Posts tonen met het label Portugal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Portugal. Alle posts tonen

donderdag 23 september 2021

De boekwinkel van Óbidos

We waren het Portugese stadje Óbidos binnengereden in een lange rij auto’s. Gelukkig bleek parkeren dit keer geen probleem. Het stadje was helemaal ingericht op het ontvangen van grote stromen toeristen. Er was net buiten het historische centrum een enorme parkeerplaats gemaakt en in de straatjes binnen de stadsmuren gold voor wandelaars eenrichtingsverkeer. Overal werd in kleine toeristenwinkeltjes de plaatselijke likeur verkocht, samen met de onvermijdelijke petjes, T-shirts en mokken met opschriften. Het stadje was prachtig, maar de sfeer deed me net iets te veel denken aan Volendam of Giethoorn. Maar toen kwamen we bij een kerk die getransformeerd was tot een boekhandel. Een heerlijke boekhandel, ook met Spaans- en Engelstalige boeken! Wat een rijkdom!

In Ponferrada is de enige boekhandel waar je een beetje kon rondstruinen een paar jaar geleden failliet gegaan. Goed, in het overdekte winkelcentrum is er een vrij grote dependance van de keten Casa del Libro, maar overdekte winkelcentrum dienen vermeden te worden, vind ik. Boekhandels hebben het moeilijk door het online kopen via Amazone en de ontlezing. Er wordt wel gelezen, maar dat moet iets korts op het internet zijn: een berichtje, een kort artikeltje, het liefst met foto’s en het allerliefst kijken mensen naar een grappig videootje. Ach misschien word ik wel oud.

Reeds als ik kind ging ik graag naar de boekhandel op de Bos en Lommerweg, best wel een eindje lopen van ons huis. Zodra ik daar binnenkwam, ging ik regelrecht naar de afdeling met de natuurboeken, de vogelgidsen en fotoboeken met dieren. Daar zat ik dan lange tijd op mijn knieën te bladeren en te fantaseren over reizen naar die soms verre natuurgebieden. Ik weet zelfs nog waar die afdeling was. Helemaal achterin, rechts onderaan. Bijna nooit kocht ik er wat. Geen geld. Mijn leesboeken haalde ik vooral bij de bibliotheek.

Dat laatste bleef ik doen toen ik op mezelf ging wonen. Op mijn bescheiden boekenplankje stonden hooguit wat woordenboeken en de romans die ik voor mijn laatste verjaardag had gekregen en die ik na het lezen doorverkocht aan een tweedehandswinkel. Ik vond het bezit van boeken in mijn kleine huurwoninkje een overbodige luxe en kocht alleen de romans die ik iemand anders cadeau wou doen. Ik fietste elke drie weken naar de Openbare Bibliotheek om weer nieuwe boeken te halen. Sinds ik in Ponferrada woon, ben ik een graag geziene gast in de Nederlandse boekwinkels. Onze boekenkasten beginnen langzamerhand uit te puilen van al die Nederlandse en Engelse romans die ik meestal in Nederland heb gekocht. 

Onze blijdschap met de boekhandel met een internationaal tintje in Óbidos kende geen grenzen. We bleven geruime tijd langs de schappen lopen, nu en dan een boek in onze hand nemend om erin te bladeren. Uiteindelijk gingen we over tot de aanschaf. Eenmaal buiten namen we plaats op een terrasje. De meeste toeristen waren ondertussen al vertrokken. We bestelden een kopje koffie en begonnen een gesprek over het feit dat Portugal zoveel internationaler is dan Spanje. Men spreekt er veel beter Engels en buitenlandse boeken en kranten zijn voorhanden. Volgens mij was dat omdat het een klein land is. ‘Hoe groter het land, des te trotser op de eigen taal,’ sprak ik gedecideerd. Ana wees me erop dat Portugal weliswaar klein is, maar dat de Portugese taal in grote delen van de wereld gesproken wordt. Misschien had het meer te maken met het maritieme karakter van een land. Daarna begonnen we onze zojuist gekochte de boeken te lezen, totdat de uitbaatster van het koffietentje op een nadrukkelijke manier de tafels en stoelen om ons heen begon op te ruimen.



dinsdag 14 april 2015

Pasen in Portugal

Het is Pasen in Portugal.  De winkels en straten van Braga zijn versierd. Paashazen, eieren, kuikens, enfin, dezelfde lentesymboliek als in Nederland. In Spanje, althans in Ponferrada, zie je dat veel minder. En toch is Portugal niet minder katholiek. Ook hier wordt Pasen uitgebreid gevierd met processies. Maar vandaag niet. Het is Paaszondag.  Er gaan priesters rond van deur tot deur om de wederopstanding van Jezus aan te kondigen. Ze lopen door de straten met een belletje.  Ik weet de puberachtige neiging te onderdrukken om een ijsje bij ze te bestellen.  We zoeken een restaurant voor onze laatste middagmaaltijd in Portugal. Dat valt niet mee. Bijna alles is gesloten.Ook dat is een verschil met Spanje. Daar zijn alle restaurants vandaag vast open.  Uiteindelijk weten we een veel te druk restaurant te vinden waar we, natuurlijk, bacalao bestellen.

We praten over de verschillen tussen Spanje en Portugal. De Portugezen praten minder luid, stellen we vast. Er staat wel een tv in het restaurant, maar het geluid is uitgedraaid. De Portugezen spreken beter Engels, valt mij als kersverse leraar Engels op. In de restaurants en hotels, en ook bij de toeristeninformatie lijken ze liever Engels dan Spaans te spreken, misschien wel omdat veel Spanjaarden onmiddellijk in hun eigen taal beginnen te praten zonder te vragen of men de taal wel machtig is. In de Portugese steden zijn ook altijd wel buitenlandse kranten te verkrijgen, iets wat in Ponferrada onmogelijk is.

Het straatbeeld is anders. De Portugese straten zijn schoner. In Ponferrada zijn de straten altijd wat smoezelig en bevlekt, alsof er met olie gewerkt is. De historische centra lijken hier beter te worden onderhouden en gerestaureerd. Misschien niet overal in Portugal. Maar hier in Braga ziet het er zeer verzorgd uit. En een paar dagen geleden was Guimarães helemaal een plaatje. En wat qua winkels opvalt is de enorme hoeveelheid banketbakkers met over het algemeen uitstekende producten. Zouden ze hier echt zoveel gebak eten?

Wat valt eigenlijk op als je in Spanje door de straten loopt? Het grote aantal barretjes en restaurants, natuurlijk . De kranten- en tijdschriftenstalletjes op de straat. En ik sta altijd versteld van de enorme hoeveelheid kappers, tandtechnici en brillenwinkels die Ponferrada rijk is. ‘Wat valt een buitenlander in Nederland eigenlijk op?’ vraag ik Ana. ‘De coffeeshops,’ zegt ze onmiddellijk. ‘En fietsen.’ Ze denkt even na en vervolgt: ‘En al die klaargemaakte etenswaren die overal uitgestald liggen: broodjes kaas, ham of ei, of combinaties van die drie met tomaat, sla en de onvermijdelijke mayonaise.  Broodjes vis, worsten, kroketten, saucijzenbroodjes en pizza’s die de hele dag worden warmgehouden. ¡Qué asco!’ Een rilling loopt over haar rug.

Als vanzelf gaat het gesprek verder over eten. Reizen is immers ook een culinair avontuur, ook al is de Portugese keuken nog zo verwant met de Spaanse. De pulpo wordt hier over het algemeen niet gekookt, zoals in Galicië, maar gebakken of gebraden. Lekker. Verder aten we bacalao en diverse ons nog onbekende Portugese worsten. Maar dit keer was onze grootste uitdaging toch wel de lampreia, de zeeprik. Een nogal eng beest, iets tussen een vis en een slang, dat zich als een parasiet vastbijt aan vissen of zeezoogdieren om het bloed op te zuigen. Als de voortplantingstijd is aangebroken laten ze hun slachtoffers los en zwemmen de rivier op waar ze gretig door Portugese en Galicische vissers worden gevangen. Best lekker voor een keer.

Als we hebben afgerekend lopen we naar de auto en aanvaarden de terugreis. Van de verwachte Paasdrukte op de wegen is hier weinig te bekennen. De snelweg is zo goed als leeg. Bij de grensovergang kijken we elkaar aan.  Het was goed om even weg te zijn geweest. Helemaal eruit. Het is ook goed om weer thuis te komen.

zeeprik