Posts tonen met het label integratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label integratie. Alle posts tonen

vrijdag 20 september 2013

Waar is thuis?

Toen ik de moeder van één van mijn privéleerlingen vertelde dat er geen lessen zouden zijn tot begin oktober, was haar spontane reactie: ‘¡Wat leuk! ¡Dus je gaat naar huis!’ In lichte verwarring antwoordde ik: ‘Nee, mijn huis staat in Ponferrada’, maar moest onmiddellijk denken aan de TED talk van Pico Iyler getitled Where is home, die ik deze zomer gebruikt had voor een les aan één van mijn betere leerlingen Engels (klik voor deze ted talk HIER).

Ik had deze video niet alleen gekozen omdat het onderwerp me aansprak, maar vooral omdat Pico Iyler (hoe spreek je die naam in godsnaam uit) een Engels spreekt dat voor buitenlanders gemakkelijk is te volgen, misschien wel juist omdat hij de in Engeland geboren en getogen zoon van Indiase emigranten is. Zijn antwoord op de vraag Where is home is diffuus: thuis is waar hij zich op zijn gemak voelt. Hij voelt zich niet verbonden met een land of natie, maar met de groeiende internationale gemeenschap van mensen die van land veranderden en de kinderen daarvan.

In zeker opzicht behoort de moeder van mijn leerling ook tot deze gemeenschap van niet aan een land gebonden personen. Zij is de dochter van twee Bercianen die in de jaren vijftig naar Nederland vertrokken waar ze het grootste gedeelte van haar jeugd doorbracht, tot de familie na de vervroegde pensionering naar het familiehuis in hun dorp terugkeerde. Bij toeval waren Ana en ik de gehele remigrantenfamilie deze zomer tegengekomen tijdens een overigens schitterende wandeling langs diverse bergdorpjes. Zelden heb ik mensen ontmoet die zo enthousiast waren over Nederland. Ze spraken met zichtbaar genoegen enkele woorden Nederlands waar nog steeds een Brabants accent in te herkennen was en leken meer last van heimwee te hebben dan ik. Misschien was dat wel de reden dat de moeder mij de Spaanstalige wiskundebijles aan haar zoon toevertrouwde, waarbij ikzelf waarschijnlijk meer opstak dan de jongen zelf (maar dat gebeurt wel vaker bij mijn lessen).

Maar goed. De opmerking van de moeder: ‘¡Wat leuk, dus je gaat naar huis!’ deed bij mij de vraag rijzen waar mijn huis of thuis dan eigenlijk is. Het is duidelijk dat mijn fysieke huis zich hier in Ponferrada bevindt. Daar staan bijna al mijn bezittingen en, oneindig veel belangrijker, daar woont degene met wie ik de rest van mijn leven wil delen. Maar een andere vraag is: waar voel ik me thuis? Of: waar zou ik het liefst willen wonen?

Toen ik de overstap naar van Nederland naar El Bierzo maakte waren er Spanjaarden die me waarschuwden: ‘Jij hebt een veel te romantisch idee van Spanje. ¡We zijn niet allemaal zo open, hartelijk en vriendelijk als jij denkt!’ Nu ik hier meer dan vier jaar woon en de mensen steeds beter ken en versta, heb ik een veel realistischer beeld van Spanje gekregen. Het is niet alleen zonneschijn; er is ook een schaduwzijde. Onderlinge haat, jaloezie en hebberigheid heb je hier net zo goed als in alle andere samenlevingen. Dergelijke menselijke zwakheden lijken versterkt te worden door de crisis. Wat vroeger een leuke vakantieanekdote opleverde, is nu een dagelijkse ergernis. Ik mopper nu over dezelfde zaken als de Spanjaarden; ook dat vormt onderdeel van het integratieproces.

Maar toch blijf ik hier de vreemdeling, el guiri, el holandés. Soms heb ik het gevoel dat ik me moet verantwoorden voor het gedrag van een Nederlandse voetballer of de uitspraken van een politicus met wie ik werkelijk niets anders gemeen heb dan de nationaliteit. Ook is het zo dat ik me in Nederland in alle opzichten gemakkelijker beweeg. Ik kan me veel nauwkeuriger uitdrukken in de taal, begrijp de humor beter en ben beter in staat situaties of personen in te schatten. Ook fysiek beweeg ik me gemakkelijker in Nederland. Eén van de voordelen van Amsterdam is dat je er zo lekker kan fietsen, en voor reizen naar andere steden is er het zo verguisde maar eigenlijk puike openbaar vervoer. Ik heb geen rijbewijs (en dat zal vast wel zo blijven) en dat is een grote handicap in El Bierzo.

Ook Nederland bekijk ik steeds meer met de ogen van een buitenstaander. Als ik in Amsterdam ben, heb ik het gevoel dat ik op vakantie ben, ook al ga ik er nu heen om te werken.  Maar ook in Ponferrada heb ik nog lang niet het vakantiegevoel verloren. Er is nog zo veel te ontdekken in El Bierzo. En het werk als privédocent aan huis levert vele interessante contacten op. Eigenlijk is het best een fijn gevoel: altijd op vakantie. Eens zien of ik dit de rest van mijn leven kan vasthouden, ongeacht waar mijn huis staat.

dinsdag 5 april 2011

Terug

Ik schud mijn oom nog een laatste keer de hand en zeg: ´Jaap, nogmaals bedankt voor de gastvrijheid; het was weer fijn om hier te zijn.´ Hij knikt me bemoedigend toe. ´Het was een wederzijds genoegen,´ zegt hij. Ik loop naar de lift. Mijn zware rode koffer draag ik in mijn hand, omdat de wieltjes te veel lawaai maken op de geribbelde vloer van de galerij. Eenmaal buiten zet ik de koffer op de grond en loop over het fietspad richting bushalte. Er schijnt een pril lentezonnetje.

Daar verderop is de straat waar ik de afgelopen maand zo vaak boodschappen heb gedaan. Volop keuze. Maar liefst vier bakkers. Drie mohammedaanse en één Nederlandse. Hoe kan het toch dat die elkaar niet wegconcurreren? Iedere bakker zal zijn eigen publiek hebben. De autochtone Osdorpers halen hun brood en tompoezen bij de Nederlandse bakker. Op zaterdag stonden daar steeds lange rijen. Meestal ging ik naar één van de Turkse bakkers. Croissants en vers wit brood dat snel oud wordt. Net als het Spaanse brood. Mijn lunchpakketje voor vandaag heb ik gemaakt van Hollands volkorenbrood met oude kaas. In dezelfde straat drie Turkse supermarkten met de groenten en het fruit uitbundig uitgestald op straat en binnen een slagerij met producten die ik herkende van de overdekte markt in Ponferrada: koeienstaarten, lamskoppen, zwezerik, niertjes en lever. Alleen geen varkensvlees, vanzelfsprekend. Voor rookworst moest ik naar een Nederlandse winkel.

Bus 63 komt voor de halte tot stilstand. Toch handig, die OV-chipkaart. Geen gerommel meer met strippenkaarten. Voor me in de bus zit een bejaarde Nederlandse vrouw geanimeerd met een gesluierd moslimmeisje te praten. Ze glimlachen en kijken bijna trots, alsof ze willen zeggen: ´Zie je wel, zo kan het ook´. Een vriendelijk gesprek als politieke daad. Vreemd dat zoveel Nederlanders zich opeens verzetten tegen tolerantie en cultuurrelativisme. Angst voor de buitenwereld. Angst voor de moderne tijd. Ze lijken op de ortodoxe moslims die ze zo verfoeien. In Spanje leeft het antimoslim¬sentiment veel minder, volgens mij. En dat terwijl er zo´n brute aanslag is gepleegd in Madrid. Hoe zal dat komen? De Moorse wortels van de Spaanse cultuur? Het verleden als emigratieland? Of gewoon omdat er nog geen partij is die de onvrede weet te mobiliseren?

De trein van Station Lelylaan naar Schiphol doet er slechts tien minuten over. Net genoeg tijd om een sinaasappeltje te eten. Die mag niet mee het vliegtuig in. Ook die appel moet ik snel opeten. Door het raam zie ik de Oeverlanden. Een strookje natuur in het overvolle Nederland. Daar fietste ik gisteren nog. Geen ijsvogels gezien. Wel veel mannen op zoek naar anonieme seks. Toen ik ´s avonds mijn Ome Jaap hierover sprak toonde die zich zoals zo vaak tolerant. ´Daar heeft niemand last van, laat ze hun gang maar gaan.´ ´Als ze maar niet overal condooms neergooien,´ antwoordde ik streng. De natuur ligt me nu eenmaal na aan het hart. Daarna spraken we over het milieu, atoomenergie en klimaatsverandering. Voorlopig mijn laatste goede gesprek in het Nederlands. Wat is het toch fijn als je je heel precies kan uitdrukken.

Langzaam taxiet het vliegtuig naar de startbaan. Heb ik voldoende uit dit bezoek aan Nederland gehaald? Ik heb veel mensen gezien. Vrienden en familie. Nederlands gepraat. Stamppot en haring gegeten. Gefietst. Muziek gemaakt. Slechts tien minuten gevoetbald vanwege een scheut pijn in mijn hemstring. Toch ben ik weer tijd te kort gekomen. Zoals altijd. Een veel te druk programma. En nu lekker naar huis. Ik voel hoe het vliegtuig accelereert en loskomt van de grond.