Posts tonen met het label Mourinho. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mourinho. Alle posts tonen

maandag 29 april 2013

De Duitsers


Het is dinsdagavond kwart voor acht. Mijn les Duits zit er bijna op. Af en toe heeft mijn twaalfjarige leerling al ongeduldig op zijn horloge gekeken. ‘¿En nu muziek?’ vraagt hij. Ik heb de paar lessen die ik tot nu toe heb gegeven steeds afgesloten met een Youtube-filmpje met Duitse popmuziek. Vooral de heavy muziek van Rammstein kan deze leerling waarderen. Maar dit keer neemt hij het initiatief in handen en zoekt op mijn laptop een Youtube-filmpje op. Er klinkt gejuich en dan volgt het clublied van Bayern München. Omdat de tekst op het scherm meeloopt met de muziek kunnen we beiden meezingen. ‘¡FC Bayern, Stern des Südens, du wirst niemals untergehen ....’! Vanavond is de eerste halve finale wedstrijd van Bayern tegen Barcelona. Mijn leerling is blijkbaar voor Real Madrid.

De speeltijden van de Champions League zijn niet afgestemd op het Spaanse eetritme. Ergens tussen kwart voor negen en half elf op een doordeweekse avond moet er gegeten worden. Gehaast werk ik in de pauze van de wedstrijd in de keuken een gemengde salade naar binnen. ‘¿Is het een mooie wedstrijd?’ vraagt Ana, duidelijk meer geïnteresseerd in mijn geestelijke gesteldheid dan in de wedstrijd zelf. ‘De Duitsers zijn veel beter. Barcelona speelt slecht,’ antwoord ik. Dan klinkt er bij de buren gejuich. ¿Heeft Barcelona gescoord? Nakauwend op een stuk tomaat ren ik naar de huiskamer en zet de tv weer aan. De buren zijn blijkbaar ook voor Real Madrid.

De volgende dag zit ik in café Gijon voor de wedstrijd van Dortmund tegen Real Madrid. Deze wedstrijd wordt in Spanje alleen door de betaaltelevisie uitgezonden, hetgeen niet slecht uitpakt voor de omzet van de cafés. Toch is het minder druk dan andere keren. De vaste kern van Barcelona-aanhangers is thuisgebleven, vast en zeker vanwege de te verwachten grappen en grollen over de nederlaag van gisteren. Een vorige keer, bij de uitschakeling van Barça door Madrid voor de Copa del Rey, waren er zelfs Madrid-aanhangers geweest die de kreet ‘¡Viva España!’ riepen. Zoals te verwachten antwoorden de Barcelonafans met ‘¡Viva Portugal!’ Er spelen niet echt veel Spanjaarden in Real Madrid.

Dit keer klinken dergelijke kreten niet. Terwijl het noodlot zich over Madrid voltrekt, hoor ik achter me het commentaar van de stamgasten. ‘¡De Duitsers hebben al het geld!’ roept iemand vertwijfeld. En een ander zegt: ‘Lewandowski en Blaszczykowski, ¿dat zijn toch zeker helemaal geen Duitse namen?’ Ik proef in deze onredelijke opmerkingen het anti-Duitse sentiment, dat zich meer en meer van Spanje lijkt meester te maken. In de pers werd breed uitgemeten dat uit een enquête blijkt dat veel Duitsers denken dat Spanje een corrupt land is. Ook de opmerkingen van de president van Bayern, Hoeness, dat de grote clubs in Spanje op basis van schulden zoveel spelers kopen, viel niet bepaald in goede aarde hier in Spanje. Verlekkerd werd vervolgens bericht over de belastingontwijking van deze zelfde Hoeness via geheime Zwitserse bankrekeningen.

Als Dortmund nummer vier scoort probeer ik niet te juichen. In principe ben ik een neutrale toeschouwer. Een liefhebber van het spel op zich. Maar dat Mourinho een pak slaag krijg vind ik geweldig. En anti-Duits ben ik eigenlijk nooit geweest. Mijn vader, die in de oorlog de nodige ellende heeft meegemaakt en gezien; eerst als krijgsgevangene, daarna als gedwongen arbeider, heeft hij ons altijd verteld dat veel Duitsers geen nazi’s waren. En nazi’s had je van alle nationaliteiten. Toch lijkt het me nu even niet het moment om voor Duitser door te gaan. Als de wedstrijd is afgelopen, vraagt één van de stamgasten me of ik denk dat één van de Spaanse teams nog een kans maakt op een plek in de finale. ‘Nou, Madrid misschien nog wel,’ antwoord ik diplomatiek. De man maakt een wegwerpgebaar. ‘Ach, welnee man, kansloos zijn ze. Het wordt Duitsland-Duitsland,’ zegt de man vrolijk lachend.

Messi, Cristiano en Rajoy: zijn ze al weg, die Duitsers?

woensdag 8 juni 2011

Voetbal en Politiek

Het is zaterdag 28 mei. Zojuist heeft Barcelona de Europacup gewonnen. Een waar voetbalfeest. Ik kijk thuis voor de buis naar de nabeschouwingen. Telkens weer benadrukken de commentatoren dat Barcelona een vertegenwoordiger is van het hele Spaanse voetbal. En niet alleen van Catalonië, willen ze zeggen. Op straat en in de cafés hoorde ik de laatste tijd veel mensen mopperen over de successen van Barcelona. In plaats van gewoon te genieten van het mooiste voetbal dat misschien wel ooit wel gespeeld is. Maar nee. Barcelona heeft de scheidsrechters op zijn hand. Er hangt een luchtje aan de overwinning van Barcelona op Madrid in de halve finale van de Champions League. En daarmee praten ze Mourinho na.

Niet iedereen hier in El Bierzo is voor Real Madrid. De meningen zijn verdeeld. Hier aan de overkant van de straat is een Madrid-kroeg. Verderop een café waar iedereen in Barcelonashirts naar de televisie kijkt. Opvallend is dat veel linkse mensen als club Atletico Madrid hebben. Da´s vreemd. Atletico werd jarenlang geleid door een bijzonder louche ondernemer, Jesús Gil geheten, die het zelfs tot burgermeester van Marbella wist te schoppen. Real Madrid wordt vooral geassocieerd het centralisme van de Spaanse staat. Er zijn er die Real Madrid verbinden met de rechtsconservatieve Partido Popular (PP)

Er is inderdaad een opvallende gelijkenis tussen de complottheorieën van Mourinho en die van de PP. Als bestuurders van deze partij beschuldigd worden van corruptie (en dat gebeurt nogal eens) dan spreken zij van manipulaties door de socialistische regering van het justitiële apparaat. Vreemder nog zijn de complottheorieën rondom de bloedige aanslag op het Atocha Station in Madrid in 2004. De regering van Aznar van de PP probeerde toen te doen voorkomen dat het een aanslag van de ETA betrof, hoewel alle indicaties wezen op een aanslag van moslimfundamentalisten. Het was een blunder van jewelste vlak voor de verkiezingen die vervolgens door de socialisten van Zapatero gewonnen werden. En nog steeds denken veel leden van de PP dat de ETA de aanslag gepleegd heeft, maar dat de socialisten al het bewijsmateriaal hebben achtergehouden. Zelfs zijn er die denken dat de socialisten zelf de aanslag beraamd hebben om de verkiezingen te winnen. Na de liquidatie van Osama Bin Laden was de reactie van de presidente van de deelstaat Madrid, Esperanza Aguirre (PP), dat al-Queda de aanslag in Madrid nooit heeft opgeëist. En daarbij lachte ze veelbetekenend. In Spanje is het niet de gewoonte dat journalisten dan doorvragen: ´Wat bedoelt u eigenlijk precies?´ Men laat hier de politici hun luchtballonnetjes zonder weerwoord oplaten. Bij de huldiging van Real Madrid vanwege het winnen van de Copa del Rey leken Mourinho en Aguirre het uitstekend met elkaar te vinden.

Maar je moet oppassen met al te gemakkelijke vergelijkingen tussen voetbal en politiek. Ik weet nog goed hoe voor het vallen van de muur de teams uit Oost-Europa vaak volkomen onterecht werden beschreven met termen als kadaverdiscipline en gebrek aan creativiteit. In de jaren zeventig werden de successen van de Nederlandse teams met hun langharige spelers op het conto geschreven van het ´progressieve, moderne´Nederland. Terwijl onze bondscoach Michels toch het bijna fascistische ´Voetbal is Oorlog´ predikte en er in de verdediging slagers als Suurbier stonden opgesteld. Wedstrijden tussen Duitsland en Nederland stonden altijd in het teken van de Tweede Wereldoorlog met als triest dieptepunt Ronald Koeman die als heldhaftige verzetsdaad, maar helaas 43 jaar te laat, zijn kont afveegde met het shirt dat hij net met een Duitse tegenstander had geruild. Het succes van Ajax in 1995 was voor progressief Nederland het succes van de multiculturele samenleving. Het verdedigende en agressieve spel van het Nederlandse team tijdens de wereldcup in 2010 werd juist weer verbonden met de bekrompenheid van geest die zich met het rechtspopulisme van Nederland had meester gemaakt.

Ondertussen zijn op de televisie de persconferenties begonnen. Guardiola beantwoordt in het Catalaans een vraag van een Catalaanse journalist. Veel Spanjaarden zullen zich daaraan ergeren ook al beantwoordt hij daarna in perfect Spaans een andere vraag. Even later komt Ferguson aan het woord. Live in het Engels. Een probleem voor de Spaanse publieke omroep die vreemde talen zoveel mogelijk van de buis probeert te weren. Tot zijn grote schrik wordt Reina, de Spaanse keeper van Liverpool die aanwezig is als hulpcommentator, gevraagd simultaan te vertalen. Ik hoor nog net hoe Ferguson, een Engelse gentleman, het spel van Barcelona prijst. Dan zet Reina zijn geïmproviseerde vertaling in, terwijl zijn collega-commentatoren er dwars doorheen kletsen. Het is een heerlijke puinhoop. Ik zet de televisie uit. Voorlopig genoeg voetbal.