Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

maandag 5 oktober 2015

De macht van taal

De gehele maand september ben ik in Nederland om te werken, en, natuurlijk heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om op de voetbalvelden van afc Taba een blessure op te lopen. Zoals altijd was het weer prettig om in het land te zijn waar ik de eerste vijftig jaren van mijn leven heb doorgebracht. De terugkeer naar de Nederlandse routine gaat me nog steeds gemakkelijk af. Ik beweeg me gemakkelijk in Amsterdam; misschien wel gemakkelijker dan in Ponferrada. Letterlijk, dankzij de fiets en het uitgebreide openbare vervoer. Maar vooral omdat het zoveel makkelijker is om te communiceren in je eigen taal. Mijn Spaans is natuurlijk best wel vooruitgegaan de laatste jaren, maar dat gaat langzamer dan ik dacht.

Een perfecte beheersing van de taal geeft zelfvertrouwen en een zeker gevoel van macht. In Spanje is het een enkele keer behelpen, maar dat heeft ook te maken met mijn uiterlijk. Vaak gaan Spanjaarden er op voorhand van uit dat ik de taal niet beheers en richten zij het woord niet tot mij maar tot de persoon aan mijn zijde. Als mijn vrouw en ik op een zaterdagmorgen op weg naar de markt van Ponferrada een bekende zien met gebruind gelaat en ik vraag: ‘¿Hoe was je vakantie?’ dan begint het antwoord ‘leuk’ met de blik op mij gericht, maar zodra er anekdotes volgen over vertraagde vliegtuigen, romantische liefdes, hittegolven of hagelbuien, dan zoeken de ogen van de spreker als vanzelf contact met mijn vrouw’s donkere alles begrijpende ogen in plaats van met de blauwe ogen van een guiri die bij zo’n ingewikkeld verhaal alleen maar groter lijken te worden.

Maar soms is het andersom. Er zijn van die momenten dat een Spaanse spreker zich niet tot mijn vrouw maar tot mij richt om beter begrepen te worden. De spreker is dan altijd een man. En het onderwerp is iets technisch. Een voorbeeld. Er is een probleem met de auto en we gaan naar de garage. Het is haar auto dus geeft mijn vrouw de nodige uitleg. Als vervolgens de garagehouder begint te praten, merk ik dat mijn vrouw overkomt wat mij zo vaak gebeurt: ze wordt genegeerd. De blik van de man gaat in mijn richting op zoek naar een stel mannelijke, alles van techniek begrijpende ogen. En ik begrijp absoluut niets van wat hij zegt. Ik ben helemaal niet technisch ingesteld, hoewel ik laatst een schilderijtje heb opgehangen en dat schijnt daar nog steeds te hangen. Van auto’s heb ik nog wel het minste verstand; ik heb niet eens een rijbewijs. Alles wat de goede man me zegt klinkt me als een willekeurige opeenvolging van technische termen in de oren: ‘alternador, distribuidor, arrancar, colector, acelerador, silenciador, acelerar.’ In de zekerheid dat mijn vrouw ook meeluistert en waarschijnlijk alles wél begrijpt, permitteer ik me de luxe om niet naar de man te luisteren en aan iets heel anders te denken. Aan die rode wouw die we op de heenweg naar de garage zagen, bijvoorbeeld. Rode wouwen zijn in Nederland best zeldzame roofvogels, maar in Spanje zie je ze op een paal naast de weg zitten wachten op een aanrijding van een overstekend dier. Plotseling bemerk ik dat de man niet meer spreekt en mij afwachtend aankijkt. Hij heeft me net vast iets gevraagd; geen idee wat. Om aan de ongemakkelijke stilte een eind te maken herhaal ik het laatste woord dat ik verstaan meende te hebben: ‘¡Si, acelerar!’ Even zie ik iets wanhopigs in de ogen van de man verschijnen en dan keert hij zich eindelijk weer tot mijn vrouw om het gehele verhaal te herhalen.

Dit weekeinde keer ik weer terug in El Bierzo met in het begin een wat sterker Nederlands accent, zoals altijd wanneer ik in mijn geboorteland ben geweest. Maar ik beloof dat ik zo vloeiend Spaans ga leren spreken dat zelfs winkelbediendes in de kledingzaken aan mij antwoord geven in plaats van aan mijn vrouw als ik vraag of ze een bepaalde broek ook in een andere maat of kleur hebben. Maar in de garage blijf ik gewoon dom voor me uit kijken en aan rode wouwen denken, hoor.

zondag 24 oktober 2010

¡Cerveza!

Van de zomer kampeerden we in Galicië, de mooiste regio van heel Spanje, maar daar gaat het nu even niet om. We aten in een restaurant een heerlijke maaltijd. Diverse schelp- en schaaldieren moesten er aan geloven. Daarna wandelen we wat door de straten van het lieflijke dorpje tot we een fijne bar zagen. Een afzakkertje voor het slapen gaan. De barman was een vlotte jongen met een bloemetjesoverhemd. ´¿Wat willen jullie drinken?´ vroeg hij joviaal. Ik dacht even na. Te weinig dorst voor een bier, wijn zonder erbij te eten is in Spanje absoluut taboe, jenever is nauwelijks voorhanden, weet je wat, laten we eens gek doen. ´¡Een whisky!´, antwoordde ik enthousiast. ´¿Welk merk?´ was de te verwachten vraag. Nou ben ik helemaal geen whisky-drinker. En even schoot me geen enkel merk te binnen. Om tijd te winnen vroeg ik: ´¿Wat is er zoal?´ Dat is in het Spaans: ´¿Qué hay?´ De barman keek me twijfelend aan. Van dat merk had hij nog nooit gehoord, maar hij liet zich niet kennen. ´Kwai hebben we niet,´ zei hij, ´maar wel Johnny Walker, Jameson of Red Label.´

Mijn Spaans is nog verre van perfect. Vooral die vervloekte uitspraak speelt me parten. Het Spaans kent klanken die in het Nederlands niet voorkomen. De ´z´ en de ´c´ zijn de ergste. Neem een simpel woord als ´cerveza´. Hier moet je bij het uitspreken van zowel de ´c´ als van de ´z´ je tong tegen de buitenkant van je bovenlip duwen en dan met kracht lucht naar buiten blazen, om zodoende het juiste sisgeluid te produceren. En ik maak niet eens in het Nederlands het verschil tussen een ´z´ en een ´s´. Amsterdams, zeggen sommigen. Luiheid, beweren anderen. In elk geval blijft bij mij de tong binnenboord als ik Spaans spreek.

En er zijn meer problemen. Ik vertaal soms letterlijk uit het Nederlands. Als ik bijvoorbeeld wil vragen wat er allemaal aan de hand is, dan zeg ik ´¿Qué pasa todo?´ Dat woordje ´todo´ leidt tot vragende gezichten bij de Spaanse toehoorders. Datzelfde gebeurt als ik wil zeggen: ´Dat is heel goed mogelijk.´ (Es muy bien posible) of ´Dat is behoorlijk veel´ (Es bastante mucho). Met name vrouwen vinden mijn manier van spreken wel vertederend. Mijn vriendin Ana zegt soms, als ik weer eens een letterlijke vertaling te berde heb gebracht: ´¡Blijf dit soort dingen alsjeblieft zeggen; het is zo schattig!´ Getergd neem ik me dan voor om nooit meer de betreffende frase te hanteren. Ik wil helemaal niet schattig gevonden worden. Op mijn leeftijd. Gelukkig zegt ze ook wel eens vol bewondering: ´Oh, wat klinkt dat poëtisch, wat je daar zegt.´ En dan denk ik gewoon een alledaagse opmerking over het weer te hebben gemaakt. Er is hier in Ponferrada ook een bardame die er plezier in heeft om mijn accent te copieren. Als ik dan zeg dat ik wil betalen (Me gustaría pagar) antwoordt ze lachend: ´¿Te kustaría pakar? Es muy bien posible. ¿Dos serbesas? Son dos sinkwenta euros.´ De laatste tijd kom ik wat minder in deze bar.

Het allerergste is het als mensen er al helemaal vanuit gaan dat ik het Spaans niet machtig ben en zich dan niet rechtstreeks tot mij richten. Zo kwamen we vanmorgen hier op de markt een vroegere buurvrouw van Ana tegen. Mij volkomen negerend vroeg de vrouw aan Ana: ´¿En bevalt het hem nou een beetje hier in El Bierzo?´ Zoals je aan een moeder kunt vragen hoe het met het kind gaat dat ze aan de hand heeft. Ik verweerde me door me onmiddellijk in de conservatie te mengen. ´Lo tengo aquí estupendamente a mi gusto´, zei ik. Dat moest dan ´Ik heb het hier uitstekend naar mijn zin´ voorstellen, maar uit pure ergernis vergat ik al het Spaans dat ik het afgelopen jaar geleerd heb en vertaalde ik weer eens letterlijk uit het Nederlands. De oude buurvrouw keek Ana even verward aan en zei toen uiterst vriendelijk: ´Zo, hij spreekt al best goed Spaans.´ En zo is het natuurlijk. ¡Cerveza!