zaterdag 20 oktober 2012

Elkaar de schuld geven


Sinds oktober ben ik weer terug in El Bierzo. Het is er hier niet vrolijker op geworden. Als je iemand begroet met ¿Qué tal?’ (Hoe gaat het?) krijg je bijna nooit als antwoord: ‘¡Bien! ¿Y tú?’, maar steeds vaker iets als: ‘Aquí estamos’ of ‘Vamos tirando’, Spaanse varianten van ‘Ach, we leven nog.’ Daarna mondt het gesprek bijna onvermijdelijk uit in bespiegelingen over De Crisis. Een thema waarmee je al wordt doodgegooid in de media, maar dat nu ook bezit heeft genomen van conversaties op de straat en in het café. Zelfs hoorde ik bij een straatfeest in het centrum van Ponferrada een hoogwaardigheidsbekleder de band aankondigen met de weinig opbeurende woorden: ‘Het zijn moeilijke tijden, maar hopelijk zal deze muziek ons de crisis doen vergeten.’ De stemming kwam er daarna niet echt meer in.

Het pessimisme dat het land in de greep heeft, heeft ook zijn uitwerkingen op het koopgedrag. Ja, ook bij mij. Ik merk dat ik zuiniger aan wil doen. Geen korte vakantie naar de Canarische Eilanden, al zou dat best kunnen. Maar je kunt niet weten; misschien gaat het allemaal wel helemaal mis en hebben we binnenkort het geld hard nodig. En zo zijn er veel mensen. Dat zie je terug in het straatbeeld. Steeds meer winkels sluiten. De enige bedrijven die het goed lijken te doen zijn de winkels waar je iets kunt verkopen. ‘Compro Oro’, staat in de hele stad te lezen. ‘ Ik koop goud.’ Zulke winkels zijn er in Ponferrada bij tientallen en het worden er steeds meer. Met geblindeerde ramen, zodat mensen anoniem in de winkel hun gouden sieraden kunnen verkopen.

Het multipliereffect, zo leg ik mijn studenten vaak uit, maakt dat bezuinigingen maar moeizaam het begrotingstekort terug kunnen dringen. Ga ik niet op vakantie, dan gaat dat hotelletje op de Canarische eilanden minder. Koopt dat hotelletje weer minder linnengoed. Vallen er bij de linnengoedfabriek ontslagen. Zo bezuinig je een economie kapot. Pomp je geld in de economie, dan gaat het multipliereffect positief werken. Op vakantie! Hotelletje draait op volle toeren. Linnengoedfabriek doet goede zaken.

Maar waar haal je dat geld vandaan om de economie te stimuleren? Lenen bij de Duitsers, bijvoorbeeld. Die kunnen zelf immers goedkoop lenen. Maar die vertrouwen het zaakje niet. Merkel past op de centen. Zelfs krijgt zij van sommige Zuid-Europenanen de schuld van de hele crisis. Maar Merkel weet dat een flink deel van haar kiezers nu juist de Zuid-Europese regeringen de schuld geven. En volgend jaar komen er weer verkiezingen aan in Duitsland.

Ook anderen krijgen de schuld toegeschoven. De bankiers hebben het gedaan. Die hebben onverantwoord veel kredieten verstekt en ook toen het allemaal mis ging zichzelf rijkelijk beloond. Ze hadden veel beter gecontroleerd moeten worden. Door de politici, natuurlijk. Die krijgen ook de schuld. Maar ook zij willen de schuld doorschuiven. De PP geeft de schuld aan de PSOE en de PSOE aan de PP. De Catalaanse politici geven de schuld aan de Castilliaanse politici en willen zich afscheiden. Waarop de Spaanse regering de schuld geeft aan de Catalanen van de oplopende staatsrente omdat zij met hun onafhankelijkheidsstreven het vertrouwen in Spaanse staat ondermijnen. Ook tijdens deze crisis gedijt het nationalisme.

Dat de schuld aan anderen geven neemt soms enge trekjes aan. Ik ben wel eens bang dat iemand op straat naar me zal roepen: ‘¡Kijk! Een Duitser¡ ¡Die zijn de schuld van alles!’ (Gelukkig zie ik er niet uit als een bankier of een politicus) En wat moet ik dan zeggen? Scheveningen? Volgens de legende het voor de Duitsers onuitspreekbare wachtwoord van het Nederlandse verzet. De Spanjaarden zullen er geen boodschap aan hebben. Ook niet als ze snappen dat ik geen Duitser maar een Nederlander ben. Dit keer staat Nederland volledig aan de Duitse zijde. Ik zal zeggen: ‘Sorry. Ik snap er ook niets van. Ik ben een guiri (typische toerist). Ik ben onschuldig.’





Geen opmerkingen:

Een reactie posten