dinsdag 22 juni 2010
De eerste wedstrijd
Voor veel ramen hangen blauwwit gestreepte vlaggen. Dat zijn niet de kleuren van Spanje. En ook wonen er niet veel Argentijnen in Ponferrada. De vlaggen zijn een huldebetoon aan de lokale club. Deportiva Ponferradina is dit jaar kampioen geworden en gepromoveerd naar de Segunda División A. Dat betekent dat ze landelijk gaan spelen in de op één na hoogste competitie van het land. Bijna nergens in Ponferrada zijn de roodgele Spaanse vlaggen te bekennen. In een enkele bar heeft men een rode vlag opgehangen, de kleur van het shirt van het nationale team. Spanje is wel degelijk een voetballand. Iedereen kijkt als het nationale team speelt. Maar het ophangen van de vlag wordt hier geassocieerd met het nationalisme van de centrale staat. Men voelt zich vaak meer Bask, Catalaan, Galiciër of zelfs Berciano (iemand uit el Bierzo) dan Spanjaard.
Wat een verschil met Nederland eigenlijk. Daar zullen de straten nu wel helemaal oranje gekleurd zijn. Mensen zitten gehuld in een leeuwenpak of met roodwitblauw geverfd haar voor de televisie. Niemand die dat verbindt aan ultranationalisme of rechts extremisme. Het is allemaal voor de gein. Een onschuldig feestje. Overigens wel een feestje waar ik zelf nooit aan heb mee willen doen. Ook vandaag niet. Paars shirt, beige broek. Casual look. Maar wie weet gaat dat wel veranderen. Het schijnt dat juist expats hechten aan de tradities uit het moederland. Van de week was ik inderdaad als een kind zo blij toen ik in een supermarkt een pot zuurkool vond. Zuurkool is lekker.
Ik ben in de straat aangekomen waar het café moet zijn. El Alquimista, heet het. Binnen is het rustig. Mensen drinken hun koffie aan de bar of zitten met een aperitiefje aan een tafeltje. Slechts twee bezoekers hebben alle aandacht voor het grote scherm. Ze dragen oranje shirts. Ik loop naar hen toe. ´Hallo Nederlanders´, zeg ik. Roel en Ingrid kijken om. Roel steekt zijn hand op die gehuld is in een enorme oranje handschoen. ´Gegroet, landgenoot´, zegt hij. De wedstrijd begint al. Nederland speelt slecht. Een Engelse vriend van Roel en Ingrid voegt zich bij ons. ´Did I miss something? Did Mark van Bommel already injure someone? ´ vraagt hij.
Als het pauze is gaan we even naar buiten om op het terras een drankje te drinken. Het is nog steeds lekker weer. We praten over wandeltochten in de omgeving. Dan komt de barbediende naar buiten. ´¡Het is alweer begonnen, hoor! ¡En de Denen hebben gescoord!´ Geschrokken gaan we naar binnen en zien op het grote scherm de herhaling. Een Deense verdediger kopt via de rug van een medespeler in zijn eigen doel. Het valt ons op dat hulpcoach Frank de Boer toch vrolijk kan kijken. En ondanks het lelijke doelpunt zijn ook wij blij. Wij, de enige drie Nederlanders woonachtig te Ponferrada.
vrijdag 20 november 2009
Menú del día
Brieven uit El Bierzo 4
Beste vrienden,
Laatst zag ik op de tv het Spaanse nationale team spelen. Wat zijn die gasten goed, zeg.
De bal gaat zo snel rond dat ze gewoon af en toe een tegenstander aanspelen die dan, volkomen in de war, naar een Spanjaard terugkaatst. Volgens mij gaat Spanje deze zomer wereldkampioen worden. Het Spaanse volkslied zal veelvuldig klinken. Maar de spelers zingen dan niet mee. Hooguit neuriën ze wat. Of ze zingen lalalala. De Castilianen, Catalanen, Basken, Galiciërs, Andalusiërs en Asturianen kunnen het namelijk niet eens worden over een gemeenschappelijke tekst.
Zelfs zo´n gemoedelijke regio als El Bierzo ontkomt niet aan een zeker regionaal fanatisme. El Bierzo ligt in de provincie León, en is daarmee onderdeel van de autonome deelstaat Castilla-León. Deze constructie geeft genoeg aanleiding tot verhitte gemoederen. Althans, als je de spreuken die her en der op de muren geklad zijn mag geloven. Loop maar eens over het eeuwenoude Sint Jacobspad door El Bierzo heen. Je doorkruist de streek in zo´n vier a vijf dagen. In de bergen van het oosten van El Bierzo hebben ze een hekel aan Castilië.´ ¡Fuera Castilla, León Libre!´ staat overal te lezen. In de vruchtbare vallei rondom Ponferrada willen ze juist uit de provincie León treden. ´¡El Bierzo independiente, Fuera León!´ Naarmate je de bergen in het westen nadert gaat de wens naar onafhankelijkheid langzamerhand over in de wens tot aansluiting bij Galicië. ´¡O Bierzo Gallego!´
Volgens mij worden de regionale verschillen hier in Spanje nogal aangedikt. Natuurlijk spreken ze in sommige regio´s een andere taal, zoals in Catalonië, Baskenland en Galicië. Maar hier in El Bierzo spreekt men toch echt gewoon Spaans. Hoewel ik er af en toe geen bal van versta. Vooral op gastronomisch gebied worden de verschillen benadrukt. Elke streek presenteert vol trots de lokale specialiteiten. Hier zijn dat geroosterde paprika´s (heerlijk), kastanjes (ook best goed) en de zogenaamde botillo, een met diverse delen van het varken gevulde varkensmaag (vooral nuttig om Nederlandse visite de stuipen mee op het lijf te jagen).
Maar wat maakt Spanje nu eigenlijk tot één natie? Ondanks al die regionale specialiteiten toch dat fantastische eten. Overal in Spanje worden voor de lunch goedkope menu´s aangeboden met bijna altijd dezelfde gerechten. En volgens mij ligt hier de kans voor het nieuwe volkslied. De tekst staat te lezen op de menukaarten van duizenden restaurants. Als het aan mij ligt kun je de Spaanse voetballers straks bij de wereldkampioenschappen in Zuid-Afrika horen zingen: ´Menú del día: primer plato: tortilla, ensalada mixta o sopa de pescado, secundo plato: merluza en salsa de tomates, lomo o calamares a la romana: postre: flan, arroz con leche, helado o fruta; bebida: vino o agua.´ Daar kan geen regionale fanaat aanstoot aan nemen.
Rolando de Corazón
