Posts tonen met het label A Coruña. Alle posts tonen
Posts tonen met het label A Coruña. Alle posts tonen

woensdag 28 februari 2018

Naar de bioscoop

We zijn een weekeinde in A Coruña. Het regent. Vanzelfsprekend. Je kunt niets anders verwachten in februari in Galicië. Het maakt ons niet veel uit. Dit is een cultureel uitstapje. Gisteren waren we naar een fantastisch flamencoconcert. En vandaag gaan we naar de bioscoop. In een universiteitsstad als A Coruña is het aanbod vast uitgebreider dan in Ponferrada, waar er alleen een bioscoop is in het overdekte winkelcentrum. We consulteren de filmladder op internet. ‘We kunnen naar La Librería van Isabel Coixet gaan,’ zegt Ana. Ik kijk haar weifelend aan. ‘Dat is een Engelstalige film,’ zeg ik, ‘en je weet dat ik niet hou van die Spaanse nasynchronisaties.’ ‘Het is de originele versie,’ antwoordt Ana enthousiast. Het pleit is beslecht. La Librería, of liever gezegd The Bookshop, zal het zijn. We trekken onze jassen aan, pakken de paraplu en verlaten de hotelkamer. Met behulp van Google Maps lopen we in de richting van waar de bioscoop moet zijn.

Vorige week zagen op de televisie hoe La Librería de Goya voor de beste Spaanse film van 2017 won. Er zijn weinig programma’s zo saai als een gala waarin mensen uit de filmwereld die een onderscheiding ontvangen menen al hun familieleden en leden van het team te moeten bedanken voor de steun. Dit jaar was het een beetje spannender; we waren nieuwsgierig naar hoe er zou worden omgegaan met de #MeToo-beweging en het feminisme in het algemeen. Voor veel vrouwen was de dress code zwart, maar daar deed Isabel Coixet, hoewel uitgesproken feministisch, niet aan mee. Het is een eigengereide Catalaanse regisseuse, die Engelstalige films maakt en wars is van het nationalisme dat haar regio in de greep heeft.

De Spaanse filmindustrie is over het algemeen van hoog niveau, vind ik. Eén van de weinige programma’s die we regelmatig op de publieke zender van de televisie bekijken is Historia de Nuestro Cine, waarin een paar keer week een Spaanse film wordt vertoond. Behalve de kwantiteit valt ook de kwaliteit erg op. In Nederland zou een dergelijk programma na vijf weken al in herhalingen moeten vallen. Toen ik nog in Amsterdam woonde, greep ik elke gelegenheid aan om Spaanse films te zien, zoals die fantastische films Vacas en La Ardilla Roja van Julio Medem. Ik deed dit om mijn Spaans te verbeteren en om meer te leren over de cultuur van mijn favoriete vakantiebestemming. Nou moet je dat leren over andere culturen door het kijken van films niet overschatten. Als je veel Amerikaanse films ziet, kun je indruk krijgen dat daarginder op de wegen regelmatig spectaculaire achtervolgingen plaatsvinden. Wie veel Nederlandse films bekijkt kan de illusie hebben dat Nederlandse vrouwen op de meest opgepaste momenten hun borsten ontbloten. En veel Spaanse films geven de indruk dat er in de dorpen altijd een broeierige spanning heerst vanwege één of andere verzwegen traumatische gebeurtenis uit het verleden. Nou, dat laatste is minder ver van de waarheid verwijderd.

Al pratend over de films die we al hebben gezien of die we nodig eens moeten zien, lopen we door de natgeregende straten van A Coruña. We kijken nog eens om ons heen. Waar zijn we in godsnaam? En waar is die vervloekte bioscoop? We consulteren Google Maps. Op tweehonderd meter hier vandaan moet het zijn. Een voorbijganger herkent onze wanhoop en vraagt of hij ons kan helpen. ‘We zoeken de bioscoop Yelmo,’ zeggen we. Hij wijst op een donker gebouw aan de overkant van een drukke straatweg. ‘Daar in het winkelcentrum is het.’ We bedanken hem, steken over en vinden de ingang. Als we de deur opendoen komt ons een walm van pizza’s en hamburgers tegemoet. Overal klinken de schrille kreten van spelende kinderen. Op regenachtige zondagmiddagen blijkt het winkelcentrum als overdekte kinderspeelplaats gebruikt te worden. We kopen onze kaartjes en zetten ons in de zaal. Ik fluister in Ana’s oor dat dit soort ervaringen me terug doen verlangen naar bioscopen als The Movies in Amsterdam. ‘Maar een paar jaar geleden hadden wij ook buurtbioscopen in Ponferrada,’ zegt ze, ‘eentje was tegenover ons huis: Hollywood; het staat nu te koop.’ We zwijgen. Ik vraag me af of het haalbaar zou zijn de bioscoop weer te openen, met alleen films in de originele versie. Maar dan begint de film The Bookshop, die ons meevoert ver van het winkelcentrum vandaan, naar een dorpje aan de Engelse kust in de jaren 50, waar een vrouw met nogal wat problemen wordt geconfronteerd als zij een boekwinkel wil openen.


vrijdag 22 december 2017

De avonturen van het brilletje van de kleine Ana

Ik ben er uiteindelijk toch maar aan mee gaan doen: het verzenden van emoji in plaats van een tekstbericht. Soms is het gewoon wel gemakkelijk. Je wilt een einde maken aan een chat-conversatie; iemand bedanken voor iets onbenulligs of een compliment maken voor een flauwe grap. Je vindt de juiste woorden niet. Je zendt het zonnegezichtje met de glimlach. Of, zoals ik wel pleeg te doen, een bosje bloemen. Dat is eigenlijk gewoon luiheid. Het bosje bloemen is de eerste emoji die op mijn mobieltje verschijnt.

Zoals bijna alle kale mannen met een blij gemoed lijk ik best wel een beetje op de zo’n smiley. Het zonnetje in huis. En dat was helemaal het geval toen ik een roze zonnebrilletje met hartjesvormige glazen droeg. Het was volgens mij nog voordat de emoji met de hartjesbril of –ogen populair werd. Ik koester de stille hoop dat ik er model voor heb gestaan. Maar waarom droeg ik zo’n belachelijk brilletje? Dat ga ik hier vertellen.

Het was een paar jaar geleden. Ik woonde al in Ponferrada, maar keerde regelmatig terug naar Nederland om enkele weken te werken als leraar economie en statistiek op een Rotterdamse business school. Deze keer reisde ik in het weekeinde eerst met mijn vrouw naar Salamanca voor een bezoek aan mijn schoonzus, haar man en ons nichtje Ana van toentertijd zes, denk ik. Het was december, maar toch mooi weer. Terwijl mijn vrouw en haar zus op zaterdag gingen winkelen, nam ik mijn nichtje mee naar de speeltuin. Ze droeg haar favoriete zonnebrilletje met een roze hartjesvormig montuur. Al gauw was het brilletje lastig toen ze het klimrek opging. Ze gaf het aan mij en ik stak het in mijn jaszak.

En ik het vond het brilletje van de kleine Ana pas weer toen ik op zondagmorgen op het vliegveld Barajas van Madrid mijn zakken controleerde voordat ik door de douane ging. Wat nu te doen? Ik pakte mijn mobiel voor een Whatsapp-berichtje aan de ouders waarin ik de situatie uitlegde, met een bosje bloemen erbij natuurlijk, maar bedacht toen dat het grappiger was om het brilletje op te zetten en een selfie te sturen. Dat zou de kleine Ana leuk vinden. Daarna besloot ik selfies te maken gedurende mijn verblijf in Nederland en deze naar Salamanca te zenden, een beetje in navolging van de film Amelie, waarin iemand een tuinkabouter van een oude man steelt en vervolgens foto’s opstuurt van de tuinkabouter op de meest exotische plekken van de wereld. De volgende dag nam ik een foto op de terugweg vanuit mijn werk in Rotterdam een foto in de trein ergens in de buurt van Leiden. Eigenlijk kwam ik als dagelijkse forens tussen Amsterdam en Rotterdam helemaal niet op veel spectaculaire plekken voor foto’s en ’s winters is het in Nederland vroeg donker. Een vriend van me nam nog een foto van me bij het Centraal Station in Amsterdam met de Schreierstoren op de achtergrond, maar het cameraatje van mijn mobiele telefoon was niet echt tot nachtfoto’s in staat. Op een gegeven moment was het afgelopen met de avonturen van het brilletje, toen het toch iets te klein bleek voor mijn volwassen hoofd en één van de poten brak.

Eenmaal terug in Ponferrada vond ik de foto van mezelf in de trein best grappig. Die tegenstelling tussen dat brilletje en mijn ernstige blik, die overigens voortkwam uit het feit dat het maken van een selfie mijn volledige concentratie behoefde. Ik gebruikte de foto voor mijn facebook-profiel en voor nog wat sociale media. De reacties van mijn vrienden en familie waren wisselend, van ‘dat is nou eens een mooie positieve foto’, tot ‘snel veranderen die profielfoto, hoor.’ Dat laatste deed ik nooit en ik vergat de foto een beetje.

Een paar maanden geleden werd ik tot mijn grote verbazing uitgenodigd voor een oriënterend sollicitatiegesprek. Het ging om een exportbedrijf in A Coruña, niet echt naast de deur, maar wel dichterbij dan Rotterdam. Mijn idee was dat ik, nadat ik het bedrijf zou hebben overtuigd van mijn onmiskenbare kwaliteiten, wellicht zou kunnen afdwingen om twee dagen per week te werken, op donderdag en vrijdag bijvoorbeeld, en de rest van de week vanuit huis. Per slot van rekening zijn de Nederlandssprekenden in Galicië niet echt dicht bezaaid. Het sollicitatiegesprek ging via Skype. Ik had een net overhemd aangetrokken en ervoor gezorgd dat op de achtergrond dikke economie- en statistiekboeken op de boekenplank prijkten. Voor de spiegel had ik een paar keer de uitspraak van de Spaanse Z en C geoefend: ‘¡Cerveza!’ Die baan had ik al zo goed als in mijn zak, dacht ik. De eerste vraag die ze me stelden was: ‘Ik zie een foto van een ernstig kijkende man met een roze brilletje op met een hartvormig montuur. Bent u dat?
Ik heb na dat gesprek nooit meer iets van het bedrijf gehoord.

Ana's brilletje bij Leiden

Ana's brilletje bij het CS van Amsterdam

vrijdag 27 september 2013

Parallelle werelden

Soms zou je wel willen dat er parallelle werelden waren waar je tussen heen en weer kon reizen, gewoon om eens te zien hoe een andere beslissing zou hebben uitgepakt. Van de wereld waar je ‘ja’ hebt geantwoord naar een wereld waar je ‘nee’ hebt gezegd. Van de wereld waar je op die splitsing rechtsaf bent gegaan naar een wereld waar je linksaf bent geslagen. Van een Europa waar Merkeliaanse bezuinigingen de boventoon voeren naar een Europa met een Keynesiaans stimuleringsbeleid. En heel sterk voelde ik de behoefte te kunnen reizen tussen parallelle werelden op een maandagmorgen in A Coruña, toen ik in een café de krant ABC las over de toewijzing van de Olympische Spelen van 2020 aan Tokio in plaats van aan Madrid.

Terwijl ik daar wachtte op mijn café con leche, telde ik het aantal pagina’s vol verontwaardiging dat aan de afwijzing van Madrid gewijd was. Dat waren er zeker 25. Alle columnisten waren het erover eens: het ontbreekt de IOC aan transparantie; het is lang niet altijd de beste kandidaat die de Olympische Spelen krijgt toegewezen; de uitverkiezing is een loterij met een zweem van corruptie. En toen werd ik toch wel heel erg benieuwd naar die parallelle wereld waarin Madrid de Olympische Spelen toegewezen had gekregen en het ABC daaraan waarschijnlijk nog veel meer dan 25 pagina’s gewijd zou hebben met columns die, naar ik vermoed, al van tevoren geschreven waren in de zekerheid dat drie keer op een rij afgewezen worden wel heel erg onwaarschijnlijk zou zijn. Op de één of andere manier had ik niet de indruk dat de krant dan vol zou staan met relativerende opmerkingen zoals: Madrid heeft dan wel gewonnen, maar dat zegt helemaal niets, want het is allemaal maar een loterij met een zweem van corruptie en bovendien is de IOC volkomen intransparant. Ik had een donkerbruin vermoeden dat deze conservatieve, regeringsgetrouwe krant in de toewijzing een bewijs zou hebben gezien dat, dankzij het bezuinigingsbeleid van Rajoy, het vertrouwen in Spanje hersteld is, niet alleen op de financiële markten, maar nu ook binnen de internationale sportgemeenschap.

De meer progressieve media waren vooral kritisch naar Spanje zelf. De afwijzing zou wellicht te wijten zijn aan de de dopingschandalen, de slechte vooruitzichten van de economie en natuurlijk de corruptieschandalen waarin de regeringspartij verwikkeld is. Ach, was het maar waar dat de IOC zich door morele waarden liet leiden. Ook circuleerden er in de sociale media berichten over het wanhopige Engels van de burgemeester van Madrid, Ana Botella, de vrouw van ex-president Aznar, die nu ook wel gekscherend Annie Bottle wordt genoemd (botella = fles). Toen ik in Ponferrada weer een computer met internetaansluiting tot mijn beschikking had, zocht ik verlekkerd naar haar zoveel geparodieerde toespraak aan de leden van de IOC. Eigenlijk was de toespraak minder erg dan ik dacht. Goed, ze heeft een bijzonder zwaar accent, maar wie ben ik om daar wat over te zeggen. Ze lijkt ze ook niet helemaal te weten wat ze zegt en haar mimiek en intonatie zijn ronduit vreselijk (enfin: kijk zelf maar HIER). Maar de tekst vond ik eigenlijk dik in orde; vast voor veel geld geschreven door één of andere Engelstalige marketingdeskundige. Waar de meeste Spanjaarden over vielen waren de woorden: a relaxing cup of café con leche in Plaza Mayor. Dat werd werkelijk overal geparodieerd. Ik hoorde het de mensen op de terrassen in Ponferrada napraten, zonder dat ik het idee had dat hun Engels zoveel beter was dan dat van Annie Bottle. Ja, in het kader van de inburgering heb ook ik me schuldig gemaakt aan dergelijke flauwe grappen. Die week dronken wij niet alleen relaxing cups of café con leche, maar ook de cervezas, de copas de vino, ja, zelfs las croquetas waren relaxing.

Toch begrijp ik niet goed waarom die relaxing cup of café con leche zoveel hilariteit veroorzaakte bij de Spanjaarden. Vinden zij dat de combinatie van Engels met Spaans niet kan? In het Nederlands zeg ik ook: ‘Kom, we nemen eens een lekkere café con leche.’ Café con leche is immers niet zomaar een kopje koffie met melk. Misschien vinden de Spanjaarden koffie helemaal niet relaxing vanwege de cafeïne. Of denken zij aan de prijs van een café con leche op de Plaza Mayor in Madrid die indaad weinig relaxing is. Maar voor een toerist in Madrid hoort het er allemaal bij: een café con leche op de Plaza Mayor, een romantisch diner in het Madrid de los Austrias; allemaal gedaan en van genoten. Madrid is een fijne stad, die wellicht een betere vertegenwoordiging verdiende dan deze burgemeester, maar dat de geldverslindende Spelen aan Spanje voorbij gaan, lijkt mij voor de financiën van het land een zegen. Maar goed, dan kun je alleen maar zeker weten als je een kijkje kunt nemen in die parallelle wereld waarin Annie Bottle de harten van de IOC-leden heeft weten te betoveren.