Posts tonen met het label Osdorp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Osdorp. Alle posts tonen

zaterdag 11 maart 2017

De verzwegen anekdote

Ik was er vroeg bij dit jaar. Het duurde vrij lang voordat ik mijn stembescheiden via email en de post had binnengekregen, maar toen het twee weken geleden zo ver was ging ik eerst naar de papierwinkel Ofimay voor het uitdraaien van mijn stembiljet en vervolgens naar het postkantoor aan de overkant van de straat om de envelop te versturen.

Ik woon nu al bijna acht jaar in Spanje, maar ben nog voldoende Nederlander om aan de Nederlandse verkiezingen te mogen meedoen en voel me vooral voldoende Europeaan om mijn pro-Europese progressieve gematigde stem niet verloren te laten gaan, nu zoveel landen geteisterd worden door electoraal vandalisme. Alleen Spanje lijkt te ontsnappen aan deze tendens. Hier is geen noemenswaardige rechts-populistische anti-Europese anti-immigratiepartij actief. Volgens sommigen is dat omdat de herinnering aan de rechtse Franco-dictatuur met al de holle nationalistische retoriek van dien nog te vers in het geheugen ligt; zelf denk ik dat het komt omdat mijn blog hier zoveel gelezen wordt; enfin, de waarheid zal wel weer ergens in het midden liggen.

Het is alweer een tijdje geleden dat ik voor het laatst in Nederland was. Dat was in september van het afgelopen jaar, toen ik bij mijn goeie ouwe Ome Jaap in Osdorp logeerde. Daar had ik de vreemde gewaarwording dat er op de TV door politici en commentatoren tijdens de Algemene Beschouwingen gedebatteerd werd over de wantoestanden die in het rijke Nederland zouden heersen, terwijl ik door het raam zag hoe de bewoners van deze multiculturele wijk langs de gracht in het najaarszonnetje aan het wandelen, fietsen en joggen waren. De dierenambulance redde een gewonde zwaan uit de gracht. De Marokkaanse vrouw van de thuishulp was in de slaapkamer bezig het bed van mijn oom op te maken.

De zondag daarna fietste ik ’s middags via het Vondelpark de binnenstad in omdat een oude vriendin van me haar 50ste verjaardag vierde. Het was de perfecte gelegenheid om vele oude bekenden weer eens te zien. En daar moest natuurlijk uitgebreid bij gedronken worden. In Spanje drink ik eerlijk gezegd minder dan in Nederland; hier zijn vier pilsjes op een avond hooguit het geval als ik op een donderdagavond in het kader van guiris’ night met mijn Engelstalige vrienden op stap ga. Pas toen ik na afloop van het feest naar mijn fiets waggelde en moeite had het slot los te krijgen, besefte ik dat ik zwaar aangeschoten was. Het was ook veel te laat geworden; de trams reden niet meer en taxi’s zijn in Nederland onbetaalbaar, dus dan toch maar op de fiets, zwaar geconcentreerd om het slingeren zoveel mogelijk binnen de perken te houden. En dat lukte wonderwel. Sommige mensen zullen het onverstandig vinden om in beschonken toestand ’s nachts van Amsterdam centrum naar Osdorp te fietsen, dwars door de migrantenwijk Amsterdam-West heen, maar ik ben in deze wijk opgegroeid en voel me er ondanks de vele veranderingen nog steeds thuis. Bij een kruising vlakbij de Sloterplas gebeurde het. Ik stopte voor een auto, mijn voet raakte beklemd tussen pedaal en frame, het is ook ronduit belachelijk hoe weinig ruimte daar is voor het vrij bewegen van je voeten, en ik viel languit op de grond. De auto stopte en een jongeman kwam uit de auto en vroeg met een licht Arabisch accent: ‘Ish allesh goed, mehneer? Beschaamd stond ik op en mompelde iets als ‘jawel, dank je’, en begon weer mijn fiets te bestijgen. Hij keek mij nog even verontrust aan en liep vervolgens hoofdschuddend terug naar zijn auto.

Dit zou natuurlijk een anekdote van niets moeten zijn; dronken man valt van fiets, iemand vraagt of het goed gaat, maar in deze turbulente tijden hebben we misschien wel behoefte aan wat positief nieuws. Ik heb deze anekdote tot nu toe eerlijk gezegd een beetje verzwegen uit een soort trots op mijn nationale identiteit. Een echte Nederlander valt niet van zijn fiets, ook niet als hij gedronken heeft. Maar ja, ik ben de afgelopen jaren toch een beetje in Spanje ingeburgerd, en Spanjaarden, het is bekend, vallen in Amsterdam nu eenmaal regelmatig van hun huurfiets.

De dag erna gingen we met de familie lunchen op een terrasje in de buurt en dat deden we bij een Turks eethuisje op de Osdorperban. De oude man die ons bediende sprak alleen maar Turks, maar daar konden we niet mee zitten; de kaart was in het Nederlands en bovendien met foto’s. Dat hij geen alcohol serveerde, kwam mij op dat moment eigenlijk best goed uit. Mijn schoonzus en ik bestelden een rode linzensoep; mijn broer en oom een kippensoep. Het was heerlijk.

tevreden Nederlanders in Osdorp

zondag 27 december 2015

Kerst 2015

Ook dit jaar breng ik de maanden december en januari in Nederland door. Even bijbeunen op de business school, zeg ik graag gekscherend tegen mijn vrienden om mijn tijdelijke terugkeer in hun gelederen te verklaren. Even mijn oude vak als economie- en statistiekleraar (lecturer economics and statistics klinkt beter) uitoefenen om het gevoel niet kwijt te raken. En natuurlijk en passant ook mijn familieleden en Nederlandse vrienden te zien, mijn stamkroeg Scharrebier te bezoeken en een potje te voetballen bij mijn geliefde club afc TABA.

Ik logeer hier bij mijn ome Jaap in Osdorp. We doen niet echt aan kerst. We hebben geen boom gekocht. Als kind vond ik dat geweldig. Zo’n boom kopen bij een straatverkoper, het liefst de allergrootste natuurlijk, en dan naar huis dragen en daar optuigen. De eerste dagen rook het hele huis naar het dennenbos. En na de kerst was er de traditie van de kerstboomfikken. In Spanje zie je geen kerstboomverkopers op straat. Daar doet men meer aan kerststallen. Thuis, in winkeletalages, en zelfs worden ze zo hoog mogelijk een berg opgedragen om daar in de sneeuw achtergelaten te worden.

Een ander verschil in de kersttraditie zijn de kerstkaarten. In Nederland liggen de winkels vol; in Spanje zijn ze sporadisch aanwezig. ‘Haal maar 40 kerstpostzegels en kaarten voor me,’ zei mijn oom me toen ik vroeg of hij nog iets nodig had. Daarna had hij uren werk met het schrijven. Deed mij ook aan vroeger denken. Met de agenda in de hand kerstkaarten schrijven. In de loop der jaren begon ik het steeds meer als verloren tijd, moeite en geld te beschouwen. Ik schreef alleen nog maar aan mensen die mij schreven. Met het gestage verdwijnen van de generatie van mijn ouders werden dat er steeds minder. De komst van internet heeft de laatste papieren kerstkaarten uit mijn leven doen verdwijnen, terwijl het verschijnsel digitale kerstkaart zijn intrede deed. Ik ontvang van alle kanten wenskaarten: via Facebook, via email, via Whatsapp. Ja, ook wij hebben een kaartje gemaakt. Je moet wel. Iedereen doet het, zelfs de Spanjaarden. Bovendien is het eigenlijk best leuk; een beetje creativiteit en niet dat gedoe met postzegels en kaarten. Mijn oom is het daar niet mee eens. Hij schrijft zich liever een kromme hand dan dat hij toe zou geven dat internet een voordeel kan hebben.

Enfin, in zowel Spanje als Nederland heeft de digitale wenskaart wel een indrukwekkende opmars gemaakt, en hierbij dus onze bijdrage aan dit fenomeen. Zelfgemaakt door mijn vrouw Ana en ik, waarbij ik niet zonder trots kan vermelden dat ik de tekst heb verzonnen. Het is eigenlijk alleen een nieuwjaarskaart. Met oud en nieuw heb ik meer dan met Kerst. Goede voornemens en zo. Over enkele dagen, als de laatste seconden van het jaar 2015 wegtikken, zal ik met mijn vrouw Ana en mijn oom hier in Osdorp voor het raam staan te wachten tot verderop in het centrum van Amsterdam het vuurwerk losbarst. Dan zullen we proosten, mijn vrouw en ik, op onze toekomst in Spanje. Want voor mij is Nederland oud en tamelijk zorgwekkend; een relatief welvarend land met grote weerstand die welstand te delen met bijvoorbeeld oorlogsvluchtelingen. Spoken uit een duister verleden lijken er weer rond te waren. Nieuw en hoopgevend is voor mij Spanje, waar de laatste verkiezingsuitslag uitzicht heeft gegeven op een iets betere toekomst. Laat het zo zijn.
Gelukkig 2016!

dinsdag 30 september 2014

Aangelegde natuur

Als ik hier vanuit het huis van mijn oom in Osdorp uit het raam kijk zie ik dat ze aan de overkant van de vijver aan het werk zijn. De oever wordt afgegraven en in het midden van de vijver wordt een hele rij palen in de modder geramd door een op een wankel bootje balancerende hijskraan. Gisteren liep ik er heen om eens te lezen wat er op het in het park geplaatst bord stond: ‘Hier werkt Amsterdam aan natuurvriendelijke oevers’. De natuur wordt er aangelegd. Zoals heel Nederland is aangelegd. Eén groot park, eigenlijk. Als er ergens natuur verdwijnt vanwege een bouwproject zoals IJburg, dan wordt er elders ‘compensatienatuur’ gecreëerd. Met afkalvende oevers natuurlijk, of met de onvermijdelijke vrij rondlopende oerossen.

Overigens is er in het overvolle Nederland volop fauna aanwezig. Als ik alleen al uit het raam kijk zie ik vanuit de luie stoel zeker een tiental vogelsoorten. In het park aan de overkant struikel je welhaast over de konijnen. Vissers komen helemaal uit Engeland over naar Osdorp omdat hier de karpers te vangen. Alweer een jaar of tien geleden, toen ik zomers nog regelmatig werkte als gids, fietste ik met wat buitenlandse toeristen door de duinen toen ik een vos zag lopen. Ik stopte om de groep te wijzen op deze bijzondere waarneming. De vos kwam naar ons toe en begon te bedelen. Natuur in Nederland.

Hoe anders is de natuurbeleving in El Bierzo. Rond Ponferrada is het landschap rommelig. De stad gaat langzaam over in een woest berglandschap. Bij wandelingen of fietstochten kun je opeens op een illegale vuilnisstort stuiten. Op met de auto bereikbare plekken met een mooi uitzicht op de stad ligt de grond bezaait met lege blikjes, peuken en condooms. Maar zodra je wat verder van de stad verwijderd raakt, wordt het landschap leger. Veel bramen en brem, aangeplante pijnboombossen en soms een eikenbos. Het zit er vol wild. Everzwijnen, reeën, vossen, we hebben zelfs een keer een das gezien. Nog verder van de stad leven beren en wolven. Het is een klein wonder dat al deze dieren de drijfjachten van het najaar overleven. De natuur in El Bierzo wordt nauwelijks beschermd. Datgene wat ruim voorhanden is hoef je niet krampachtig te behouden. Geen hekjes rond het bos. Nee, er wordt volop gejaagd, de paddenstoelen en bosvruchten worden geplukt, op de modderpaden wordt gecrost met motoren. Een populierenbos langs een beek waar je in het voorjaar de wielewalen hoorde zingen, blijkt een jaar later te zijn omgehakt omdat het hout oogstrijp is. Bij langdurig droog weer zijn er altijd wel weer gekken die een berg in de fik steken. Gewoon, voor de kick.

De natuur in El Bierzo is gebruiksnatuur. Al van oudsher. De Romeinen delfden goud en spoelden een hele berg weg waar de goudaders in verborgen zaten. De weggespoelde berg en de overblijfselen van de kanaaltjes waarmee het water vanuit het hooggebergte werd aangevoerd zijn nu belangrijke historische monumenten: Las Medulas. Vlakbij dit moment ontsiert een moderne grote steengroeve het landschap. Bij een fietstocht op de mountainbike door de heuvels tussen Molinaseca en Bembibre kwam ik opeens uit op een open steenkoolgroeve. Een gapend zwart gat in de groene natuur. Toch fascinerend mooi. Op veel heuveltoppen staan windturbines. Felle discussies tussen vogelbeschermers en voorstanders van groene energie, normaalgesproken bondgenoten, vonden plaats over de impact van deze turbines op de populatie auerhoenen in de Berciaanse bossen. Langzamerhand begint ook in Spanje het bewustzijn te groeien dat natuur eindig is, ook al is het nog zo ruim voorhanden.

Ik werp weer een blik door het raam om te kijken of het wat wil vlotten met de natuurvriendelijke oevers. De futen, meerkoeten, waterhoenen, kuifeenden blauwe reigers en aalscholvers lijken geduldig te wachten tot ze eindelijk eens ophouden met die de rust verstorende werkzaamheden.

december 2012

Destijds vergeten dit te plaatsen. Kan nog steeds, zeker nu ik weer even in Amsterdam ben. De aangelegde natuur floreert. Ik heb nu ook zo'n mobiele telefoon met van aller er op en er aan, die iets betere foto's neemt. Leve de vooruitgang.

september 2014
 december 2012

september 2014



maandag 12 november 2012

Weer heen en weer


Gisteravond laat kwam ik op Schiphol aan. Ik was warm gekleed. Een winterjas, een dikke das. Maar dat bleek overdreven. Het was in Amsterdam niet veel kouder dan in Ponferrada. Misschien wel warmer, maar met meer wind.
Een bus bracht me naar het huis van mijn goeie ouwe ome Jaap. Een fijn weerzien, al was het maar kort geleden dat ik hier was. We dronken een borrel en bespraken de laatste gebeurtenissen. De familie. De economie in Spanje en in Nederland. De verkiezingen in de VS. De nieuwe regering in Nederland. We waren het veelal met elkaar eens. Dat voelde goed. We dronken nog een borrel.
Vandaag werd ik lichtelijk verward wakker. Waar was ik? In Nederland dus. Gelukkig hoefde ik vandaag nog niet te werken. Even acclimatiseren. Ontbijten met een bruine boterham met appelstroop. Daarna een gevulde koek. Misschien is het wel waar wat een goede Nederlandse vriendin de vorige keer tegen me zei: ‘Jij bent eigenlijk zo enorm Nederlands!’ Voor de lunch kocht ik bij de visboer wat haringen. De visboer kende me nog. Eigenlijk best speciaal. Dat zowel de visboer in Osdorp als die in Ponferrada me begroeten als een bekende.

Nou is het niet zo dat ik in Spanje het Nederlandse eten erg mis. Goed, er zijn bepaalde zaken die ik erg lekker vind en die in El Bierzo niet te krijgen zijn: zuurkool uit het vat (wel uit een potje), boerenkool, rookworst, haring, gerookte paling, appelstroop. Aan deze zaken eet me dan ook helemaal ongans als ik in Nederland ben. Kraanwater en melk zijn in Nederland beter. Maar volgens mij zijn de meeste etenswaren in Spanje van hogere kwaliteit dan in Nederland. En vaak veel gevarieerder. Neem nu de visboer. In Ponferrada is mijn visboer de vrouw die in de buurtsupermarkt bij de visafdeling werkt. Zij heeft daar een variëteit waar je in Nederland hooguit bij de Albert Cuyp Markt voor terecht kunt. De levende paling leek te ontbreken bij de viswinkels en supermarkten in Ponferrada. De paling was er ‘zo dood als een pier’ zoals mijn moeder vroeger altijd zei als ze de paling beslist weigerde te kopen. Maar laatst ontdekte ik bij de overdekte markt van Ponferrada een stal waar ze ook levende paling hadden. Die kocht ik onmiddellijk. Stoofaal is één van mijn lievelingsgerechten. De visvrouw had duidelijk minder ervaring in het doden van levende paling dan mijn visboer in Osdorp. Het paling ontsnapte uit haar handen en kroop met opgeheven kop over de stelling vol dode vissen heen. Met veel moeite wist de visvrouw het glibberige beest te bemachtigen, legde hem op het hakblok en hakte met gevaar voor eigen handen de kop eraf. Het bloed spatte op haar schort. ‘¿Hoeveel wil je er?’ vroeg ze. ‘Ik hoef er maar drie, hoor,’ antwoordde ik verontschuldigend, waarna het tafereel zich nog twee keer herhaalde. Maar goed, de stoofaal in het groen smaakte er niet minder om.

Op de zelfde overdekte markt zijn de zogenaamde casquerías te vinden; stallen waar ze verkopen wat wij in Nederland slachtafval zouden noemen. Varkenskoppen en –poten, pens, tong, oor, long, hersens, kloten, hart, lever, niertjes, zwezerik, je kunt het zo gek niet bedenken. Regelmatig koop ik er wat plakken verse kalfslever. Ook de zwezerik komt bij ons af en toe op tafel. Niet te vaak, want het schijnt erg ongezond te zijn, zo verzekerde mij de eigenaresse van de casquería zelf. Bij de zelfde stal kocht mijn lieve vriendin een keer een lekkernij waarmee ze vol trost op zaterdagochtend mee van de markt kwam. ‘Kijk, dit is heel lekker,’ zei ze. Ze liet me de overdwars in tweeën gehakte kop van een lammetje zien. Hersens, ogen, tong oortjes, Geen haren, gelukkig. ‘¿Wat ga je er mee doen?’ vroeg ik met een mengeling van afgrijzen en nieuwsgierigheid. ‘¡Wacht maar af!’ De kophelften werden gemarineerd en later in de oven klaargemaakt. Heerlijk.

Maar van dat geschrijf over eten krijg ik trek. Ik kijk over mijn laptop heen naar mijn ome Jaap en vraag: ‘Jaap, zal ik zo de boerenkool maar eens opzetten?’ ‘Lekker!’ antwoordt hij.


zaterdag 24 december 2011

Mijn oude fiets


Vandaag is er iets vreemds gebeurd. Ik zette mijn fiets neer voor de Albert Heijn in Osdorp. Daarna deed ik uitgebreid boodschappen. Spullen voor de Kerstmaaltijd met de Nederlandse familie. En alvast wat zaken om mee naar Spanje te nemen. Stroopwafels. Een rookworst. Een pak boerenkool. Ik zal ze daar straks eens lekker verwennen. Ik kwam met een volle boodschappentas weer buiten, hing de tas over het stuur, en zocht in mijn zakken de sleutel van mijn ringslot. Nergens te vinden. Opeens wist ik zeker: vergeten op slot te doen. En toch was het slot dichtgeschoven. Kwajongenswerk, nam ik aan. En toen gebeurde het vreemde. Ik werd niet kwaad. Ik was niet eens teleurgesteld. Ik nam mijn tas weer in mijn hand en liep op mijn gemak langs de oever van de Sloterplas terug naar het huis van mijn oom. Deze opmerkelijke gelatenheid bij zoveel tegenslag had maar één reden. Mijn oude fiets was op. Nauwelijks meer te gebruiken. Versleten. Verroest. Hij kraakte en piepte. Ik gebruikte hem alleen nog maar voor boodschappen omdat je zo handig een tas aan het stuur kan hangen.

Daar langs de oever van de sloterplas begon ik toch mijn oude fiets al te missen, al was het maar vanwege het gewicht van de tas vol kerstboodschappen in mijn hand. Herinneringen kwamen boven. Wanneer had ik hem ook alweer gekocht? Geen idee, lang geleden. Op de Haarlemmerstraat. Een gloednieuwe fiets. Voor het eerst van mijn leven. Voordien gebruikte ik afdankertjes van vrienden, kocht ik tweedehandsjes of knutselde ik zelf wat in elkaar van fietswrakken. Mijn fietsen stonden ´s nachts altijd buiten. Een nieuwe fiets leek gezien het gevaar van diefstal onbegonnen werk. Nu durfde ik het aan. Wel met drie sloten: een grote ketting, een beugel en een ringslot.

Het was mijn beste fiets tot dan toe. Lange afstanden legde ik er mee af, puur voor het plezier. Ik fietste vanuit het centrum van Amsterdam naar de duinen bij Bloemendaal om de zee te zien, naar de polders in Noord-Holland in het broedseizoen van de grutto´s en de kieviten en naar ´t Gooi als de heide in bloei stond. Op zaterdagen bracht mijn fiets mij naar de voetbalvelden in de wijde omgeving. Doordeweeks arriveerde ik zonder vertragingen op de scholen waar ik lesgaf in Diemen en De Bijlmer. Op maandag werkte ik  vaak in Rotterdam. Normaal gesproken niet te doen op een stadsfiets. Op een ochtend hoorde ik op de radio dat er zuiderstorm zou komen. Als een kind zo blij nam ik de fiets mee in de trein, draaide mijn lesjes economie en statistiek af, en zeilde ‘s avonds op de zuiderstorm naar Amsterdam. Heerlijk!

Maar langzaamaan sloeg het verval toe. Toen ik een keer mijn sleutel van mijn beugel brak, nam ik niet meer moeite om een vervangend slot te kopen. Deze doodordinaire stadsfiets had aan twee sloten genoeg. De afstanden die ik aflegde werden minder. Een noodzakelijke reparatie aan het voortandwiel maakte de fiets definitief trager. De dag dat ik mijn Amsterdamse huis ontruimde verhuisde ik met twee tassen aan mijn stuur en een koffer achterop de bagagedrager mijn laatste bezittingen naar de kelderbox van mijn oom.

Toen ik al mijmerend met de booschappen bij het huis van mijn oom was aangekomen was ervan overtuigd geraakt dat ik deze fiets daar niet zo zielig en alleen voor de Albert Heijn wilde achterlaten. Ik liep weer terug en droeg hem naar een fietsenmaker. Daar werd het ringslotje doorgezaagd. Piepend en krakend reden we richting Sloterplas. En de fiets staat weer in de box in Osdorp trouw te wachten op een volgend bezoek van zijn baasje.

dinsdag 5 april 2011

Terug

Ik schud mijn oom nog een laatste keer de hand en zeg: ´Jaap, nogmaals bedankt voor de gastvrijheid; het was weer fijn om hier te zijn.´ Hij knikt me bemoedigend toe. ´Het was een wederzijds genoegen,´ zegt hij. Ik loop naar de lift. Mijn zware rode koffer draag ik in mijn hand, omdat de wieltjes te veel lawaai maken op de geribbelde vloer van de galerij. Eenmaal buiten zet ik de koffer op de grond en loop over het fietspad richting bushalte. Er schijnt een pril lentezonnetje.

Daar verderop is de straat waar ik de afgelopen maand zo vaak boodschappen heb gedaan. Volop keuze. Maar liefst vier bakkers. Drie mohammedaanse en één Nederlandse. Hoe kan het toch dat die elkaar niet wegconcurreren? Iedere bakker zal zijn eigen publiek hebben. De autochtone Osdorpers halen hun brood en tompoezen bij de Nederlandse bakker. Op zaterdag stonden daar steeds lange rijen. Meestal ging ik naar één van de Turkse bakkers. Croissants en vers wit brood dat snel oud wordt. Net als het Spaanse brood. Mijn lunchpakketje voor vandaag heb ik gemaakt van Hollands volkorenbrood met oude kaas. In dezelfde straat drie Turkse supermarkten met de groenten en het fruit uitbundig uitgestald op straat en binnen een slagerij met producten die ik herkende van de overdekte markt in Ponferrada: koeienstaarten, lamskoppen, zwezerik, niertjes en lever. Alleen geen varkensvlees, vanzelfsprekend. Voor rookworst moest ik naar een Nederlandse winkel.

Bus 63 komt voor de halte tot stilstand. Toch handig, die OV-chipkaart. Geen gerommel meer met strippenkaarten. Voor me in de bus zit een bejaarde Nederlandse vrouw geanimeerd met een gesluierd moslimmeisje te praten. Ze glimlachen en kijken bijna trots, alsof ze willen zeggen: ´Zie je wel, zo kan het ook´. Een vriendelijk gesprek als politieke daad. Vreemd dat zoveel Nederlanders zich opeens verzetten tegen tolerantie en cultuurrelativisme. Angst voor de buitenwereld. Angst voor de moderne tijd. Ze lijken op de ortodoxe moslims die ze zo verfoeien. In Spanje leeft het antimoslim¬sentiment veel minder, volgens mij. En dat terwijl er zo´n brute aanslag is gepleegd in Madrid. Hoe zal dat komen? De Moorse wortels van de Spaanse cultuur? Het verleden als emigratieland? Of gewoon omdat er nog geen partij is die de onvrede weet te mobiliseren?

De trein van Station Lelylaan naar Schiphol doet er slechts tien minuten over. Net genoeg tijd om een sinaasappeltje te eten. Die mag niet mee het vliegtuig in. Ook die appel moet ik snel opeten. Door het raam zie ik de Oeverlanden. Een strookje natuur in het overvolle Nederland. Daar fietste ik gisteren nog. Geen ijsvogels gezien. Wel veel mannen op zoek naar anonieme seks. Toen ik ´s avonds mijn Ome Jaap hierover sprak toonde die zich zoals zo vaak tolerant. ´Daar heeft niemand last van, laat ze hun gang maar gaan.´ ´Als ze maar niet overal condooms neergooien,´ antwoordde ik streng. De natuur ligt me nu eenmaal na aan het hart. Daarna spraken we over het milieu, atoomenergie en klimaatsverandering. Voorlopig mijn laatste goede gesprek in het Nederlands. Wat is het toch fijn als je je heel precies kan uitdrukken.

Langzaam taxiet het vliegtuig naar de startbaan. Heb ik voldoende uit dit bezoek aan Nederland gehaald? Ik heb veel mensen gezien. Vrienden en familie. Nederlands gepraat. Stamppot en haring gegeten. Gefietst. Muziek gemaakt. Slechts tien minuten gevoetbald vanwege een scheut pijn in mijn hemstring. Toch ben ik weer tijd te kort gekomen. Zoals altijd. Een veel te druk programma. En nu lekker naar huis. Ik voel hoe het vliegtuig accelereert en loskomt van de grond.