het is nog steeds warm en we praten over lichte onderwerpen, zoals over waar we elkaar de volgende keer zullen ontmoeten: in Duitsland, in Nederland of in El Bierzo.
El Valle de los Caídos

Plakkaat in Essen ter nagedachtenis aan de gedwongen arbeiders in de steenkoolindustrie






woensdag 7 september 2022

Het Duitse voorbeeld 1 Openbaar vervoer

 De zon scheen. We keken door het raam naar het voorbijglijdende landschap vol prachtige groene bossen en velden. En dat in het dichtbevolkte Ruhrgebied, waar voorheen de mijnbouw en zware industrie de natuur zo hadden doen lijden. Ik raadpleegde nog een keer google.maps in mijn mobiele telefoon. ‘We kunnen straks overstappen op een andere trein, maar ook nog even doorrijden en dan overstappen op een bus die ons dichter bij ons pension brengt.’ Ana keek me glimlachend aan. ‘¡Dit is vrijheid!’ verzuchtte ik hardop. Nu lachte Ana uitbundig. Ze wist precies wat ik bedoelde. Ik had het deze vakantie immers al vaker gezegd.

In Duitsland kon deze zomer iedereen voor negen euro per maand gebruik maken van al het regionale openbaar vervoer. Dat had alles te maken met de oorlog in Oekraïne. Zo zouden immers minder mensen de auto gebruiken en daardoor minder energie gebruiken en bovendien was het een tegemoetkoming aan de huishoudens die financieel zo te lijden hadden onder de inflatie. En dat gaf een gevoel van vrijheid: niet die rompslomp van kaartjes kopen; je niet druk hoeven te maken over de prijs. Heerlijk.

In Spanje is onlangs ook zo’n soort maatregel genomen. De regering geeft grote kortingen op abonnementen op regionale treinen, bussen en metro’s. Op zich lijkt me dat een goed plan.
Maar er is een probleem voor de regio’s die ze hier het lege Spanje (La España vacía) noemen en waartoe El Bierzo ook behoort. Er is bijna geen openbaar vervoer!

Ik was als bewust rijbewijsloze Amsterdammer best geschokt toen ik in El Bierzo kwam wonen en merkte dat er In Ponferrada geen enkele bus rijdt naar de voornaamste toeristische attracties. Zelfs Las Medulas, de topattractie van El Bierzo, is alleen per auto bereikbaar en hetzelfde geldt voor Peñalba de Santiago (dat wel eens wordt genoemd als een van de mooiste dorpen van Spanje), het skigebied Leitariegos en al die prachtige wandelroutes in Alto Sil, het noordelijke berggebied van El Bierzo. Er is een plan om een toeristische stoomtrein te laten rijden door de vallei van de rivier El Sil. Wat mankeert er eigenlijk aan een gewone trein? 
Trouwens, ook voor het woon-werkverkeer wordt er weinig gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. Zelf heb ik een keer een baan in León, de meest nabijgelegen grote stad, aan me voorbij moeten laten gaan omdat het zeer gecompliceerd en tijdrovend was om daar naartoe en vandaan te reizen.

Ach, zo is het nu eenmaal als je emigreert. Soms win je iets, soms verlies je iets. Goed, het openbaar vervoer is in Nederland en Duitsland veel beter dan hier in Spanje, maar toen we op de terugweg naar huis onze eerste Spaanse maaltijd nuttigden in een restaurant, waren we het er al snel over eens. In Spanje is het eten veel beter.





maandag 29 april 2013

De Duitsers


Het is dinsdagavond kwart voor acht. Mijn les Duits zit er bijna op. Af en toe heeft mijn twaalfjarige leerling al ongeduldig op zijn horloge gekeken. ‘¿En nu muziek?’ vraagt hij. Ik heb de paar lessen die ik tot nu toe heb gegeven steeds afgesloten met een Youtube-filmpje met Duitse popmuziek. Vooral de heavy muziek van Rammstein kan deze leerling waarderen. Maar dit keer neemt hij het initiatief in handen en zoekt op mijn laptop een Youtube-filmpje op. Er klinkt gejuich en dan volgt het clublied van Bayern München. Omdat de tekst op het scherm meeloopt met de muziek kunnen we beiden meezingen. ‘¡FC Bayern, Stern des Südens, du wirst niemals untergehen ....’! Vanavond is de eerste halve finale wedstrijd van Bayern tegen Barcelona. Mijn leerling is blijkbaar voor Real Madrid.

De speeltijden van de Champions League zijn niet afgestemd op het Spaanse eetritme. Ergens tussen kwart voor negen en half elf op een doordeweekse avond moet er gegeten worden. Gehaast werk ik in de pauze van de wedstrijd in de keuken een gemengde salade naar binnen. ‘¿Is het een mooie wedstrijd?’ vraagt Ana, duidelijk meer geïnteresseerd in mijn geestelijke gesteldheid dan in de wedstrijd zelf. ‘De Duitsers zijn veel beter. Barcelona speelt slecht,’ antwoord ik. Dan klinkt er bij de buren gejuich. ¿Heeft Barcelona gescoord? Nakauwend op een stuk tomaat ren ik naar de huiskamer en zet de tv weer aan. De buren zijn blijkbaar ook voor Real Madrid.

De volgende dag zit ik in café Gijon voor de wedstrijd van Dortmund tegen Real Madrid. Deze wedstrijd wordt in Spanje alleen door de betaaltelevisie uitgezonden, hetgeen niet slecht uitpakt voor de omzet van de cafés. Toch is het minder druk dan andere keren. De vaste kern van Barcelona-aanhangers is thuisgebleven, vast en zeker vanwege de te verwachten grappen en grollen over de nederlaag van gisteren. Een vorige keer, bij de uitschakeling van Barça door Madrid voor de Copa del Rey, waren er zelfs Madrid-aanhangers geweest die de kreet ‘¡Viva España!’ riepen. Zoals te verwachten antwoorden de Barcelonafans met ‘¡Viva Portugal!’ Er spelen niet echt veel Spanjaarden in Real Madrid.

Dit keer klinken dergelijke kreten niet. Terwijl het noodlot zich over Madrid voltrekt, hoor ik achter me het commentaar van de stamgasten. ‘¡De Duitsers hebben al het geld!’ roept iemand vertwijfeld. En een ander zegt: ‘Lewandowski en Blaszczykowski, ¿dat zijn toch zeker helemaal geen Duitse namen?’ Ik proef in deze onredelijke opmerkingen het anti-Duitse sentiment, dat zich meer en meer van Spanje lijkt meester te maken. In de pers werd breed uitgemeten dat uit een enquête blijkt dat veel Duitsers denken dat Spanje een corrupt land is. Ook de opmerkingen van de president van Bayern, Hoeness, dat de grote clubs in Spanje op basis van schulden zoveel spelers kopen, viel niet bepaald in goede aarde hier in Spanje. Verlekkerd werd vervolgens bericht over de belastingontwijking van deze zelfde Hoeness via geheime Zwitserse bankrekeningen.

Als Dortmund nummer vier scoort probeer ik niet te juichen. In principe ben ik een neutrale toeschouwer. Een liefhebber van het spel op zich. Maar dat Mourinho een pak slaag krijg vind ik geweldig. En anti-Duits ben ik eigenlijk nooit geweest. Mijn vader, die in de oorlog de nodige ellende heeft meegemaakt en gezien; eerst als krijgsgevangene, daarna als gedwongen arbeider, heeft hij ons altijd verteld dat veel Duitsers geen nazi’s waren. En nazi’s had je van alle nationaliteiten. Toch lijkt het me nu even niet het moment om voor Duitser door te gaan. Als de wedstrijd is afgelopen, vraagt één van de stamgasten me of ik denk dat één van de Spaanse teams nog een kans maakt op een plek in de finale. ‘Nou, Madrid misschien nog wel,’ antwoord ik diplomatiek. De man maakt een wegwerpgebaar. ‘Ach, welnee man, kansloos zijn ze. Het wordt Duitsland-Duitsland,’ zegt de man vrolijk lachend.

Messi, Cristiano en Rajoy: zijn ze al weg, die Duitsers?