maandag 31 augustus 2020

Een huishouden van Jan Steen

Ik heb er geen statistisch bewijs voor. Misschien is mijn vermoeden gebaseerd op een veel te kleine hoeveelheid waarnemingen. Een steekproef moet voldoende groot zijn, zo vertelde ik in een vorig leven mijn studenten bedrijfsstatistiek. En dan vergelijk ik ook nog twee zeer verschillende grootheden: een middelgrote stad in een kleine regio in het noordwesten van Spanje en de hoofdstad van Nederland. En bovendien baseer ik me op mijn persoonlijke contacten, wat niet bepaald een representatieve steekproef te noemen is. Het kan zijn dat ik vooral keurige Spanjaarden en studentikoze of volkse Nederlanders ken. Ook kan ik niet de mogelijkheid uitsluiten dat vooroordelen een rol spelen. Maar ik heb de indruk dat Spanjaarden, over het algemeen, in het huishouden veel netter zijn dan Nederlanders. 

Hoe ik daarbij kom? Wel, tijdens eerste jaren van mijn verblijf in Ponferrada gaf ik privéles Engels aan huis en kwam ik bij nogal wat inwoners van over de vloer. Dat waren soms alleenstaanden, soms gezinnen met één of meerdere kinderen. Wat me daarbij opviel was dat velen een huishouden voerden waar werkelijk niets op aan te merken viel. Alles stond precies op zijn plek. Geen plukje stof was te bekennen. Je zou er van de vloer kunnen eten. Soms was ik zelfs bang om binnen te komen, zo schoon zag het eruit.  Als ik uiteindelijk aan tafel zat, durfde ik me nauwelijks te bewegen uit angst de uitgebalanceerde ordening der dingen te verstoren.

Nou is het niet zo dat ik mezelf wat het huishouden betreft als representatief beschouw voor alle Nederlanders. Mijn vrijgezellenwoning in Amsterdam had een zekere reputatie. Ik maakte eigenlijk alleen schoon als er visite dreigde te komen. Dat duurde tot ik verkering kreeg met mijn huidige Spaanse vrouw. Toen zij voor de eerste keer bij mij zou komen logeren, had ik het donkerbruine vermoeden dat zij niet helemaal overtuigd zou zijn van mijn huishoudtheorieën, zoals stof verhoogt de lichamelijke weerstand en de douche houdt zichzelf wel schoon. De dag voor haar komst besteedde ik maar liefst een hele middag aan het schoonmaken van met name de douche, die zijn best had gedaan mijn theorie onderuit te halen.

Maar ook als ik kijk naar de huishoudens van mijn Amsterdamse vrienden en familie zie ik een opvallend verschil met Ponferrada. In Nederland liggen her en der kranten of tijdschriften op de tafels en de bank, als er kinderen zijn ligt er overal speelgoed op de vloer, stoelen staan schots en scheef, vaak staat er nog een halfvolle fles wijn op tafel en schotels vol kruimels. Hier in Ponferrada zie ik van dat alles weinig. De tafels zijn afgeruimd en schoon met een klein stapeltje speciaal geselecteerde tijdschriften of boeken erop, het liefst over design, binnenhuisarchitectuur of leefstijl, en zelfs de kinderkamers zien er piekfijn verzorgd uit.

En waar voel ik me nu het meest thuis, nu ik alweer meer dan elf jaar in El Bierzo woon? Het spijt me, beste Bercianen, maar één van mijn theorieën is nog steeds stevig gefundeerd: rommelig is gezellig. Het hoeft echt geen huishouden van Jan Steen te zijn, maar willen jullie alsjeblieft als ik op visite kom in elk geval een paar kranten her en der in de huiskamer neerleggen en ten minste één vuil koffiekopje op de tafel laten staan zodat ik me thuis voel? Dan zal ik, als jullie bij ons langskomen, daadwerkelijk stof afnemen en de enkele magazines met mooie kleurenfoto’s van ideale interieurs netjes opgestapeld op de salontafel leggen.



zondag 2 augustus 2020

De Slapende Vrouw

Ondanks het mannelijke lidwoord ‘El’ in de naam, heb ik de streek El Bierzo altijd geassocieerd met een vrouw. Dat is heus niet alleen omdat mijn vrouw uit de streek komt, al is ze, zoals ze hier zeggen, een Berciana van de pure wijnstok (de pura cepa

Dat ik El Bierzo met een vrouw associeer heeft alles te maken met de vorm van de bergketen aan de zuidkant van onze streek. Tijdens een van onze eerste autoritten tussen haar geboortedorp Bembibre en onze woonplaats Ponferrada wees mijn vrouw me erop, zoals haar vader haar als kind er zo vaak op gewezen had. In de silhouetten van de bergen aan de zuidkant van El Bierzo valt een slapende vrouw te herkennen. Aanvankelijk kostte het me moeite, maar toen ik het eenmaal zag, moest ik er elke keer als we daar reden naar kijken: de lange haren achter haar hoofd gedrapeerd, een tot onder haar borsten opgetrokken deken die haar buikje, de benen en de voeten bedekt.


Natuurlijk ben ik een paar keer bij haar op bezoek geweest, daar bovenop de bergen. Van dichtbij blijkt De Slapende Vrouw te bestaan uit ruwe rotspunten en met ongenaakbare stekelige struiken bedekte hellingen. La Guiana heet de berg die haar voeten vormt, haar borsten zijn de grillige rotsen van Las Peñas de Ferradillo, haar gezicht Las Peñas de Voces en haar naar achteren vallend haar is een langgerekte bergpas die bijna reikt tot Las Medulas.

Maar toen we laatst vanuit de Galicische kust naar Ponferrada terugkeerden, zagen we De Slapende Vrouw vanuit een andere hoek. We schrokken een beetje van haar aanblik. Ze leek nu op haar zij te liggen. Met haar gezicht naar de vallei gekeerd staarde ze met holle ogen wezenloos voor zich uit. Het was een zieltogende vrouw.


Waar van een slapende vrouw, zeker voor een ouder wordende guiri, een zekere rust kan uitgaan, is het slecht nieuws als het symbool van El Bierzo op sterven ligt. Economisch en demografisch gezien is dat met El Bierzo het geval. De streek hoort tot wat ze hier La España vacía noemen, het lege Spanje. De agrarische sector genereert niet veel werkgelegenheid, er is hier geen massaal toerisme en de laatste steenkoolmijnen zijn onlangs gesloten. 

Wellicht is het vooral de mijnbouw geweest die De Slapende Vrouw zo uitgeput heeft. Ze baarde het goud voor de Romeinse munten, leisteen voor de daken en steenkool voor de industrialisatie en de kolencentrales. Na deze vaak zware bevallingen bleven er lelijke littekens achter en verdwenen soms hele stukken berg. Ik heb me laten vertellen dat de rivieren, de dorpen en ook de huizen van Ponferrada in de hoogtijdagen van de steenkool zwartgekleurd waren. De mijnen zorgden voor werkgelegenheid en inkomsten, maar maakte de streek volledig afhankelijk van de steenkoolproductie. Las Médulas, waar de Romeinen een berg ondermijnden en wegspoelden om goud te winnen, is nu een van de belangrijkste monumenten uit de streek. Laten we hopen dat al die mijnschachten en zwarte hopen steenkoolafval ook ooit eens voor educatieve of toeristische doeleinden gebruikt kunnen worden.

Er zijn ook zoveel andere mogelijkheden in deze streek. De natuur is hier uitbundig en vol wilde dieren, waaronder zelfs wolven en beren. De nu nog vervallen dorpen en het historische centrum van Ponferrada hebben toeristische potentie. De grond in de vallei is vruchtbaar en er is wil en kennis aanwezig om hoogwaardige landbouwproducten te maken. De Slapende Vrouw verdient het wakker gekust te worden of, indien noodzakelijk, te worden gereanimeerd. Als we haar beloven dit keer niet zo veel littekens achter te laten, zal ze vast ontwaken. 

De slapende vrouw

Ik heb er ook een liedje over gemaakt. Luister HIER

dinsdag 23 juni 2020

Ik vond het leuk!

Het is al zomers warm. We zitten op het balkon te eten als Ana me vraagt:
‘¿Wat is de bijzonderste vakantie-ervaring die je ooit hebt meegemaakt?’
Terwijl ik over het antwoord nadenk, kijk ik naar de roodgekleurde lucht boven de bergen. De merel beneden neemt met een lied vol nostalgie afscheid van alweer zo’n mooie dag. Nog steeds niet zeker van mijn antwoord neem ik een slokje van die heerlijke lokale wijn. Eigenlijk zou dit moment zelf in aanmerking komen, maar ik ben niet op vakantie. Ik woon hier.
  ‘Ik denk dat dat de treinreis was van Barcelona naar Vigo in 1983.’
‘¡Maar dat was zonder mij!’
Ze zegt dit met speelse verontwaardiging.
‘Zonder jou, maar onderweg naar jou. Een paar dagen later zouden we elkaar immers leren kennen, daar op die camping aan de Atlantische kust.’

Wat maakte die treinreis tot een onvergetelijke vakantie-ervaring? We waren samen aan het interrailen, mijn vriend Wybe en ik. Toen onze Catalaanse vrienden ons vertelden dat er een groot feest gaande was in Pamplona en dat we beslist ook naar Galicië moesten gaan, aarzelden we geen moment. We namen de nachttrein van Barcelona naar Pamplona. Het was zeker een gedenkwaardig moment toen wij om zes uur ’s morgens met onze rugzakken het station van Pamplona uitliepen en in een feestvierende menigte terecht kwamen. We hielden het daar vier dagen vol. Toen besloten we om gezondheidsredenen het feestgedruis ter ere van San Fermín te verruilen voor de rust van de Galicische kust.

De trein naar Vigo was best vol en we hadden geen zitplaatsen gereserveerd. Maar de conducteur kwam met een oplossing. In elk station stapten wel weer reizigers uit en in, dus we konden altijd wel ergens zitten, maar steeds op andere plaatsen. En dat was geweldig. We zaten meestal niet naast elkaar waardoor we gedwongen waren om met de paar Spaanse woorden die we kenden te converseren met de passagiers die bij toeval naast of tegenover ons zaten. Dat waren mensen uit alle streken van Noord-Spanje. We werden langzamerhand zelf een toeristische attractie. Bij elk station riep er wel iemand: ‘¡Eens kijken waar die jongens nu weer terecht komen!’ Tijdens die treinreis kwam ik tot drie belangrijke conclusies. Ik zou Spaans gaan leren. Spanje zou voortaan mijn vakantieland worden. En de volgende keer moest ik meer schone T-shirts meenemen op vakantie. 

‘¿Je hebt daarna die reis nog een paar keer gemaakt, toch?’
‘Zeker, maar het was nooit meer zo speciaal. Misschien omdat ik voortaan een zitplaats reserveerde. En de tijden veranderden. Ik werd ouder en ook in het noorden van Spanje werd een guiri (bijnaam voor typische toerist uit Noord-Europa) een steeds gewoner verschijnsel. Maar die keer dat mijn gebrekkige Spaans tijdens zo’n reis tot een pijnlijk misverstand leidde, zal ik nooit vergeten.’
‘¡Vertel!’

Dat was een paar jaar later. Ik reisde alleen en nam de nachttrein van Barcelona naar Ponferrada. Toen ik ’s avonds instapte, zat er maar één andere passagier in de coupée, een jongeman van ongeveer mijn leeftijd. We probeerden te converseren. Hij maakte me duidelijk dat hij wel eens in Amsterdam was geweest. Ik knikte hem enthousiast toe. Ik dacht even na over hoe ik hem kon vragen of hij het daar leuk had gevonden. Eén van de problemen van de  Spaanse grammatica is dat de vraag Vind je het leuk? vertaald wordt met ¿Te gusta? waarbij het voorwerp dat je leuk vindt het onderwerp van de zin is, een beetje zoals in de zin Het bevalt me. Dat deel van de grammatica had ik inmiddels aardig onder de knie, maar helaas de verleden tijd van die constructie niet helemaal. Ik keek de jongeman aan en vroeg:
¿Te gusto?’
Hij werd een beetje zenuwachtig, merkte ik, en zei dat hij me niet begreep. Daarom herhaalde ik de vraag enkele keren waarbij ik langzaam en zo duidelijk mogelijk articulerend sprak.
’¿ T e     g u s t o ?'
Het was op dat moment dat de trein stopte bij een station en, tot zichtbare opluchting van mijn medepassagier, een andere reiziger in onze coupée stapte. Later kwam ik erachter dat eigenlijk alleen de klemtoon fout was geweest. ¿Te gustó? zou betekend hebben: Vond je het leuk? ¿Te gusto? betekent: Vind je me leuk? En dat was blijkbaar niet helemaal het geval.

Ana moet hartelijk lachen om mijn anekdote. Ondertussen is het helemaal donker geworden. De stilte is weldadig. We schenken voor de laatste keer onze glazen vol en proosten op alle reizen die we gemaakt hebben en op alle reizen die we samen hopelijk na de coronacrisis nog gaan maken.


dinsdag 5 mei 2020

Dodenherdenking

Het is vandaag 4 mei. Ik weet nog niet goed wat ik vanavond om acht uur ga doen. Twee tradities botsen. Zoals dat wel vaker gebeurt bij een emigrant.

Ga ik applaudisseren op het balkon? Dat doen we nu al zeven weken lang. Iedere avond. En we zijn gehecht geraakt aan dit ritueel. Het is dankbaarheid tonen aan al die mensen die doorwerken in deze barre tijden. Maar het is ook om samen met de buurtgenoten te zijn. Soms is er een gesprek, al gaat dat moeizaam met al dat geklap en de versterkte muziek. We mogen sinds dit weekeinde weer wat vaker naar buiten, maar voorlopig zal deze traditie nog wel standhouden denk ik.

Of ga ik vanavond de twee minuten stilte in acht nemen? Dat doe ik immers al mijn hele leven lang. Op 4 mei stilstaan bij de doden van de Tweede Wereldoorlog. Een enkele keer ging ik naar de officiële herdenkingen. Op de Dam in Amsterdam bijvoorbeeld. Het is indrukwekkend als zo’n mensenmenigte stil is. Je hoort opeens midden in de stad de merels zingen. Ook ben ik een paar keer naar de Noordermarkt in De Jordaan geweest; minder massaal maar zeker ook zo mooi. Maar meestal herdacht ik thuis of waar ik ook maar op dat moment bij toeval was. Dit jaar zal iedereen thuis herdenken. Massale bijeenkomsten zijn voorlopig niet mogelijk. Ik hoop dat deze traditie ook stand zal houden, nu de generatie die de oorlog werkelijk heeft meegemaakt bijna helemaal verdwenen is. Een ook de tweede generatie, waar ik toe behoor, begint aardig op leeftijd te raken.

Vaak heb ik me afgevraagd waarom er in Spanje geen dodenherdenking van de gevallenen van de Spaanse burgeroorlog wordt gehouden. Maar zeker sinds ik hier woon, weet ik het antwoord. De burgeroorlog is nooit echt verwerkt. Dat is bij een burgeroorlog misschien veel moeilijker. Er is ook niet een duidelijke bevrijdingsdag. Het einde van de burgeroorlog was het begin van de Franco-dictatuur, met alle ellende van dien.

Een officiële herdenking van de burgeroorlog zou hier onmiddellijk leiden tot discussies vol verwijten en beschuldigingen tussen links en rechts. Dat werd al duidelijk toen voor de slachtoffers van de terroristische aanslag in Madrid van 11 maart 2004 vele jaren twee herdenkingen moesten worden gehouden: die van rechtse en die van linkse organisaties. Ook heeft het wel heel lang geduurd voordat eindelijk het Franco-monument El Valle de los Caídos min of meer werd ontmanteld door de regering van Pedro Sanchez. Dat gaf aanleiding tot een stroom van protesten van de rechterzijde. Eigenlijk is dat onbegrijpelijk. Moderne rechtse partijen moeten toch duidelijk maken dat ze niets te maken hebben met Franco of welke dictatuur dan ook. Je kan je toch niet voorstellen dat Merkel zich sterk zou maken voor het behoud van een Hitler-monument? Het had volgens mij beter geweest als de rechtse regering Rajoy het monument had verwijderd. Dat zou zowel links als rechts hebben geaccepteerd. Daar was de tijd blijkbaar niet rijp voor. 

Deze scheiding der geesten zie je ook terug in de reactie op de coronacrisis. Er is geen eensgezindheid. In de meeste landen scharen alle partijen zich achter de maatregelen van de regering. Hier niet. De nieuwe regering is ook wel wat kwetsbaar: voor het eerst een coalitieregering met maar net voldoende steun in het parlement.  Veel politieke leiders lijken de coronacrisis al te beschouwen als onderdeel van hun verkiezingscampagne.

Maar het is bijna acht uur. Weet je wat? Ik ga naar het balkon en houd daar twee minuten stilte. En ga ik als een gek klappen om die twee minuten in te halen. De gulden middenweg

Dodenherdenking op de dam zonder corona

donderdag 30 april 2020

Ochtendgloren

Ik word wakker van merelgezang. Gebeurde dat voorheen ook wel eens? Ik geloof het niet. Het merelpaar haalde het verleden jaar waarschijnlijk niet in hun hoofd om hier beneden in de straat te gaan nestelen. Veel te veel mensen die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat over de straat liepen op weg naar verplichtingen of verpozingen, waarvan de meeste nu officieel niet-essentieel zijn verklaard. Het kan ook zijn dat de vogels altijd al hier beneden broedden, maar dat het merelgezang overstemd werd door de ochtendgeluiden van buurtgenoten met vroege verplichtingen.

‘Ik moet oppassen dat ik het gedwongen thuisblijven niet te veel ga waarderen,’ denk ik, terwijl ik koffie in het koffiezetapparaat stop. Door het keukenraam zie ik hoe het ochtendgloren langzaamaan de bergen hun kleur teruggeeft. Het moet daarboven nu prachtig zijn. Een lichte paarse gloed verraadt dat op de Montes Aquilianos de heide in bloei staat. En op El Pajariel vieren de dieren vast feest, zo zonder mensen. Dan gaat de wekker van mijn mobiele telefoon af. Met een zekere trots dat ik dit keer de machine verslagen heb, maak ik een einde aan het geluid. Stilte is soms zo mooi. De merel beneden lijkt het er niet mee eens te zijn.

De rest van de dag zal ik afhankelijk blijven van de moderne technologie. Ik heb deze morgen een vroege les via Skype. De laatste zeven weken heb ik alleen maar online gewerkt en, eerlijk gezegd, ook dat aspect van de coronacrisis bevalt me prima. Bijna elke ochtend geef ik les aan een Chinees uit Den Haag, die binnenkort een inburgeringsexamen moet doen. Vaak sluit ik de les af met de vraag wat hij die dag gaat doen. ‘Ik ga hardlopen in het park,’ is dan meestal het antwoord. Ik weet niet zeker of hij dat echt iedere dag doet of dat het gewoon een van de weinige zinnen is die hij foutloos kan zeggen. In elk geval voel ik altijd een scheutje jaloezie door me heen gaan. Hier is hardlopen of zelfs wandelen nog verboden. Maar vandaag ga ik hem zeggen: ‘Misschien ga ik dat zaterdag ook wel doen.’ Want vanaf die dag mogen we eindelijk weer een stukje lopen zonder boodschappentas in de hand.

Ondertussen is ook Ana wakker geworden. ‘¿Is er nog koffie?’ vraagt ze slaperig. Ik schenk haar zwijgend een mok koffie in. Zij moet werken, maar doet dat wel thuis. We hebben het gezellig samen, ieder met onze taken maar met voldoende tijd voor gesprekjes bij een kopje koffie. En daar komen soms mooie dingen uit voort. De lichte verveling van het thuisblijven stimuleert de creatieve dadendrang. Zo besteden we best veel tijd aan het uitzoeken van de muziek voor onze zaterdagse dansavonden via Zoom. Ook hebben Ana en ik samen een stukje voorgedragen uit Eréndira van Gabriel García Márquez voor een Facebookpagina waarop iedereen voor de camera literaire teksten voorleest. Dat was een geweldig initiatief van onze buurman Vecino. (Vecino is zijn achternaam, maar betekent ook buurman in het Spaans: buurman Buurman). Voor het project Poemas desde mi ventana (gedichten vanuit mijn raam) droeg Ana een gedicht van García Lorca voor, Pequeño vals vienés, waarbij ik met de gitaar wat driekwartsmaten speelde. En ik hoop dat de buren me vergeven dat ik een paar keer op het balkon een lied heb opgenomen, zoals deze: No me aburro. Mochten sommige mensen overigens denken dat ik vals zing, dan komt dat doordat die merel van beneden er doorheen zit te krijsen. En de kerkklokken zijn ook niet gestemd.

Hoe zal het leven zijn als dit allemaal voorbij is? Gaan mensen gewoon weer naar hun kantoren toe, of blijven ze thuiswerken? Gaan wij zelf door met onze pretentieloze creatieve projectjes? Zal de lucht boven Ponferrada net zo helder blijven als nu en zal de merel volgend jaar weer voor ons komen zingen? Dat zijn de kwesties die we deze morgen bespreken terwijl we ontbijten.


dinsdag 31 maart 2020

Beste Wopke,

Wopke, Wopke, wat heb je nu toch weer gedaan? Je maakt het leven van een Nederlandse guiri in Spanje een stuk moeilijker met je ongepaste opmerkingen bij de onderhandelingen in de EU over steunfondsen en corona-obligaties. Je zult wel zeggen: ‘Maar zo erg was het toch niet? Ik vroeg gewoon om een rapport met de redenen waarom sommige landen wel financiële buffers hebben opgebouwd (zoals Nederland) en sommige niet (zoals Italië en Spanje).’ Maar zoiets vraag je niet als de nood aan de man is. Of ga je aan alle coronapatiënten ook vragen of ze wel gezond geleefd hebben voordat je ze in het ziekenhuis opneemt? Nu in bijna alle landen de gezondheidszorg dreigt om te vallen en de economie is stilgezet, is dit het moment om eensgezind te voorkomen dat deze crisis volkomen uit de hand loopt. De Nederlandse politici hebben zich toch al onpopulair gemaakt met hun arrogante gedrag tijdens diverse topconferenties over het inzetten van het Europese noodfonds en daar kwam jouw opmerking nog eens bovenop.

De woede hier in Spanje is groot. Los países muy bajos, de wel zeer lage landen, is de titel van een commentaar van één van de belangrijkste columnisten bij de krant El País. Bijna iedereen is het er hier en in Italië over eens dat het Nederland volkomen ontbreekt aan solidariteit en inzet voor de Europese samenwerking. Die corona-obligaties zijn eigenlijk best een goed idee: het voorkomt dat er gespeculeerd kan worden tegen de nationale obligaties zoals dat het geval was in de laatste jaren van de vorige crisis. Het is duidelijk dat de Nederlandse regering de hete adem in de nek voelt van de rechtspopulistische partijen met hun anti-Europaretoriek, maar zeker in deze tijden is een hechtere Europese samenwerking noodzakelijk. Het virus kent geen grenzen en dus zitten alle landen straks in hetzelfde schuitje. De Nederlandse regering moet zich diplomatiek en solidair opstellen in deze moeilijke tijden.

Dat rapport over de oorzaken van de grote verschillen tussen financiële reserves van de lidstaten moeten we in de toekomst maar eens gaan schrijven. Want voor het voortbestaan van de EU is het van belang te weten waarom er zoveel verschil is tussen Noord- en Zuid-Europa als het gaat om werkloosheid, nationaal inkomen, nationale schulden, overheidstekorten en zoveel andere economische indicatoren. Maar dan moeten we het plaatje van alle kanten bekijken. Niet alleen kijken naar de tekortkomingen van anderen, Wopke! Ook Nederland als belastingparadijs meenemen; daar moet jij als minister van Financiën toch alles van weten. En de manier waarop met name Griekenland en Italië geconfronteerd worden met de vluchtelingencrisis. Maar da’s voor later. Op de korte termijn is een Europese oplossing ter voorkoming van een economische crisis noodzakelijk.

Veel beterschap met je christendemocratische moraal!


woensdag 25 maart 2020

Liefde in tijden van covid-19

Ja, wij doen het ook. Elke avond om acht uur gaan we naar het balkon om te applaudisseren. Eén keer hebben we zelfs het nu zo vaak gespeelde lied Resisteré (ik houd vol) gezongen, of beter gezegd: mijn vrouw Ana zong en ik speelde gitaar. Het geeft een goed gevoel dergelijke dingen te doen, als blijk van waardering voor al de nog werkende mensen in de zorg, het transport, de winkels en andere sectoren van vitaal belang. Het geeft ons het gevoel te behoren tot dat grote deel van de bevolking van Ponferrada, El Bierzo, Spanje, Europa en de wereld dat bereid is te doen wat nodig is om de ineenstorting van de gezondheidszorg te voorkomen door vooral thuis te blijven.

We hebben het vaak over het virus, vanzelfsprekend. We zijn, nu mijn vrouw thuis werkt, de gehele dag samen, dus we weten exact wat de ander heeft gedaan, doet of gaat doen. De enige mogelijke wandeling is naar de supermarkt in de straat, maar uitgebreide gesprekken over dat thema hebben we niet, nu we aan de rij wachtende mensen op straat, elk op twee meter afstand van elkaar, gewend zijn geraakt. Zelfs het toiletpapier is geen gespreksonderwerp meer, nu de ergste dagen van het hamsteren achter de rug lijken te zijn.

En dus gaan onze conversaties tijdens het uitgebreide Spaanse middageten en het net iets minder uitgebreide avondeten vaak over wat we gelezen hebben in de digitale kranten en de sociale media. Uit deze crisis blijkt eens te meer hoeveel de mensen in de wereld, ondanks de culturele en politieke verscheidenheid, in wezen op elkaar lijken. Maar niet iedereen is even goed in staat om de politieke onenigheden opzij te zetten in deze tijden van covid-19. Steeds minder wordt het gevaar van het virus gebagatelliseerd, maar er zijn nog zat verontwaardigde medemensen die de behoefte voelen om iemand de schuld te geven, zoals aan de immigranten, de kapitalisten, de feministen1, de neoliberalen, de geheime dienst van China, de geheime dienst van de Verenigde Staten, de huidige linkse regering van Spanje, de laatste rechtse regering van Spanje, de koning van Spanje2, Pablo Iglesias3 of Batman.

De politieke verdeeldheid lijkt hier in Spanje groter dan in Nederland, waar, volgens mij, alleen de rechtse populisten wat stennis maken. Hier vindt er een heuse strijd plaats tussen de gemeente Madrid, in handen van een rechtse coalitie, en de centrale regering, in handen van een linkse coalitie, over de verdeling van medische hulpmiddelen. Ook tekenend was dat tijdens de toespraak van de koning over de crisis in Spanje sommige mensen het balkon opgingen om op pannen te slaan, een heuse cacerolada. Zoiets zou in deze tijden in Nederland toch ondenkbaar zijn.

Met afgunst zie ik alle foto’s en berichten van mijn Nederlandse vrienden voorbijkomen. Daarginder kunnen de mensen gewoon naar buiten voor een wandeling, een fietstochtje of een stukje rennen. Hier is dat absoluut verboden, zelfs al ga je helemaal alleen. Er lopen hier en daar zelfs militairen op straat om dat tegen te gaan. Ik kan alleen maar vanaf mijn balkon verlekkerd kijken naar mijn favoriete berg El Pajariel, waar alle dieren niet zullen weten wat ze overkomt. Er zijn nergens mensen!

Maar de grote vraag is natuurlijk: wat gebeurt er straks na de gezondheidscrisis. Een economische crisis lijkt onvermijdelijk. Ik hoop dat deze dit keer niet vleugels geeft aan allerlei nationalistische bewegingen, want dat is in het verleden niet altijd even goed afgelopen. We moeten de handen ineenslaan in Europa en in de hele wereld, om onze ervaring, onze kennis en onze rijkdom delen. Er is veel werk aan de winkel en dat moeten we doen vol overgave. Met solidariteit. En met liefde. En dan gaan we allemaal heel veel voor elkaar applaudisseren.

1 Vanwege de demonstratie op vrouwendag van 8 maart in Madrid
2 Het klinkt misschien gek maar deze video heeft als titel: de koning heeft de schuld.
3. Pablo Iglesias, de leider van de linkse partij Podemos en huidige Minister van Sociale Zaken. Hij woonde lijflijk een bijeenkomst bij, ondanks dat zijn vrouw positief was bevonden bij covid-19-test.

zondag 15 maart 2020

Pandemische overpeinzingen op de Pajariel

Het is vrijdag de dertiende. De pandemie is officieel uitgeroepen. En dus heb ik besloten om vanmorgen heel vroeg te gaan wandelen. Een geweldig idee, vind ik zelf.

Ga maar na. Het is kwart over acht. Het is al lang vleermuizenbedtijd terwijl de meeste mensen nog op één oor liggen of zitten te ontbijten. De kans op een besmetting is dus miniem! Bovendien begin ik met mijn 61 jaartjes in een risicogroep te vallen. Niets beter om de longen gezond te houden dan tegen een berg aanlopen. Er is werkelijk nog niemand. Hier beneden langs de rivier kwinkeleren de zangvogeltjes er lustig op los. Ik herken de zang van de Europese Kanarie en de Cetti’s Zanger, twee vogeltjes die in Nederland best wel bijzonder zijn, maar hier in El Bierzo in de lente de gebruikelijke achtergrondmuziek verzorgen. De natuur gaat nooit op slot, ook al is er nog zo’n pandemie.

Langzaam loop ik over de onverharde weg omhoog. Ik heb al een prachtig uitzicht over het lage gedeelte van El Bierzo. Zoals zo vaak hangt er een lichte nevel van vochtigheid en vervuiling over de vallei. We zullen eens afwachten of de maatregelen gunstig gaan uitpakken voor de luchtkwaliteit en de CO2-uitstoot. De economie gaat gewoon een paar weken zo goed als op slot. Want laten we niet die andere crisis vergeten: die van de klimaatsverandering. Het is de afgelopen dagen al bijzonder warm geweest. Net zoals vandaag. De bloesem van de amandelbomen is al over het hoogtepunt heen, zo te zien.

Misschien zal één van de onbedoelde gevolgen van de pandemie zijn dat er meer thuis gewerkt gaat worden. Gewoon via het internet, met video-conferenties, chatten en documenten delen. Zelf geef ik al steeds meer online lessen. Dat gaat best goed en tot mijn verbazing kun je met mensen een goede verhouding opbouwen, ook al heb je ze nooit lijfelijk ontmoet. Ik geef vooral taalles, vooralsnog, en minder mijn vroegere vakken: economie en statistiek.

Op zich kunnen veel mensen best wat elementaire statistiekles gebruiken, heb ik gemerkt. Ook over het virus gaan er op de sociale media vele vreemde berichten rond met ongelukkige vergelijkingen in absolute getallen, waar percentages meer gepast zouden zijn. Ja, er gaan veel meer mensen dood aan de gewone griep dan aan covid-19, maar dat komt omdat veel meer mensen gewone griep hebben! Tot nu toe lijkt bij het coronavirus het sterftepercentage rond de twee of drie procent van de geregistreerde besmettingen te liggen. Zo’n sterftecijfer zou betekenen dat als covid-19 zich verspreid als een gewone griep, er vele slachtoffers zouden zijn en de gezondheidszorg het werk niet meer aan zou kunnen. Ik hoop dat het uiteindelijke percentage iets lager uit zal pakken.

Vreemd is te bemerken dat tegenwoordig de scepsis ten opzichte van de (medische) wetenschap niet alleen maar afkomstig is van diepgelovigen, maar ook van links-alternatieve medemensen. Hun haat tegen de farmaceutische industrie is zo groot, dat ze bereid zijn om voor veel geld homeopathische middelen te kopen waarvan het eventueel werkzame bestanddeel dusdanig verdund is, dat het niet meer te bespeuren valt. Sommigen weigeren zelfs hun kinderen te vaccineren. En ik heb best veel berichten gelezen van mensen die in die hele coronacrisis een samenzwering zien van de farmaceutische industrie in samenwerking met de officiële media.

Ondertussen ben ik aangekomen bij mijn favoriete smalle paadje. Het slingert zich omhoog door een gemengd landschap vol bossen met jonge eiken en steeneiken, afgewisseld met steenhellingen. Even denk ik helemaal niet meer aan virussen. Dit is een plek waar veel wild zit. Langs het pad hebben de wilde zwijnen de grond omgewoeld op zoek naar wortels. Op de plek waar ik vorig jaar zo vaak reeën spotte, loop ik zo geruisloos mogelijk verder. Helaas, niets. Wel klinkt er om me heen geritsel en af en toe het geluid van een weglopend dier. Zelf ben ik vast en zeker diverse keren gespot. Maar dan, als ik het al bijna niet meer verwacht, springen twee reeën vlak voor me over het pad heen en dalen door het struikgewas af. Snel pak ik mijn mobiele telefoon om een foto te maken. Te laat. Ach, zo’n moment is niet om vast te leggen, maar om van te genieten. Beneden in de stad slaat de kerkklok negen uur. Straks gaan de supermarkten open. Gelukkig hebben we nog genoeg toiletpapier in huis.

Langs het pad hebben de wilde zwijnen de grond omgewoeld op zoek naar wortels

vrijdag 21 februari 2020

Stem op mij!

Toen in 2018 de rechts-populistische partij Vox bij de verkiezingen van de deelstaat Andalusië voor het eerst een flink aantal zetels wist te bemachtigen, werd ik door Radio Bierzo, waar ik af en toe wat Opiniones de un guiri* mag spuien, gevraagd om daar mijn licht over te laten schijnen. Zo droevig is het al gesteld met het imago van Nederland in het buitenland. Zou je vroeger gevraagd worden voor een gesprek over het droogleggen van polders, het gedoogbeleid van softdrugs of de fiets als alternatief vervoersmiddel, tegenwoordig word je als Nederlander gezien als iemand die wel verstand moet hebben van extreemrechtse bewegingen.

In Nederland hebben we inderdaad al wat langer te maken met diverse rechts-populistische partijen, terwijl het in de huidige Spaanse democratie een nieuw verschijnsel is. Maar zie, sinds kort is Vox niet meer weg te denken uit de Spaanse politiek. Het lijkt vooral het Catalaanse separatisme te zijn dat de partij in zo korte tijd populair heeft gemaakt. Het Spanje van de vlaggen, wordt de aanhang van de nationalistische partijen wel genoemd. Ook hier in Ponferrada hangen her en der nog steeds wat verbleekte Spaanse vlaggen uit de ramen, die daar werden opgehangen toen in Catalonië het referendum over de onafhankelijkheid werd georganiseerd.

De rechtspopulisten van Vox hebben programmatisch veel gemeen met de Nederlandse populisten van Wilders en Baudet. Ook hier in Spanje richten zij zich tegen immigratie, een verenigd Europa en ‘de elite’, en beweren ze namens ‘het volk’ te spreken. Maar terwijl de Nederlandse populistische partijen niet religieus zijn, is Vox katholiek te noemen. Zo is de partij erg gekant tegen de vrouwenbewegingen en de LGTB-bewegingen, dit in tegenstelling tot de Nederlandse populisten, die meestal, hoewel misschien knarsetandend, de rechten van de vrouwen en homo’s verdedigen. Zij zien in het oprukkende islamisme immers het grootste gevaar voor de Nederlandse samenleving en kunnen het zich derhalve niet veroorloven over vrouwenemancipatie en homoacceptatie dezelfde meningen te verkondigen als de imams in de moskeeën.

Een voorbeeld van het verschil tussen de rechtspopulisten in beide landen is de laatste rel hier in Spanje. Vox wil in de deelstaten waar de regering afhankelijk is van hun steun een pin parental invoeren: een mogelijkheid voor ouders om hun kinderen de toegang te ontzeggen tot bepaalde lessen waarin homoseksualiteit of vrouwenemancipatie behandeld worden. In Nederland zouden het, behalve enkele streng-christelijke ouders, vooral de belijdende moslims zijn die zo’n ouderpin zouden toejuichen. En dus lijkt het mij sterk dat de Baudet of Wilders er een voorstander van zouden zijn.

Overigens zie ik nog een grappige overeenkomst tussen Wilders en één van de leiders van Vox, Ortega Smith. Aan hun moederszijde lijken zij voorouders te hebben die behoren tot de groepen die zij het meest bestrijden. Wilders staat bekend om zijn blondeerde haren. Zonder deze zou hij er misschien, zoals zijn moeder, licht Indisch uitzien, wat iemand die voortdurend ageert tegen immigratie wellicht minder zou uitkomen. En waarschijnlijk zijn er bij zijn voorvaderen moslims te vinden; Indonesië is immers het land met de meeste moslims ter wereld.

Bij Ortega Smith valt zijn Engelse tweede achternaam op (oftewel die van zijn moeder). En juist hij verzet zich enorm tegen de Engelse aanwezigheid in Gibraltar, waar hij ooit een trotse Spaanse vlag plantte. En wat te denken van de tweet over de Falklandoorlog, waarin hij de Argentijnse militairen helden noemt die zich toen verzetten tegen de Engelse invasie (zie helemaal onderaan). Zou zijn anti-Engelse sentiment iets te maken kunnen hebben met plagerijen op school over zijn achternaam en zijn buitenlandse uiterlijk? Hij ziet er met zijn lange lijf nog meer guiri uit dan ik. Sterker nog, vergeleken met hem ben ik een Andalusische flamencodanser.

Iemand met een Engelse achternaam die zich verzet tegen de Britten, iemand van Indonesische afkomst die zich verzet tegen moslims; ik denk dat ik een partij ga oprichten die zich richt tegen kale oude mannen. De kaste van de kalen is de oorzaak van alle problemen! Stem op mij!

*guiri: typische toerist, het liefst met door de zon verbrand voorhoofd.

De tweet van Mr Ortega Smith
'In de zaal van de helden van de Falklandeilanden (Malvinas) van het wapenmuseum in Buenos Aires. Eer en glorie voor degenen die streden om het vaderland te beschermen tegen de Engelse invasie.'

dinsdag 21 januari 2020

Toch niet zo Greta

In de trein van Ponferrada naar Irún
Het is woensdag 11 december 2019. Ik zit in de trein van Ponferrada naar Irún. Het plan is als volgt. In Irún ga ik slapen in een wel heel erg goedkoop pensionnetje en morgen neem ik in Hendaye de TGV naar Parijs om daar over te stappen op de Thalys naar Amsterdam. Een lange reis, wellicht, maar vol romantiek en met weinig CO2-uitstoot. Van alle Nederlandse zestigplussers die in El Bierzo wonen, ben ik zonder enige twijfel het meest Greta!

Op zich vind ik de trein een prettig vervoersmiddel. Je kunt lezen, uit het raam staren, een dutje doen en af en toe de benen strekken voor een wandeling door de trein en als je dan toch in de buurt van de restauratiewagon bent daar een pilsje bestellen. Vooralsnog staar ik uit het raam. Het berggebied van El Bierzo heeft plaats gemaakt voor de Spaanse hoogvlakte. Het licht lijkt op dat van de Nederlandse polders. En het barst hier van de roofvogels. Ik heb al tientallen rode wouwen en buizerds geteld.

De trein heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Omdat mijn ouders geen auto hadden, gingen we met de trein naar Zandvoort of De Veluwe. Daarna kwamen de interrailvakanties met mijn vrienden van de middelbare school. We reisden door Joegoslavië van Amsterdam naar Athene en via Italië weer terug. Daarna volgden de treinreizen door Frankrijk naar Spanje. Op één van deze reizen ontmoette ik in Galicië een jong meisje uit El Bierzo, dat zo’n 30 jaar later mijn vrouw zou worden.

Ook voor mijn werk reisde ik vaak met de trein. Het bleek best efficiënt te zijn om als economieleraar bij een HBO te werken met filialen in diverse steden. Zo kon ik met exact dezelfde lesvoorbereiding en exact dezelfde grappen studenten in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Arnhem bedienen. Ondanks al het geklaag in Nederland over de NS kwam ik zelden te laat voor een les. Een enkele keer konden de lessen geen doorgang vinden door storm of staking.

Het woord staking in deze gedachtegang doet me naar mijn telefoon grijpen. Toch eens kijken hoe het ervoor staat met de Franse treinstaking. Nee, vooralsnog geen melding van problemen.

In Irún
Toen ik in Irún aankwam, kletterde de regen uit de hemel. Snel liep ik met mijn rolkoffer door de lege straten van het stadje op zoek naar het wel heel goedkope pensionnetje. Dankzij de mobiele telefoon loop je eigenlijk nauwelijks meer fout. Da’s minder romantisch maar best handig, vooral als het hoost. Het wel heel goedkope pensionnetje bleek prima in orde. Een bed, een lelijke maar schone kamer en een douche. In een nabijgelegen kroeg at ik een bord pasta terwijl ik naar een voetbalwedstrijd op de in Spaanse cafés altijd aanwezige tv keek. En nu vroeg naar bed.

In de trein van Irún naar Ponferrada
Het is donderdag 12 december. Ik zit weer in de trein, maar in de verkeerde richting. De dag begon zo goed, ondanks de regen. Een Spaans ontbijt in Irún met geroosterd brood en olijfolie, een metrotrein over de brug van de grensrivier naar Hendaye en daarna een korte wandeling naar het treinstation. Maar daar was bijna niemand. Een groot spandoek hing er. Iets met staking, pensioenen en solidariteit. Ik wist natuurlijk dat er problemen konden zijn, maar voor vandaag waren er geen stakingen aangekondigd. Ik belde naar de NS, waar ik mijn ticket van Hendaye naar Amsterdam had gekocht. Ook daar wisten ze niet goed raad. Wel kon ik mijn geld terugkrijgen. Ik zocht nog even zelf naar alternatieven. Een busreis was misschien mogelijk. Maar dan zou ik de hele dag in het zeer regenachtige San Sebastian moeten doorbrengen en daarna een hele nacht en een dag in een overvolle bus moeten zitten. Een beginnende verkoudheid deed zich voelen. Voor de zekerheid keek ik of er een goedkope vlucht van Santiago naar Amsterdam zou gaan. Jawel, op maandag. En dat slechts voor 45 euro’s, de helft van de prijs van mijn treinticket van Irún naar Amsterdam.

En nu zit ik weer in de trein op de terugweg naar Ponferrada. Een weekendje langer thuis. Maandag vliegen. Misschien ben ik toch niet zo Greta als ik dacht.
De vroege ochtend in Hendaye


donderdag 5 december 2019

Tien jaar Facebook en nog steeds niet geradicaliseerd

Toen ik nog bij mijn ouders thuis in de Jacob van Arteveldestraat in Amsterdam-West woonde, hadden we op een gegeven moment een schaakcomputer in huis. Mijn vader zette zich met de witte stukken voor het apparaat en opende met een zet die hij ons altijd ontraden had. Verbaasd keek ik hem aan. ‘Met zo’n onverwachte zet maak je de computer in de war,´ verklaarde hij. Ik kon daar niet over uit. ‘Computers raken niet in de war; mensen raken in de war,’ betoogde ik. Met een trotse glimlach won mijn vader vervolgens op overtuigende wijze de partij, wat ik weet aan het lage niveau van het programma dat slechts twee zetten diep dacht.

Maar nu ik ouder word, ga ik toch steeds meer op mijn vader lijken. Ook ik probeer de rekenkracht van een machine te verslaan met onverwachte zetten. Het gaat om de algoritmes van Facebook, waarvan ik vorige week het heuglijke bericht ontving dat ik al tien jaar bij de club was. Om dat te vieren hadden ze een ongelooflijk lelijk filmpje gemaakt met kinderlijke kleuren en een soort lego-figuurtjes die zich tussen enkele van de door mij in de loop van die tien jaar geplaatste foto’s voortbewogen. Nee, ik heb het filmpje niet gedeeld, maar wel nagedacht over het medium en mijn lidmaatschap heroverwogen. Want Facebook ligt onder vuur. Via de hogere wiskunde worden je voorkeuren geanalyseerd en aan de hand daarvan selecteert Facebook de berichten die je te zien krijgt, zodat je altijd bevestigd wordt in je opinies en vooroordelen. Radicalisering ligt op de loer.

Aanvankelijk deed ik daaraan mee. Mensen die mij al te onwelgevallige berichten deelden, ontvriendde ik terstond. Daarna heb ik een tijdje geprobeerd al te onjuiste berichten en nepnieuws te corrigeren. Een Spaanse Facebookvriend die het bericht deelde dat Moslims de viering van de Paasweek (la Semana Santa) op Nederlandse scholen onmogelijk maakten, legde ik uit dat in Nederland de Paasweek sowieso nauwelijks gevierd wordt en al helemaal niet op openbare scholen. Een andere vriend, die een vreemde scheldkanonnade deelde die geschreven zou zijn door Arturo Perez-Reverte, wees ik er fijntjes op dat het stukje niet bepaald in de stijl van deze bekende schrijver was. Dit laatste was overigens pas nadat ik voor de zekerheid even had geverifieerd of het inderdaad niet van hem afkomstig was; je kan maar nooit weten. Maar waarom doet niet iedereen dat? Gewoon even de bron checken voordat je iets plaatst!

Maar ik ben er ook mee opgehouden dit soort commentaren te plaatsen; je maakt er beslist geen Facebookvrienden mee en bovendien lezen de algoritmes mee. Tegenwoordig laat ik de meest vreemde berichten en slogans rustig tot me komen en lees ik ze zelfs, ter lering en vermaak. Het geeft een mooi inkijkje in de denkwereld van de extremistische medemens en de algoritmes raken van slag. Het succes van deze strategie werd me duidelijk toen YouTube een samenvatting van een wedstrijd van Ajax onderbrak voor een reclamefilmpje, waarin een Duitssprekende personal trainer me uitlegde hoe ik moest afvallen. Ze hebben er dus geen idee van wie ik ben! De mens verslaat de machine!

Ondertussen geloof ik nog steeds in zaken als democratie, consensus, overleg, stapje voor stapje de wereld verbeteren en rustig aan, dan breekt het lijntje niet. Ja beste mensen, tien jaar Facebook en nog steeds niet geradicaliseerd. Dat is toch wel een applausje waard! 👏👏👏


donderdag 14 november 2019

Keuzes

Afgelopen zondag, de dag van de nationale Spaanse verkiezingen, heb ik een verkeerde keuze gemaakt. Ik vergiste me.

Het was toen ik met mijn vrouw Ana op weg was naar het stemlokaal in de school om de hoek van onze straat. El Campo de los Judíos heet die school. Dat is een nogal verwarrende naam voor een guiri (typische buitenlandse toerist, liefst met knokige knieën boven sandalen). Je zou, met een beetje kwade wil, de naam van de school met ‘jodenkamp’ kunnen vertalen, maar in het Spaanse betekent campo behalve kamp ook platteland of landbouwgrond. Onze wijk was ooit, in de Middeleeuwen, de Joodse buurt, el barrio judío, en waar nu de school staat waren de akkers.

Tegenover deze school staan enkele containers voor het scheiden van afval. Een papierbak, een flessenbak en ook één voor olie. Ik droeg een tas met wat lege flessen en een plastic flesje vol gebruikte olie. En toen maakte ik de verkeerde keuze. Afgeleid door ons gesprek over de polletiek, gooide ik mijn flesje olie in de glascontainer. Het duurde even tot de volle omvang van deze milieuramp tot me door begon te dringen. Het had best lang geduurd voor dit flesje, ondanks de beperkte afmetingen, vol gebruikte olie zat. We frituren nu eenmaal niet zo veel en vaak gebruiken we de resterende olie van de blikjes sardientjes of tonijn voor het aanmaken van de salade. Maar met het oog op de milieucrisis zag ik het als mijn plicht de koekenpannen eventueel af te schrapen boven de in het flesje gestoken trechter om maar niets van de bakolie verloren te laten gaan. Maandenlang zorgvuldig afval scheiden was hier met één onbedachtzame handeling teniet gedaan!

Bij de verkiezingen zelf kon ik onmogelijk een verkeerde keuze maken. Ik mag hier alleen stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Misschien was dat wel beter zo. Wie weet welk hokje ik in een tweede moment van onbedachtzaamheid zou hebben ingekleurd. En er waren behoorlijk foute keuzes te maken. De Spaanse politiek wordt op het ogenblik overheerst door nationalistische sentimenten. Als reactie op het Catalaanse nationalisme heeft de rechts-populistische partij Vox hoge ogen gegooid. Behalve de Spaanse nationale eenheid en een meedogenloze anti-immigratiepolitiek wil Vox opkomen voor de Spaanse identiteit: het katholicisme, het stierenvechten, de jacht, het traditionele gezin, het ¡Viva España! Dit deel van hun programma lijkt geschreven te zijn door een bejaarde guiri vol vooroordelen over Spanje. Alleen de tapas en de siësta ontbreken nog. Ik ben hier in El Bierzo eigenlijk over het algemeen moderne mensen tegengekomen die met beide benen in de 21e eeuw staan. Van stierenvechten moeten zij veelal niets hebben. En net zoals in Nederland zijn gebroken gezinnen en niet-huwelijkse relaties eerder norm dan uitzondering.

In het stemlokaal was het overigens zeer rustig. Omdat dit al de vierde verkiezingen in vier jaar waren, was de opkomst laag. Terwijl mijn vrouw stemde, kreeg ik ter troost voor het niet mogen stemmen een chocolaatje aangeboden. Daarna gingen we naar buiten. Na een hele ochtend vol regen brak een voorzichtig zonnetje door de wolken heen. We besloten een wandelingetje door het centrum van de stad te maken. Dat bleek een uitstekende keuze.


vrijdag 25 oktober 2019

In Nederland wordt er nu eenmaal veel gefokt

Langzamerhand word ik steeds meer een online leraar Nederlands (hoort, zegt het voort) in plaats van een leraar Engels aan huis. Best lekker hoor, je eigen taal onderwijzen, al valt het soms niet mee uit te leggen waarom je iets op een bepaalde manier zegt in je moedertaal. Je zegt het nu eenmaal altijd zo.

Tijdens mijn eerste lessen Nederlands, overigens nog niet online, viel me op dat de Nederlandse spellingsregels wel een stuk duidelijker zijn dan de Engelse. Mijn Spaanstalige studenten Nederlands kon ik ten minste gewoon vertellen: ‘De combinatie van de letters oe is als die van jullie letter u: het is de koeoeoe, en dat is ook het geluid dat de koe maakt: boeoeoe.’ Verbaasd keken ze me aan. ‘De koe zegt muuu,’ zeiden ze, maar gelukkig dus wel met dezelfde oe-klank. Meer problemen hadden ze met de klanken ei, ui, eu en au, die niet in het Spaans bestaan, hoewel de kat hier wel degelijk miau zegt, maar daarbij de a en de u apart lijkt uit te spreken. (zie ook mijn uiterst professionele instructievideo over klinkers: HIER)

Waar het Nederlands lastig wordt, is bij de woordvolgorde. ‘Als je de zin niet begint met het onderwerp, komt er meestal eerst het werkwoord en dan de persoonsvorm, zoals in de zin Morgen gaat het regenen,’ zeg ik dan. ‘Het is in het Nederlands net alsof er altijd een vraag gesteld wordt,’ zei iemand me eens. En wat echt vreselijk voor buitenlanders is zijn al die kleine woordjes die nauwelijks vertaald kunnen worden, zoals in de zin: Het is nu eenmaal zo. Hoezo nu? Hoezo eenmaal? Het is bijna altijd nu eenmaal zo!

Als de lessen iets te langdradig dreigen te worden, begin ik over grappige verschijnselen in onze taal, zoals bijvoorbeeld het gebruik van de Engelse leenwoorden downloaden, computeren en racen, waarbij we de Engelse spelling hebben behouden, maar wel de Nederlandse grammaticaregels hanteren. Aan mijn Spaanstalige studenten leg ik uit hoe een conversatie op kantoor in hun taal zou klinken:
- Voy a downloadir el archivo, ahora que estoy computerando.
No hace falta, ya lo he downloadido.
(Ik ga het bestand downloaden nu ik toch aan het computeren ben. Hoeft niet, ik heb het al gedownload.)
Dat levert meestal wel een klein lachje op en zoals bekend: met een glimlach op de lippen is het gemakkelijker leren.

En als het geworstel met die moeilijke taal met die onmogelijke uitspraak echt te vermoeiend wordt, kom ik met anekdotes over werkwoord fokken op de proppen, altijd goed voor een vrolijke noot. Ik vertel dan dat er veel achternamen gebaseerd zijn op beroepen, zoals Bakker of Molenaar, en dat dus ook veel mensen Fokkema of Fokker heten, omdat er nu eenmaal veel gefokt wordt in Nederland. Natuurlijk vertel ik over onze vliegmaatschappij Fokker, waarvan de naam bij Engelstaligen toch vreemde associaties zou moeten opwekken. Of ik vertel de bekende anekdote, misschien wel nooit gebeurd, over die niet zo goed Engels sprekende Nederlandse boer die naar een landbouwcongres in de VS ging en daar luidkeels verkondigde: ‘Hello everybody, I’m a cow fokker.’

Enfin, straks heb ik weer een online les. Ik wil de verleden tijd van de regelmatige werkwoorden behandelen. Ik denk dat ik toch het fokschaap maar weer van stal haal.



donderdag 19 september 2019

Honderd

Onze vader vond zijn geboortedatum best grappig. Negentien september negentiennegentien, oftewel 19-09-1919.Maar welbeschouwd was het een geboortedatum die niets dan rampspoed voorspelde. Ik heb, toen hij allang gepensioneerd was, bij het Nederlandse Instituut voor Oorlogsdocumentatie proberen te achterhalen hoe lang hij in feite in krijgsdienst was geweest. Als dat meer dan vijf jaar was, zou hij voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking kunnen komen voor al het ondergane leed en de verloren jeugdjaren. Hij haalde die vijf jaren net niet, omdat de Arbeitseinsatz niet werd meegeteld.

Hij werd soldaat in 1937, meen ik me te herinneren, en werd na zijn normale dienstplicht onmiddellijk gemobiliseerd vanwege de oorlogsdreiging. Bij het uitbreken van de oorlog was hij gelegerd aan de IJssellinie, waar de Duitsers zonder veel strijd aan voorbij gingen en mijn vader geraakte in krijgsgevangenschap. Toen hij daar uit kwam, werd hij al spoedig opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, verbleef ergens in de buurt van Düsseldorf tot hij een infectie opliep en naar huis werd gestuurd om te helen, waarna hij tot het eind van de oorlog ondergedoken zat in Den Haag.

Hij praatte niet graag over die tijd. Maar soms, na een glaasje sherry, kwamen er toch verhalen. Over hoe hij zag dat de Duitse vliegtuigen de IJssel overvlogen hetgeen het begin van de oorlog inluidde. Hoe hij een brug over de IJssel opgeblazen zag worden. Hoe hij daarna, bij gebrek aan orders, naar de stad Zutphen liep, waar de Duitsers al het verkeer stonden te regelen. Over hoe sommige tewerkgestelden in Duitsland, waaronder hijzelf, van de bombardementen gebruik maakten om sabotage te plegen. Hoe hij in de oorlogswinter hout ging sprokkelen in het Haagse Bos, waar hij zag hoe de Duitsers V2’s afschoten richting Engeland.

Als kind heb ik hem, na het zien van een gewelddadige oorlogsfilm, wel eens enthousiast gevraagd of hij ook een vijand had neergeschoten. ‘Gelukkig niet,’ antwoordde hij. Toch waren het voor mij wilde avonturen waar hij over vertelde. Heel anders dan het gezapige leven dat we daar leidden daar in het Amsterdam Nieuw West van de jaren zestig. Maar hij vertelde er over zonder enige sensatiezucht, met veel tegenzin zelfs, zoals zoveel van zijn generatiegenoten.

Gelukkig had hij na de oorlog al snel een baan bij De Gruyter, een vrouw, een gezin, een huis en alles waar hij waarschijnlijk tijdens de oorlogsjaren alleen maar van had kunnen dromen: groeiende welvaart en bestaanszekerheid, al moest hij daar hard voor werken. Soms veranderde hij, onder invloed van zijn zonen, in een kleine jongen. Dat was met name als er een bal rolde op een veld, als we wandelden met de hond of als we op vakantie waren in de bossen op De Veluwe. Na zijn dood ben ik naar het bos rondom de camping bij het dorp Garderen gegaan om hem te herdenken. Ik probeerde de plek te vinden waar we elke ochtend hazelwormen zagen, het kreupelhout waar we met de hond doorheen liepen in de hoop op zwijnen of reeën te stuiten en de bosweide waar we eens op een zeer vroege morgen een edelherthinde met een jong zagen lopen. Dat was toen zo schitterend.

Wat een zorgzame man hij was, werd me eens te meer duidelijk tijdens zijn laatste dagen. Ondanks zijn lijden, kon hij niet anders dan zich zorgen maken over onze moeder, die zonder hem verder zou moeten.  Hij was ronduit goed, onze vader. Hij zou vandaag 100 zijn geworden.

De familie Knoppe in 1959

maandag 12 augustus 2019

De reis van Ponferrada naar Amsterdam

Fragmenten uit een reisdagboek (6 en 7 juni)

14:20 de trein van Ponferrada naar Vitoria
Ik zit in de trein van Ponferrada naar Vitoria. Net op het perron afscheid genomen van mijn vrouw Ana. Altijd een emotioneel moment, al is het anders dan vroeger toen ik nog in Amsterdam woonde. Het is nu slechts voor twee weken. Het reizen gaat tot nu toe goed. Lekker lezen, een beetje schrijven en af en toe uit het raam kijken. De Spaanse hoogvlakte ligt er al droog bij. Er scheert een roofvogel over de stoppelvelden. Een grauwe kiekendief, waarschijnlijk.

15:30 de trein van Ponferrada naar Vitoria
Eens kijken of dit gaat bevallen. Het is al zo lang geleden dat ik met bus en trein naar Nederland heb gereisd. Maar ik heb er genoeg van zoveel gevlieg. Vliegschaamte, wellicht. We kunnen er niet meer onderuit. Het menselijk handelen, en dan vooral van de Westerlingen, heeft het wereldwijde klimaat veranderd. En zelf heb ik daar, zeker sinds ik in Spanje woon en minimaal twee keer per jaar naar Nederland reis, flink aan bijgedragen. En ik houd ook helemaal niet van vliegen. Vliegvelden zijn akelige plekken. En het is altijd een beetje eng, met name het opstijgen en de landing.

19:00 Vitoria
Vitoria is een fijne stad. Veel fietspaden, groene parken en veel ruimte voor voetgangers. Dat laatste kwam van goed pas, want het treinstation is best ver van het busstation verwijderd. Maar na de wandeling zit ik nu rustig op een terrasje met een pilsje te wachten tot het moment is aangebroken om de bus naar San Sebastian te nemen. Prettig om zo’n ruime overstaptijd te hebben. In Vitoria kom ik zeker nog eens terug.

22:00 San Sebastian
Ook in San Sebastian is het goed toeven. Alweer een terrasje en nu met de plaatselijke, licht sprankelende wijn, Txakoli, en natuurlijk één van de zo vermaarde pintxos (een lekker hapje). Een goed begin van de langste etappe van deze reis. De bus van San Sebastian naar Brussel. Wat is het toch jammer dat de langere trajecten over de rails zo belachelijk duur zijn. De trein is veel comfortabeler dan de bus. Het schommelt minder, je kunt gemakkelijker lezen, af en toe wat lopen. Maar de bus is veel goedkoper.

01:30 de bus van San Sebastian naar Brussel
Dat was een onrustig begin van de busreis. Eén van de medewerkers van Alsa, de Spaanse busmaatschappij, maakte een enorme drukte. Iedereen die de bus binnenkwam, sprak hij op fanatieke wijze aan op de te grote afmeting van de handbagage, ook als het, zoals in mijn geval, om een klein rugzakje ging met daarin een boek en een tandenborstel. Sommige passagiers werden kwaad, maar ik onderging het gelaten. De man was duidelijk in de war. Eigenlijk best goed dat Alsa zo iemand eenvoudig werk aanbiedt als stewart in een busstation. Groot was mijn schrik echter toen dezelfde man even later achter het stuur plaatsnam. Gelukkig verliet hij ergens in Frankrijk, nog voor Bordeaux, de bus. De collega die het stuur heeft overgenomen komt een stuk stabieler over, al pleit tegen hem dat hij zojuist op zijn mobiel even wat berichten begon te lezen.

7:35 de bus van San Sebastian naar Brussel
De vorige stop was pure reisromantiek. Een lelijk wegrestaurant ergens in de buurt van Poitiers. Buspassagiers die wat verdwaasd door dat lege en al gesloten restaurant dwalen en uiteindelijk uit de automaat een fles water en wat nootjes kopen. Het is warm ook al is het midden in de nacht. Buiten ontstaan spontaan gesprekken. Een meisje vertelt me dat ze gaat werken als vrijwilligster in het vluchtelingenkamp bij Calais. Een heldin. Ah, we gaan stoppen voor een Frans ontbijt.


11:30 de bus van San Sebastian naar Brussel
Parijs! Het is een uur of elf ‘s morgens. Ik wil een mooie foto te maken van een kenmerkend gebouw, de Eiffeltoren als het even kan, maar we komen bij lange na niet dichtbij genoeg. Het had best lekker geweest als ik hier had uitgestapt en de Thalys had genomen naar Amsterdam. Maar deze is vrijwel onbetaalbaar als je niet heel ver van tevoren boekt. Er wacht me nog een lange busreis naar Brussel. Dat wordt weer veel lezen en dutten.

17:30 de trein van Brussel naar Amsterdam
Gelukkig stopte de bus vlakbij het treinstation Bruxelles du Midi. Ik kocht mijn kaartje gewoon aan het loket. Dat voelde al vertrouwd aan. Ik sprak mijn eerste Nederlandse woorden tijdens deze reis. Even zocht ik in dat immense station een geschikte eetgelegenheid. Uiteindelijk werden het wat belegde broodjes om die lekker buiten op het perron te nuttigen. De laatste etappe tot Amsterdam.

19:30 de trein van Brussel naar Amsterdam
Ben er nu bijna. Buiten het mij zo bekende polderlandschap. Op het Amstelstation neem ik straks de bus naar het huis van mijn broer. De reis was lang en vermoeiend maar toch ook wel mooi. Dit ga ik vaker doen!

De technische details van de reis:
Reismaatschappij
van
naar
Prijs
Renfe
11: 28 Ponferrada
16:25 Vitoria
   12,20
Alsa Bus
20:10 Vitoria
21:25 San Sebastián
     7,00
Alsa Bus internacional
22:30 San Sebastián
14:40 Brussel (door vertraging 16:00)
   75,00
NS
16:50 Brussel
19:38 Amsterdam
   36,60


Totaal
€ 130,80




Nadelen:
Duurt lang
Slapen in stoel
Stijve nek en rug
Voordelen:
Tijd voor lezen (internationale pers en een mooi boek)
Hapjes en drankjes in verschillende landen
Dit is pas reizen!

maandag 22 juli 2019

De kale kok

De waardering van mijn vrouw Ana voor de Nederlandse keuken bereikte een absoluut dieptepunt toen ik haar afgelopen vrijdag uitlegde wat Tong Picasso was. De aanleiding was onze avondmaaltijd, la cena, waarvan we, ondanks dat het middageten het belangrijkste eetmoment is, toch vaak een klein feestje maken, zeker op de vrijdagavond. Het was nadat we heerlijk diverse schelpdieren hadden gegeten, dat Ana een ananas tevoorschijn toverde om daaruit een toetje te snijden, toen ik op het onzalige idee kwam een beschrijving te geven van Tong Picasso: een gebakken tong, het liefst filet, met een plak ananas en wat ander fruit erop gedrapeerd. ‘¡Qué asco!’ was haar reactie, wat vrij vertaald betekent: Gatverdamme!

Nu moet ik zeggen dat er maar weinig Nederlanders zijn die thuis Tong Picasso klaarmaken. Het is typisch goedkoop restauranteten, net zoals de patat met mayonaise, een salade en naar keus een stukje gebakken vlees of vis. Ik denk eerlijk gezegd dat er maar weinig toeristen voor een culinaire vakantie naar Nederland gaan. Als iemand hier in El Bierzo me vraagt waar je in Nederland lekker kunt eten, beveel ik ze meestal een Indonesisch restaurant aan of, als het visliefhebbers zijn, een haring bij de stal, want dat is best wel speciaal. Maar verder eten Nederlanders alleen thuis typische Nederlandse gerechten, terwijl de eetgelegenheden vooral bestaan uit eetcafés en buitenlandse restaurants.

Mijn eigen kookgewoontes zijn ondertussen best veranderd. Zo heb ik hier geleerd om altijd een pannetje met kokend water op het vuur te hebben staan, waarin de visgraten, botjes, garnalenkoppen en iets te harde stukken van een ui of prei gaan, altijd samen met een laurierblaadje. In die bouillon wordt dan later de rijst en de pasta in gekookt of het sausje van gemaakt. Als ik zo sta te rommelen in de keuken, heb ik soms moeite de macabere dwanggedachte te onderdrukken dat ik, als ik mijn vinger per ongeluk zou afsnijden, deze puur uit gewoonte tussen de vissengraten in de bouillon zou stoppen.

Soms mis ik ze natuurlijk wel, de typisch Nederlandse gerechten. Gelukkig begon ik gedurende de tien jaar dat ik hier woon steeds vaker typisch Nederlandse producten in te vinden. Zo verscheen bij de buurtsuper lof in de schappen. Gretig kocht ik een paar struiken voor de lof-met-ham-en-kaasschotel naar mijn moeders recept. Op de markt en in sommige supermarkten waren in het voorjaar opeens verse witte asperges te krijgen. Een lekkernij, vind ik. Ook de knolselderij en spliterwten, de belangrijkste ingrediënten voor snert, zijn nu verkrijgbaar en zelfs, bij de biologische winkel, zuurkool.  Soms had ik het vreemde vermoeden dat deze zo typisch Nederlandse groenten speciaal voor mij in het assortiment werden opgenomen. Immers, ik heb werkelijk nog nooit een Spanjaard lof, verse witte asperges of iets met knolselderij en spliterwten zien klaarmaken. En zuurkool is al helemaal uit den boze.

Afgelopen zaterdag gingen Ana en ik naar de markt. Wie schetst mijn verbazing toen ik daar bij diverse kramen verse boerenkool zag liggen. Bij sommige kisten boerenkool stond een bordje met daarop Kale geschreven. Ik besloot op quasi-grappige wijze mijn vermoeden uit te spreken dat dit dankzij mijn aanwezigheid in Ponferrada was. ‘¡Kijk dan Ana, nu hebben ze zelfs speciaal voor mij boerenkool in de aanbieding!’ zei ik. ‘¡Doe toch niet zo raar!’ antwoordde ze. ‘Maar die naam dan, Kale, dat kan toch alleen maar voor mij bedoeld zijn? Je weet toch dat ze me regelmatig kale noemden?’  Dat laatste was waar. Vooral tegenstanders op het voetbalveld riepen nogal eens naar elkaar: ‘Dek die kale!’ Geduldig legde Ana me uit dat kale gewoon de Galicische naam was van deze koolsoort , die nu opeens heel populair was geworden omdat er in diverse gezondheidsmagazines lovend over was geschreven. Boerenkool is de nieuwe supergroente! Vandaar het ruime aanbod.

We besloten een flinke hoeveelheid struiken te kopen en daar, ondanks het warme weer, een lekkere stamppot van te maken. En inderdaad, het smaakte supergoed!


zondag 30 juni 2019

Een nostalgische fietstocht langs al mijn huurwoningen in Amsterdam

Het is pinksterzondag. Ik word vroeg wakker in het huis van mijn broer en zijn vrouw. Er is al zoveel licht ’s morgens en helemaal vandaag, nu het zonnetje uitbundig schijnt. Tot drie uur vanmiddag heb ik eigenlijk geen afspraken staan. Weet je wat? Ik ga een mooie fietstocht maken door de stad. Langs alle plaatsen waar ik ooit heb gewoond. Een nostalgische route. En dan kan ik daar wellicht een mooi stuk over schrijven in zowel mijn Nederlandse als mijn Spaanse blog. Want er is een frappant verschil tussen Nederland en Spanje als je het hebt over hoe de mensen wonen. In Spanje zijn er bijna geen sociale huurwoningen. Veel mensen, ook degenen die zichzelf tot de lagere middenklasse rekenen, kopen een huis. Kinderen blijven meestal bij de ouders wonen totdat zij genoeg inkomen hebben om een hypotheek af te sluiten. En als Spanjaarden huren, is het meestal gemeubileerd. Terwijl we in Nederland bij elke verhuizing, ook als we huren, gaan behangen, verven, potteren en boren. Eigenlijk was zo’n verhuizing altijd wel een sociaal evenement; met vrienden en familie een touw met blok en een busje (of een enkele keer een bakfiets) regelen. Na afloop patat met bier. Ik krijg zin in de fietstocht en loop naar buiten.

De eerste stop. De Jacob van Arteveldestraat 7, drie hoog
Wat is het hier toch veranderd. Mijn ouders kwamen hier wonen ergens in de jaren vijftig. Ze waren enorm blij met de woning, maar klein was het wel. We sliepen met drie zonen op één kamer. Maar de huur was betaalbaar en de parkachtige omgeving ideaal voor kleine kinderen. Het was echter wat ze noemen revolutiebouw: snel uit de grond gestampte woningen die al snel aan vervanging toe waren. Ik neem een foto van het nieuwe gebouw, dat hopelijk wat steviger in elkaar steekt. Maar daarboven ergens heb ik mijn jeugd doorgebracht.

De tweede stop. Planciusstraat 10, drie hoog rechts.
Hier woonde ik begin jaren 80 voor het eerst zelfstandig. Een eenkamerwoning met een heerlijk lage huur. Ik betaalde in het begin 80 gulden per maand, dat is omgerekend zo´n 34 euro. Nu zijn de huren een stuk hoger, maar het gebouw is dan ook volkomen gerenoveerd. Het gebouw is overigens een monument, als één van de eerste sociale woningcomplexen van Amsterdam uit de 19e eeuw.

De derde stop, Houtmanstraat 13, 1 hoog.
Het gaat hier om hetzelfde gebouw als de Planciusstraat, maar hier met de ingang aan het mooie, autovrije straatje. Deze woning was voor mijn familie speciaal. Toen mijn opa van moeders kant in crisis van de jaren 30 als schipper failliet ging, was hij gedwongen zijn schip te verkopen om met zijn gezin naar de stad te komen. Ze kwamen uiteindelijk op deze woning terecht. Ongelooflijk dat ze met z’n allen (familie met vier kinderen) hier in deze tweekamerwoning woonden. Mijn Ome Jaap bleef er na de dood van zijn ouders wonen. Toen hij ging verhuizen, regelden we met de woningbouwvereniging dat ik er in kon trekken, hetgeen voor mij een verdubbeling van mijn woonruimte betekende. Ik dacht dat ik er nooit meer zou vertrekken, tot een renovatie mij dwong om elders mijn heil te zoeken. Maar als je huis gerenoveerd wordt, krijg je voorrang op de lange wachtlijsten voor sociale woningen. Ik had zodoende al snel wat gevonden.

De vierde stop, Tuinstraat 142, 2 hoog.
De enige tegenvaller bij de verhuizing was dat het hier ging om misschien wel het enige portaal zonder haak in de nok, zodat touw en blok niet konden worden gebruikt. Alles moest over de trap. Ik heb hier de laatste jaren in Amsterdam, van 2005 tot juni 2009 heerlijk gewoond in De Jordaan, het laatste jaar samen met mijn huidige vrouw. Daarna vertrok ik naar Spanje, eerst voor een jaar om te proberen. Het huis had ik via de woningbouwvereniging onderverhuurd. Ik kreeg vervolgens nog een jaar uitstel voor onderverhuur. Maar daarna moest de knoop worden doorgehakt. De Jordaan of Ponferrada. Het werd, zonder veel twijfel, Ponferrada. Hoewel De Jordaan sindsdien nog veel toeristischer is geworden, blijft het een fijne buurt. Helaas zal het aantal sociale woningen zijn afgenomen. Naar verluid is het steeds moeilijker om in Amsterdam een betaalbare huurwoning te vinden. Ik ben benieuwd hoe lang het systeem van sociale huurwoningen in Amsterdam nog zal bestaan.

Ik neem de foto van mijn laatste huis en besluit dat het nu wel genoeg is met al dat nostalgische gedoe. Tijd voor een pilsje op een zonovergoten terras. Dat wordt mijn oude stamkroeg Café Scharrebier.