Ho Chi Minh Stad, voorheen Saigon. Eerste indrukken: tropische hitte, lawaai, chaotische verkeerssituaties, vervuiling, dynamiek. De weg oversteken moet je doen door langzaam maar gestaag door te lopen. De stoep is nauwelijks begaanbaar; waar geen motoren geparkeerd staan zijn mensen dingen aan het verkopen. We strijken neer bij één van die terrasjes met superkleine stoeltjes en tafeltjes om een soep te eten, zoals we zo veel Vietnamezen zien doen. Heerlijk.
Iedereen rijdt op motoren, soms met hele families tegelijk, zelfs met de baby erbij die de fles krijgt terwijl ze door het verkeer slalommen. Voortdurend wordt met toeteren aangegeven: ik kom er aan. Verkeersregels lijken niet te bestaan. Zelfs niet in Sa Dec, de kleinere stad in de Mekong Delta die onze tweede bestemming is. Onze zo betrouwbaar uitziende taxichauffeur blijkt bij de eerste de beste rotonde met vrij veel verkeer gewoon links af te slaan tegen het verkeer in. Met wat getoeter geeft hij de medeweggebruikers aan wat hij van plan is, en die lijken dat allemaal te accepteren. Als westerling vraag je je af hoe de schuldvraag na een ongeluk wordt afgehandeld. Onze gebruikelijke argumenten (ik had voorrang; jij haalde aan de rechterkant in) lijken hier niet te gelden. En ongelukken gebeuren er veel. Ik heb in de twee weken tijd in Vietnam vier keer een motor op de weg zien liggen na een aanrijding.
We zijn in een natuurgebied annex oorlogsmonument in de Mekong delta. Er is een soort attractiepark van gemaakt. Met kano’s varen we langs de hutjes waar de Vietcong in het moeras verstopt zaten. Op het terras van het restaurant worden we omsingeld door een grote groep kinderen op schoolreis. Zij willen hun Engels op ons uitproberen. How are you? I’m fine, thank you. Where are you from? Ik merk dat ik op deze laatste vraag gewoon Spain kan antwoorden. Eindelijk kan ik doorgaan voor een Spanjaard. Ze zien echt het verschil niet. Bovendien kennen ze het woord Holland of The Netherlands niet. Hà Lan, legt één van onze gidsen aan de kinderen uit. Vroeger was het zo gemakkelijk. Dan zei je gewoon Cruyff of beter nog: Kruuf, om je Nederlandse nationaliteit duidelijk te maken. Maar nu kennen ze geen Nederlandse voetballers meer. Cillessen, probeer ik nog, maar zonder resultaat. Rondaldo, die kennen ze wel, en die speelt in Spanje. Ik stel één van de kinderen een andere standaardvraag uit elke methode Engels. What are you hobbies? Selfies, antwoordt ze.
Vanuit de stad Hoi An bezoeken we de Hindoetempels van My son, door de Fransen in de 19e eeuw in de jungle ontdekt en opgegraven. En ze hebben ook de hoofden van alle beelden gestolen, legt onze lokale gids uit. Die zijn nu in het Louvre te bewonderen. In de jaren zestig bombardeerden de Amerikanen het tempelcomplex omdat de Vietcong er een basis had. De gids wijst ons op de diverse bominslagen Eén van de Vietcong soldaten was zijn vader. Die wist net te ontkomen door de jungle in te vluchten. Maar er zijn ook andere verhalen. Enkele dagen later vertelt onze taxichauffeur hoe zijn ouders, boeren in de heuvels rond de stad Hue, hadden geleden onder de onderdrukking door de Vietcong. De meeste mensen praten niet graag over de oorlog. The future is important, zeggen ze. Not the past.
We zijn in de stad Hue in een restaurant terecht gekomen met blauwe plastic stoelen en tafels. Dat staat voor kwaliteit, is mijn hypothese, op basis van een geweldige ervaring in Ho Chi Minh Stad. Het is druk. Grote groepen zitten aan tafel met naast hen op de grond kartonnen dozen vol bierblikjes. De aangeschoten mannen van de tafel naast ons komen omstebeurt een praatje met ons maken in het Engels en het Frans. Ze vieren dat ze net een belangrijk probleem in hun kledingfabriek hebben opgelost. Wat dat probleem precies was komen we niet achter. Eén van hen verandert bij de jongen die ons bedient de door ons gekozen gerechten. Hier moet je geit eten, zegt hij. Hij schuift ons twee blikjes bier uit zijn kartonnen doos toe. Even later eten we goat hot pot. Lekker hoor. De nu echt dronken mannen verlaten het restaurant en nemen in diverse talen afscheid van ons.
Hanoi. Smog. We passen ons aan en dragen net zoals zoveel inwoners monddoekjes. Wat ons opvalt in de Vietnameze steden: niets wijst op prostitutie, drugs of criminaliteit. Dat geeft een veilig gevoel. Afzetten gebeurt wel. Je moet altijd afdingen en van tevoren een prijs afspreken. We zitten op het balkon van een bar en zien beneden ons de gekte van de nieuwjaarsviering. Veel Westerlingen. Zo gemakkelijk herkenbaar. Vergeleken de Vietnamezen lijken ze allemaal op wandelende juten zakken vol aardappelen. Behalve Ana en ik, natuurlijk. Jonge westerlingen lopen in groepen hossend van bar naar bar. Hoe lang zal het duren voor deze Vietnameze steden op de Mediterrane kustplaatsen gaan lijken? Het proces is al aan de gang. Gelukkig hebben we nog veel authentieks gezien. Maar tegelijkertijd ons steentje bijgedragen aan de toeristisering van het land, vanzelfsprekend.
De laatste dagen in Vietnam. De Ha Long baai. Een sprookjesachtige kust met 2000 eilandjes. We verblijven op het grootste eiland. Strand, wandelen, lekker eten, niets doen. Wat een luxe.
Na onze reis blijven we één nacht in Madrid. Klokje rond slapen om de jetlag te verwerken. Madrid is een rustige provinciestad vergeleken Hanoi en Ho Chi Minh stad. We kijken terug op een fascinerende huwelijksreis. Vietnam heeft een enorme toekomst voor zich, zo menen we. We zagen zoveel dynamiek, zoveel werk- en studieijver, zoveel handelslust, zoveel nieuwsgierige jonge mensen. In de bus naar huis verbazen we ons over de nagenoeg verkeersloze snelweg, de leegte van de Castiliaanse hoogvlakte en het feit dat de chauffeur niet één keer zijn toeter gebruikt.
Posts tonen met het label Madrid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Madrid. Alle posts tonen
maandag 16 januari 2017
zaterdag 19 maart 2016
De schaamte voorbij
Het is het noodlot van elke emigrant: je wordt aangesproken op uitspraken of daden van landgenoten die de internationale pers halen. Ik noem maar wat: de overtredingen van het Nederlandse voetbalteam in de finale van de wereldcup in Zuid-Afrika; uitspraken van Geert Wilders over Marokkanen; demonstraties tegen opvangcentra voor vluchtelingen; het pleiten voor bezuinigingen in Europa door Nederlandse ministers. Natuurlijk heb ik niets te maken met die profvoetballers, extreemrechtse demonstranten of populistische en neoliberale politici. Ik voel me helemaal niet verwant met mensen die wel mijn taal spreken maar ver van mijn denkwereld staan. Toch heb ik soms het gevoel dat ik me moet verantwoorden.
Afgelopen week was het het gedrag van PSV-supporters dat eerst uitgebreid in de Spaanse pers werd belicht en vervolgens nieuwsuitzendingen over de gehele wereld wist te halen. De beelden waren ronduit gênant. Vanaf een terras op het Plaza Mayor in Madrid gooiden de supporters muntstukken op de grond die bedelende zigeunervrouwen met hoofddoekjes graaiend verzamelden. Eén supporter stak omringd door wanhopige vrouwen provocerend een bankbiljet in de fik. Ze lieten de vrouwen push-ups te maken in ruil voor geld. Nou moeten individuele of groepsdaden niet altijd tot wereldnieuws worden gebombardeerd. Er zijn altijd wel gekken die zich misdragen, zeker in de voetbalwereld. Maar het gedrag van deze Nederlanders leek symbool te staan voor iets groters en veel fundamentelers: de groeiende weerzin tegen de minderbedeelde vreemdeling. De beelden toonden de arrogantie van deze jongeren die zich niet leken te schamen voor hun misplaatste superioriteitsgevoelens. Natuurlijk heeft dat te maken met de zoveel veranderde mentaliteit over minderhedenkwesties. Gesteund door uitspraken van populistische politici, internetfora en treitertelevisieprogramma’s fulmineert men zonder enige terughoudendheid tegen andere rassen, godsdiensten en culturen, iets waarop sinds de Tweede Wereldoorlog toch een zeker taboe heeft geheerst. Het verheerlijken van de eigen stam is in deze onzekere tijden weer de trend geworden.
De dag na de wedstrijd liep ik hier door de buurt met een schoudertas vol paperassen en lesboeken. Ik had een beetje haast, want ik zat net tussen twee lessen Engels in. In de verte zag ik een oudere Spanjaard op me af komen die duidelijk van zins was me aan te spreken. ‘Oh oh’, dacht ik. Ik had deze man als eens ontmoet op een zondagmorgen bij de bakker. Daar had hij me uitgebreid verteld over zijn verleden als emigrant in Nederland of Duitsland, daar wil ik vanaf wezen, want eerlijk gezegd had ik van zijn Spaanse gemurmel bitter weinig begrepen. Ik kon hem onmogelijk ontwijken, want hij begon al van enkele meters afstand tegen me te praten met zinnen waarin ik met moeite de woorden ‘voetbalsupporters’, ‘bedelaars’, ‘Eindhoven’, en ‘belachelijk’ herkende. Niet van zins het gedrag van de supporters ook maar enigszins te vergoelijken antwoordde ik in termen van: ‘Inderdaad, een schande, hoe halen ze het in het hoofd.’ Niet luisterend praatte hij door en langzamerhand begon het tot me door te dringen dat hij niet het gedrag van de PSV-supporters veroordeelde, zoals zovele andere Spanjaarden, maar juist vond dat ze volkomen gelijk hadden: die bedelaars hadden hier niets te zoeken; die kwamen maar naar dit land zonder dat ze probeerden werk te vinden. Dit was eigenlijk nog veel erger dan te worden aangesproken op het wangedrag van mijn landgenoten. Ik wees verontschuldigend op mijn schoudertas en zei: ‘ik moet werken’, en maakte me uit de voeten. Terwijl ik de man achter me hoorde doorpraten besloot ik me nooit meer verantwoordelijk te voelen voor het gedrag of uitlatingen van mensen waar ik weinig mee gemeen heb.
Afgelopen week was het het gedrag van PSV-supporters dat eerst uitgebreid in de Spaanse pers werd belicht en vervolgens nieuwsuitzendingen over de gehele wereld wist te halen. De beelden waren ronduit gênant. Vanaf een terras op het Plaza Mayor in Madrid gooiden de supporters muntstukken op de grond die bedelende zigeunervrouwen met hoofddoekjes graaiend verzamelden. Eén supporter stak omringd door wanhopige vrouwen provocerend een bankbiljet in de fik. Ze lieten de vrouwen push-ups te maken in ruil voor geld. Nou moeten individuele of groepsdaden niet altijd tot wereldnieuws worden gebombardeerd. Er zijn altijd wel gekken die zich misdragen, zeker in de voetbalwereld. Maar het gedrag van deze Nederlanders leek symbool te staan voor iets groters en veel fundamentelers: de groeiende weerzin tegen de minderbedeelde vreemdeling. De beelden toonden de arrogantie van deze jongeren die zich niet leken te schamen voor hun misplaatste superioriteitsgevoelens. Natuurlijk heeft dat te maken met de zoveel veranderde mentaliteit over minderhedenkwesties. Gesteund door uitspraken van populistische politici, internetfora en treitertelevisieprogramma’s fulmineert men zonder enige terughoudendheid tegen andere rassen, godsdiensten en culturen, iets waarop sinds de Tweede Wereldoorlog toch een zeker taboe heeft geheerst. Het verheerlijken van de eigen stam is in deze onzekere tijden weer de trend geworden.
De dag na de wedstrijd liep ik hier door de buurt met een schoudertas vol paperassen en lesboeken. Ik had een beetje haast, want ik zat net tussen twee lessen Engels in. In de verte zag ik een oudere Spanjaard op me af komen die duidelijk van zins was me aan te spreken. ‘Oh oh’, dacht ik. Ik had deze man als eens ontmoet op een zondagmorgen bij de bakker. Daar had hij me uitgebreid verteld over zijn verleden als emigrant in Nederland of Duitsland, daar wil ik vanaf wezen, want eerlijk gezegd had ik van zijn Spaanse gemurmel bitter weinig begrepen. Ik kon hem onmogelijk ontwijken, want hij begon al van enkele meters afstand tegen me te praten met zinnen waarin ik met moeite de woorden ‘voetbalsupporters’, ‘bedelaars’, ‘Eindhoven’, en ‘belachelijk’ herkende. Niet van zins het gedrag van de supporters ook maar enigszins te vergoelijken antwoordde ik in termen van: ‘Inderdaad, een schande, hoe halen ze het in het hoofd.’ Niet luisterend praatte hij door en langzamerhand begon het tot me door te dringen dat hij niet het gedrag van de PSV-supporters veroordeelde, zoals zovele andere Spanjaarden, maar juist vond dat ze volkomen gelijk hadden: die bedelaars hadden hier niets te zoeken; die kwamen maar naar dit land zonder dat ze probeerden werk te vinden. Dit was eigenlijk nog veel erger dan te worden aangesproken op het wangedrag van mijn landgenoten. Ik wees verontschuldigend op mijn schoudertas en zei: ‘ik moet werken’, en maakte me uit de voeten. Terwijl ik de man achter me hoorde doorpraten besloot ik me nooit meer verantwoordelijk te voelen voor het gedrag of uitlatingen van mensen waar ik weinig mee gemeen heb.
Labels:
El Bierzo,
guiri,
Madrid,
Ponferrada,
PSV
vrijdag 27 september 2013
Parallelle werelden
Soms zou je
wel willen dat er parallelle werelden waren waar je tussen heen en weer kon
reizen, gewoon om eens te zien hoe een andere beslissing zou hebben uitgepakt.
Van de wereld waar je ‘ja’ hebt geantwoord naar een wereld waar je ‘nee’ hebt
gezegd. Van de wereld waar je op die splitsing rechtsaf bent gegaan naar een
wereld waar je linksaf bent geslagen. Van een Europa waar Merkeliaanse
bezuinigingen de boventoon voeren naar een Europa met een Keynesiaans
stimuleringsbeleid. En heel sterk voelde ik de behoefte te kunnen reizen tussen
parallelle werelden op een maandagmorgen in A Coruña, toen ik in een café de
krant ABC las over de toewijzing van de Olympische Spelen van 2020 aan Tokio in
plaats van aan Madrid.
Terwijl ik daar
wachtte op mijn café con leche, telde
ik het aantal pagina’s vol verontwaardiging dat aan de afwijzing van Madrid
gewijd was. Dat waren er zeker 25. Alle columnisten waren het erover eens: het
ontbreekt de IOC aan transparantie; het is lang niet altijd de beste kandidaat die
de Olympische Spelen krijgt toegewezen; de uitverkiezing is een loterij met een
zweem van corruptie. En toen werd ik toch wel heel erg benieuwd naar die
parallelle wereld waarin Madrid de Olympische Spelen toegewezen had gekregen en
het ABC daaraan waarschijnlijk nog veel meer dan 25 pagina’s gewijd zou hebben
met columns die, naar ik vermoed, al van tevoren geschreven waren in de
zekerheid dat drie keer op een rij afgewezen worden wel heel erg
onwaarschijnlijk zou zijn. Op de één of andere manier had ik niet de indruk dat
de krant dan vol zou staan met relativerende opmerkingen zoals: Madrid heeft
dan wel gewonnen, maar dat zegt helemaal niets, want het is allemaal maar een
loterij met een zweem van corruptie en bovendien is de IOC volkomen
intransparant. Ik had een donkerbruin vermoeden dat deze conservatieve,
regeringsgetrouwe krant in de toewijzing een bewijs zou hebben gezien dat,
dankzij het bezuinigingsbeleid van Rajoy, het vertrouwen in Spanje hersteld is,
niet alleen op de financiële markten, maar nu ook binnen de internationale
sportgemeenschap.
De meer
progressieve media waren vooral kritisch naar Spanje zelf. De afwijzing zou
wellicht te wijten zijn aan de de dopingschandalen, de slechte vooruitzichten
van de economie en natuurlijk de corruptieschandalen waarin de regeringspartij
verwikkeld is. Ach, was het maar waar dat de IOC zich door morele waarden liet
leiden. Ook circuleerden er in de sociale media berichten over het wanhopige Engels
van de burgemeester van Madrid, Ana Botella, de vrouw van ex-president Aznar,
die nu ook wel gekscherend Annie Bottle wordt genoemd (botella = fles). Toen ik
in Ponferrada weer een computer met internetaansluiting tot mijn beschikking
had, zocht ik verlekkerd naar haar zoveel geparodieerde toespraak aan de leden
van de IOC. Eigenlijk was de toespraak minder erg dan ik dacht. Goed, ze heeft
een bijzonder zwaar accent, maar wie ben ik om daar wat over te zeggen. Ze lijkt
ze ook niet helemaal te weten wat ze zegt en haar mimiek en intonatie zijn
ronduit vreselijk (enfin: kijk zelf maar HIER). Maar de tekst vond ik eigenlijk dik in orde; vast voor veel geld
geschreven door één of andere Engelstalige marketingdeskundige. Waar de meeste
Spanjaarden over vielen waren de woorden: a
relaxing cup of café con leche in Plaza Mayor. Dat werd werkelijk overal
geparodieerd. Ik hoorde het de mensen op de terrassen in Ponferrada napraten,
zonder dat ik het idee had dat hun Engels zoveel beter was dan dat van Annie
Bottle. Ja, in het kader van de inburgering heb ook ik me schuldig gemaakt aan dergelijke
flauwe grappen. Die week dronken wij niet alleen relaxing cups of café con leche, maar ook de cervezas, de copas de vino,
ja, zelfs las croquetas waren relaxing.
Toch begrijp
ik niet goed waarom die relaxing cup of
café con leche zoveel hilariteit veroorzaakte bij de Spanjaarden. Vinden
zij dat de combinatie van Engels met Spaans niet kan? In het Nederlands zeg ik
ook: ‘Kom, we nemen eens een lekkere café
con leche.’ Café con leche is immers
niet zomaar een kopje koffie met melk. Misschien vinden de Spanjaarden koffie
helemaal niet relaxing vanwege de cafeïne.
Of denken zij aan de prijs van een café
con leche op de Plaza Mayor in Madrid die indaad weinig relaxing is. Maar voor een toerist in
Madrid hoort het er allemaal bij: een café
con leche op de Plaza Mayor, een romantisch diner in het Madrid de los Austrias;
allemaal gedaan en van genoten. Madrid is een fijne stad, die wellicht een
betere vertegenwoordiging verdiende dan deze burgemeester, maar dat de
geldverslindende Spelen aan Spanje voorbij gaan, lijkt mij voor de financiën
van het land een zegen. Maar goed, dan kun je alleen maar zeker weten als je
een kijkje kunt nemen in die parallelle wereld waarin Annie Bottle de harten
van de IOC-leden heeft weten te betoveren.
Abonneren op:
Posts (Atom)






