Posts tonen met het label nationalisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nationalisme. Alle posts tonen

zaterdag 11 november 2017

Monotonie

Nog zo kort geleden hoorde ik meewarig de berichten over Nederland aan, met politieke partijen die de mond vol hebben van de nationale identiteit, de tsunami van islamisering en het verplichten van het zingen van het volkslied op scholen. Hier in Spanje, en zeker in El Bierzo, was het nationalisme onschuldig van aard, niet gericht tegen immigranten of Europa. Men was hooguit trots op de nationale sportprestaties, de manier van leven, de tradities en vooral de gastronomie. Maar als ik nu uit het raam kijk zie ik bij de buren de Spaanse vlag uithangen als protest tegen de Catalaanse separatisten. We wonen hier zo’n negenhonderd kilometer van Catalonië vandaan. De Spaanse vlag uithangen als politiek statement lijkt niet zo zinvol. Toch hangen er aardig wat in Ponferrada. Elders in Spanje zullen dat er nog meer zijn. Het land is in de greep van de strijd tussen het Spaanse en Catalaanse nationalisme.

In de cafés, huiskamers en straten van Ponferrada heeft de Catalaanse kwestie de gebruikelijke top drie gespreksonderwerpen, gezondheidsklachten, voetbal en het weer, verdrongen. Gisteren ging ik met de lift omhoog met mijn bovenbuurman. Die hield het op een gegeven moment niet meer. ‘Ik wil je nu toch vragen wat jij, als buitenlander, vindt van de situatie in Catalonië.’ Vervolgens spraken we ruim een half uur op het trapportaal over de bizarre gebeurtenissen. De Catalaanse president Puigdemont was net naar België gevlucht, Catalaanse ministers zaten gevangen. ‘Het lijkt een beetje op een film of een tv-serie, waarbij de scriptschrijver, na een spannend begin, het allemaal niet meer zo goed weet en de meest bizarre wendingen verzint,’ zei ik tegen mijn buurman. We waren het met elkaar eens dat op basis van een referendum waarbij 42% van de kiezers is komen opdagen de onafhankelijk niet kan worden uitgeroepen, maar dat het politiegeweld en het vastzetten van Catalaanse politici en actievoerders zeer contraproductief en bedenkelijk waren. Daarmee nam hij vergeleken met veel andere mensen hier een genuanceerd standpunt in. Sommigen voelen zich bijna persoonlijk aangevallen door de separatisten.

Op Facebook woedt een ware strijd om ‘de waarheid’, zeker omtrent de gebeurtenissen bij het referendum van 1 oktober. Mijn Catalaanse vrienden delen foto’s van het brute optreden van de politie. Onder de Catalanenvreters gaan soms dezelfde foto’s rond met de tekst dat het hier om nepbloed gaat. Volgens El País, net als alle nationale media zeer gekant tegen een eventuele onafhankelijkheid van Catalonië, zitten de Russen via de sociale media te roeren in de Catalaanse problemen om de EU te ontregelen. Ik weet niet in hoeverre dat waar is, maar een propagandaoorlog is er zeker wel gaande. Opmerkelijk is dat beide kampen elkaar verwijten dat zij de straat opgaan om te demonstreren voor de eenheid van hun nationale staat, terwijl Spanje/Catalonië (doorhalen wat niet van toepassing is) zelf wordt bestuurd door corrupte politici die hun eigen volk beroven. Het trieste is dat beide kampen hierin deels gelijk hebben! Het lijkt zowel Rajoy als Puigdemont niet slecht uit te komen dat de aandacht wordt afgeleid van de vele corruptiezaken waarin hun partijen verwikkeld zijn.
Ook via Whatsapp ontvang ik berichten, foto’s en video’s over de kwestie. Een vage bekende stuurde me dit filmpje gestuurd, waarin een aangedane vrouw vertelt hoe de separatisten in Barcelona mensen dwingen om winkels te sluiten en straten barricaderen en dan laat ze een opname horen waarin een Catalaanse actievoerder omroept dat het allemaal zonder geweld moet, althans op dat moment; de tijd om ze te doden komt nog wel. Is de vrouw oprecht of is het ingestudeerd? Wat niet echt bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de video is die ongepaste achtergrondmuziek. (Klik HIER om de video te zien)
Ik ontving ook dit filmpje (klik HIER) dat de separatisten rondsturen om Europese steun te verwerven. Pathetisch is het zeker, met die snik in de stem. Natuurlijk is er die neiging om te spreken namens ‘het Catalaanse volk’, terwijl Catalonië over de onafhankelijkheid juist erg verdeeld is. Let vooral op de achtergrondmuziek. Die is bijna hetzelfde als bij dat anti-onafhankelijkheidsfilmpje. Konden die Russen, met hun rijke muziekcultuur, nou echt niets beters vinden? Iets van Shostakovitch voor de Catalanen en een stukkie Strawinsky voor de Spanjaarden, bijvoorbeeld?!

Enfin, de propagandastrijd zal nog wel even duren. We zitten voorlopig opgescheept met al die vlaggen uit de ramen, video’s met eendere achtergrondmuziek, politici en actievoerders in de gevangenis en de monotonie van steeds maar hetzelfde gespreksonderwerp.

dinsdag 14 augustus 2012

Mutriku


Deze camping is ideaal. Uitzicht op zee. De golf van Biscaya. Links beneden zijn nog net de laatste huizen van de haven van Mutriku te zien. De rest van het dorp ligt achter de groene heuvel verscholen in de baai. Langzaamaan wordt het donkerder. We schenken een laatste glaasje txakoli in. Jonge Baskische wijn. Een trui moet aan. Baskenland is frisser dan El Bierzo. Ja, dit is pas echt vakantie. Op één ding na dan. Overal om me heen hoor ik Nederlands praten.

En ik dacht nog wel dat ik daar overheen was. Die neiging om Nederlanders te ontwijken tijdens het reizen. Ik weet nog goed hoe het plezier van een wandeling langs een wildstromende beek vol watervallen in het Parque de Ordesa in de Pyreneeën bijkans vergald werd doordat iedereen die me tegemoet kwam me begroette met: ‘Goedemiddag! Wat is het hier mooi, hè?’ Had ik daarvoor meer dan 1500 kilometer gereisd? Parque de Ordesa werd geschrapt uit mijn lijstje met reisdoelen en vervangen door meer afgelegen berggebieden. Maar Nederlanders zijn werkelijk overal.

Volgens mij hebben veel van mijn landgenoten hier op de camping datzelfde gevoel. Net bij het afwassen stond ik naast een Nederlandse vrouw. Op de één of andere manier herkennen Nederlanders elkaar bijna altijd. Maar zeggen dan toch, zij het aarzelend: ‘Hola’. Zwijgend stonden we vervolgens af te wassen; zij met haar Hollandse afwasborstel, ik met mijn Spaanse sponsje. Bij het weggan zei ik toch maar tot ziens, een ongeschreven code verbrekend. Toen ik met de plastic borden weer terugkwam bij de tent vroeg Ana: ‘¿En? ¿Heb je lekker Nederlands gesproken?’ Zij weet hoezeer ik dat soms mis. ‘Nee, ik hou er niet van om landgenoten tegen te komen op vakantie,’ antwoordde ik stuurs. ‘Nou, het is anders wel lekker rustig op de camping met al die Nederlanders.’ reageerde ze. Inderdaad. Het was elf uur ´s avonds en het was doodstil. De mensen gingen al slapen.

Onder het genot van nog een glaasje txakoli praten we met gedempte stemmen over de verschillen in volksaard. Volgens mij zijn de verschillen niet zo groot. Deze groene regenachtige kust trekt de wat meer avontuurlijke toerist aan die het echte Spanje wil ontdekken. Ga maar eens naar de playas vol zon en disco’s, dat is een heel ander soort toerisme. ‘¿Maar zouden al die avontuurlijke Nederlanders van jou doorhebben dat ze in Baskenland zitten?’ vraagt Ana. Moet haast wel. Overal in Mutriku hangen posters die spreken over amnestie en terugkeer van ETA-gevangenen naar gevangenissen in Baskenland.

Nou heb ik geleerd dat al die leuzen en posters in de straten niet altijd de mening van de bevolking weergeven. In Ponferrada staat overal te lezen dat El Bierzo Gallego (Galicisch) moet worden, ofwel dat er Líoness (Leonees) moet worden gesproken. Maar in werkelijkheid ben ik nog nooit iemand tegengekomen die dit echt een belangrijke kwestie vond. Volgens mij zijn er in Ponferrada slechts twee nationalisten actief, één voor León, de ander voor Galicië, die elke nacht elkaars leuzen doorstrepen of met typp-ex verwijderen om de eigen leuzen ervoor in de plaats te kalken. Of misschien handelt het slecht om één enkel persoon met een gespleten persoonlijkheid.  ‘¡Nederlandse humor!’, zo reageert Ana op dit betoog. Zoals zo vaak weet ik niet of dat positief of negatief bedoeld is.

In Baskenland liggen de zaken anders. De posters hangen aan de balkons van de huizen. Ook bij officiële gelegenheden worden er posters opgehangen die vragen om terugkeer van de ETA-gevangenen naar Baskenland. Een voor een buitenstaander onbegrijpelijke solidariteit met een zeer gewelddadige extreemnationalistische beweging. Het geeft vaak een ongemakkelijk gevoel. Zoals gisteren. We gingen kijken naar een zeeroeiwedstrijd in het nabijgelegen dorp Orio. Het plaatselijke team won. Dat werd gevierd met een huldiging op het dorpsplein. Iedereen kreeg een papiertje met een Baskische tekst om mee te zingen. We probeerden wijs te worden uit de Baskische woorden. Onmogelijk. En dus hebben we niet gezongen. Je weet maar nooit waar de tekst over gaat.

Plotseling klinkt er uit een nabije tent gesis. Nederlanders? Of de Spanjaarden uit de tent links van ons? In elk geval is de boodschap duidelijk. Stilte. Silencio. We praten te luid. Zwijgend pakken we onze toiletspullen en lopen naar het toiletgebouw.




vrijdag 3 december 2010

Over Catalanen en Castillianen

Het is maandag 29 november. Ik zit in een café en kijk naar een groot televisiescherm. Barcelona-Real Madrid. De twee beste teams ter wereld. Het getiktak van Barcelona. De individuele klasse van Madrid. En er is strijd. Er is emotie. Het gaat om meer dan voetbal alleen. Het gaat om de rivaliteit tussen de twee belangrijkste steden van Spanje. Het nationale gevoel van de Catalanen, dat zo lang onderdrukt is tijdens dictatuur van Franco. De wrok van de Madrilenen tegen het welvarende en zelfingenomen Barcelona. Veel Catalanen vinden dat ze veel te veel geld moeten afstaan aan de Spaanse overheid. Dat maakt ze weinig geliefd bij de Castillianen.

Er zijn politieke controverses. Catalonië heeft onlangs het stierenvechten verboden. Vanwege die arme dieren, beweren ze. Laat me niet lachen, om ons te pesten, zeggen de Castillianen. De arena in Barcelona was fameus. Als je daar een stier had gedood, nou, dan stelde je als torero echt wat voor. Er kwam ook veel publiek op af. Castillianen die in Barcelona wonen. Want het rijke Catalonië heeft altijd veel immigratie aangetrokken. Vooral vanuit het arme Andalusië, waar het stierenvechten zo populair is.

Gisteren waren er verkiezingen in Catalonië. Van sommige verkiezingsspotjes zouden de Nederlandse populisten nog een lesje kunnen leren. De ex-president van voetbalclub Barcelona had een pornoactrice ingehuurd die in nauwelijks verhullende kledij (zo heet dat nu eenmaal) door de straten van Barcelona danste terwijl ze met hitsige stem zong dat Laporta een zeer geschikte kandidaat was. Bij de socialisten kwam een vrouw klaar toen ze tergend langzaam het stembiljet in de gleuf van de stembus liet glijden. De plaatselijke afdeling van de Partido Popular presenteerde een filmpje met een videospel, waarin de lijsttrekster als een botox-versie van Lara Croft illegalen van het scherm schoot. En de CiU, de grote winnaar van gisteren, had een spotje waarbij iemand gehuld in de vlag van Spanje op straat de zakken rolde van Catalanen.

En toch hou ik van Catalonië. Ik was er voor het eerst in de jaren tachtig. Nooit zal ik het moment vergeten dat de trein na een lange interrailreis in Barcelona aankwam. Het was er geweldig. Ik brabbelde er mijn eerste woorden Spaans. Althans, dat dacht ik. Het was misschien wel Catalaans. Wist ik veel. Toen ik later door Spanje reisde, en ik vertelde dat ik Barcelona was geweest, maakten veel Spanjaarden een gebaar alsof ze met een rits hun mond afsloten terwijl ze zeiden: ´¿Catalanen? Die zijn bijzonder gesloten.´ Verbaasd keek ik hen aan. Catalanen gesloten? Teresa? Toni? Vicky? Carmen???

Ook hier in El Bierzo laten de mensen zich soms laatdunkend over de Catalanen uit. ´Prima, hoor, die Catalanen, maar als ze hier zijn moeten ze me gewoon in het Spaans aanspreken´, wordt er dan beweerd. Maar de Catalanen spreken je hier nooit in het Catalaans aan. Ze spreken het onderling, vanzelfsprekend. In Catalonië zelf kom je wel eens iemand tegen die absoluut weigert Spaans te spreken. Fanatieke gekken heb je overal. De Catalanen zouden er trots op moeten zijn dat ze tweetalig zijn. Want er is iets wat ik niet begrijp van Catalonië. Het terugdringen van de Spaanse taal uit het onderwijs. Spaans is een wereldtaal. Hoeveel moeite heb ik er niet voor gedaan me de taal eigen te maken? Dat je kinderen tweetalig opgroeien is een plus. En dat zit het leren van Engels of een andere taal echt niet in de weg. Integendeel.

Om me heen wordt er plots gescholden en gejuicht. Barcelona heeft weer gescoord. Na een steekpass van Messi op Villa. Zeker geen Catalanen. Een Argentijn en een Asturiaan. Het bewijst het eens te meer. Verscheidenheid is kracht.


De videospotjes van de politieke partijen in Catalonië zijn te bekijken via de volgende links:
Laporta
PSC
PP
CiU

vrijdag 20 november 2009

Menú del día

Brieven uit El Bierzo 4

Beste vrienden,

Laatst zag ik op de tv het Spaanse nationale team spelen. Wat zijn die gasten goed, zeg.
De bal gaat zo snel rond dat ze gewoon af en toe een tegenstander aanspelen die dan, volkomen in de war, naar een Spanjaard terugkaatst. Volgens mij gaat Spanje deze zomer wereldkampioen worden. Het Spaanse volkslied zal veelvuldig klinken. Maar de spelers zingen dan niet mee. Hooguit neuriën ze wat. Of ze zingen lalalala. De Castilianen, Catalanen, Basken, Galiciërs, Andalusiërs en Asturianen kunnen het namelijk niet eens worden over een gemeenschappelijke tekst.

Zelfs zo´n gemoedelijke regio als El Bierzo ontkomt niet aan een zeker regionaal fanatisme. El Bierzo ligt in de provincie León, en is daarmee onderdeel van de autonome deelstaat Castilla-León. Deze constructie geeft genoeg aanleiding tot verhitte gemoederen. Althans, als je de spreuken die her en der op de muren geklad zijn mag geloven. Loop maar eens over het eeuwenoude Sint Jacobspad door El Bierzo heen. Je doorkruist de streek in zo´n vier a vijf dagen. In de bergen van het oosten van El Bierzo hebben ze een hekel aan Castilië.´ ¡Fuera Castilla, León Libre!´ staat overal te lezen. In de vruchtbare vallei rondom Ponferrada willen ze juist uit de provincie León treden. ´¡El Bierzo independiente, Fuera León!´ Naarmate je de bergen in het westen nadert gaat de wens naar onafhankelijkheid langzamerhand over in de wens tot aansluiting bij Galicië. ´¡O Bierzo Gallego!´

Volgens mij worden de regionale verschillen hier in Spanje nogal aangedikt. Natuurlijk spreken ze in sommige regio´s een andere taal, zoals in Catalonië, Baskenland en Galicië. Maar hier in El Bierzo spreekt men toch echt gewoon Spaans. Hoewel ik er af en toe geen bal van versta. Vooral op gastronomisch gebied worden de verschillen benadrukt. Elke streek presenteert vol trots de lokale specialiteiten. Hier zijn dat geroosterde paprika´s (heerlijk), kastanjes (ook best goed) en de zogenaamde botillo, een met diverse delen van het varken gevulde varkensmaag (vooral nuttig om Nederlandse visite de stuipen mee op het lijf te jagen).

Maar wat maakt Spanje nu eigenlijk tot één natie? Ondanks al die regionale specialiteiten toch dat fantastische eten. Overal in Spanje worden voor de lunch goedkope menu´s aangeboden met bijna altijd dezelfde gerechten. En volgens mij ligt hier de kans voor het nieuwe volkslied. De tekst staat te lezen op de menukaarten van duizenden restaurants. Als het aan mij ligt kun je de Spaanse voetballers straks bij de wereldkampioenschappen in Zuid-Afrika horen zingen: ´Menú del día: primer plato: tortilla, ensalada mixta o sopa de pescado, secundo plato: merluza en salsa de tomates, lomo o calamares a la romana: postre: flan, arroz con leche, helado o fruta; bebida: vino o agua.´ Daar kan geen regionale fanaat aanstoot aan nemen.

Rolando de Corazón